|
BESLUIT van 20 maart 2001, Stb.
2001, 144, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding
van de Wet van 23 november 2000 tot algehele herziening van de
Vreemdelingenwet (Vreemdelingenwet
2000) (Stb. 2000, 495)
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op
de voordracht van de Staatssecretaris van Justitie,
mede namens Onze Minister van Justitie, van 12
maart 2001, nr. 5086373/01/6;
Gelet op artikel 123 van de Wet van 23 november
2000 tot algehele herziening van de Vreemdelingenwet (Vreemdelingenwet
2000) (Stb. 2000, 495);
Hebben goedgevonden en verstaan:
Enig
artikel.
De Wet van 23 november 2000 tot
algehele herziening van de Vreemdelingenwet (Vreemdelingenwet
2000) (Stb.
2000, 495) treedt in werking met ingang van 1 april 2001.¹
1. Ingevolge artikel 7 van
hoofdstuk 11 van de Invoeringswet
Vreemdelingenwet 2000 treedt die
wet in werking op hetzelfde tijdstip als waarop de Vreemdelingenwet
2000 in
werking treedt, red.
Onze
Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit,
dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 20 maart
2001
BEATRIX
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
De Staatssecretaris van
Justitie,
N.A. Kalsbeek
Uitgegeven de negenentwintigste
maart 2001
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|