|
BESLUIT van 10 oktober 2003,
Stb. 2003, 386, houdende
vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet werk en
bijstand en van de Invoeringswet Wet werk en bijstand
¹
1. Ingevolge artikel
VIIIa van de Intrekkingswet IWwb is
het besluit met ingang van 1 januari 2009 komen te vervallen, red.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de
Staatssecretaris van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid van 9 oktober 2003, Directie Werk en Bijstand, nr.
W&B/WWB/03/76852;
Gelet op artikel 85 van de Wet werk en
bijstand en de artikelen 2,
tweede lid, en 72 van de Invoeringswet Wet werk en bijstand;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Art. 1.
De Wet werk en
bijstand treedt in werking met ingang van 1 januari 2004,
met dien verstande dat:
a. de artikelen 8, eerste lid,
onderdeel a en b, en tweede lid, 8a,
9, 10, 17,
47 en 55 en, voor zover het niet betreft zelfstandigen als
bedoeld in artikel 7 van de Invoeringswet Wet werk en bijstand,
artikel 18, tweede en derde lid, in werking treden met ingang van 1 januari
2005; ¹
b. de artikelen 56, 61 en
62 en, voor zover het betreft zelfstandigen
als bedoeld in artikel 7 van de Invoeringswet Wet werk en bijstand, de
artikelen 18, tweede en derde lid, en 53a in werking treden op een bij
koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
1. Zie ook Invoeringsregeling
Wwb, red.
Art. 2.
De Invoeringswet Wet werk en bijstand treedt in werking met ingang van 1
januari 2004, met dien verstande dat:
a. de artikelen 14 tot en met 14f,
65, 70, 106 tot en met
108a, 113 tot
en met 115 en 142a en, voor zover het betreft zelfstandigen als bedoeld
in artikel 7 van de Invoeringswet Wet werk en bijstand,
artikel 66, van
de in artikel 2, eerste lid, genoemde Algemene bijstandswet vervallen op
een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip;
b. de artikelen 23, onderdeel D,
F, G, J,
K, L, M en
N, 24, onderdeel
D, F, G,
J, K, L,
M en N, en
47 in werking treden met ingang van 1
januari 2005.¹
1. Zie ook Invoeringsregeling
Wwb, red.
Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is belast met de
uitvoering van dit besluit, dat met de daarbij behorende nota van
toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 10 oktober
2003
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
M. Rutte
Uitgegeven de veertiende
oktober 2003
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
NOTA
VAN TOELICHTING
Dit
besluit regelt de inwerkingtreding van de Wet werk en
bijstand (Wwb) en
van de Invoeringswet Wet werk en bijstand (Invoeringswet Wwb).
De invoeringsdatum van de Wwb en de
Invoeringswet Wwb wordt gesteld op 1 januari 2004. Voor deze datum is
gekozen om de met de Wwb beoogde effecten zo spoedig mogelijk te kunnen
realiseren.
Het
kabinet heeft in het nader rapport naar aanleiding van het advies van de
Raad van State op de Wwb aangegeven dat het bereid is enkele onderdelen
van de Wwb later in te voeren dan 1 januari 2004, gelet op de relatief
korte voorbereidingsperiode voor gemeenten en de noodzaak om de daarmee
samenhangende uitvoeringslasten in het invoeringsjaar te beperken (Kamerstukken
II 2002-2003, 28 870, A). Dit voornemen van het
kabinet is nader uitgewerkt in de nota naar aanleiding van het verslag
op de Wwb (Kamerstukken II 2002-2003, 28 870, nr. 7 [nr. 13, red.], blz.
18). Daarbij
is aangegeven dat de volgende onderdelen van de Wwb in ieder geval op 1
januari 2004 zullen worden ingevoerd:
- de volledige budgettering van de bijstand;
- het volledig ontschotte en vrij besteedbare reïntegratiebudget;
- de voorgestelde deregulering in het inkomensdeel: omzetten verplichte
terugvordering in bevoegdheden, afschaffen Regeling administratieve
uitvoeringsvoorschriften Abw, Ioaw en Ioaz 1996, afschaffen van de
verplichting voor een beleidsplan en een beleidsverslag;
- de nieuwe opzet van het toezicht waarbij het toezicht op de
doeltreffendheid van individuele gemeenten komt te vervallen en waarbij
de minister ten aanzien van de rechtmatigheid alleen ingrijpt bij
ernstige tekortkomingen;
- het vervallen van de mogelijkheid voor categoriale bijzondere
bijstand;
- de invoering van een centraal geregelde langdurigheidstoeslag;
- het vervallen van de bestaande vrijlating van arbeidsinkomsten.
Dit
besluit volgt hetgeen hierboven is vermeld.
De overige onderdelen van de Wwb
betreffen de
rechten en plichten van de individuele cliënt.
In artikel 1, onderdeel a, van dit besluit is
geregeld dat een aantal artikelen dat betrekking heeft op de rechten en
plichten van de cliënt in werking treedt op 1 januari 2005. In het
verlengde daarvan blijven, zoals uit artikel 2 blijkt, tot die tijd de
thans bestaande rechten en plichten van de cliënt op basis van de
huidige Algemene bijstandswet, de Wet
inkomensvoorziening oudere en
gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
werknemers van kracht. Tevens wordt de in artikel 47 van de
Invoeringswet Wwb vervatte wijziging van artikel 18 van de
Wet
inburgering nieuwkomers gelijktijdig ingevoerd met het van kracht
worden van artikel 18, tweede lid, van de Wwb. Dit omdat genoemd artikel
van de Wet inburgering nieuwkomers daarmee ten nauwste is verbonden. Op
1 januari 2005 zal de Wwb in alle gemeenten praktisch volledig zijn
ingevoerd. Wel zijn er artikelen in de Wwb die pas in werking kunnen
treden na invoering van de voorgenomen regelgeving op het gebied van
kinderalimentatie en van zelfstandigen. Uit artikel 1, onderdeel
b,
blijkt dat de met de totstandkoming van die andere regelgeving
samenhangende bepalingen op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip in werking zullen treden.
Gefaseerde invoering wordt mogelijk gemaakt door de combinatie van het
bepaalde in artikel 1, onderdeel a, en 2, onderdeel
b, van dit besluit
met een Invoeringsregeling Wwb, waarin zal worden bepaald dat een gemeente
bevoegd is de in artikel 1, onderdeel a, en
2, onderdeel b,
genoemde onderdelen van de Wwb en de
Invoeringswet Wwb eerder in te
voeren dan 1 januari 2005 en wel op een door de gemeente te bepalen
tijdstip. Deze ministeriële regeling vindt haar grondslag in artikelen
2, derde lid, en 70 van de
Invoeringswet Wwb.
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
M. Rutte
|
|