|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1999-2000, 2000-2001, 2001-2002, 27 024.
Handelingen II 2000-2001, blz. 4280-4281.
Kamerstukken I 2000-2001, 27 024 (248, 248a, 248b); 2001-2002, 27 024
(17, 17a).
Handelingen I 2001-2002, zie vergadering d.d. 22 januari 2002.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET
van 24 januari 2002, Stb. 2002, 55, tot wijziging van de Algemene wet
bestuursrecht met betrekking tot
de kosten van bezwaar en administratief beroep (kosten bestuurlijke
voorprocedures). Inwerkingtreding: 12 maart 2002.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is een regeling te treffen inzake de vergoeding van de kosten
van de bezwaarschriftprocedure en het administratief beroep;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
[MvT]
De Algemene wet bestuursrecht wordt gewijzigd als volgt:
A. [MvT]
In artikel 7:8 vervalt het
tweede lid, alsmede de aanduiding "-1." voor het eerste lid.
B.
[MvT]
Artikel 7:15 wordt gewijzigd
als volgt:
1. Voor de tekst wordt de
aanduiding "-1." geplaatst.
2. Toegevoegd worden drie
leden, luidende:
-2. De kosten die de
belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar
redelijkerwijs heeft moeten maken, worden door het bestuursorgaan uitsluitend
vergoed op verzoek van de belanghebbende voor zover het bestreden
besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten
onrechtmatigheid. Artikel 57b, tweede lid, van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering is van overeenkomstige toepassing.
-3. Het verzoek wordt gedaan
voordat het bestuursorgaan op het bezwaar heeft beslist. Het
bestuursorgaan beslist op het verzoek bij de beslissing op het bezwaar.
-4. Bij algemene maatregel
van bestuur worden nadere regels gesteld over de kosten waarop de
vergoeding uitsluitend betrekking kan hebben en over de wijze waarop het
bedrag van de kosten wordt vastgesteld.
C.
[MvT]
In artikel 7:22 vervalt het
tweede lid, alsmede de aanduiding "-1." voor het eerste lid.
D.
[MvT]
Artikel 7:28 wordt gewijzigd
als volgt:
1. Voor de tekst wordt de
aanduiding "-1." geplaatst.
2. Toegevoegd worden drie
leden, luidende:
-2. De kosten die de
belanghebbende in verband met de behandeling van het beroep
redelijkerwijs heeft moeten maken, worden door het bestuursorgaan uitsluitend
vergoed op verzoek van de belanghebbende voor zover het bestreden
besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. In dat geval stelt het
beroepsorgaan de vergoeding
vast die het bestuursorgaan verschuldigd is. Artikel 57b,
tweede lid,
van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering is van overeenkomstige
toepassing.
-3. Het verzoek wordt gedaan
voordat het beroepsorgaan op het beroep heeft beslist. Het
beroepsorgaan beslist op het verzoek bij de beslissing op het beroep.
-4. Bij algemene maatregel
van bestuur worden nadere regels gesteld over de kosten waarop de
vergoeding uitsluitend betrekking kan hebben en over de wijze waarop het
bedrag van de kosten wordt vastgesteld.
E.
[MvT]
Artikel 8:75 wordt gewijzigd
als volgt:
1. In het eerste lid wordt
de eerste volzin vervangen door: De rechtbank is bij uitsluiting bevoegd
een partij te veroordelen in de kosten die een andere partij in verband met
de behandeling van het beroep bij de rechtbank en van het
bezwaar of van het administratief beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De
artikelen 7:15, tweede tot en met vierde lid, en
7:28, tweede lid,
eerste volzin, derde en vierde lid, zijn van toepassing.
2. In het tweede lid wordt
de eerste volzin vervangen door: In geval van een veroordeling in de
kosten ten behoeve van een partij aan wie ter zake van het beroep op de
rechtbank, het bezwaar of het administratief beroep een toevoeging is verleend
krachtens de Wet
op de rechtsbijstand, wordt het bedrag van de kosten betaald aan de griffier.
Art. II.
[MvT]
Artikel 13a van de Wet
administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften wordt gewijzigd als
volgt:
1. In het eerste lid wordt
de eerste volzin vervangen door: De kantonrechter is bij uitsluiting bevoegd
een partij te veroordelen in de kosten die een andere partij in verband
met de behandeling van het beroep bij het kantongerecht en van het
bezwaar of van het administratief beroep redelijkerwijs heeft moeten
maken. De
artikelen 7:15, tweede tot en met vierde lid, en 7:28, tweede
lid, eerste volzin, derde en vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht
zijn van toepassing.
2. In het tweede lid wordt
de eerste volzin vervangen door: In geval van een veroordeling in de
kosten ten behoeve van een partij aan wie ter zake van het beroep op de
kantonrechter, het bezwaar of het administratief beroep een toevoeging is
verleend krachtens de Wet
op de rechtsbijstand, wordt het bedrag van de
kosten betaald aan de griffier.
Art. III.
[MvT]
Artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht, zoals dit luidde
vóór
het tijdstip van
inwerkingtreding van deze wet, blijft van toepassing indien het besluit waartegen
bezwaar kan worden gemaakt of administratief beroep kan worden ingesteld
vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is genomen.
Art. IV.
[MvT]
Artikel 13a van de Wet
administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften, zoals dit luidde
vóór het
tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, blijft van toepassing indien het besluit waartegen bezwaar kan worden gemaakt of
administratief beroep kan worden ingesteld vóór het tijdstip van
inwerkingtreding van deze wet is genomen.
Art.
V.* [MvT]
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
* Op grond van artikel 12,
tweede lid, van de Tijdelijke referendumwet is de inwerkingtreding van
deze wet opgeschort. Deze wet treedt in werking met ingang van 12 maart
2002. [Voetnoot van de wetgever, red.].
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
24 januari 2002
BEATRIX
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
De Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
K.G. de Vries
Uitgegeven de twaalfde
februari 2002
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|
|