|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1999-2000, 26 943.
Handelingen II 2000-2001, blz. 1871-1872.
Kamerstukken I 2000-2001, 26 943 (96, 96a).
Handelingen I 2000-2001, blz. 403-404.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 13 december 2000, Stb.
2001, 67, houdende wijziging van enige wetten teneinde de aanspraak
jegens bestuursorganen op verstrekkingen, voorzieningen en uitkeringen
afhankelijk te maken van het in de gemeentelijke basisadministratie
persoonsgegevens opgenomen gegeven omtrent het adres van een ingezetene.
Inwerkingtreding: artikelen IX en X 1 april 2001 (Stb. 2001,
130); artikel XIV 1 mei 2001 (Stb. 2001,
204); hoofdstuk 1 1 juli
2001 (Stb. 2001, 317); artikel XI 13 juli 2001
(Stb. 2001, 330); artikelen XII en
XIII 1 januari 2002
(Stb. 2001, 230); artikel VIII 1
januari 2002 (Stb. 2001, 609); artikel XV is vervallen
(Stb.
2001, 225).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is te voorzien in een wettelijke regeling teneinde de
aanspraak van ingezetenen jegens bestuursorganen op verstrekkingen,
voorzieningen en uitkeringen afhankelijk te maken van het in de
gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens opgenomen gegeven
omtrent het adres van een ingezetene;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
HOOFDSTUK
1
Ministerie
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Art. I.
[MvT]
In de Algemene bijstandswet
wordt een nieuw artikel 69a ingevoegd, luidende:
Art. 69a.
-1. Indien bij de beoordeling
van het recht op bijstand blijkt dat het door een belanghebbende verstrekte adres van hemzelf, van zijn echtgenoot of
van een kind afwijkt van het
adres waaronder de betrokkene in de gemeentelijke
basisadministratie persoonsgegevens staat ingeschreven, schorten burgemeester en
wethouders het recht op bijstand op.
-2. Geen opschorting vindt
plaats:
a. indien de afwijking
redelijkerwijs geen gevolgen kan hebben voor het recht op of de hoogte van
de
bijstand;
b. indien de belanghebbende
van de afwijking redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt;
c. indien daarvoor naar het
oordeel van burgemeester en wethouders dringende redenen aanwezig
zijn.
-3. Burgemeester en
wethouders doen schriftelijk mededeling van de opschorting aan de
belanghebbende en stellen hem daarbij in de
gelegenheid de in de
gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens opgenomen adresgegevens te
doen aanpassen binnen een door burgemeester en wethouders
te stellen termijn.
-4. De opschorting wordt
beëindigd zodra het aan burgemeester en wethouders gebleken is dat
de afwijking niet meer bestaat. Indien de afwijking ook na de
krachtens het derde lid gestelde termijn nog bestaat, herzien burgemeester en
wethouders het besluit tot toekenning van de bijstand, of trekken zij dit
in, met ingang van de eerste dag waarover het recht op bijstand is
opgeschort.
Art.
II. [MvT]
In de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
werknemers
wordt
een nieuw artikel 17a ingevoegd, luidende:
Art. 17a.
-1. Indien bij de beoordeling
van het recht op uitkering blijkt dat het door een belanghebbende verstrekte adres van hemzelf, van zijn
echtgenoot of van een kind
afwijkt van het adres waaronder de betrokkene in de
gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens staat ingeschreven, schorten
burgemeester en wethouders het recht op uitkering op.
-2. Geen opschorting vindt
plaats:
a. indien de afwijking
redelijkerwijs geen gevolgen kan hebben voor het recht op of de hoogte van
de
uitkering;
b. indien de belanghebbende
van de afwijking redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.
-3. Burgemeester en
wethouders doen schriftelijk mededeling van de opschorting aan de
belanghebbende en stellen hem daarbij in de
gelegenheid de in de
gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens opgenomen adresgegevens te
doen aanpassen binnen een door burgemeester en wethouders
te stellen termijn.
-4. De opschorting wordt
beëindigd zodra het aan burgemeester en wethouders gebleken is dat
de afwijking niet meer bestaat. Indien de afwijking ook na de
krachtens het derde lid gestelde termijn nog bestaat, herzien burgemeester en
wethouders het besluit tot toekenning van de uitkering, of trekken zij
dit in, met ingang van de eerste dag waarover het recht op uitkering is
opgeschort.
Art.
III. [MvT]
In de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
zelfstandigen wordt
een nieuw artikel 17a ingevoegd, luidende:
Art. 17a.
-1. Indien bij de beoordeling
van het recht op uitkering blijkt dat het door een belanghebbende verstrekte adres van hemzelf, van zijn
echtgenoot of van een kind
afwijkt van het adres waaronder de betrokkene in de
gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens staat ingeschreven, schorten
burgemeester en wethouders het recht op uitkering op.
-2. Geen opschorting vindt
plaats:
a. indien de afwijking
redelijkerwijs geen gevolgen kan hebben voor het recht op of de hoogte van
de
uitkering;
b. indien de belanghebbende
van de afwijking redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.
-3. Burgemeester en
wethouders doen schriftelijk mededeling van de opschorting aan de
belanghebbende en stellen hem daarbij in de
gelegenheid de in de
gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens opgenomen adresgegevens te
doen aanpassen binnen een door burgemeester en wethouders
te stellen termijn.
-4. De opschorting wordt
beëindigd zodra het aan burgemeester en wethouders gebleken is dat
de afwijking niet meer bestaat. Indien de afwijking ook na de
krachtens het derde lid gestelde termijn nog bestaat, herzien burgemeester en
wethouders het besluit tot toekenning van de uitkering, of trekken zij
dit in, met ingang van de eerste dag waarover het recht op uitkering is
opgeschort.
Art.
IV. [MvT]
In de Toeslagenwet wordt
een nieuw artikel 15b ingevoegd, luidende:
Art. 15b.
-1. Het Landelijk instituut
sociale verzekeringen schort de betaling van de toeslag op indien blijkt
dat het door de toeslaggerechtigde verstrekte adres van hemzelf, van zijn
echtgenoot of van een kind afwijkt van het adres waaronder de
betrokkene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens staat
ingeschreven.
-2. Geen opschorting vindt
plaats:
a. indien de afwijking
redelijkerwijs geen gevolgen kan hebben voor het recht op of de hoogte van
de
uitkering;
b. indien de
toeslaggerechtigde van de afwijking redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.
-3. Het Landelijk instituut
sociale verzekeringen doet schriftelijk mededeling van de
opschorting aan de toeslaggerechtigde.
-4. De opschorting wordt
beëindigd zodra het aan het Landelijk instituut sociale verzekeringen gebleken is dat de afwijking niet meer bestaat.
Art. V.
[MvT]
In de Algemene nabestaandenwet wordt een nieuw
artikel 46a ingevoegd, luidende:
Art. 46a.
-1. De Bank schort de
betaling van de uitkering op indien blijkt dat het door de nabestaande verstrekte adres van hemzelf of van een kind afwijkt
van het adres waaronder de
betrokkene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens staat
ingeschreven.
-2. Geen opschorting vindt
plaats:
a. indien de afwijking
redelijkerwijs geen gevolgen kan hebben voor het recht op of de hoogte van
de
uitkering;
b. indien de nabestaande van
de afwijking redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.
-3. De Bank doet schriftelijk
mededeling van de opschorting aan de nabestaande.
-4. De opschorting wordt
beëindigd zodra het aan de Bank gebleken is dat de afwijking niet meer bestaat.
Art.
VI. [MvT]
In de Algemene Kinderbijslagwet wordt een nieuw
artikel 19a ingevoegd, luidende:
Art. 19a.
-1. De Sociale
Verzekeringsbank schort de betaling van de kinderbijslag
op indien blijkt dat het
door de verzekerde verstrekte adres van hemzelf of van zijn kind afwijkt van
het adres waaronder de verzekerde of het kind in de gemeentelijke
basisadministratie persoonsgegevens staat ingeschreven.
-2. Geen opschorting vindt
plaats:
a. indien de afwijking
redelijkerwijs geen gevolgen kan hebben voor het recht op of de hoogte van
de
kinderbijslag;
b. indien de belanghebbende
van de afwijking redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.
-3. De Sociale
Verzekeringsbank doet schriftelijk mededeling van de opschorting aan de verzekerde.
-4. De opschorting wordt
beëindigd zodra het aan de Sociale Verzekeringsbank gebleken is dat de afwijking
niet meer bestaat.
Art.
VII. [MvT]
In de Algemene Ouderdomswet
wordt een nieuw artikel 19b ingevoegd, luidende:
Art. 19b.
-1. De Sociale
Verzekeringsbank schort de betaling van de uitkering op indien blijkt dat het door
de pensioengerechtigde verstrekte adres van hemzelf of van zijn
echtgenoot afwijkt van het adres waaronder de pensioengerechtigde of zijn
echtgenoot in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens staat
ingeschreven.
-2. Geen opschorting vindt
plaats:
a. indien de afwijking
redelijkerwijs geen gevolgen kan hebben voor het recht op of de hoogte van
de
uitkering;
b. indien de
pensioengerechtigde van de afwijking redelijkerwijs geen verwijt kan worden
gemaakt.
-3. De Sociale
Verzekeringsbank doet schriftelijk mededeling van de opschorting aan de belanghebbende.
-4. De opschorting wordt
beëindigd zodra het aan de Sociale Verzekeringsbank gebleken is dat de afwijking
niet meer bestaat.
HOOFDSTUK
2
Ministerie
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Art.
VIII. [MvT]
De Ziekenfondswet wordt als
volgt gewijzigd:
Aan artikel 5 wordt een
nieuw zesde lid toegevoegd, luidende:
-6. Tot inschrijving van een persoon als bedoeld in artikel
4, eerste lid, wordt door het ziekenfonds
slechts overgegaan indien deze persoon op hetzelfde woonadres als de
verzekerde aan wiens verzekering de medeverzekering wordt
ontleend, is ingeschreven in een gemeentelijke basisadministratie, met
uitzondering van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen.
Art.
IX. [MvT]
De Wet
uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 30 wordt als volgt
gewijzigd:
Onder vernummering van het
tweede tot en met vijfde lid tot het vijfde tot en met achtste lid worden een nieuw tweede, derde en vierde lid
ingevoegd, luidende:
-2. De Raad kent geen
uitkering, vergoeding of tegemoetkoming toe dan nadat is vastgesteld dat het
door de aanvrager opgegeven adres overeenstemt met het hem
betreffende adresgegeven in de gemeentelijke basisadministratie.
-3. Het bepaalde in het
tweede lid is niet van toepassing indien de aanvrager in het buitenland gevestigd is.
-4. De Raad kan het tweede
lid buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover
toepassing gelet op het belang dat deze wet beoogt te beschermen, zal leiden tot
een onbillijkheid van overwegende aard.
B. [MvT]
In artikel 31, vijfde lid,
wordt "artikel 30, vierde lid" vervangen door: artikel 30, zevende lid.
Art.
X. [MvT]
De Wet
uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 35 wordt als volgt
gewijzigd:
Onder vernummering van het
tweede tot en met vierde lid tot het vierde tot en met zesde lid worden
een nieuw tweede en derde lid ingevoegd, luidende:
-2. De Raad kent geen
uitkering, toeslag, vergoeding of tegemoetkoming toe dan nadat is vastgesteld
dat het door de aanvrager opgegeven adres overeenstemt met het hem
betreffende adresgegeven in de gemeentelijke basisadministratie.
-3. De Raad kan het tweede
lid buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover
toepassing gelet op het belang dat deze wet beoogt te beschermen, zal leiden tot
een onbillijkheid van overwegende aard.
HOOFDSTUK
3
Ministerie
van Justitie
Art.
XI. [MvT]
De Wet op de
rechtsbijstand wordt als volgt gewijzigd:
In artikel 25, eerste lid,
wordt "geen woonplaats in Nederland heeft" vervangen door: overeenkomstig de bepalingen van de
Wet
gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens niet als ingezetene in de basisadministratie is ingeschreven.
HOOFDSTUK
4
Ministerie
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
Art.
XII. [MvT
+ bis]
De Wet
studiefinanciering 2000 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 1.5 wordt vervangen
door:
Art. 1.5. Woonplaats
-1. Indien bij controle door
de IB-Groep blijkt dat het door de studerende verstrekte adres afwijkt van
het adres waarop de studerende in de gemeentelijke
basisadministratie persoonsgegevens staat ingeschreven, maakt de IB-Groep dit aan
hem bekend en stelt hem in de gelegenheid de afwijking te herstellen.
-2. Indien een uitwonende
studerende de afwijking niet binnen vier weken na de bekendmaking herstelt,
wordt met ingang van de maand waarin de afwijking is ontstaan de
aan hem toegekende beurs omgezet in een beurs voor een thuiswonende
studerende, tenzij hem van de afwijking redelijkerwijs geen verwijt kan worden
gemaakt.
-3. Indien een uitwonende
studerende de afwijking na de termijn van vier weken alsnog herstelt,
wordt met ingang van de maand daaropvolgend de beurs voor een
thuiswonende studerende omgezet in een beurs voor een uitwonende studerende.
Art.
XIII. [MvT
+ bis]
In de Wet tegemoetkoming studiekosten wordt een nieuw artikel 20a ingevoegd, luidende:
Art. 20a. Woonplaats
-1. Indien bij controle door
de Informatie Beheer Groep blijkt dat het door de studerende
verstrekte adres afwijkt van het adres waarop de studerende in de
gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens staat ingeschreven, maakt de
Informatie Beheer Groep dit aan hem bekend en stelt hem in de
gelegenheid de afwijking te herstellen.
-2. Indien een uitwonende
studerende de afwijking niet binnen vier weken na de bekendmaking herstelt,
wordt met ingang van de maand waarin de afwijking is ontstaan de
aan hem toegekende basistoelage omgezet in een basistoelage voor een
thuiswonende studerende, tenzij hem van de afwijking redelijkerwijs
geen verwijt kan worden gemaakt.
-3. Indien een uitwonende
studerende de afwijking na de termijn van vier weken alsnog herstelt,
wordt met ingang van de maand daaropvolgend de basistoelage voor een
thuiswonende studerende omgezet in een basistoelage voor een
uitwonende studerende.
HOOFDSTUK
5
Ministerie
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties
Art.
XIV. [MvT]
De Wet
gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens wordt als volgt gewijzigd:
In artikel 94 vervallen het
tweede lid alsmede de aanduiding "-1." voor het eerste lid.
HOOFDSTUK
6
Overgangs-
en slotbepalingen
Art.
XV. [MvT]
Artikel 1.5 van de Wet
studiefinanciering 2000, zoals dat luidde vóór de inwerkingtreding van
artikel
XII, blijft van toepassing op studerenden die vóór 1 september volgend op
het tijdstip van inwerkingtreding van artikel XII studiefinanciering op
grond van die
wet ontvangen.
Art.
XVI. [MvT]
Binnen drie jaar na de
inwerkingtreding van het laatste onderdeel van deze wet wordt aan de Staten-Generaal een verslag gezonden over de
doeltreffendheid en de
effecten van deze wet in de praktijk.
Art.
XVII. [MvT]
De artikelen van deze wet
treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat
voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan
worden vastgesteld.¹
1. Bij Besluit
van 6 maart 2001, Stb. 2001, 130, is het tijdstip van
inwerkingtreding van de artikelen IX en X bepaald op 1 april 2001; bij
Besluit
van 25 april 2001, Stb. 2001, 204, is het tijdstip van
inwerkingtreding van artikel XIV bepaald op 1 mei 2001; bij
Besluit
van 26 juni 2001, Stb. 2001, 317, is het tijdstip van
inwerkingtreding van hoofdstuk 1 bepaald op 1 juli 2001; bij
Besluit
van 4 april 2001, Stb. 2001, 330, is het tijdstip van
inwerkingtreding van artikel XI bepaald op 13 juli 2001 2001; bij
Besluit
van 8 mei 2001, Stb. 2001, 230, is het tijdstip van
inwerkingtreding van de artikelen XII en XIII bepaald op 1 januari 2002;
bij Besluit
van 27 november 2001, Stb. 2001, 609, is het tijdstip van
inwerkingtreding van artikel VIII bepaald op 1 januari 2002;
artikel XV
is ingevolge artikel 13.15 van de Wet
tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten komen te vervallen, red.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
13 december 2000
BEATRIX
De Minister voor Grotesteden- en Integratiebeleid,
R.H.L.M. van Boxtel
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
W.A.F.G. Vermeend
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst
De Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
De Minister van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,
L.M.L.H.A. Hermans
Uitgegeven de dertiende
februari 2001
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|