St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

  
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

BELASTINGPLAN  2001

Versie 14 december 2000

 

 

 

 
Parlementaire behandeling:

Kamerstukken II 2000-2001, 27 431.
Handelingen II 2000-2001, blz. 2189, 2227-2229, 2231-2232.
Kamerstukken I 2000-2001, 27 431 (131, 131a).
Handelingen I 2000-2001, zie vergadering d.d. 12 december 2000.

 

 

WET van 14 december 2000, Stb. 2000, 569, tot wijziging van belastingwetten c.a. (Belastingplan 2001). Inwerkingtreding: 1 januari 2001.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in het kader van het fiscale beleid voor het jaar 2001 wenselijk is maatregelen te treffen op het gebied van arbeidsmarktbeleid, zorg, onderwijs en kennisbevordering, natuur en milieu, stimulering van ondernemerschap alsmede enkele overige onderwerpen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

[Voor de socialezekerheidswetgeving relevante artikelen, red.]

 

 

Art. XIV.
Artikel 3 van de Wet inschakeling werkzoekenden wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
-1. De gemeente kan ter uitvoering van artikel 2 aan of ten behoeve van een persoon als bedoeld in dat artikel een subsidie verstrekken dan wel dienstverlening inkopen, waardoor deze persoon in staat wordt gesteld of gestimuleerd wordt:
a. deel te nemen aan activiteiten die bijdragen tot sociale activering, inschakeling in de arbeid en scholing; of
b. in aansluiting op een dienstbetrekking of in plaats van een recht op uitkering een overeenkomst tot het verrichten van arbeid te sluiten of werkzaamheden als zelfstandige te gaan verrichten.
2. Onder vernummering van het tweede tot en met zesde lid tot vierde tot en met achtste lid wordt na het eerste lid ingevoegd:
-2. Ter uitvoering van het eerste lid, onderdeel b, kan de gemeente een eenmalige subsidie verstrekken aan een persoon die in aansluiting op een dienstbetrekking of een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 5, waarvan de duur tezamen met de duur van de direct daaraan voorafgaand ontvangen algemenebijstandsuitkering op grond van de Algemene bijstandswet of een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers dan wel de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen ten minste één jaar bedraagt, of in plaats van een algemenebijstandsuitkering op grond van de Algemene bijstandswet of een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers dan wel de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, waarvan de duur ten minste één jaar bedraagt:
1º. een overeenkomst tot het verrichten van arbeid heeft gesloten, met inbegrip van een overeenkomst waarvoor de werkgever krachtens artikel 3, eerste lid, van de Kaderwet SZW-subsidies een subsidie ontvangt als bedoeld in artikel 2 van de Regeling schoonmaakdiensten particulieren, niet zijnde een overeenkomst als bedoeld in artikel 5 of de hoofdstukken 2 en 3 van de Wet sociale werkvoorziening, dan wel een overeenkomst waarvoor de werkgever krachtens artikel 3, eerste lid, van de Kaderwet SZW-subsidies een vergoeding ontvangt als bedoeld in artikel 6 van het Besluit in- en doorstroombanen; of
2º. werkzaamheden als zelfstandige verricht.
-3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot het bedrag van de subsidie, bedoeld in het tweede lid, de tijdstippen van en de voorwaarden voor betaling en de gegevens die bij de aanvraag van de subsidie door de persoon, bedoeld in het tweede lid, aan de gemeente worden verstrekt.
3. Het tot vierde vernummerde lid wordt vervangen door:
-4. Onverminderd het tweede en derde lid stelt het gemeentebestuur voor het verstrekken van subsidie aan de persoon, bedoeld in het eerste en tweede lid, bij verordening regels vast.
4. In het tot achtste vernummerde lid, eerste volzin, wordt "vijfde lid" vervangen door: zevende lid.

 

Art. XV.
Artikel 10, onderdeel a, van de Wet sociale werkvoorziening wordt vervangen door:
a. subsidieverstrekking door de gemeente aan personen die in aansluiting op een dienstbetrekking als bedoeld in hoofdstuk 2 een overeenkomst tot het verrichten van arbeid onder normale omstandigheden sluiten;.

 

Art. XIX.
-1. Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.
-2. In afwijking van het eerste lid treden artikel I, onderdeel E, I, R, S, T, Y, X en Z, en artikel XVIc in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
-3. Artikel 5.12 van de Wet inkomstenbelasting 2001 vervalt op 1 januari 2006. Met betrekking tot overeenkomsten waarvan de rechten op 31 december 2005 ingevolge artikel 5.12 van de Wet inkomstenbelasting 2001 niet als bezitting als bedoeld in artikel 5.3, tweede lid, van die wet worden aangemerkt, blijft voor de kalenderjaren 2006 tot en met 2020 artikel 5.12, zoals dat luidt op 31 december 2005, van toepassing, mits na die datum het verzekerde kapitaal niet is verhoogd.
-4. In afwijking van het eerste lid treedt artikel XI, onderdeel C en F, onder 3, en de in onderdeel O opgenomen afdeling 12 van hoofdstuk Va van de Wet belastingen op milieugrondslag, in werking op een bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip en werkt terug tot en met 1 januari 2000.
-5. In afwijking van het eerste lid treedt artikel XI, onderdeel F, onder 1, I, K, onder 2, N, de in onderdeel O opgenomen afdeling 13 van hoofdstuk Va van de Wet belastingen op milieugrondslag, en onderdeel P, in werking op een bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip en werkt terug tot en met 1 januari 2001.
-6. Artikel XI, onderdeel B, onder 1, K en N, onder 1, vinden toepassing nadat artikel 37a van de Wet belastingen op milieugrondslag bij het begin van het kalenderjaar 2001 is toegepast, met dien verstande dat per 1 januari 2001 de aanpassing op grond van artikel 37a van de Wet belastingen op milieugrondslag van de in de artikelen 18, tweede lid, 36o, tweede en vierde lid, en 36r, tweede lid, van die wet vermelde bedragen geen toepassing vindt.
-7. Bij het begin van het kalenderjaar 2001 vinden de artikelen 10.3 en 10.4 van de Wet inkomstenbelasting 2001 geen toepassing.
-8. In afwijking van het eerste lid treden de artikelen XVId, onderdeel A en B, en XVIf in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
-9. In afwijking van het eerste lid treden de artikelen XVIh, onderdeel B en C, en XVII in werking met ingang van 1 augustus 2001.

 

 

     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven te ’s-Gravenhage, 14 december 2000

 

BEATRIX

 

De Staatssecretaris van Financiën,
W.J. Bos

De Minister van Financiën,
G. Zalm

 

Uitgegeven de zevenentwintigste december 2000
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x