|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1999-2000, 2000-2001, 27 093.
Handelingen II 2000-2001, blz. 1411.
Kamerstukken I 2000-2001, 27 093 (76, 76a, 76b).
Handelingen I 2000-2001, zie vergadering d.d. 11 december 2000.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 13 december 2000, Stb.
2000, 561, tot wijziging van de Wet overheidspersoneel
onder de werknemersverzekeringen in verband met de wijze van financiering van de
uitkeringen op grond van de Ziektewet en de Werkloosheidswet voor
overheidswerknemers alsmede enkele andere wijzigingen (Aanpassingswet
OOW). Inwerkingtreding: 22 december 2000.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is om de uitkeringen op grond van de Werkloosheidswet en de
Ziektewet aan overheidswerknemers ten laste te brengen van de betrokken
overheidswerkgever respectievelijk een voor de overheidssectoren
ingesteld fonds, alsmede dat het wenselijk is enkele verbeteringen aan
te brengen in de Wet overheidspersoneel onder de
werknemersverzekeringen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
Wijziging Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen
[MvT]
De Wet overheidspersoneel
onder de werknemersverzekeringen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In paragraaf 2 vervalt de
verdeling in afdelingen, de nummering van de afdelingen en de aanduiding
van de afdelingen.
B.
[MvT]
Artikel 2 komt te luiden:
Art. 2.
-1. De ZW wordt met ingang
van het tijdstip van aanvang van fase 2, bedoeld in artikel
48, van
toepassing op de gewezen overheidswerknemer die op de dag voorafgaande
aan dat tijdstip geen wachtgeld geniet en evenmin bezoldiging of
uitkering in geval van ziekte ontvangt, maar die op dat tijdstip uit hoofde van
zijn voormalige dienstverband als overheidswerknemer recht zou krijgen op een
uitkering op grond van de WW en die niet op de dag voorafgaande
aan dat tijdstip maar wel op dat tijdstip ongeschikt tot werken is
wegens ziekte.
-2. De ZW wordt met ingang
van het tijdstip van aanvang van fase 3, bedoeld in artikel
49, van
toepassing op de gewezen overheidswerknemer die op de dag voorafgaande
aan het tijdstip van aanvang van fase 2, bedoeld in artikel
48, recht
heeft op:
a. een wachtgeld waarvan de
uitkeringsduur niet op het tijdstip van aanvang van fase 3, bedoeld
in artikel 49, verstrijkt en die op dat tijdstip ongeschikt is tot werken
wegens ziekte;
b. bezoldiging of uitkering in geval van ziekte waarvan de uitkeringsduur niet op het
tijdstip van aanvang van fase 3, bedoeld in artikel
49, verstrijkt en
die op dat tijdstip ongeschikt is tot werken wegens ziekte.
-3. De ZW wordt met ingang
van de datum van eindiging van het dienstverband van toepassing
op de gewezen overheidswerknemer:
a. die op het tijdstip van
aanvang van fase 2, bedoeld in artikel 48, bezoldiging of uitkering
in geval van ziekte ontvangt;
b. wiens dienstverband
eindigt op of na dat tijdstip doch vóór het tijdstip van aanvang van
fase 3, bedoeld in artikel 49; en
c. die op het moment van die
eindiging ongeschikt is tot werken wegens ziekte.
-4. De ZW wordt met ingang
van de datum van het intreden van de ongeschiktheid tot werken,
doch niet eerder dan met ingang van het tijdstip van aanvang van
fase 2, bedoeld in artikel 48, van toepassing op:
a. de gewezen
overheidswerknemer wiens dienstverband is geëindigd in de maand voorafgaande aan
genoemd tijdstip en die op de dag voorafgaande aan genoemde
datum geen recht heeft op wachtgeld of op bezoldiging of uitkering in
geval van ziekte uit hoofde van dat dienstverband;
b. de gewezen
overheidswerknemer wiens recht op wachtgeld wegens het verstrijken van de
ter zake geldende uitkeringsduur is geëindigd in de maand voorafgaande aan
genoemd tijdstip;
c. de gewezen
overheidswerknemer wiens recht op wachtgeld wegens het verstrijken van de
ter zake geldende uitkeringsduur is geëindigd op of na het tijdstip van aanvang
van fase 2, bedoeld in artikel 48, doch vóór het tijdstip van aanvang van
fase 3, bedoeld in artikel 49;
indien de ongeschiktheid is
ontstaan binnen één maand na de bedoelde eindiging.
C.
[MvT]
Artikel 3 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "ingevolge deze
wet" vervangen door: op grond van deze wet of de
algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 8b
van de ZW,. [MvT]
2. Onder vernummering van
het tweede lid tot vierde lid worden twee leden toegevoegd, luidende: [MvT]
-2. Voor de vaststelling van
het recht op ziekengeld op grond van de ZW, alsmede voor de toelating
tot de vrijwillige verzekering, wordt de gewezen overheidswerknemer, bedoeld
in artikel 2, vierde lid, onderdeel a, vanaf de dag van aanvang van zijn
dienstverband tot de datum waarop het dienstverband is geëindigd, aangemerkt als verplicht verzekerd op grond
van de ZW.
-3. Voor de vaststelling van
het recht op ziekengeld op grond van de ZW, alsmede voor de toelating
tot de vrijwillige verzekering, wordt de gewezen overheidswerknemer, bedoeld
in artikel 2, vierde lid, onderdeel b en c, vanaf de dag van aanvang van
zijn dienstverband tot de datum waarop het recht op wachtgeld is geëindigd, aangemerkt als verplicht verzekerd
op grond van de ZW.
3. In het nieuwe vierde lid
wordt "het eerste lid" vervangen door: het eerste tot en met derde lid.
[MvT]
D. [MvT]
Artikel 4, eerste lid, komt
te luiden:
-1. Indien hij op die datum
nog niet 52 weken ongeschikt is tot werken wegens ziekte, heeft recht
op ziekengeld op grond van de ZW:
a. met ingang van de datum
waarop de ZW op hem van toepassing wordt, de gewezen
overheidswerknemer, bedoeld in artikel 2, eerste tot en met derde lid;
b. met ingang van het
tijdstip van aanvang van fase 3, bedoeld in artikel
49, de overheidswerknemer
die op de dag voorafgaande aan dat tijdstip recht heeft op bezoldiging
of uitkering in geval van ziekte:
1º. in verband met of in
aansluiting op zwangerschaps- of bevallingsverlof;
2º. op grond van
ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid in verband met orgaandonatie;
3º. die in een situatie
verkeert overeenkomstig artikel 29b, eerste lid, van de
ZW.
Da.
In artikel 5, eerste lid,
wordt de zinsnede "vermeerderd met de vakantie-uitkering voor
zover betrokkene geen recht heeft op onverminderde doorbetaling van bedoelde
vakantie-uitkering" vervangen door: vermeerderd met de
vakantie-uitkering of eindejaarsuitkering voor zover betrokkene geen recht heeft
op onverminderde opbouw of doorbetaling van die uitkering.
E. [MvT]
De artikelen 6, 7,
8 en 9
vervallen.
F. [MvT]
Artikel 10 komt te luiden:
Art. 10.
-1. Artikel 44, eerste lid,
onderdeel a, van de ZW is niet van toepassing op de overheidswerknemer en
de gewezen overheidswerknemer, bedoeld in de artikelen 2 en
3,
eerste lid, die op de dag voorafgaande aan de datum waarop de ZW
op grond
van deze wet of de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in
artikel 8b van de ZW, op hem van toepassing wordt, ongeschikt is tot
werken wegens ziekte.
-2. Het eerste lid is niet
van toepassing indien een bepaling, overeenkomend met artikel
44, eerste lid,
onderdeel a, van de ZW, reeds van toepassing was op de
overheidswerknemer of de gewezen overheidswerknemer op de dag voorafgaande aan
de datum waarop de ZW op grond van deze wet of de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in
artikel 8b van de ZW, op hem
van toepassing wordt.
-3. Onze Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid kan, tezamen met Onze Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van
Defensie,
nadere en, zo nodig, tijdelijk afwijkende regels stellen met betrekking tot
het eerste en tweede lid.
G. [MvT]
In artikel 15, tweede lid,
wordt de zinsnede "het met toepassing van het tweede lid vastgestelde
dagloon" vervangen door: het met toepassing van artikel 33 vastgestelde
dagloon.
H. [MvT]
In artikel 22, eerste lid, onderdeel c en d, wordt "overheidswerknemer" telkens vervangen door: beroepsmilitair.
I. [MvT]
In artikel 23, tweede lid,
aanhef, wordt "Ziektewet" vervangen door:
ZW.
J. [MvT]
Artikel 25, eerste lid, komt
te luiden:
-1. Voor de vaststelling van
de hoogte van de uitkering op grond van de WAO voor de beroepsmilitair
of gewezen beroepsmilitair die op grond van artikel
4, eerste lid,
recht heeft gekregen op een uitkering op grond van de ZW, geldt als dagloon
in de zin van de WAO het met toepassing van artikel
5, eerste lid,
vastgestelde dagloon.
K. [MvT]
In artikel 26, tweede lid,
wordt "die datum" vervangen door "dat tijdstip" en wordt
"de vorenbedoelde datum" vervangen door: het vorenbedoelde tijdstip.
L. [MvT]
In artikel 30, eerste lid,
wordt "ingevolge deze wet" vervangen door: op grond van deze wet of de
algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 7 van de
WW,.
M. [MvT]
In artikel 31, tweede lid,
wordt een zin toegevoegd, luidende: De eerste zin is eveneens van
toepassing op de gewezen overheidswerknemer, bedoeld in het eerste lid,
voor wie op het tijdstip van aanvang van fase 3 van deze wet geen recht op
uitkering op grond van de WW ontstaat in verband met omstandigheden
als bedoeld in artikel 20, eerste lid, onderdeel a, b, c of
d, van
die wet.
N. [MvT]
Artikel 32 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het tweede lid vervalt "ten
minste".
2. In het derde lid wordt "het het" vervangen door: het.
O. [MvT]
Na artikel 32 wordt een
artikel ingevoegd, luidende
Art. 32a.
-1. Onder de in artikel 16,
eerste lid, van de WW bedoelde arbeidsuren per kalenderweek wordt voor
de gewezen overheidswerknemer, bedoeld in artikel
31, eerste,
tweede of derde lid, verstaan het aantal uren waarin die overheidswerknemer
laatstelijk was aangesteld respectievelijk waarvoor hij laatstelijk in
dienst was genomen in het dienstverband waarop het recht op
uitkering op grond van de WW, bedoeld in artikel
31, eerste, tweede of derde lid,
betrekking heeft.
-2. In afwijking van het
eerste lid wordt onder de in artikel 16, eerste lid, van de
WW bedoelde
arbeidsuren per kalenderweek voor de gewezen overheidswerknemer, bedoeld
in artikel 31, eerste of vierde lid, die op de dag voorafgaande aan het
tijdstip van aanvang van fase 3 van deze wet recht heeft op een uitkering
op grond van het Besluit
werkloosheid onderwijs- en onderzoekspersoneel, het Werkloosheidsbesluit beroepsmilitairen
bepaalde tijd, het
Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel of een met die besluiten
vergelijkbare regeling, verstaan het in het kader van dat recht vastgestelde
aantal arbeidsuren per kalenderweek.
-3. In afwijking van het
eerste lid wordt onder de in artikel 16, eerste lid, van de
WW bedoelde
arbeidsuren per kalenderweek voor de gewezen overheidswerknemer, bedoeld
in artikel 31, tweede of vierde lid, wiens recht op uitkering op grond
van het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekspersoneel, het Werkloosheidsbesluit beroepsmilitairen
bepaalde tijd, het
Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel of een met die besluiten vergelijkbare
regeling in verband met een omstandigheid als bedoeld in artikel
20,
eerste lid, onderdeel a, b, c of d, van de
WW voorafgaande aan het
tijdstip van aanvang van fase 3 van deze wet geëindigd is, verstaan het
in het kader van dat recht vastgestelde aantal arbeidsuren per
kalenderweek.
P. [MvT]
Artikel 33 komt te luiden:
Art. 33.
-1. Voor de berekening van de
uitkering op grond van artikel 31, eerste, tweede of vierde lid, geldt
als dagloon de naar een jaarbedrag herleide berekeningsgrondslag
waarnaar het wachtgeld is berekend op de dag voorafgaande aan het
tijdstip van aanvang van fase 3 van deze wet, gedeeld door het getal 261.
-2. Indien het recht op
wachtgeld is toegekend uit een deeltijdbetrekking, geldt in afwijking van het
eerste lid als dagloon het bedrag dat overeenkomstig dat lid wordt verkregen en
vervolgens is vermenigvuldigd met de deeltijdfactor.
-3. In afwijking van het
eerste en tweede lid geldt voor de gewezen overheidswerknemer, bedoeld
in artikel 31, eerste of vierde lid, die op de dag voorafgaande aan het
tijdstip van aanvang van fase 3 van deze wet recht heeft op een uitkering
op grond van het Besluit
werkloosheid onderwijs- en onderzoekspersoneel, het
Werkloosheidsbesluit beroepsmilitairen bepaalde tijd, het
Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel of een met die besluiten
vergelijkbare regeling, als dagloon het in het kader van dat recht vastgestelde
dagloon.
-4. In afwijking van het
eerste en tweede lid geldt voor de gewezen overheidswerknemer, bedoeld
in artikel 31, tweede of vierde lid, wiens recht op uitkering op grond
van het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekspersoneel, het
Werkloosheidsbesluit beroepsmilitairen bepaalde tijd, het
Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel of een met die besluiten vergelijkbare
regeling in verband met een omstandigheid als bedoeld in artikel
20,
eerste lid, onderdeel a, b, c of d, van de
WW voorafgaande aan het
tijdstip van aanvang van fase 3 van deze wet geëindigd is, als dagloon
het in het kader van dat recht vastgestelde dagloon.
-5. Het dagloon van de
overheidswerknemer of gewezen overheidswerknemer die op het in artikel
32,
eerste lid, bedoelde moment, dan wel daarna, een uitkering op
grond van de WAO naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 80% ontvangt,
dan wel, indien het bepaalde in artikel 25,
28,
30 of 33 van de WAO
op hem niet van toepassing was, zou
ontvangen, of een naar aard en strekking daarmee overeenkomende uitkering
ontvangt of zou ontvangen, is gelijk aan het dagloon berekend volgens
artikel 14 of artikel 24, dan wel, indien
artikel 14 of artikel 24 op hem niet
van toepassing is, berekend volgens de bij of krachtens de WAO gestelde regels. Het met toepassing van de eerste
volzin berekende dagloon
wordt evenredig verlaagd door dat dagloon te vermenigvuldigen met een
breuk waarvan de teller wordt gevormd door het verschil tussen 100 en het midden van de arbeidsongeschiktheidsklasse
waarin betrokkene is ingedeeld en de noemer door het getal 100.
-6. Indien de in het vijfde
lid bedoelde overheidswerknemer of gewezen overheidswerknemer op een
tijdstip na de dagloonberekening overeenkomstig dat lid, op grond van de WAO
wordt ingedeeld in een andere arbeidsongeschiktheidsklasse
dan die welke bij de evenredige verlaging is gehanteerd, wordt het
krachtens de eerste volzin van dat lid berekende dagloon, in afwijking van de
tweede volzin van het desbetreffende lid, evenredig verlaagd door dat
dagloon te vermenigvuldigen met een breuk waarvan de teller wordt
gevormd door het verschil tussen 100 en het midden van de nieuwe
arbeidsongeschiktheidsklasse en de noemer door het getal 100.
-7. Indien de
arbeidsongeschiktheidsuitkering van de werknemer, bedoeld in het vijfde lid,
niet meer volledig wordt uitbetaald op grond van artikel
44, eerste lid,
onderdeel b, van de WAO, wordt het krachtens de
eerste zin van het vijfde lid berekende dagloon evenredig
verlaagd door dat dagloon te vermenigvuldigen met een breuk waarvan de
teller wordt gevormd door het verschil tussen 100 en het midden van
de arbeidsongeschiktheidsklasse, die bij de toepassing van laatstgenoemd
artikel in acht wordt genomen, en de noemer door het getal 100.
-8. Voor de werknemer,
bedoeld in het vijfde lid, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering
wordt ingetrokken dan wel niet meer wordt uitbetaald op grond
van artikel 43, eerste lid, of artikel
44, eerste lid, onderdeel a, van de WAO, is het dagloon het krachtens de
eerste volzin van het vijfde lid berekende dagloon.
-9. Het vijfde tot en met
achtste lid zijn niet van toepassing indien en zolang bij de vaststelling
van de mate van arbeidsongeschiktheid rekening wordt gehouden met de arbeid
die de werknemer, na het intreden van zijn arbeidsongeschiktheid, heeft
verricht in de dienstbetrekking waaruit hij werkloos is geworden.
-10. De hoogte van de
uitkering op grond van de WW, bedoeld in artikel
31, eerste, tweede en vierde
lid, bedraagt niet meer dan de hoogte van het wachtgeld waarop de
betrokkene recht had op de dag voorafgaande aan het tijdstip van aanvang van
fase 3 van deze wet en zoals dat zou hebben doorgelopen of zou hebben
herleefd vanaf de in artikel 31, tweede lid, bedoelde
dag indien deze
wet niet zou hebben gegolden.
-11. Artikel 9, eerste lid,
van de Coördinatiewet Sociale Verzekering is van toepassing op het eerste
tot en met het tiende lid.
Q. [MvT]
Artikel 35 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "artikel
7, 22 of
28" vervangen door: artikel 22 of 28.
2. In het tweede lid, onder
3°, wordt "artikel 7, eerste lid, artikel
22, eerste lid, artikel 28 of
artikel 30" vervangen door: artikel 22, eerste lid, of
artikel 28.
3. Er wordt een lid
toegevoegd, luidende:
-4 Bij de toepassing van dit
hoofdstuk mag het Landelijk instituut sociale verzekeringen uitgaan van de
door de overheidswerkgevers en het FAOP geleverde gegevens.
R. [MvT
+
bis]
Artikel 36 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "artikel
4, eerste lid, onderdeel
a, b of c," vervangen door "artikel
4,
eerste lid," en wordt "artikel 8, eerste lid, of
artikel 23, eerste
lid,"
vervangen door: artikel 23, eerste lid,. [MvT]
2. In het tweede lid wordt "artikel
4, eerste lid, onderdeel
d, artikel 8, eerste lid, onderdeel d, of
artikel 31, tweede of derde lid," vervangen door: artikel
31, tweede of derde
lid,. [MvT]
3. In het derde en vierde
lid vervalt "artikel 7, eerste lid, onderdeel b of c,". [MvT]
4. In het derde lid wordt "activiteit als bedoeld in het vijfde
lid" vervangen door: activiteit
of gedraging als bedoeld in het vijfde lid. [MvT]
5. Het vijfde lid komt te
luiden: [MvT]
-5. Op en na het tijdstip
waarop fase 1, 2 of 3 van deze wet op betrokkene van toepassing wordt, wordt
een activiteit of gedraging van betrokkene waarin door het bevoegd
gezag in het kader van een bestaand recht als bedoeld in artikel
3, eerste
lid, onderdeel b of c, artikel
12, eerste lid, onderdeel
b of c, artikel 22, eerste lid, onderdeel b, c of d, of
artikel 30, eerste lid onderdeel
b, is
toegestemd, niet getoetst aan de regels die voor die activiteit of gedraging
ingevolge de WW, de ZW of de
WAO gelden of, indien die wetten op hem van
toepassing zouden zijn geweest, zouden hebben gegolden. In
afwijking van de eerste zin wordt de gegeven toestemming vanaf het
tijdstip waarop fase 1, 2 of 3 van deze wet op betrokkene van toepassing
wordt, niet in aanmerking genomen indien dit tot een zodanige afwijking
van de systematiek van de WW, de ZW of de WAO zou leiden dat dit een
normale uitvoering van die wetten in de weg zou staan.
6. Er wordt een lid
toegevoegd, luidende: [MvT]
-6. Onder een activiteit of
gedraging als bedoeld in het vijfde lid die de normale uitvoering van de
WW, de ZW of de WAO niet in de weg staat, wordt in ieder geval
verstaan:
a. deelnemen aan een
scholing of opleiding;
b. het verrichten van
werkzaamheden als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de
WW, met uitzondering
van werkzaamheden als bedoeld in het tweede en derde lid van dat
artikel;
c. niet voldoen aan de
verplichting te solliciteren;
d. niet voldoen aan de
verplichting als werkzoekende ingeschreven te zijn bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.
S. [MvT]
In artikel 40 worden, onder
vernummering van het derde lid tot zesde lid, drie leden ingevoegd,
luidende:
-3. In afwijking van het
tweede lid is het eerste lid van toepassing indien de betrokkene uit hoofde van
twee of meer dienstbetrekkingen bij twee of meer overheidswerkgevers
behorende tot de sector Onderwijs en Wetenschappen, bedoeld in
artikel 1, onderdeel q, onder 3°, van de WPA, recht heeft op een uitkering
op grond van de WAO.
-4. Ten aanzien van de in het
derde lid bedoelde uitkering vindt de uitbetaling gesplitst plaats
door tussenkomst van de betrokken overheidswerkgevers naar rato van het feitelijk
verdiende loon uit hoofde van de desbetreffende
dienstbetrekking.
-5. Indien de in het derde
lid bedoelde overheidswerkgevers hun kosten declareren bij een ander
orgaan, geschiedt de uitbetaling achtereenvolgens door tussenkomst van dat
andere orgaan en de overheidswerkgever.
T. [MvT
+
bis]
Artikel 41 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "Onze Minister van Binnenlandse
Zaken" vervangen door "Onze Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties" en wordt "de Organisatiewet
sociale verzekeringen 1997" vervangen door: de Osv
1997. [MvT]
2. In het eerste lid en het
tweede lid, onderdeel a, vervalt "of artikel
8, eerste lid,". [MvT]
U. [MvT
+
bis]
Artikel 43 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt "dan wel de beroepsmilitair of de gewezen beroepsmilitair, bedoeld in
artikel 8,". [MvT]
2. Het derde lid vervalt,
onder vernummering van het vierde lid tot derde lid. [MvT]
3. In het nieuwe derde lid
wordt "Het eerste tot en met derde lid" vervangen door: Het eerste
en tweede lid.
V. [MvT]
In artikel 44, negende lid,
wordt "Onze Minister van Binnenlandse Zaken" vervangen door
"Onze Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties" en
wordt na "met betrekking tot" ingevoegd: de.
W. [MvT]
In artikel 45, tweede lid, vervalt "artikel 8, eerste
lid,".
X. [MvT]
Na artikel 45 worden drie
artikelen ingevoegd, luidende:
Art. 45a. [MvT]
De Wet financiering
loopbaanonderbreking en de WW, zoals deze luidden op de dag
vóór het tijdstip van aanvang van fase 2 van deze wet, blijven van
toepassing op de financiële tegemoetkoming op grond van de eerstgenoemde
wet, die is aangevangen vóór het bedoelde tijdstip van aanvang van
fase 2.
Art. 45b.
-1. Voor de toepassing van de
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt onder het bereiken van de volledige
uitkeringsduur, bedoeld in hoofdstuk IIa
van de WW, mede
verstaan het vóór het tijdstip van aanvang van fase 3 van deze wet bereiken
van de volledige uitkeringsduur van een wachtgeld, waarop recht is
ontstaan vóór het tijdstip van aanvang van fase 2 van deze wet. Onder
wachtgeld wordt niet verstaan de kortdurende uitkering, bedoeld in het
tweede lid.
-2. Voor de toepassing van
artikel 2, onderdeel b, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt onder het
bereiken van de volledige uitkeringsduur, bedoeld in hoofdstuk
IIb van
de WW, mede verstaan het
vóór het tijdstip van
aanvang van fase 3 van deze wet bereiken van de volledige uitkeringsduur van
een kortdurende uitkering op grond van het Besluit
werkloosheid onderwijs- en onderzoekspersoneel, het Werkloosheidsbesluit
beroepsmilitairen bepaalde tijd, het Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel of een met
die besluiten vergelijkbare regeling, waarop recht is ontstaan vóór het tijdstip van aanvang van fase 2 van deze wet.
Art. 45c.
Indien een
overheidswerkgever in staat van faillissement is verklaard, dan wel aan hem
surseance
van betaling is verleend, of deze anderszins verkeert in de blijvende
toestand dat hij heeft opgehouden te betalen, wordt, op verzoek van de
gewezen overheidswerknemer die uit hoofde van een dienstverband met
deze overheidswerkgever recht op wachtgeld heeft, welk recht is
ontstaan vóór het tijdstip van aanvang van fase 2 van deze wet, het tijdstip van
aanvang van fase 3 van deze wet vastgesteld op het tijdstip dat de overheidswerkgever kwam te verkeren in een toestand
als hiervoor bedoeld, doch
niet eerder dan het tijdstip van aanvang van fase 2. De eerste zin is
slechts van toepassing als de overheidswerknemer zijn verzoek doet binnen 26
weken na de dag waarop de overheidswerkgever is komen te verkeren in een
toestand als bedoeld in de eerste zin.
Y. [MvT]
Artikel 48 komt te luiden:
Art. 48.
De Ziektewet
wordt met
ingang van het tijdstip van aanvang van fase 2 van deze wet als volgt
gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 61 komt te luiden:
Art. 61.
In afwijking van artikel 60
komen de uitkeringen op grond van deze wet ten aanzien van overheidswerknemers en degenen die op grond van
artikel 7, artikel 8 of
artikel 8a werknemer zijn wegens het ontvangen van een uitkering uit hoofde van
een dienstbetrekking als overheidswerknemer, ten laste van het
Uitvoeringsfonds voor de overheid, bedoeld in artikel 104 van de
Werkloosheidswet.
B. [MvT]
Artikel 64 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het tweede lid,
onderdeel c, wordt na "om" ingevoegd: , in of buiten Nederland,.
2. Onder het vervallen van "of" na het tweede lid, onderdeel c, en vervanging van de punt na
onderdeel d van dat lid door "; of" wordt aan het tweede lid een onderdeel
toegevoegd, luidende:
e. die Nederlander is en
buiten Nederland werkzaamheden verricht die worden bekostigd door het
Rijk en die tevens in opdracht van het Rijk worden verricht in het kader
van een wettelijke taakomschrijving of ter uitvoering van een
internationaal verdrag dan wel een daarmee gelijk te stellen overeenkomst of een
besluit van een volkenrechtelijke organisatie.
3. In het vierde lid wordt "onderdeel b en c" vervangen door: onderdeel
b, c en e.
C. [MvT]
Artikel 66 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het eerste lid, onderdeel e, wordt vervangen door:
e. door de in artikel 64,
tweede lid, onderdeel b, c en e, bedoelde persoon: binnen vier weken
na de dag van zijn vertrek naar het buitenland dan wel, indien de in
artikel 64, tweede lid, onderdeel c, bedoelde werkzaamheden worden
verricht in Nederland, binnen vier weken na de dag waarop die werkzaamheden
een aanvang hebben genomen;.
2. Het vierde lid, onderdeel d, wordt vervangen door:
d. voor de in artikel 64,
tweede lid, onderdeel b, c en e, bedoelde persoon: op de dag van zijn
vertrek naar het buitenland dan wel, indien de in artikel
64, tweede lid,
onderdeel c, bedoelde werkzaamheden worden verricht in Nederland, op de
dag waarop die werkzaamheden een aanvang hebben genomen;.
D. [MvT]
In artikel 46, eerste lid,
wordt "privaatrechtelijke dienstbetrekking" vervangen door:
dienstbetrekking.
Z. [MvT]
Artikel 49 komt te luiden:
Art. 49.
Met ingang van het tijdstip
van aanvang van fase 3 van deze wet vervallen de artikelen
8b,
90 en 91 van de ZW.
AA. [MvT]
Artikel 53 komt te luiden:
Art. 53.
De WW
wordt
met ingang van het tijdstip van aanvang van fase 2 van deze wet als
volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 1 worden, onder
vervanging van de punt aan het slot van onderdeel j door een
puntkomma, drie onderdelen toegevoegd, luidende:
k. overheidswerkgever:
1º. het orgaan van een
publiekrechtelijk lichaam als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel
a, van
de WPA, dan wel een privaatrechtelijk lichaam als bedoeld in artikel 2,
eerste lid, onderdeel b tot en met e, van die
wet, zoals die bepalingen luidden
op de dag voorafgaande aan het tijdstip van aanvang van fase 2, bedoeld in
artikel 53 van de Wet overheidspersoneel
onder de werknemersverzekeringen, dat de overheidswerknemer rechtstreeks ten laste van
dat lichaam bezoldigt of beloont;
2º. een privaatrechtelijk
lichaam als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel f, van de
WPA
of
artikel 2, derde lid, van die
wet, zoals die bepalingen luidden op de dag
voorafgaande aan het tijdstip van aanvang van fase 2, bedoeld in
artikel 53 van de Wet overheidspersoneel
onder de werknemersverzekeringen, dat
zowel op die dag als op dat tijdstip op grond van één van die
bepalingen is aangewezen als lichaam waarvan de werknemers deelnemen in de
Stichting Pensioenfonds ABP en dat de overheidswerknemer
rechtstreeks ten laste van dat lichaam bezoldigt of beloont;
3º. Onze Minister van Defensie in relatie tot de in artikel 2, tweede lid, onderdeel f, van de
WPA
uitgezonderde personen, zoals die bepaling luidde op de dag
voorafgaande aan het tijdstip van aanvang van fase 2, bedoeld in artikel 53 van de
Wet overheidspersoneel
onder de werknemersverzekeringen;
l. overheidswerknemer:
1º. de overheidswerknemer
in de zin van artikel 2 van de WPA
zoals die bepaling luidde op de dag voorafgaande aan het tijdstip van aanvang van
fase 2, bedoeld in artikel
53 van de Wet overheidspersoneel
onder de werknemersverzekeringen,
jonger dan 65 jaar;
2º. de beroepsmilitair in
de zin van de Algemene militaire pensioenwet, jonger dan 65 jaar;
3º. degene die door de
Koning in dienst is genomen om bij de Koninklijke Hofhouding
werkzaam te zijn en die uit dien hoofde onder de Pensioenregeling van de
Stichting tot verzorging van de pensioenen van het personeel van de
Koninklijke Hofhouding van het Huis van Oranje-Nassau valt, jonger dan 65
jaar;
m. Uitvoeringsfonds voor de
overheid: het fonds, bedoeld in artikel 104.
B. [MvT]
In artikel 16, derde lid,
wordt na "artikel 672 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek" telkens
ingevoegd: , de artikelen 94 tot en met 97 van het Algemeen
Rijksambtenarenreglement of een overeenkomstige bepaling van een
soortgelijke regeling.
C.
[MvT]
Na artikel 22a wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 22b.
-1. De intrekking of
verlaging van een uitkering die voortvloeit uit het door de werkgever ingesteld
bezwaar of beroep vindt niet eerder plaats dan de dag volgend op die
waarop de beslissing op bezwaar is bekendgemaakt of de uitspraak is gedaan.
De eerste zin is van overeenkomstige toepassing in geval van intrekking van het bezwaar of beroep omdat het
Landelijk instituut sociale verzekeringen
geheel of gedeeltelijk is tegemoet gekomen aan het bezwaar of
beroep van de werkgever.
-2. Het eerste lid geldt niet indien de uitkering door eigen schuld of toedoen van de werknemer ten
onrechte of tot een te hoog bedrag is vastgesteld.
D.
[MvT]
Onder vernummering van
artikel 35b tot artikel 35c
wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 35b.
-1. Indien de werknemer meer
dan één recht op uitkering heeft, wordt, indien ten minste één van
die rechten ontstaan is uit hoofde van een dienstbetrekking als
overheidswerknemer, voor de toepassing van de artikelen
34, 35 en 35a
een
volgorde in aanmerking genomen bij de vermindering van de
uitkering.
-2. Bij de toepassing van het
eerste lid worden de inkomsten bij voorrang in mindering
gebracht op de uitkering waarmee zij de meeste samenhang hebben.
-3. Een samenhang als bedoeld
in het tweede lid wordt vastgesteld aan de hand van:
a. de dienstbetrekkingen uit
hoofde waarvan de werknemer recht op uitkering op grond van deze
wet heeft en die waaruit of in verband waarmee de inkomsten worden
ontvangen;
b. de bedrijfstak of
bedrijfstakken waarin de werknemer werkzaam was en die waaruit of in verband
waarmee de inkomsten worden ontvangen.
-4. Indien geen samenhang kan
worden vastgesteld, worden de inkomsten gelijkelijk in
mindering gebracht op de verschillende uitkeringen. Indien bij de toepassing van
de eerste zin een uitkering lager is dan het daarop in mindering
te brengen bedrag, wordt hetgeen aldus niet in mindering kan worden
gebracht in gelijke mate in mindering gebracht op de andere uitkeringen.
-5. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen
kan nadere regels stellen met betrekking tot het derde
lid.
E. [MvT]
Artikel 53 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid,
onderdeel c, wordt na "om" ingevoegd: , in of buiten Nederland,.
2. Onder het vervallen van "of" na het eerste lid, onderdeel c, en vervanging van de punt na
onderdeel d van dat lid door "; of" wordt aan het eerste lid een onderdeel
toegevoegd, luidende:
e. die Nederlander is en
buiten Nederland werkzaamheden verricht die worden bekostigd door het
Rijk en die tevens in opdracht van het Rijk worden verricht in het kader
van een wettelijke taakomschrijving of ter uitvoering van een
internationaal verdrag dan wel een daarmee gelijk te stellen overeenkomst of een
besluit van een volkenrechtelijke organisatie.
3. In het vierde lid wordt "onderdeel b en c" vervangen door: onderdeel
b, c en e.
F. [MvT]
Artikel 54 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het tweede lid, onderdeel b, wordt vervangen door:
b. door de in artikel 53,
eerste lid, onderdeel b, c en e, bedoelde persoon: binnen vier weken
na de dag van zijn vertrek naar het buitenland dan wel, indien de in
artikel 53, eerste lid, onderdeel c, bedoelde werkzaamheden worden
verricht in Nederland, binnen vier weken na de dag waarop die werkzaamheden
een aanvang hebben genomen;.
2. Het vierde lid, onderdeel b, wordt vervangen door:
b. voor de in artikel 53,
eerste lid, onderdeel b, c en e, bedoelde persoon: op de dag van zijn
vertrek naar het buitenland dan wel, indien de in artikel
53, eerste lid,
onderdeel c, bedoelde werkzaamheden worden verricht in Nederland, op de
dag waarop die werkzaamheden een aanvang hebben genomen;.
G. [MvT]
Voor artikel 79 wordt
ingevoegd:
§ 1. Het Algemeen
Werkloosheidsfonds en de wachtgeldfondsen
Art. 78a.
-1. Deze paragraaf is niet
van toepassing op te betalen uitkeringen, te maken kosten, te heffen
premie en te ontvangen bedragen met betrekking tot overheidswerknemers,
voor zover verplicht verzekerd op grond van deze wet,
overheidswerkgevers, voor zover zij werkgever zijn van overheidswerknemers, en
degenen die uitkering op grond van de verplichte verzekering op
grond van deze wet, de Ziektewet
of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
ontvangen indien zij die uitkering
uit hoofde van een
dienstbetrekking als overheidswerknemer ontvangen.
-2. Voor de toepassing van
het eerste lid wordt, indien de werknemer laatstelijk vóór het
intreden van de arbeidsongeschiktheid meer dan één dienstbetrekking had
waaronder ten minste één dienstbetrekking als overheidswerknemer, een
uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
geacht te
zijn genoten uit
hoofde van een dienstbetrekking als overheidswerknemer indien hem in de laatste maand
vóór het intreden van de
arbeidsongeschiktheid uit zijn dienstbetrekking of dienstbetrekkingen als
overheidswerknemer een groter bedrag aan loon is uitbetaald dan in
zijn dienstbetrekking of dienstbetrekkingen anders dan als
overheidswerknemer.
-3. Het eerste lid is niet
van toepassing op de bedragen die het Landelijk instituut sociale verzekeringen
ontvangt door de toepassing van de artikelen
6, derde lid, en 7
van de Wet financiering
loopbaanonderbreking, de financiële
tegemoetkomingen op grond van die wet en de daaraan verbonden uitvoeringskosten.
H. [MvT]
In artikel 89 vervallen
het tweede en derde lid alsmede de aanduiding "-1." voor het eerste
lid.
I. [MvT]
In artikel 92, onderdeel h, wordt aan het slot toegevoegd: , met uitzondering van hetgeen
op grond van artikel 97e ten gunste komt van het Uitvoeringsfonds voor
de overheid.
J. [MvT]
In artikel 93, onderdeel i, wordt na "de daaraan verbonden uitvoeringskosten"
toegevoegd: , met
uitzondering van hetgeen op grond van artikel 97f
ten laste komt van
het Uitvoeringsfonds voor de overheid.
K. [MvT]
Na artikel 97 wordt een
paragraaf ingevoegd, luidende:
§ 2. Het
Uitvoeringsfonds voor de overheid
Art. 97a. [MvT]
De middelen tot dekking
van de uitgaven van het Uitvoeringsfonds voor de overheid, alsmede de
middelen benodigd voor het vormen en in stand houden van een reserve in
dat fonds, worden gevonden door het in rekening brengen van de
uitgaven, bedoeld in artikel 97b, eerste lid, bij de overheidswerkgevers en
door het heffen van premie.
Art. 97b. [MvT]
-1. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen
verhaalt op de overheidswerkgever tot
wie de dienstbetrekking bestond uit hoofde waarvan de
overheidswerknemer de in onderdeel a bedoelde uitkering ontvangt:
a. de op grond van deze
wet te betalen uitkering aan een persoon als bedoeld in artikel 78a,
met uitzondering van de premie, bedoeld in artikel 97d, tweede lid;
b. de op grond van enige
wet over de uitkering, bedoeld in onderdeel a, door het Landelijk
instituut sociale verzekeringen verschuldigde premies die niet op deze
uitkering in mindering kunnen worden gebracht, met uitzondering van de
premie, bedoeld in artikel 97d, tweede lid;
c. de tegemoetkoming,
bedoeld in artikel 97f, onderdeel i;
d. de vergoeding, bedoeld
in artikel 97h, die betrekking heeft op de persoon die de in
onderdeel a bedoelde uitkering ontving.
-2. Op het totaal van de
bedragen die op de overheidswerkgever op grond van het eerste lid
over enig tijdvak wordt verhaald, wordt in mindering gebracht
hetgeen het Landelijk instituut sociale verzekeringen in dat tijdvak ontvangt
door de toepassing van artikel 36 of de artikelen
6, derde lid, of 7 van de Wet financiering
loopbaanonderbreking, onder aftrek van de daarop
betrekking hebbende uitvoeringskosten, voor zover die toepassing betrekking
heeft op uitkeringen, premies en tegemoetkomingen die eerder op grond van
dat lid op de overheidswerkgever zijn verhaald.
-3. Indien hetgeen op
grond van het tweede lid in mindering wordt gebracht het totaal van
de bedragen die op de overheidswerkgever over het betrokken tijdvak
wordt verhaald, overtreft, wordt dat meerdere door het Landelijk instituut
sociale verzekeringen betaald aan de overheidswerkgever.
-4. Indien de
overheidswerkgever, bedoeld in het eerste lid, niet meer bestaat, wordt voor de
toepassing van het eerste tot en met derde lid onder overheidswerkgever
verstaan de rechtsopvolger van die overheidswerkgever. De eerste zin
is niet van toepassing met betrekking tot de rechtsopvolger na
faillissement.
-5. Het besluit waarbij de
in het eerste lid bedoelde uitkering, premies en tegemoetkomingen worden
verhaald, vermeldt de termijn of de termijnen waarbinnen deze moeten
worden betaald, alsmede de wijze waarop het besluit bij gebreke van
tijdige betaling, overeenkomstig het zesde tot en met achtste lid zal
worden ten uitvoer gelegd.
-6. Het besluit waarbij de
in het eerste lid bedoelde uitkering, premies en tegemoetkomingen worden
verhaald, levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede
Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De titel heeft mede
betrekking op de rente en kosten, bedoeld in het achtste lid.
-7. Het besluit waarbij de
in het eerste lid bedoelde uitkering, premies en tegemoetkomingen worden
verhaald, wordt bij gebreke van tijdige betaling met toepassing
van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op kosten van de
overheidswerkgever of diens rechtsopvolger betekend en ten uitvoer gelegd.
-8. Bij gebreke van
tijdige betaling wordt het te verhalen bedrag verhoogd met de
wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten.
-9. De artikelen 13 en 16
van de Coördinatiewet Sociale Verzekering zijn van overeenkomstige
toepassing met betrekking tot dit artikel.
-10. Het Landelijk
instituut sociale verzekeringen kan nadere regels stellen met betrekking
tot het eerste tot en met derde lid en het vijfde lid.
Art. 97c. [MvT]
-1. De premie is
verschuldigd door de overheidswerkgever. Deze betaalt de premie aan het Landelijk instituut sociale verzekeringen.
-2. De overheidswerkgever
mag de door hem verschuldigde premie niet verhalen op de
overheidswerknemer. Elk beding waarbij van de eerste zin wordt afgeweken is
nietig.
-3. De premie wordt door
het Landelijk instituut sociale verzekeringen geheven naar door hem
voor alle overheidswerkgevers gelijk vastgesteld percentage van het loon
dat, in het tijdvak waarover de betaling loopt, is genoten door de
overheidswerknemer.
-4. Op gelijke wijze als
in het derde lid bepaald kan een vastgesteld percentage te allen tijde
worden herzien.
-5. Indien een herziening
van het in het derde lid bedoelde percentage ingaat op een ander
tijdstip dan 1 januari, stelt het Landelijk instituut sociale verzekeringen een
voor alle overheidswerkgevers gemiddeld percentage vast dat zal
gelden voor het gehele kalenderjaar.
Art. 97d. [MvT]
-1. De overheidswerkgever
mag op het loon van de overheidswerknemer een bedrag inhouden overeenkomstig hetgeen op grond van
de artikelen 81, derde
lid, 84 en 86 verschuldigd zou zijn door de overheidswerknemer indien
die artikelen op hem van toepassing zouden zijn.
-2. Over een uitkering op
grond van deze wet, de Ziektewet, de
Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering en over een toeslag op grond van de
Toeslagenwet aan een
persoon als bedoeld in artikel 78a wordt premie geheven overeenkomstig de
artikelen 81, derde lid, 83, 84,
85, derde en vierde lid, en artikel
86, eerste, derde en vierde lid.
-3. Ingeval het Landelijk instituut sociale verzekeringen
een aan een overheidswerknemer
toegekende uitkering als bedoeld in het tweede lid aan een
overheidswerkgever betaalt met het oogmerk die uitkering door diens tussenkomst te doen
uitbetalen:
a. wordt de bedoelde
uitkering niet vermeerderd met de daarover door de werkgever
verschuldigde premie op grond van het tweede lid en wordt die uitkering verminderd
met het door de overheidswerknemer of gewezen
overheidswerknemer verschuldigde deel van de premie op grond van dat lid;
b. treedt, in afwijking
van artikel 11, vierde lid, artikel
10, derde lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering en
artikel 11, derde lid,
van de Ziektewet,
voor zover die artikelleden betrekking hebben op de premie, bedoeld in het
tweede lid, de overheidswerkgever niet in de plaats van het Landelijk
instituut sociale verzekeringen;
c. wordt voor de
inhouding, bedoeld in het eerste lid, onder loon niet verstaan de uitkering,
bedoeld in het tweede lid.
Art. 97e. [MvT]
Ten gunste van het
Uitvoeringsfonds voor de overheid komen:
a. de bedragen die het Landelijk instituut sociale verzekeringen
ontvangt door de
toepassing van artikel 97b;
b. de premies op grond
van artikel 97c;
c. de premies op grond
van artikel 97d, tweede lid;
d. de bedragen die het
Landelijk instituut sociale verzekeringen ontvangt door de
toepassing van de artikelen 27a en 36,
voor zover deze bedragen betrekking
hebben op uitkeringen die ten laste van dat fonds zijn gebracht;
e. de bedragen die het
Landelijk instituut sociale verzekeringen ontvangt door de
uitoefening van zijn bevoegdheid op grond van artikel 66 indien de in dat
artikel bedoelde werkgever een overheidswerkgever is;
f. de bedragen die het
Landelijk instituut sociale verzekeringen ontvangt door de toepassing van
artikel 45a van de Ziektewet,
voor zover deze bedragen betrekking
hebben op uitkeringen die ten laste van dat fonds zijn gebracht;
g. het door de
overheidswerkgever verschuldigde bedrag, bedoeld in artikel 52j en in
artikel
46 van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering;
h. de bedragen die het
Landelijk instituut sociale verzekeringen ontvangt door toepassing
van artikel 38, vierde lid, van de Ziektewet
en artikel 71a, tweede en
derde lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering indien de in die
artikelen bedoelde werkgever een overheidswerkgever is;
i. de bijdragen van de
overheidswerkgever of overheidswerknemer in de kosten van het
onderzoek, bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderdeel g, van de
Organisatiewet
sociale verzekeringen 1997;
j. de bedragen die het
Landelijk instituut sociale verzekeringen ontvangt door de toepassing van de
artikelen 6, derde lid, en 7
van de Wet financiering
loopbaanonderbreking, voor zover deze bedragen betrekking hebben op
tegemoetkomingen die ten laste van dat fonds zijn gebracht.
Art. 97f. [MvT]
Ten laste van het
Uitvoeringsfonds voor de overheid komen:
a. de op grond van deze
wet te betalen uitkeringen aan de personen, bedoeld in artikel 78a;
b. de op grond van
artikel 29, tweede lid, onderdeel a tot en met f, van de
Ziektewet
te betalen
uitkeringen aan de personen, bedoeld in artikel 78a;
c. de uitvoeringskosten, voor zover deze betrekking hebben op de in de onderdelen a en b
bedoelde uitkeringen;
d. de op grond van enige
wet over de uitkeringen, bedoeld in onderdeel a en b, door het
Landelijk instituut sociale verzekeringen
verschuldigde premies die niet op deze
uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht;
e. de kosten van het
onderzoek, bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderdeel g, van de
Organisatiewet sociale verzekeringen 1997, indien dat op verzoek van een
overheidswerkgever of overheidswerknemer is ingesteld;
f. de uitvoeringskosten, voor zover betrekking hebbend op de uitvoering van de artikelen
38,
vierde lid, en 39 van de Ziektewet
ten aanzien van overheidswerkgevers en overheidswerknemers die niet reeds op grond van onderdeel c ten laste
van dat fonds worden gebracht, voor zover deze betrekking hebben op de
uitvoering van artikel 629, derde lid, onderdeel c, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek;
g. de subsidies, bedoeld
in artikel 69, en de daaraan verbonden uitvoeringskosten;
h. het op grond van
artikel 42 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten aan het
Reïntegratiefonds af te dragen bedrag;
i. de financiële
tegemoetkomingen op grond van artikel 11, tweede lid, van de
Wet financiering
loopbaanonderbreking en de daaraan verbonden uitvoeringskosten;
j. de op diens aanvraag
aan de werkgever door het Landelijk instituut sociale verzekeringen te
verlenen vergoeding van de schade die de werkgever lijdt door
toepassing van artikel 22b, eerste lid, en de daaraan verbonden
uitvoeringskosten;
k. de uitvoeringskosten
verbonden aan werkzaamheden gericht op het ontvangen van bedragen,
premies en bijdragen als bedoeld in artikel 97e;
l. uitgaven die op grond
van artikel 74, vijfde lid, van de Organisatiewet sociale verzekeringen
1997 ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid worden gebracht;
m. de vergoedingen op
grond van artikel 38a, vierde lid, van de
Organisatiewet sociale
verzekeringen 1997 en de daaraan verbonden uitvoeringskosten.
Art. 97g.
[MvT]
-1. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen
stelt jaarlijks, ten laste van het Uitvoeringsfonds
voor de overheid, een budget vast voor vergoedingen aan de
gemeenten voor de voorzieningen op grond van de Wet inschakeling
werkzoekenden waarvoor die gemeenten personen als bedoeld in artikel 78a
woonachtig in die gemeenten die recht op uitkering hebben op grond
van hoofdstuk IIa of IIb
in aanmerking hebben laten komen.
-2. Het Landelijk
instituut sociale verzekeringen vermeldt in het plan van werkzaamheden, bedoeld in
artikel 38, vierde lid, van de Organisatiewet sociale verzekeringen
1997, de inhoud van de overeenkomsten die dit instituut en de
uitvoeringsinstellingen ter uitvoering van artikel
73, eerste lid, met gemeentebesturen
hebben gesloten over het aanbod van voorzieningen op grond
van de Wet inschakeling werkzoekenden.
Art. 97h. [MvT]
-1. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen
vergoedt, ten laste van het Uitvoeringsfonds voor
de overheid, aan het Rijk bijdragen die vanwege het Rijk worden
verleend aan uit het buitenland afkomstige werknemers die geen
Nederlander zijn en die terugkeren naar hun land van herkomst of emigreren
naar een ander land en tot het tijdstip van vertrek uitkering op
grond van deze wet ontvangen.
-2. De in het eerste lid
bedoelde vergoedingen zijn ten hoogste gelijk aan de bedragen die de
in het eerste lid bedoelde werknemers op grond van deze wet zouden
hebben kunnen ontvangen ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de
overheid indien zij werkloos waren gebleven en niet naar hun land van
herkomst of een ander land waren vertrokken.
-3. Onze Minister stelt
regels met betrekking tot de aan het Rijk te vergoeden bijdragen,
bedoeld in het eerste lid.
Art. 97i. [MvT]
Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met
Onze Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan een bedrag worden
vastgesteld dat, in
verband met de toepassing van de artikelen 85, derde en vijfde lid,
86, eerste
lid, en 97d, tweede lid, op uitkeringen op grond van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering volgens een bij die
regeling te bepalen
verdeling wordt afgedragen aan het Uitvoeringsfonds voor de overheid dan wel
de wachtgeldfondsen en het Algemeen Werkloosheidsfonds.
Art. 97j. [MvT]
Het Landelijk instituut sociale verzekeringen
kan regels stellen omtrent de verrekening tussen het
Uitvoeringsfonds voor de overheid enerzijds en de
uitvoeringsinstellingen anderzijds van ontvangen premies en overige ontvangsten enerzijds en
van verstrekte uitkeringen en gemaakte kosten anderzijds.
L. [MvT]
In artikel 102, eerste
lid, wordt na "Organisatiewet sociale verzekeringen 1997" ingevoegd: , met
uitzondering van de sectoren waartoe alleen overheidswerkgevers
behoren,.
M. [MvT]
Artikel 104 komt te
luiden:
Art. 104.
Het Landelijk instituut sociale verzekeringen
beheert en administreert afzonderlijk de in
artikel 97e bedoelde middelen tot dekking van de uitgaven en de uitgaven,
bedoeld in de artikelen 97f, 97g
en 97h, in de vorm van een
Uitvoeringsfonds voor de overheid dat deel uitmaakt van het Landelijk instituut
sociale verzekeringen.
N. [MvT]
In artikel 112 wordt "artikel
95, derde lid," vervangen door: artikel
95, derde lid, of artikel
97h, derde lid,.
O. [MvT]
Artikel 124 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de
aanduiding "-1." geplaatst.
2. Er wordt een lid
toegevoegd, luidende:
-2. Het door het Landelijk instituut sociale verzekeringen
vastgestelde besluit met betrekking
tot het premiepercentage, bedoeld in artikel 97c, derde lid, behoeft
goedkeuring van Onze Minister. Indien Onze Minister goedkeuring onthoudt aan
het door het Landelijk instituut sociale verzekeringen
vastgestelde percentage, stelt hij het percentage zelf vast.
P. [MvT]
Na artikel 129 worden
drie artikelen ingevoegd, luidende:
Art. 129a.
[MvT]
Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de
behandeling van bezwaarschriften tegen besluiten waaraan een medische of
arbeidskundige beoordeling ten grondslag ligt.
Art. 129b.
[MvT]
Het bezwaar of beroep van
een werkgever tegen het verhaal, bedoeld in artikel 97b, eerste lid,
kan niet zijn gegrond op de grief dat de uitkering ten onrechte of tot een te
hoog bedrag is vastgesteld.
Art. 129c.
[MvT]
Ten aanzien van besluiten
waaraan een medische beoordeling ten grondslag ligt, zijn de
artikelen 88 tot en met 88i van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
van overeenkomstige toepassing.
Q.
[MvT]
In artikel 130, tweede en
zevende lid, wordt na "het Algemeen Werkloosheidsfonds"
telkens ingevoegd: en het Uitvoeringsfonds voor de overheid.
R.
[MvT]
In artikel 130b, tweede
lid, wordt "93 en 129" vervangen door:
93, 97b, 97f,
97i en 129.
S.
[MvT]
In artikel 130c, tweede
lid, wordt na "de wachtgeldfondsen" ingevoegd: en het Uitvoeringsfonds
voor de overheid.
BB.
[MvT]
Artikel 56 komt te
luiden:
Art. 56.
Artikel 10 van de
Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid en de daarop berustende
bepalingen, zoals deze luiden op de dag vóór het tijdstip van aanvang van
fase 2 van deze wet, blijven tot het tijdstip van aanvang van fase 3 van
deze wet van toepassing op de overheidswerknemer, bedoeld in dat artikel,
wiens eerste dag van werkloosheid gelegen is vóór het
tijdstip van aanvang van fase 2 van deze wet.
CC.
[MvT]
Artikel 61 komt te
luiden:
Art. 61.
De Organisatiewet sociale
verzekeringen 1997 wordt met ingang van het tijdstip van aanvang van
fase 2 van deze wet als volgt gewijzigd:
A.
[MvT]
Aan artikel 1, onderdeel h, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van subonderdeel 13
door een puntkomma, een subonderdeel toegevoegd, luidende:
14º. het Uitvoeringsfonds
voor de overheid, genoemd in artikel 104 van de
Werkloosheidswet.
B. [MvT]
In artikel 38, eerste
lid, onderdeel c, wordt "subonderdeel 9 tot en met 13" vervangen door:
subonderdeel 9 tot en met 14.
C. [MvT]
In artikel 54, eerste
lid, wordt na "wachtgeldfonds" telkens ingevoegd: of het Uitvoeringsfonds
voor de overheid.
D. [MvT]
In artikel 58, eerste
lid, onderdeel b, wordt na "de wachtgeldfondsen" ingevoegd: en het
Uitvoeringsfonds voor de overheid.
E. [MvT]
In artikel 74, vijfde
lid, wordt na "een wachtgeldfonds" ingevoegd: of het Uitvoeringsfonds voor
de overheid.
F. [MvT]
In artikel 80, derde lid,
wordt na "het Toeslagenfonds" ingevoegd: , het Uitvoeringsfonds voor de
overheid.
G. [MvT]
Na artikel 38 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 38a.
-1. Voor de toepassing van
dit artikel wordt verstaan onder:
a. overheidswerknemer: de
persoon:
1º. die een uitkering op
grond van de Werkloosheidswet
ontvangt uit hoofde van een
dienstbetrekking als overheidswerknemer als bedoeld in artikel
1, onderdeel l,
van de Werkloosheidswet;
2º. voor wie geen
arbeidsmarktinstrumenten beschikbaar zijn gericht op directe bemiddeling of
terugkeer naar de arbeidsmarkt; en
3º. die niet een
arbeidsgehandicapte is als bedoeld in artikel 10 van de
Wet op de reïntegratie arbeidsgehandicapten;
b. overheidswerkgever:
het lichaam dan wel het orgaan van een lichaam dat:
1º. met betrekking tot
het jaar 2000 een overeenkomst heeft gesloten met een
reïntegratiebedrijf met het oog op de inschakeling in het arbeidsproces van gewezen
overheidswerknemers met recht op wachtgeld als bedoeld in
artikel 1, onderdeel r, van de Wet overheidspersoneel
onder de werknemersverzekeringen; en
2º. die overeenkomst
voortzet in het jaar 2001 ten aanzien van overheidswerknemers als
bedoeld in onderdeel a.
-2. De in artikel 38,
eerste lid, onderdeel b, bedoelde taak kan, met betrekking tot een
overheidswerknemer, met inachtneming van het derde tot en met vijfde lid
door het Landelijk instituut sociale verzekeringen
worden overgedragen aan
de overheidswerkgever wiens overeenkomst, bedoeld in het eerste
lid, onderdeel b, mede betrekking heeft op die overheidswerknemer. De
overheidswerkgever treedt dan voor de toepassing van de
artikelen 72, 73 en 130, eerste lid, van de
Werkloosheidswet
in de
plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen.
-3. De in het tweede lid
bedoelde taakoverdracht vindt plaats op verzoek van de
overheidswerkgever, bedoeld in dat lid. De overheidswerkgever legt daarbij een document
over waaruit blijkt dat dit verzoek wordt gedaan met instemming van de
vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties waarmee de overheidswerkgever overleg pleegt te voeren
over de
arbeidsvoorwaarden en de rechtspositie van zijn personeel.
-4. Het Landelijk
instituut sociale verzekeringen betaalt een door hem te bepalen vergoeding aan de
overheidswerkgever voor de door de overheidswerkgever op
grond van dit artikel gedane uitgaven in verband met de inschakeling in
het arbeidsproces van overheidswerknemers.
-5. Het Landelijk
instituut sociale verzekeringen kan regels stellen met betrekking tot:
a. de vorm waarin en de
termijn waarbinnen het in het derde lid bedoelde verzoek wordt
ingediend;
b. de vorm waarin en de
termijn waarbinnen een verzoek om een vergoeding als bedoeld in
het vierde lid wordt ingediend;
c. de door de
overheidswerkgever in verband met de uitvoering van dit artikel of de
Werkloosheidswet uit eigen beweging of desgevraagd te verstrekken gegevens.
DD. [MvT]
In de artikelen 64,
onderdeel D, en 65, onderdeel B, onder 2, wordt de zinsnede "op grond van
de Spoorwegpensioenwet of de Algemene burgerlijke pensioenwet"
vervangen door: op grond van de Spoorwegpensioenwet, de Algemene militaire
pensioenwet of de Algemene burgerlijke pensioenwet.
EE. [MvT]
Na artikel 67 worden twee
artikelen ingevoegd, luidende:
Art. 67a. [MvT]
Met ingang van het
tijdstip van aanvang van fase 2 van deze wet wordt in artikel
42, eerste
lid, onderdeel a, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten
"het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten en het
Algemeen Werkloosheidsfonds" vervangen door: het
Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten, het Algemeen Werkloosheidsfonds en het
Uitvoeringsfonds voor de overheid.
Art. 67b. [MvT]
Met ingang van het
tijdstip van aanvang van fase 2 van deze wet wordt de Wet financiering
loopbaanonderbreking als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 1 wordt,
onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel f door een
puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
g. Uitvoeringsfonds voor
de overheid: het fonds, bedoeld in artikel 104 van de
Werkloosheidswet.
B. [MvT]
Artikel 11 komt te
luiden:
Art. 11. Algemeen
Werkloosheidsfonds en Uitvoeringsfonds voor de overheid
-1. De financiële
tegemoetkoming komt ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds.
-2. In afwijking van het
eerste lid komt de financiële tegemoetkoming met betrekking tot een
verlofganger die wordt vervangen door een persoon met recht op een
uitkering op grond van de Werkloosheidswet
uit hoofde van een
dienstbetrekking als overheidswerknemer, ten laste van het Uitvoeringsfonds voor
de overheid.
FF. [MvT]
In de artikelen 79 en 84
wordt "Onze Minister van Binnenlandse Zaken" vervangen door
"Onze Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties" en wordt "statische"
vervangen door: statistische.
GG. [MvT]
Artikel 83 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de
aanduiding "-1." geplaatst.
2. Er worden vier leden
toegevoegd, luidende:
-2. Met ingang van het
tijdstip van aanvang van fase 3 van deze wet kan bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur, op voordracht van Onze Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid tezamen met Onze Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, worden bepaald dat tot een daarin te
bepalen tijdstip:
a. niet als
dienstbetrekking in de zin van de WW
of de ZW
wordt beschouwd
de arbeidsverhouding van de overheidswerknemer, bedoeld in artikel
1,
onderdeel l, van deze wet; of
b. artikel 8a van de ZW
niet van toepassing is op degene die uitsluitend uit hoofde
van één of meer arbeidsverhoudingen als overheidswerknemer, dan
wel uitsluitend uit hoofde van één of meer voormalige arbeidsverhoudingen als gewezen overheidswerknemer, een
uitkering ontvangt op
grond van de verplichte verzekering op grond van de WAO.
-3. Het in het tweede lid
bedoelde tijdstip kan voor groepen van overheidswerknemers als
bedoeld in onderdeel a van dat lid, alsmede voor groepen van
overheidswerknemers en gewezen overheidswerknemers met recht op een
uitkering op grond van de WAO als bedoeld in onderdeel b van dat lid, verschillend worden
vastgesteld.
-4. Bij of krachtens de
algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het derde lid, kunnen nadere
en, zo nodig, tijdelijk van de ZW of WW
afwijkende regels worden gesteld.
-5. Met ingang van het
tijdstip van aanvang van fase 3 van deze wet berust het
Faseringsbesluit overheidswerknemers onder de Ziektewet en de Werkloosheidswet op
het tweede tot en met vierde lid van dit artikel.
HH.¹ [MvT]
In artikel 85, eerste
lid, wordt "ZW" telkens vervangen door
"Ziektewet" en wordt
"WAO"
vervangen door: Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering.
II. [MvT]
Artikel 88 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid
wordt "Onze Minister van Binnenlandse Zaken" vervangen door: Onze Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
2. Het derde lid komt te
luiden:
-3. Indien door het Landelijk instituut sociale verzekeringen
de administratieovereenkomst
die het met betrekking tot de uitvoering van de WW
of de ZW
voor overheidswerknemers met USZO heeft gesloten,
wordt opgezegd in de periode vanaf het tijdstip van aanvang van fase 2 van
deze wet tot een bij ministeriële regeling van Onze Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid, vast te stellen datum, kunnen de uit die opzegging voortvloeiende kosten,
overeenkomstig de bij of
krachtens artikel 70 van de Invoeringswet Organisatiewet sociale
verzekeringen 1997 gestelde regels, als uitvoeringskosten ten
laste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid, genoemd in artikel 104
van de WW, worden gebracht.
JJ.
[MvT]
Artikel 90 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Het tweede lid,
onderdeel a, komt te luiden:
[MvT]
a. de teller wordt
gevormd door het totaal van de over een kalenderjaar ontvangen premies op
grond van de artikelen 85, derde lid, en 86 van de
WW
over het
totaal van de in het betreffende kalenderjaar uitbetaalde uitkeringen
op grond van de WAO van overheidswerknemers
als bedoeld in artikel 1, onderdeel l, en gewezen
overheidswerknemers, vermeerderd met de over dat bedrag ontvangen
rente en onder aftrek van:
1º. een bij regeling van Onze Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid, in overeenstemming met Onze Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
vastgesteld bedrag dat volgens een bij die ministeriële regeling te
bepalen verdeling wordt afgedragen aan de wachtgeldfondsen, bedoeld
in artikel 102 van de WW, of het Algemeen
werkloosheidsfonds, bedoeld in artikel 103 van de
WW; en
2º. de door het Landelijk instituut sociale verzekeringen
vastgestelde uitvoeringskosten van de
toepassing van artikel 89 en het eerste lid; en.
2. In het derde en vierde
lid wordt "artikel 44, zesde lid" telkens vervangen door:
artikel 44, negende lid.
[MvT]
3. In het zevende lid
wordt "De in het derde lid bedoelde vermindering" vervangen door: De in
het eerste en derde lid bedoelde vermindering. [MvT]
KK. [MvT]
In de artikelen 14,
vierde lid, 24, vijfde lid, 29, tweede lid,
39, 42, vijfde lid,
46, 91, derde lid,
en 92, eerste lid, wordt "Onze Minister van Binnenlandse Zaken" vervangen door:
Onze Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
LL.
Na artikel 90 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 90a.
Betalingen die na het
tijdstip van aanvang van fase 2, bedoeld in artikel
53, worden gedaan als
uitgave in verband met het onder de werkingssfeer van de WW
en de ZW
brengen van het overheidspersoneel, komen ten laste van het
Uitvoeringsfonds voor de overheid, bedoeld in artikel 104
van de WW.
1. Volgens de redactie
dient onderdeel HH, gelet op het bepaalde in artikel
1, onderdeel s en x, van de OOW,
te
vervallen.
Art. II.
Wijziging Werkloosheidswet [MvT]
In artikel 102, derde
lid, van de Werkloosheidswet vervalt "per betrokken
sector" en
wordt "het wachtgeldfonds van de betrokken sector" vervangen door: het
Uitvoeringsfonds voor de overheid.
Art. III.
Wijziging Algemene militaire pensioenwet [MvT]
De Algemene militaire pensioenwet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel A 6, onderdeel c, wordt de zinsnede "bedoeld in de artikelen
E 8 en E 9;" vervangen
door: bedoeld in de artikelen E 8, E 9 en E 9a;.
B. [MvT]
Aan artikel K 3 wordt een
lid toegevoegd, luidende:
-7. Indien de
gepensioneerde militair, bedoeld in het eerste lid, in het genot was van een
arbeidsongeschiktheidsuitkering als bedoeld in artikel E 2a, derde lid, wordt de
overlijdensuitkering waarop op grond van artikel 53 van de
Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering aanspraak bestaat, aangevuld tot
het niveau, genoemd in het eerste lid. Voor de vaststelling van de
hoogte van het in het eerste lid genoemde pensioen wordt de
arbeidsongeschiktheidsuitkering geacht deel uit te maken van dat pensioen.
C. [MvT]
Aan het derde lid van
artikel F 7 worden twee zinnen toegevoegd, luidende: Indien de
beroepsmilitair, ondanks ongeschiktheid uit hoofde van ziekten of gebreken als
bedoeld in artikel E 11, als zodanig in militaire dienst is gehandhaafd,
wordt onder berekeningsgrondslag verstaan het bedrag van de
pensioengrondslag dat voor hem zou hebben gegolden indien hij met ingang van
de eerste dag van het kalenderjaar volgende op die waarin vorenbedoelde
feiten of omstandigheden zich hebben voorgedaan, zou zijn
ontslagen. Indien de beroepsmilitair, bedoeld in de vorige zin, binnen
één
jaar na zijn handhaving, in verband met invaliditeit met dienstverband als
bedoeld in artikel E 11 uit dezelfde oorzaak, niet langer in militaire
dienst kan worden gehandhaafd en deswege wordt ontslagen, blijft die zin
buiten toepassing.
D. [MvT]
Artikel X 5 komt te
luiden:
Art. X 5.
-1. In aanvulling op de
bij of krachtens de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten, de
Wet voorzieningen gehandicapten en de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten gestelde regels kan Onze Minister ten behoeve van de
beroepsmilitair, de dienstplichtige, de reservist en de gepensioneerde
militair
die lijdt aan een ziekte of gebrek waarvoor verband is aangenomen met
de uitoefening van de militaire dienst in de zin van artikel E 11,
nadere en zo nodig afwijkende regels stellen op grond waarvan genoemde militairen dan wel gewezen militairen in aanmerking
kunnen worden gebracht
voor, naar het oordeel van Onze Minister, noodzakelijke
voorzieningen tot behoud of herstel van de arbeidsgeschiktheid of die de
arbeidsgeschiktheid bevorderen, voorzieningen ter verbetering van de
levensomstandigheden en geneeskundige verstrekkingen. De door Onze Minister op
grond van dit lid gestelde regels mogen niet afwijken ten nadele
van belanghebbenden.
-2. De in het vorige lid
genoemde voorzieningen en verstrekkingen zijn niet vatbaar voor beslag.
E. [MvT]
Artikel X 6 vervalt.
Art.
IIIa. Wijziging Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Aan artikel 75 van de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt een lid toegevoegd,
luidende:
-8. Aan een gemeente kan
toestemming worden verleend om het risico van betaling van de arbeidsongeschiktheidsuitkering zelf te dragen met
uitzondering van dat
risico ten aanzien van zijn werknemers die werkzaam zijn bij:
a. een door één of meer
gemeenten, al dan niet tezamen met één of meer privaatrechtelijke
rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid, in stand gehouden school;
b. een door een openbare
rechtspersoon als bedoeld in artikel 47 van de Wet
op het primair onderwijs in stand gehouden school;
c. een door een stichting
als bedoeld in artikel 17 of artikel 48 van de Wet
op het primair onderwijs in stand gehouden school;
d. een door het bevoegd
gezag van een openbare school, al dan niet met één of meer andere
bevoegde gezagsorganen als bedoeld in de Wet
op het primair onderwijs,
de Wet op de
expertisecentra of de Wet
op het voortgezet onderwijs, in
stand gehouden centrale dienst zoals die beschreven wordt in
artikel 68 van de Wet
op het primair onderwijs, voor zover de kosten voor
de betrokken werknemers door het Rijk worden bekostigd; of
e. openbare scholen als
bedoeld in artikel 1, onderdeel a tot en met c, en artikel 124,
onderdeel a tot en met c, van de Wet
op het voortgezet onderwijs.
Art. IV.
Intrekking van het Besluit van 7 september 1998 (Stb. 1998, 558)
[MvT]
Het Besluit van 7
september 1998, houdende het buiten toepassing laten van artikel
40,
tweede lid, van de Wet overheidspersoneel
onder de werknemersverzekeringen voor werkgeversbetalingen in de sector Onderwijs en
Wetenschappen, wordt ingetrokken.
Art. V.
Citeertitel [MvT]
Deze wet wordt aangehaald
als: Aanpassingswet OOW.
Art. VI.
Inwerkingtreding
-1. Deze wet treedt in
werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het
Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
-2. Deze wet werkt wat
artikel III, onderdeel B en C, betreft terug tot en met 1 januari 1998.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
13 december 2000
BEATRIX
De Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
K.G. de Vries
De Staatssecretaris
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst
De Staatssecretaris
van Defensie,
H.A.L. van Hoof
Uitgegeven de eenentwintigste
december 2000
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|
|