|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 2003-2004, 29 225.
Handelingen II 2003-2004, blz. 4049-4074, 4092.
Kamerstukken I 2003-2004, 29 225 (A, B, C, D).
Handelingen I 2003-2004, zie vergadering d.d. 28 juni 2004.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 30 juni 2004, Stb.
2004, 325, houdende wijziging van de Wet sociale werkvoorziening
en de
Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen met name in verband
met de overgang van de indicatiestelling voor de sociale werkvoorziening
van de gemeenten naar de Centrale organisatie werk en inkomen en
verruiming van de mogelijkheden tot begeleid werken in het kader van de
Wet sociale werkvoorziening, alsmede een aanpassing van de Algemene wet
bestuursrecht en de Beroepswet ter zake. Inwerkingtreding: 1
januari 2005 (Stb. 2004, 424).
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is de verantwoordelijkheid voor indicatiestelling, bedoeld in
de Wet sociale werkvoorziening, van de gemeenten over te laten gaan naar
de Centrale organisatie werk en inkomen en de mogelijkheden tot begeleid
werken in het kader van die wet te verruimen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
[MvT]
De Wet sociale werkvoorziening wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 2 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid
wordt "een indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking" vervangen door: een
door de Centrale organisatie werk en inkomen afgegeven
indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking, bedoeld in artikel
11,.
2. Het vierde lid komt te
luiden:
-4. Het college van
burgemeester en wethouders kan een indicatiebeschikking of
herindicatiebeschikking intrekken als een persoon die tot de doelgroep behoort
passende arbeid in dienstbetrekking onder aangepaste omstandigheden
weigert.
B. [MvT]
Artikel 6 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het derde lid wordt "de commissie, bedoeld in
artikel 12, eerste
lid" vervangen door: de Centrale organisatie werk en inkomen.
2. Het vierde lid
vervalt.
C. [MvT]
Artikel 7 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het eerste lid,
onderdeel b, komt te luiden:
b. de inpassing in de
arbeid van betrokkene, met inbegrip van begeleiding op zijn
werkplek, adequaat wordt verzorgd.
2. Onder vernummering van
het tweede en derde lid tot derde en vierde lid wordt een lid
ingevoegd, luidende:
-2. Artikel 2, vierde lid,
is van overeenkomstige toepassing.
3. In het derde lid wordt "met betrekking tot de toepassing van dit
artikel" vervangen door:
met betrekking tot de toepassing van het eerste lid.
4. Het vierde lid komt te
luiden:
-4. De voordracht voor een
krachtens het derde lid vast te stellen algemene maatregel van
bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp
aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
D. [MvT]
Artikel 8 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid
wordt "de hoofdstukken 2, 3 en
5" vervangen door: de hoofdstukken 2 en
3.
2. Het vierde lid komt te
luiden:
-4. De voordracht voor een
krachtens het derde lid vast te stellen algemene maatregel van
bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp
aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
E. [MvT]
Artikel 9 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Onder vervanging van
de puntkomma achter onderdeel c van het eerste lid door een punt vervalt onderdeel d.
2. In het derde lid wordt "worden regels
gesteld" vervangen door: kunnen regels worden
gesteld.
F. [MvT]
Artikel 10 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Voor de bestaande
tekst wordt het cijfer "1" geplaatst ter aanduiding van het eerste lid.
2. Er wordt een tweede
lid toegevoegd, luidende:
-2. Bij ministeriële
regeling kunnen, met het oog op een goede verdeling van de beschikbare dienstbetrekkingen of arbeidsovereenkomsten,
bedoeld in hoofdstuk 3,
over de ingezetenen die tot de doelgroep behoren, nadere regels
worden gesteld met betrekking tot de volgorde van aanbieding van een dienstbetrekking of een arbeidsovereenkomst.
G. [MvT]
Artikel 11 komt te
luiden:
Art. 11.
-1. De Centrale organisatie werk en inkomen stelt van
personen die voor indicatie zijn
aangemeld dan wel die zich daartoe hebben aangemeld bij beschikking vast:
a. of deze behoren tot de
doelgroep;
b. nadat is vastgesteld
dat een persoon tot de doelgroep behoort:
1º. de geldigheidsduur
van de indicatie;
2º. de indeling van de
persoon in één van de arbeidshandicapcategorieën, die bepaald worden door
de zwaarte van de aanpassing van de omstandigheden en de
productiviteit.
-2. De Centrale
organisatie werk en inkomen verricht periodiek herindicatie van personen
die tot de doelgroep behoren overeenkomstig de krachtens artikel
6,
tweede lid, onderdeel a, gestelde regels. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.
-3. Indicatie vindt
slechts plaats met betrekking tot personen die als werkzoekende staan
ingeschreven bij de Centrale organisatie werk en inkomen, dan wel
personen die reeds een dienstbetrekking of een arbeidsovereenkomst als
bedoeld in hoofdstuk 3 hebben en die voor herindicatie in
aanmerking komen.
-4. Het college van
burgemeester en wethouders beheert een lijst van ingezetenen die tot de
doelgroep behoren.
-5. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot de bij of krachtens dit artikel aan de Centrale organisatie werk
en inkomen of het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
opgedragen taak en de wijze van uitoefening daarvan.
-6. De voordracht voor een
krachtens het vijfde lid vast te stellen algemene maatregel van
bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp
aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
H. [MvT]
Artikel 12 vervalt.
I. [MvT]
Artikel 13, vijfde lid,
komt te luiden:
-5. Het college van
burgemeester en wethouders, de Centrale organisatie werk en inkomen
en de
krachtens artikel 2, derde lid, aangewezen rechtspersoon verstrekken
ten behoeve van het toezicht desgevraagd aan Onze Minister kosteloos
nadere of andere informatie en verlenen hem inzage in de
administratie.
J. [MvT]
Artikel 14, eerste lid,
komt te luiden:
-1. Het college van
burgemeester en wethouders, de Centrale organisatie werk en inkomen
en de
krachtens artikel 2, derde lid, aangewezen rechtspersoon verstrekken
desgevraagd aan Onze Minister kosteloos alle
inlichtingen die hij
nodig heeft voor de informatievoorziening en de beleidsvorming met
betrekking tot deze wet.
K. [MvT]
Artikel 15 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Het vierde lid komt te
luiden:
-4. Een ieder verstrekt
desgevraagd aan het college van burgemeester en wethouders, de Centrale organisatie werk en inkomen
en de krachtens artikel 2, derde lid,
aangewezen rechtspersoon kosteloos alle gegevens en inlichtingen die
noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet ten opzichte van hemzelf, hem
in wiens dienst dan wel ten behoeve van wie hij werkt of gewerkt
heeft of hem die in zijn dienst dan wel te zijnen behoeve werkt of gewerkt
heeft.
2. Het vijfde lid komt te
luiden:
-5. Het college van
burgemeester en wethouders, de Centrale organisatie werk en inkomen en de
krachtens artikel 2, derde lid, aangewezen rechtspersoon gebruiken
het sociaal-fiscaal nummer, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel j,
van de Algemene
wet inzake rijksbelastingen, in een persoonsregistratie
aangelegd voor de uitvoering van deze wet, indien dat nodig is voor
de uitvoering van deze wet of voor de uitvoering van andere wetten,
waarbij gebruik wordt gemaakt van dat sociaal-fiscaal nummer.
Art. II.
[MvT]
De Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Onder verlettering van de
onderdelen h tot en met l van artikel 21 tot de onderdelen
i tot en met m
wordt een nieuw onderdeel h ingevoegd, luidende:
h. het aan Onze Minister
op zijn verzoek verstrekken van inlichtingen die nodig zijn voor de
beoordeling van een verzoek om ontheffing als bedoeld in artikel
8,
derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen
1945;.
B. [MvT]
Na artikel 21 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 21a. Indicatie en
herindicatie Wet sociale werkvoorziening
-1. Ten behoeve van de
uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening door burgemeester en
wethouders van gemeenten heeft de Centrale organisatie werk en inkomen
tot taak:
a. na het verrichten van
een onderzoek te besluiten over de indicatie, bedoeld in artikel
11,
eerste lid, en de herindicatie, bedoeld in artikel
11, tweede lid, van die wet;
b. in het geval
betrokkene tot de doelgroep van die wet behoort of blijft behoren aan het college
van burgemeester en wethouders van de gemeente waar betrokkene
woonachtig is te adviseren:
1º. welke aanpassing van
omstandigheden nodig is bij het verrichten van arbeid door de betrokkene; en
2º. of betrokkene in
aanmerking komt voor toepassing van hoofdstuk 3 van
die wet;
c. in het geval
betrokkene niet of niet meer tot de doelgroep van genoemde wet
behoort aan
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar
betrokkene woonachtig is of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
te adviseren over de wijze waarop de mogelijkheden tot
inschakeling in het arbeidsproces van betrokkene kunnen worden verbeterd,
dan wel aan het college van burgemeester en wethouders waar
betrokkene woonachtig is te adviseren over een doorgeleiding naar een
indicatie voor een voorziening voor ondersteunende en activerende
begeleiding. In het advies over de wijze waarop de mogelijkheden tot
inschakeling in het arbeidsproces kunnen worden verbeterd, wordt van de
opvattingen van de betrokkene, desgewenst in de door deze aangegeven
bewoordingen, en, indien het advies hiervan afwijkt, van de redenen
daarvoor, melding gedaan;
d. in de gevallen,
bedoeld in artikel 6, derde lid, van die wet
aan het college van burgemeester
en wethouders van de gemeente waar betrokkene woonachtig is
te adviseren omtrent de opzegging van de dienstbetrekking, bedoeld
in die wet.
-2. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het besluit,
waaronder de minimale en de maximale geldigheidsduur van het
besluit, de advisering en de wijze waarop de indicatie en de
herindicatie tot stand komt.
C. [MvT]
In artikel 22 wordt "artikel 21" vervangen door: de
artikelen 21 en
21a.
D. [MvT
+ bis]
In artikel 24, eerste
lid, wordt "artikel 21, onderdeel a tot en met i"
vervangen door: de
artikelen 21, onderdeel a tot en met j, en 21a.
E. [MvT]
Aan artikel 62 wordt een
lid toegevoegd, luidende:
-5. Bij de uitvoering door
de Centrale organisatie werk en inkomen van de taak, bedoeld in
artikel 21a, is het tweede lid niet van toepassing.
Art. III.
[MvT]
In artikel 8:41, derde
lid, onderdeel a, ten eerste, van de Algemene wet bestuursrecht wordt
"onderdelen B en C, onder 1 tot en met 25 en 29" vervangen door:
onderdelen B en C, onder 1 tot en met 25, 29 en 33, dit laatste voor zover het
een besluit betreft dat is genomen op grond van artikel 21a
van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
Art. IV.
[MvT]
In artikel 22, tweede
lid, onderdeel a, ten eerste, van de Beroepswet wordt "onderdelen B en
C,
onder 1 tot en met 25 en 29" vervangen door: onderdelen B en
C, onder
1 tot en met 25, 29 en 33, dit laatste voor zover het een besluit betreft gebaseerd
op artikel 21a van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
Art. V.
[MvT]
-1. De bij
inwerkingtreding van deze wet bij het gemeentebestuur, bedoeld in artikel
11,
respectievelijk de commissie, bedoeld in artikel
12, van de Wet sociale werkvoorziening, aanhangige besluiten respectievelijk adviesaanvragen, bedoeld
in de artikelen 6, derde lid, 11, eerste lid, of
11, tweede lid, van die wet,
worden tot dertien weken na inwerkingtreding van deze wet door dat
gemeentebestuur respectievelijk die commissie afgehandeld met
toepassing van die wet en de daarop gebaseerde besluiten zoals deze
luidde vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet. De commissie blijft
voor dit doel tot genoemd tijdstip gehandhaafd.
-2. Besluiten
respectievelijk adviesaanvragen die na de periode, bedoeld in het eerste lid, nog
aanhangig zijn bij het gemeentebestuur respectievelijk de commissie worden, in
de stand waarin zij zich bevinden, overgedragen aan de Centrale organisatie werk en inkomen.
-3. Het eerste en tweede
lid zijn van overeenkomstige toepassing op de bij het gemeentebestuur
aanhangige bezwaarschriften.
Art. VI.
Na inwerkingtreding van
deze wet berusten het Besluit indicatie sociale werkvoorziening en de
Regeling indicatie sociale werkvoorziening mede op artikel 21a, tweede
lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen.
Art. VII.
[MvT]
Deze wet treedt in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de
diverse artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.¹
1. Bij Besluit
van 3 augustus 2004, Stb. 2004, 424, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 januari 2005, red.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
30 juni 2004
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
H.A.L. van Hoof
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus
Uitgegeven de dertiende
juli 2004
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|
|