|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 2003-2004, 2004-2005, 29 513.
Handelingen II 2003-2004, blz. 5516-5516.
Kamerstukken I 2004-2005, 29 513 (A, B, C, D, E, F).
Handelingen I 2004-2005, blz. 539-546.
MEMORIE VAN TOELICHTING
WET van 23 december 2004, Stb.
2004, 728, tot wijziging van enkele socialeverzekeringswetten
en enige
andere wetten in verband met het aanbrengen van enige vereenvoudigingen.
Inwerkingtreding: 1 januari 2005 (Stb.
2004, 729).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is in enkele socialeverzekeringswetten en enige andere wetten
enige vereenvoudigingen aan te brengen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten [MvT
+ bis]
De Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten wordt als volgt
gewijzigd:
A. [MvT
+ bis]
Aan artikel 1 worden, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel
p door een
puntkomma, twee onderdelen toegevoegd, luidende:
q. minimumloon: het minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel c, van de
Wet
minimumloon en minimumvakantiebijslag;
r. loon: het loon in de zin
van de Coördinatiewet Sociale Verzekering.
B. [MvT
+ bis]
Artikel 16 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te
luiden:
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen kan op aanvraag van de werkgever die met een werknemer een dienstbetrekking van ten
minste zes maanden is
aangegaan of waarmee door elkaar opvolgende dienstbetrekkingen gedurende
ten minste zes maanden een dienstbetrekking blijkt te bestaan, subsidie verstrekken voor meerkosten,
voor zover:
a. die werkgever aantoont
dat het totaal van de kosten die hij maakt of heeft gemaakt ten behoeve
van het in dienst houden van een arbeidsgehandicapte werknemer meer bedraagt dan:
1º. €|450,00, indien het
loon van de werknemer over het kalenderjaar minder dan 50% van het naar
een jaarbedrag herleide minimumloon bedraagt zoals dat voor de
werknemer gold op 1 januari van het desbetreffende kalenderjaar; of
2º. €|2000,00, indien
het loon van de werknemer over het kalenderjaar ten minste 50% van het bij
ten eerste bedoelde minimumloon bedraagt; of
b. die werkgever aantoont
dat het totaal van de kosten die hij maakt of heeft gemaakt ten behoeve
van het in dienst nemen van een arbeidsgehandicapte werknemer meer bedraagt
dan:
1º. €|1350,00, indien
het loon van de werknemer over het kalenderjaar minder dan 50% van het
minimumloon, bedoeld in onderdeel a, bedraagt; of
2º. €|6000,00, indien
het loon van de werknemer over het kalenderjaar ten minste 50% van het
minimumloon, bedoeld in onderdeel a, bedraagt; of
c. die werkgever, na
ommekomst van de periode van drie respectievelijk één jaar, genoemd in artikel
79b van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en
artikel 82, 82a
of 97c van
de Werkloosheidswet, kosten maakt of heeft gemaakt ten behoeve
van het in dienst houden van een arbeidsgehandicapte werknemer.
2. Onder vernummering van
het derde tot vierde lid wordt na het tweede lid een lid
ingevoegd, luidende:
-3. Een subsidie als bedoeld
in het eerste lid wordt niet verstrekt indien de subsidie wordt
aangevraagd voor een werknemer voor wie reeds eerder aan de werkgever
subsidie op grond van dit artikel is verstrekt, tenzij de subsidieaanvraag:
a. geen verband houdt met
feiten en omstandigheden die aanleiding zijn geweest voor het
verstrekken van de subsidie;
b. betrekking heeft op door
de werkgever gemaakte kosten ter vervanging van de bij de
arbeid te gebruiken hulpmiddelen door de werknemer.
3. In het tot vierde lid
vernummerde derde lid wordt "eerste en tweede" vervangen door: eerste,
tweede en derde.
C. [MvT
+ bis]
In artikel 22, tweede lid,
onderdeel c, wordt "arbeid op een proefplaats als bedoeld in
artikel 23,
eerste lid, onderdeel a," vervangen door: onbeloonde werkzaamheden op
een proefplaats bij een werkgever.
D.¹ [MvT
+ bis]
In artikel 22a, eerste lid,
wordt "of die werkzaamheden op een proefplaats verricht als bedoeld in
artikel 23, eerste lid, onderdeel a" vervangen door: of
die onbeloonde
werkzaamheden op een proefplaats bij een werkgever verricht.
E.
[MvT + bis]
Hoofdstuk 4, paragraaf 2,
vervalt.
F. [MvT
+ bis + bis]
In artikel 34, eerste lid,
vervalt de zinsnede "van een reïntegratie-uitkering als bedoeld in
artikel 23,"
alsmede "de reïntegratie-uitkering,".
G. [MvT
+ bis + bis]
In artikel 35, eerste lid,
vervalt de zinsnede "de reïntegratie-uitkering, bedoeld in artikel
23,".
H. [MvT
+ bis + bis]
Artikel 36, eerste lid,
onderdeel b, vervalt.
I. [MvT
+ bis + bis]
Artikel 43, eerste lid,
onderdeel c, vervalt.
J. [MvT]
In artikel 49a, eerste lid,
wordt "Onverminderd artikel 49b, worden
beschikkingen" vervangen
door "Beschikkingen" en wordt na "en de daarop berustende
bepalingen" ingevoegd: worden.
K. [MvT]
Artikel 49b vervalt.
L. [MvT
+ bis + bis]
Na artikel 87d wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 87e.
Overgangsbepaling vereenvoudigingsvoorstellen
-1. De artikelen 22, tweede
lid, onderdeel c, 22a, eerste lid,
23 tot en met 27, 34, eerste lid,
35,
eerste lid, 36, eerste lid, en 37 en de daarop berustende bepalingen, zoals
die luidden op de dag vóór inwerkingtreding van de Wet van 23 december
2004,
houdende wijziging van enkele socialeverzekeringswetten en enige andere wetten in
verband met het aanbrengen van enige
vereenvoudigingen, blijven van toepassing op de arbeidsgehandicapte die
vóór
de datum van inwerkingtreding van die wet:
a. een voor hem, naar het
oordeel van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen,
noodzakelijke opleiding of scholing volgt; of
b. een
reïntegratie-uitkering als bedoeld in artikel
23, eerste lid, van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten,² zoals dat artikel luidde op de dag vóór de
inwerkingtreding van de in de aanhef genoemde wet, ontvangt;
voor de duur van
die opleiding of scholing respectievelijk die reïntegratie-uitkering.
-2. Artikel 16, eerste lid,
onderdeel a, zoals dat luidde op de dag vóór inwerkingtreding van de
Wet
van 23 december 2004, houdende wijziging van enkele socialeverzekeringswetten en
enige andere wetten in verband met het aanbrengen van enige
vereenvoudigingen, blijft van toepassing op aanvragen voor subsidie voor
extra reïntegratiekosten als bedoeld in artikel
16, eerste lid, aanhef en onder a en b, die vóór de datum van inwerkingtreding van die wet
zijn ingediend.
1. Gelet op het bepaalde in artikel
103, onderdeel A, van de Wet kinderopvang
dient volgens de redactie artikel I, onderdeel D,
te vervallen.
2. Volgens de redactie
dient de zinsnede "van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten," te vervallen.
Art. II.
Werkloosheidswet [MvT
+ bis]
De Werkloosheidswet wordt
als volgt gewijzigd:
A. [MvT
+ bis
+ bis]
In artikel 17a, eerste lid,
vervalt onderdeel c.
B. [MvT
+ bis
+ bis]
In artikel 17b, eerste lid,
onderdeel a, vervalt de zinsnede "of een reïntegratie-uitkering
ontvangt als bedoeld in artikel 23 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten, die al dan niet vermeerderd met een arbeidsongeschiktheidsuitkering
op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering 70%
of meer bedraagt van het dagloon waarnaar zijn
arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend,".
C. [MvT
+ bis
+ bis]
In artikel 19, eerste lid,
vervalt onderdeel m, onder verlettering van onderdeel n tot onderdeel
m.
D. [MvT
+ bis
+ bis]
Artikel 28, derde lid,
vervalt.
E. [MvT]
Artikel 29 komt te luiden:
Art. 29.
-1. Bij een besluit tot
herziening van de uitkering wordt mededeling gedaan van de herziening en,
in een bijlage, van de op die herziening betrekking hebbende
gewijzigde rechten en plichten van de werknemer.
-2. Indien het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen ter uitvoering van de taak,
bedoeld in artikel 72, ten behoeve van de
werknemer die recht heeft
op uitkering op grond van hoofdstuk IIa
of IIb een plan heeft opgesteld of
heeft laten opstellen gericht op het vergroten van de mogelijkheden tot
inschakeling in het arbeidsproces, ondertekent de werknemer dit plan voor
gezien en verstrekt het aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. De
bijlage wordt tevens getekend door het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Een afschrift wordt verstrekt aan de
werknemer.
-3. Bij ministeriële
regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent dit artikel.
F. [MvT]
In artikel 76, eerste lid, vervalt "totdat die opleiding of scholing is
beëindigd".
G. [MvT
+ bis]
Na artikel 76 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 76a.
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen kan ter uitvoering van de taak, genoemd in
artikel 72, toestemming verlenen aan de werknemer die recht heeft
op een uitkering op grond van hoofdstuk IIa of
IIb om op een proefplaats
bij een werkgever gedurende maximaal drie maanden onbeloonde
werkzaamheden te verrichten.
-2. Voor de werknemer,
bedoeld in het eerste lid, blijft het recht op uitkering op grond van
hoofdstuk IIa of IIb bestaan, onverminderd
artikel 20, eerste lid, aanhef en onder e, gedurende de periode waarover toestemming is verleend tot
het verrichten van die werkzaamheden.
-3. De onbeloonde
werkzaamheden op een proefplaats zijn:
a. werkzaamheden waartoe de
werknemer met zijn krachten en bekwaamheden in staat is;
b. werkzaamheden waarbij de werkgever bij wie de proefplaatsing
geschiedt een aansprakelijkheids- en
ongevallenverzekering ten behoeve van de werknemer heeft
afgesloten;
c. werkzaamheden die de
werknemer niet reeds eerder onbeloond op een proefplaats bij die
werkgever of diens rechtsvoorganger heeft verricht; en
d. werkzaamheden waarbij
er, naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, een
reëel uitzicht is op een op de onbeloonde werkzaamheden
aansluitende dienstbetrekking van dezelfde of grotere omvang voor ten
minste zes maanden.
-4. De werknemer die
werkzaamheden verricht als bedoeld in het eerste lid doet daarvan onverwijld
mededeling aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
-5. Indien de werkzaamheden,
bedoeld in het eerste lid, wegens ziekte worden onderbroken, wordt de periode waarin een uitkering bij ziekte
wordt ontvangen, voor de
toepassing van dat lid buiten beschouwing gelaten.
-6. Bij ministeriële
regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de uitvoering van
het eerste tot en met het vijfde lid.
H. [MvT
+ bis]
In artikel 78 wordt na "76" ingevoegd: ,
76a.
I. [MvT]
Artikel 85, eerste lid,
wordt als volgt gewijzigd:
1. In de eerste volzin
wordt na "categorieën van
werkgevers" ingevoegd: en van
werknemers.
2. In de derde volzin wordt "Bij algemene maatregel van
bestuur" vervangen door: Bij
of krachtens algemene maatregel van bestuur.
J. [MvT
+ bis]
Artikel 130 wordt vervangen
door:
Art. 130.
-1. Bij algemene maatregel
van bestuur kan bij wijze van experiment, met het oog op het
onderzoeken van mogelijkheden om deze wet met betrekking tot de
inschakeling in de arbeid van werknemers die recht op uitkering hebben op grond
van hoofdstuk IIa of IIb, doeltreffender uit te voeren, worden afgeweken van
het bepaalde bij of krachtens de artikelen 24,
26 en 72 tot en met 78
van deze wet. Bij toepassing van de eerste zin wordt bij algemene maatregel
van bestuur geregeld op welke wijze van welke artikelen wordt afgeweken.
-2. Een experiment als
bedoeld in het eerste lid duurt ten hoogste vier jaar. Indien, vóór een
experiment is afgelopen, een voorstel van wet is ingediend bij de
Staten-Generaal om het experiment om te zetten in een structurele wettelijke
regeling, kan het experiment worden verlengd tot het tijdstip waarop het
voorstel van wet in werking treedt. Het eerste lid, tweede zin, is van
overeenkomstige toepassing.
-3. Bij ministeriële
regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de uitvoering
van een experiment en voorzieningen worden getroffen voor zich
gedurende een experiment voordoende onvoorziene gevallen.
-4. Onze Minister meldt aan
de Staten-Generaal hoe het experiment in de praktijk is verlopen,
alsmede zijn standpunt inzake de voortzetting ervan anders dan als
experiment.
-5. De voordracht voor
krachtens dit artikel vast te stellen algemene maatregelen van bestuur
wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers
der Staten-Generaal is overgelegd.
K.¹
[MvT
+ bis]
Artikel 130a vervalt.
L.
[MvT
+ bis]
Artikel 130b vervalt.
M.²
[MvT
+ bis]
Artikel 130c vervalt.
N.²
[MvT
+ bis]
De artikelen 130d, 130e
en 130f vervallen.
O.
[MvT
+ bis
+ bis + bis
+ bis]
Aan hoofdstuk Xb van de
Werkloosheidswet wordt een artikel waarvan de nummering aansluit op het
laatste artikel van dat hoofdstuk toegevoegd, luidende:
-1. De artikelen 17a, eerste
lid, onderdeel c, 17b, eerste lid, onderdeel
a, 19, eerste lid, onderdeel
m, 28, derde lid, 76, eerste lid, en de daarop berustende bepalingen, zoals
die luidden op de dag vóór inwerkingtreding van de Wet van 23 december 2004,
houdende wijziging van enkele socialeverzekeringswetten
en enige andere wetten
in
verband met het aanbrengen van enige
vereenvoudigingen, blijven van toepassing op de werknemer die vóór de datum
van inwerkingtreding van die wet:
a. een voor hem, naar het
oordeel van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen,
noodzakelijke opleiding of scholing volgt; of
b. een
reïntegratie-uitkering als bedoeld in artikel
23, eerste lid, van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten, zoals dat artikel luidde op de dag vóór de
inwerkingtreding van de in de aanhef genoemde wet, ontvangt;
voor de duur van die
opleiding of scholing respectievelijk die reïntegratie-uitkering.
-2. In afwijking van artikel 76a blijven
artikel 130a en het daarop berustende
Tijdelijk besluit
proefplaatsing WW, zoals die luidden op de dag vóór inwerkingtreding
van de Wet van 23 december
2004, houdende wijziging van enkele
socialeverzekeringswetten en enige andere wetten in verband met het aanbrengen van enige
vereenvoudigingen, van toepassing op de werknemer die vóór de datum
van inwerkingtreding van die wet werkzaamheden verricht in
het kader van het Tijdelijk besluit proefplaatsing WW, voor de
duur van die werkzaamheden.
1. Ingevolge het enig
artikel, tweede lid, van het Besluit van 23
december 2004, Stb. 2004, 729, is het tijdstip van
inwerkingtreding van artikel II, onderdeel K, bepaald
op 29 maart 2005, red.
2. Ingevolge het enig artikel, derde lid,
van het Besluit van 23 december 2004, Stb.
2004, 729, is het tijdstip van inwerkingtreding van artikel
II, onderdeel M en N, bepaald op 1 juli 2005, red.
Art. III.
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen [MvT]
De Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 33 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het vijfde lid vervalt.
2. Het zesde lid wordt
vernummerd tot vijfde lid.
3. In het tot vijfde
vernummerde lid, onderdeel c, vervalt "en vijfde".
B. [MvT]
In artikel 59, eerste lid,
vervallen de zinsneden "of het overzicht", "of vijfde" en
"of dit overzicht".
C.
In artikel 62 wordt, onder vernummering
van het vierde lid tot vijfde lid,¹ een nieuw vierde lid ingevoegd,
luidende:
-4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld omtrent het gebruik van de in het tweede lid bedoelde
infrastructuur voor het verstrekken van gegevens en inlichtingen,
bedoeld in artikel 54
of 73, voor zover dit noodzakelijk is voor
de opsporing van feiten strafbaar gesteld bij deze of enige andere wet
of voor het toezicht op de naleving van deze of enige andere wet als
bedoeld in artikel 54
of 73.
D. [MvT]
In artikel 84, eerste lid,
wordt "33, zesde lid" vervangen door:
33, vijfde lid.
E. [MvT]
Artikel 85 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Onder vernummering van
het tweede tot en met vierde lid tot derde tot en met vijfde lid wordt
na het tweede lid een nieuw lid ingevoegd, luidende:
-2. Met de opsporing van
feiten strafbaar gesteld bij deze of enige andere wet zijn tevens
belast bij besluit van Onze Minister van Justitie aangewezen
opsporingsambtenaren werkzaam bij de bijzondere opsporingsdienst, ressorterend onder
Onze Minister.
2. In het tot derde
vernummerde lid wordt na "eerste" ingevoegd: en tweede.
3. In het tot vierde
vernummerde lid wordt na "eerste" ingevoegd: en tweede.
1. Gelet op het bepaalde in artikel
II, onderdeel E, van de Wet 30 juni 2004, Stb.
2004, 325, dient volgens de redactie "onder vernummering
van het vierde lid tot vijfde lid" te worden vervangen door: onder
vernummering van het vierde en vijfde lid tot vijfde en zesde lid.
Art. IV.
Wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet [MvT
+ bis]
De Algemene Kinderbijslagwet
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT
+ bis]
Artikel 7 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Onder vernummering van
het achtste lid tot zevende lid vervalt het zevende lid.
2. Het achtste lid komt te
luiden:
-8. Een in het tweede lid,
onderdeel c, bedoeld kind wordt voor het recht op kinderbijslag meegerekend
zolang het werkloos is.
B. [MvT
+ bis]
In artikel 23, eerste lid,
onderdeel c, wordt na "behoudens voor zoveel dit dient tot verhaal van
een uitkering tot levensonderhoud van het kind" een zinsnede ingevoegd,
luidende: of tot terugvordering van onverschuldigd betaalde kinderbijslag als
bedoeld in artikel 24.
C. [MvT
+ bis]
Artikel 24a, tweede lid,
komt te luiden:
-2. Artikel 17g is van
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
a. indien het gemiddeld
inkomen van de belanghebbende gedurende drie jaar de beslagvrije
voet, bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering, niet te boven is gegaan, de Sociale verzekeringsbank de
aflossingsbedragen lager vaststelt; en
b. indien degene van wie
wordt teruggevorderd, dan wel degene met wie hij een huishouden
vormt, kinderbijslag op grond van deze wet ontvangt, in afwijking van
artikel 17g, tweede lid, het besluit tot terugvordering ten uitvoer kan worden
gelegd door verrekening met die bijslag.
Art. V.
Wijziging van de Algemene Ouderdomswet [MvT
+ bis]
De Algemene Ouderdomswet
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT
+ bis]
Artikel 9 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het zesde lid wordt "het in het tiende lid, onderdeel
a, bedoelde bruto-ouderdomspensioen"
vervangen door: het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde,
bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.
2. In het zevende lid wordt "het in het tiende lid, onderdeel
b, bedoelde bruto-ouderdomspensioen"
vervangen door: het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde,
bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
3. In het achtste lid wordt "het in het tiende lid, onderdeel
c, bedoelde bruto-ouderdomspensioen"
vervangen door: het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde,
bedoeld in het eerste lid, onderdeel c.
4. In het negende lid wordt "het
bruto-ouderdomspensioen, bedoeld in het tiende lid, onderdeel
b" vervangen door: het bruto-ouderdomspensioen
voor de pensioengerechtigde,
bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
5. Het tiende lid komt te
luiden:
-10. Op een beschikking als
gevolg van een herziening van het bruto-ouderdomspensioen in verband met een
wijziging
van het nettominimumloon zijn de artikelen 3:41 en
3:45 van de Algemene wet bestuursrecht niet van
toepassing.
B.
[MvT
+ bis]
In artikel 9a, eerste lid,
wordt "het bedrag, bedoeld in artikel 9, tiende lid, onderdeel
b" vervangen
door: het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld
in artikel 9, eerste lid, onderdeel b.
C.
[MvT
+ bis]
Artikel 12 vervalt.
D.
[MvT
+ bis]
In artikel 13, eerste lid,
aanhef, wordt "de bedragen, genoemd in artikel
9, tiende lid," vervangen
door: het bruto-ouderdomspensioen, vastgesteld op grond van artikel
9,.
E.
[MvT
+ bis]
Artikel 17, vierde lid, komt
te luiden:
-4. De herziening van het
ouderdomspensioen als gevolg van een wijziging van het nettominimumloon gaat, in afwijking van het bepaalde in het tweede en derde lid,
in op de dag waarop het nettominimumloon is herzien.
F.
[MvT
+ bis]
Artikel 29 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het derde lid wordt "de in het eerste lid,
onderdeel
a tot en met d, bedoelde nettovakantie-uitkeringen worden verstaan de in het zesde lid,
onderdeel
a tot en met
d,
bedoelde brutovakantie-uitkeringen" vervangen door: de in het
eerste lid, onderdeel a tot en met c, bedoelde
nettovakantie-uitkeringen
worden verstaan de met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens het
eerste tot en met het vijfde lid vastgestelde brutovakantie-uitkeringen.
2. Onder vernummering van
het zevende lid tot het zesde lid vervalt het zesde lid.
3. Het tot het zesde lid
vernummerde zevende lid komt te luiden:
-6. In de gevallen dat op
het ouderdomspensioen, vastgesteld op grond van artikel
9, met
toepassing van artikel 13 een korting wordt toegepast, wordt op
de met
inachtneming van het bepaalde bij of krachtens het eerste tot en met het vijfde
lid vastgestelde brutovakantie-uitkering een evenredige korting
toegepast.
G.
[MvT
+ bis]
Artikel 30 vervalt.
H.
Artikel 37 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid komt
onderdeel a te luiden:
a. met ingang van de eerste
dag van de tweede maand volgend op die waarin de Sociale
verzekeringsbank een schriftelijke opzegging van de gewezen verzekerde heeft
ontvangen;.
2. In het eerste lid komt
onderdeel e te luiden:
e. met ingang van de eerste
dag van de vierde maand volgend op de laatste dag van de door de
Sociale verzekeringsbank gestelde termijn waarbinnen de verschuldigde
premie voor de vrijwillige algemene ouderdomsverzekering,
bedoeld in artikel 26 van de Wet financiering
volksverzekeringen, dient te
worden betaald, indien de betaling niet of niet geheel heeft
plaatsgevonden;.
3. In het eerste lid komt
onderdeel f te luiden:
f. met ingang van de dag
volgend op de laatste dag van een door de Sociale verzekeringsbank
gestelde termijn waarbinnen de gewezen verzekerde de van hem, in
verband met de toepassing van dit hoofdstuk, verlangde inlichtingen dient
te verstrekken, indien de gewezen verzekerde die gegevens niet heeft
verstrekt, tenzij de gewezen verzekerde aannemelijk maakt dat dat hem niet in
overwegende mate kan worden verweten.
4. Het tweede lid vervalt.¹
1. Volgens de redactie
dient "Het tweede lid vervalt" te worden vervangen door: Het tweede
lid alsmede de aanduiding "-1." voor het eerste lid vervallen.
Art. VI.
Wijziging van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering [MvT
+ bis]
De Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT
+ bis]
De eerste en tweede zin van
artikel 75a, derde lid, komen te luiden: ¹
-3. Het eerste lid is niet
van toepassing, indien:
a. de
arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend aan een werknemer die uit de
dienstbetrekking waaruit de arbeidsongeschiktheidsuitkering is ontstaan recht had op
ziekengeld op grond van artikel 29b van de
Ziektewet;
b. het een
arbeidsongeschiktheidsuitkering betreft, toegekend aan een werknemer wiens
arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend in aansluiting op een voordien
op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de
Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten toegekende
uitkering;.
B. [MvT
+ bis]
In artikel 76f, zesde lid,
komen onderdeel c en de daaropvolgende zin te luiden:
c. het een
arbeidsongeschiktheidsuitkering anders dan bedoeld in het tweede of
derde lid betreft,
toegekend aan een werknemer die uit de dienstbetrekking waaruit de
arbeidsongeschiktheidsuitkering is ontstaan recht had op ziekengeld op
grond van artikel 29b van de Ziektewet;
d. het een
arbeidsongeschiktheidsuitkering anders dan bedoeld in het tweede of
derde lid betreft,
toegekend aan een werknemer wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering
wordt toegekend in aansluiting op een voordien op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten toegekende
uitkering.
1. Volgens de redactie
dient "De eerste en tweede zin van
artikel 75a, derde lid, komen te luiden:" te worden
vervangen door: In artikel
artikel 75a, derde lid, komen de aanhef en de onderdelen a
en b te luiden:.
Art. VII.
Wijziging van de Algemene nabestaandenwet [MvT
+ bis]
De Algemene nabestaandenwet
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT
+ bis]
Aan artikel 2 wordt een lid
toegevoegd, luidende:
-3. Op een beschikking als
gevolg van een herziening van een uitkering op grond van deze wet in
verband met een wijziging van het nettominimumloon zijn de artikelen 3:41 en
3:45 van de Algemene wet bestuursrecht niet van
toepassing.
B. [MvT
+ bis]
Artikel 4 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Onderdeel b komt te
luiden:
b. de overleden verzekerde
onmiddellijk voorafgaand aan het overlijden verplicht is levensonderhoud
te verschaffen aan de gewezen echtgenoot op grond van Boek
1 van het Burgerlijk Wetboek krachtens een rechterlijke uitspraak of overeenkomst,
vastgelegd in:
1º. een notariële akte;
2º. een akte mede
ondertekend door een advocaat;
3º. een akte waarvan door
de gewezen echtgenoot aannemelijk wordt gemaakt dat die tot stand is
gekomen door de inzet van een bij de echtscheiding betrokken
advocaat; of
4º. een document opgesteld
in overleg tussen de gewezen echtgenoot en de overleden verzekerde
door tussenkomst van een bemiddelaar; en
2. Voor de tekst van het
artikel wordt de aanduiding "-1." geplaatst en aan het artikel wordt een lid
toegevoegd, luidende:
-2. Bij ministeriële
regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor het eerste lid, onderdeel
b, ten vierde.
C.
Artikel 63c wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid komt
onderdeel a te luiden:
a. met ingang van de eerste
dag van de tweede maand volgend op die waarin de Sociale
verzekeringsbank een schriftelijke opzegging van de gewezen verzekerde heeft
ontvangen;.
2. In het eerste lid komt
onderdeel d te luiden:
d. met ingang van de eerste
dag van de vierde maand volgend op de laatste dag van de door de
Sociale verzekeringsbank gestelde termijn waarbinnen de verschuldigde
premie voor de vrijwillige algemene nabestaandenverzekering,
bedoeld in artikel 26 van de Wet financiering
volksverzekeringen, dient te
worden betaald, indien die betaling niet of niet geheel heeft
plaatsgevonden;.
3. In het eerste lid komt
onderdeel e te luiden:
e. met ingang van de dag
volgend op de laatste dag van een door de Sociale verzekeringsbank
gestelde termijn waarbinnen de gewezen verzekerde de van hem, in
verband met de toepassing van dit hoofdstuk, verlangde inlichtingen dient
te verstrekken, indien de gewezen verzekerde die gegevens niet heeft
verstrekt, tenzij de gewezen verzekerde aannemelijk maakt dat dat hem niet in
overwegende mate kan worden verweten.
4. Het tweede lid vervalt.¹
1. Volgens de redactie
dient "Het tweede lid vervalt" te worden vervangen door: Het
tweede lid alsmede de aanduiding "-1." voor het eerste lid vervallen.
Art. VIII.
Wijziging Beroepswet [MvT
+ bis]
Onderdeel C van de bijlage
bij de Beroepswet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT
+ bis]
In onderdeel 33 vervalt "en de
Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen".
B.
[MvT
+ bis]
Na onderdeel 33 wordt ingevoegd:
33a. De Invoeringswet Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, met uitzondering
van de besluiten die gebaseerd zijn op regelingen op grond van
artikel 81 van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 zoals dat artikel luidde tot
1 januari 2002.
Art.
IX.
Overgangsrecht Beroepswet [MvT]
In afwijking van artikel 28a van de
Beroepswet:
a. is de bijlage bij de
Beroepswet, zoals deze komt te luiden op grond van artikel
VIII, van
toepassing ten aanzien van de mogelijkheid om hoger beroep in te stellen tegen
een uitspraak inzake een besluit als bedoeld in onderdeel 33a van die
bijlage ¹; en
b. gaan de bij de Centrale
Raad van Beroep aanhangige zaken inzake besluiten als bedoeld in
onderdeel 33a van de bijlage
bij de Beroepswet ² van rechtswege over naar de
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, met uitzondering van
de zaken waarin de uitnodiging of oproeping voor de zitting heeft plaatsgevonden dan wel partijen toestemming
hebben gegeven het onderzoek
ter zitting achterwege te laten.
1. Volgens de redactie
dient "die
bijlage" te worden vervangen door: onderdeel
C van die
bijlage.
2. Volgens de redactie dient "de bijlage
bij de Beroepswet" te worden vervangen door: onderdeel
C van de bijlage
bij de Beroepswet.
Art.
X.
Inwerkingtreding [MvT]
Deze wet treedt in werking
op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor
verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden
gesteld.¹ In het koninklijk besluit wordt zo nodig toepassing gegeven aan
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
1. Bij Besluit
van 23 december 2004, Stb. 2004, 729, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 januari 2005, met uitzondering van artikel
II, onderdeel K, dat op 29 maart 2005 in werking treedt, en artikel
II, onderdeel M en N, dat op 1 juli 2005 in
werking treedt, red.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
23 december 2004
BEATRIX
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus
Uitgegeven de dertigste
december 2004
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|
|