|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 2004-2005, 30 118.
Handelingen II 2004-2005, blz. 5841-5869, 5904-5929, 6060-6062,
6062-6063.
Kamerstukken I 2004-2005, 30 118 (A); 2005-2006, 30 118 (B, C, D, E, F).
Handelingen I 2005-2006, blz. 154-176, 187-211, 226-227.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET
van 10 november 2005, Stb. 2005, 573,
houdende regels omtrent de invoering en financiering van de Wet
werk en inkomen naar arbeidsvermogen alsmede met betrekking tot de
intrekking van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten (Wet invoering en financiering Wet werk en
inkomen naar arbeidsvermogen). Inwerkingtreding: 29 december
2005 (Stb. 2005, 619).
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is regels vast te stellen inzake de invoering en financiering
van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen alsmede inzake de
intrekking van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
HOOFDSTUK
1
Wijziging
van andere wetten
§
1. Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Art.
1.1. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering [MvT]
De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt als volgt
gewijzigd:
A.
[MvT]
Aan artikel 1, eerste lid, worden, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel
j door
een puntkomma, twee onderdelen toegevoegd, luidende:
k. reïntegratiebedrijf:
een natuurlijk persoon dan wel rechtspersoon die in het kader van de
uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid
bevordert;
l. resterende
verdiencapaciteit: datgene dat de verzekerde die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering nog met arbeid kan
verdienen zoals dat bij
of krachtens artikel 18 is vastgesteld.
B.
[MvT]
In artikel 12 wordt "de werknemer" vervangen door: de verzekerde.
C. [MvT]
Artikel 16 komt te luiden:
Art. 16.
De persoon die vóór 1 januari 2004 arbeidsongeschikt is geworden en op
het tijdstip waarop hij arbeidsongeschikt werd verzekerd was op grond
van de verplichte verzekering blijft verzekerd:
a. gedurende de wachttijd, bedoeld in artikel
19;
b. gedurende vier weken
na afloop van de wachttijd, bedoeld in artikel
19, indien hij na afloop
van die wachttijd minder dan 15% arbeidsongeschikt is, doch binnen die vier
weken 15% of meer arbeidsongeschikt is;
c. gedurende de periode
waarover hij recht heeft op arbeidsongeschiktheidsuitkering.
D. [MvT]
Artikel 17 komt te
luiden:
Art. 17.
-1. De persoon die:
a. gedurende twee maanden
onafgebroken op alle dagen verzekerd is geweest; of
b. in de loop van de twee maanden voorafgaande aan het einde van zijn
verzekering op ten
minste zestien dagen verzekerd is geweest, wordt, indien hij in het
onder a bedoelde geval binnen één maand na het einde van die twee
maanden en in het onder b bedoelde geval binnen acht dagen na het einde
van zijn verzekering, in gevallen als bedoeld in artikel
37, tweede lid,
meer arbeidsongeschikt wordt, voor het recht op herziening van een
arbeidsongeschiktheidsuitkering beschouwd alsof hij verzekerd was gebleven.
-2. Voor de toepassing van
het eerste lid, onderdeel a, wordt de daar genoemde termijn van twee
maanden geacht niet te zijn onderbroken indien de betrokkene
gedurende niet meer dan zeven dagen niet verzekerd is geweest.
Voor de toepassing van dit lid en het eerste lid wordt arbeid in een
aaneengesloten nachtdienst op twee dagen verricht, gerekend als arbeid op
één dag.
-3. Het eerste lid blijft
buiten toepassing ten aanzien van degene die in verband met artikel
6,
eerste lid, onderdeel a of b, niet verzekerd is.
-4. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld op grond
waarvan personen die niet verzekerd zijn en die arbeidsongeschikt of die
in gevallen als bedoeld in artikel 37, tweede lid, meer arbeidsongeschikt
worden als gevolg van bij die maatregel aan te wijzen beroepsziekten, voor het recht op
toekenning onderscheidenlijk
herziening van een
arbeidsongeschiktheidsuitkering worden beschouwd alsof ze verzekerd zijn.
E. [MvT]
In artikel 18, vijfde en
zesde lid, wordt "de werknemer" vervangen door: de verzekerde.
F. [MvT]
In artikel 19, zevende
lid, wordt "bezoldiging op grond van
artikel XV, tweede lid, van de Wet
terugdringing ziekteverzuim, tenzij onderdeel a van het elfde lid van dat
artikel van toepassing is" vervangen door "bezoldiging op grond van
artikel 76a van de Ziektewet, tenzij onderdeel a van
artikel 76c van die wet
van toepassing is" en wordt "De verlengde wachttijd kan op verzoek
van de werkgever of de werknemer worden verkort." vervangen
door: De verlengde wachttijd kan op verzoek van de werkgever of de
verzekerde worden verkort of wordt op hun gezamenlijk verzoek verder verlengd,
tenzij zwaarwegende omstandigheden zich daartegen verzetten.
G. [MvT]
In de artikelen 19a,
tweede lid, en 20, derde lid, wordt na "alsmede de persoon die" ingevoegd:
vóór 1 januari 2004 arbeidsongeschikt is, maar.
H. [MvT]
Artikel 23, eerste lid,
komt te luiden:
-1. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan, zo vaak hij dat nodig oordeelt, de
persoon die aanspraak maakt op of in het genot is van een
arbeidsongeschiktheidsuitkering oproepen of doen oproepen en op een door of vanwege
het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te bepalen plaats
ondervragen of doen ondervragen in verband met de aanspraak op of het
genot van een arbeidsongeschiktheidsuitkering of de toekenning dan wel
verstrekking van een reïntegratie-instrument als bedoeld in hoofdstuk
IIb.
I. [MvT]
Aan artikel 28 worden,
onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel h door een
puntkomma, drie onderdelen toegevoegd, luidende:
i. indien de
belanghebbende zonder redelijke gronden niet meewerkt aan het opstellen van de
reïntegratievisie, bedoeld in artikel 30a, eerste lid, van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, of het reïntegratieplan,
bedoeld in artikel 30a, derde lid, van die
wet;
j. indien de
belanghebbende de verplichtingen die zijn opgenomen in de
reïntegratievisie,
bedoeld in artikel 30a, eerste lid, van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, of in het reïntegratieplan, bedoeld in
artikel 30a,
derde lid, van die wet, niet of niet behoorlijk is nagekomen;
k. indien de
belanghebbende die bij deelname aan een reïntegratietraject zijn
reïntegratieverplichtingen niet naleeft, de reden daarvan niet onmiddellijk aan het
reïntegratiebedrijf heeft medegedeeld.
J. [MvT]
Na artikel 29g wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 29h.
Indien het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de verzekerde de uitkering op grond van
deze wet tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk heeft
geweigerd dan wel hem een boete heeft opgelegd, stelt het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen het reïntegratiebedrijf dat ten behoeve van die
verzekerde werkzaamheden gericht op vergroting van de mogelijkheden tot
het verrichten van arbeid of op inschakeling in arbeid verricht, van die
beschikking in kennis voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de
werkzaamheden door het reïntegratiebedrijf.
K. [MvT]
Artikel 34a wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid
wordt "de werknemer" vervangen door: de verzekerde. [MvT]
2. In het vierde lid, onderdeel a en b, wordt
"artikel 629, elfde lid, onderdeel
c, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek" telkens vervangen door "artikel 629, elfde
lid, onderdeel d, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek" en wordt
"artikel
XV, veertiende lid, onderdeel c, van de Wet terugdringing
ziekteverzuim" vervangen door: artikel 76a, zesde lid,
onderdeel c, van de Ziektewet. [MvT]
L.
[MvT]
Artikel 36a wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid
wordt "herziening of intrekking" vervangen door: herziening of intrekking
als bedoeld in het eerste lid.
2. Na het tweede lid
wordt een lid toegevoegd, luidende:
-3. Een besluit tot
toekenning van loonsuppletie als bedoeld in artikel 65c, van
inkomenssuppletie als bedoeld in artikel 65d
of van een voorziening als bedoeld
in artikel 65e wordt ingetrokken of herzien indien onderscheidenlijk de
loonsuppletie, de inkomenssuppletie of de voorziening ten onrechte of tot een
te hoog bedrag is vastgesteld.
M.
In artikel 36b, tweede
lid, wordt "werknemer" vervangen door: verzekerde.
N. [MvT]
Artikel 37, tweede lid,
komt te luiden:
-2. De in het eerste lid
bedoelde herziening vindt niet plaats indien de uitkeringsgerechtigde bij
het intreden van de toegenomen arbeidsongeschiktheid uitsluitend op grond
van artikel 7b als werknemer wordt beschouwd en de toeneming
kennelijk is voortgekomen uit een andere oorzaak dan die waaruit
de ongeschiktheid ter zake waarvan de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt ontvangen, is
voortgekomen.
O. [MvT]
In de artikelen 40,
eerste lid, en 41, tweede lid, wordt "artikel
XV, tweede lid, van de Wet
terugdringing ziekteverzuim" telkens vervangen door: artikel
76a, eerste lid,
van de Ziektewet.
P. [MvT]
In artikel 43d wordt
"artikel
XV, veertiende lid, van de Wet terugdringing ziekteverzuim" vervangen
door: artikel 76a, zesde lid, van de
Ziektewet.
Q. [MvT]
Artikel 44
wordt als volgt gewijzigd:
1. Het tweede lid, tweede volzin, komt te
luiden als volgt: Deze termijn:
a. wordt geacht niet te zijn onderbroken indien gedurende perioden
van korter dan vier weken geen inkomsten uit arbeid worden genoten;
b. wordt, indien gedurende perioden van vier weken of langer geen
inkomsten uit arbeid worden genoten, onderbroken, met dien verstande dat
het van de drie jaren resterende tijdvak aanvangt vanaf het moment waarop
opnieuw inkomsten uit arbeid worden genoten.
2. Na het zesde lid wordt een lid toegevoegd,
luidende:
-7. Gedurende een aaneengesloten termijn van zes maanden, aanvangende op
de eerste dag waarover inkomsten uit arbeid als bedoeld in het eerste lid
worden genoten, wordt geacht geen sprake te zijn van arbeid als bedoeld in
artikel
18, vijfde lid. Deze
termijn wordt geacht niet te zijn onderbroken indien gedurende perioden
korter dan vier weken geen inkomsten uit arbeid worden genoten.
R. [MvT]
Artikel 50 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het achtste lid
wordt "de werknemer" vervangen door: de verzekerde. [MvT]
2. Na het achtste lid
worden twee leden toegevoegd, luidende: [MvT]
-9. Indien een
reïntegratiebedrijf aan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen heeft gemeld dat het gegronde vermoeden bestaat dat een
persoon aan wie een
uitkering op grond van deze wet is toegekend onvoldoende medewerking
verleent aan de op hem betrekking hebbende werkzaamheden van het
reïntegratiebedrijf, neemt het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen
een besluit omtrent de gehele of gedeeltelijke opschorting
of schorsing van de betaling van de uitkering aan die persoon voor de
duur van ten hoogste acht weken.
-10. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt het reïntegratiebedrijf in
kennis van een besluit tot opschorting of schorsing als bedoeld in het
negende lid.
S. [MvT]
In artikel 57, eerste
lid, wordt na "De uitkering" een zinsnede ingevoegd,
luidende: , de
loonsuppletie, bedoeld in artikel 65c, de inkomenssuppletie, bedoeld in
artikel
65d,
en de voorziening of de kosten van de voorziening, bedoeld in
artikel 65e,.
T. [MvT]
Artikel 65a, eerste lid,
komt te luiden:
-1. Onvervreemdbaar en
niet vatbaar voor verpanding en belening zijn:
a. de
arbeidsongeschiktheidsuitkering;
b. de vakantie-uitkering;
c. de loonsuppletie,
bedoeld in artikel 65c;
d. de inkomenssuppletie,
bedoeld in artikel 65d;
e. de voorzieningen,
bedoeld in artikel 65e.
U. [MvT]
Aan artikel 65b
wordt,
onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door een
puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
c. de voorzieningen,
bedoeld in artikel 65e.
V. [MvT]
Na hoofdstuk IIa wordt
een hoofdstuk ingevoegd, luidende:
HOOFDSTUK IIB. Reïntegratie-instrumenten
Art. 65c. [MvT
+ bis]
-1. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan aan de verzekerde die recht
heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en die arbeid in
dienstbetrekking aanvaardt of verricht, op aanvraag loonsuppletie
toekennen indien zijn
loon lager is dan zijn resterende verdiencapaciteit.
-2. De loonsuppletie wordt
verstrekt over perioden waarin loon uit dienstbetrekking wordt
ontvangen, doch ten hoogste over een periode van vier jaar te rekenen
vanaf de dag met ingang waarvan voor de eerste maal loonsuppletie is
toegekend.
-3. Als perioden waarin
loon uit dienstbetrekking wordt ontvangen als bedoeld in het tweede lid
worden eveneens aangemerkt perioden waarin een uitkering op grond
van de Ziektewet of op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf
1,
van de Wet arbeid en zorg wordt ontvangen, tenzij de dienstbetrekking is
geëindigd.
-4. De loonsuppletie wordt
voor de toepassing van de wettelijke bepalingen inzake
premieheffing aangemerkt als een uitkering op grond van deze wet. [MvT]
-5. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de
hoogte van de loonsuppletie.
Art. 65d. [MvT
+ bis]
-1. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan aan de verzekerde die recht
heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, die arbeid als zelfstandige
verricht of gaat verrichten, op aanvraag inkomenssuppletie toekennen indien zijn
inkomen uit het bedrijf of beroep lager is dan zijn resterende verdiencapaciteit.
-2. De inkomenssuppletie
wordt verstrekt over perioden waarin het bedrijf of beroep wordt
uitgeoefend, doch ten hoogste over een periode van vier jaar te rekenen
vanaf de dag met ingang waarvan voor de eerste maal inkomenssuppletie is
toegekend.
-3. De inkomenssuppletie
wordt voor de toepassing van de wettelijke bepalingen inzake
premieheffing aangemerkt als een uitkering op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen. [MvT]
-4. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de
hoogte van de inkomenssuppletie.
Art. 65e. [MvT]
Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld op grond waarvan
het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op aanvraag aan de
verzekerde die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, in het kader van de
bevordering van en ondersteuning bij de inschakeling in de
arbeid als zelfstandige voorzieningen kan verstrekken.
Art. 65f. [MvT]
De verzekerde die recht
heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft recht op
ondersteuning bij arbeidsinschakeling en, met inachtneming van de daarvoor geldende
wettelijke bepalingen, op de naar het oordeel van het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen noodzakelijk geachte voorziening
gericht op arbeidsinschakeling.
Art. 65g. [MvT]
-1. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan, in het kader van de bevordering van de
inschakeling in de arbeid, toestemming verlenen aan de
verzekerde die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering om op een proefplaats bij
een werkgever gedurende maximaal drie maanden onbeloonde
werkzaamheden te verrichten. [MvT]
-2. Tijdens het verrichten
van werkzaamheden op een proefplaats als bedoeld in het eerste lid
wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet ingetrokken of herzien. [MvT]
-3. De onbeloonde
werkzaamheden op een proefplaats als bedoeld in het eerste lid zijn:
a. werkzaamheden waartoe
de verzekerde, bedoeld in het eerste lid, met zijn krachten en
bekwaamheden in staat is;
b. werkzaamheden waarbij
de werkgever bij wie de proefplaatsing geschiedt een aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering ten behoeve van de verzekerde,
bedoeld in het eerste lid, heeft afgesloten;
c. werkzaamheden die de
verzekerde, bedoeld in het eerste lid, niet reeds eerder onbeloond op
een proefplaats bij die werkgever of diens rechtsvoorganger heeft
verricht; en
d. werkzaamheden waarbij
er, naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,
een reëel uitzicht is op een op de onbeloonde werkzaamheden
aansluitende dienstbetrekking van dezelfde of grotere omvang voor
ten minste zes maanden.
-4. De verzekerde, bedoeld
in het eerste lid, die werkzaamheden verricht als bedoeld in het eerste
lid doet daarvan onverwijld mededeling aan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen. [MvT]
-5. Indien de
werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, wegens ziekte worden onderbroken, wordt
de periode waarin een uitkering bij ziekte wordt ontvangen, voor de
toepassing van dat lid buiten beschouwing gelaten.
-6. Bij ministeriële
regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de
uitvoering van dit artikel.
Art. 65h. [MvT]
Bij ministeriële
regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de
aanvraag van loonsuppletie, bedoeld in artikel 65c, van inkomenssuppletie,
bedoeld in artikel 65d, van voorzieningen, bedoeld in
artikel 65e, en van
toestemming als bedoeld in artikel 65g.
W.
In artikel 66 wordt "werknemer" vervangen door: verzekerde.
X.
In de artikelen 71, 71a,
71b en 75d
wordt "werknemer" telkens vervangen door:
verzekerde.
Y. [MvT]
In artikel 71a, eerste en
negende lid, wordt "artikel
XV, tweede lid, van de Wet terugdringing
ziekteverzuim" vervangen door: artikel 76a, eerste lid, van de
Ziektewet.
Z. [MvT]
In artikel 71a, negende
lid, vervalt "op de aard en ernst van het verzuim, alsmede".
AA. [MvT]
In artikel 75a, zevende
lid, wordt "artikel XV, veertiende lid, van de
Wet terugdringing
ziekteverzuim" vervangen door: artikel 76a, zesde lid, van de
Ziektewet.
BB. [MvT]
Na artikel 75g wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 75h.
-1. Indien de
eigenrisicodrager, bedoeld in artikel 40, eerste lid, aanhef en
onder
b, van de
Wet financiering sociale verzekeringen voor zover het het
eigenrisicodragerschap met betrekking tot de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
betreft, aan het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen schriftelijk heeft gemeld
dat hij de in artikel 658a, eerste lid, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde taak na het einde van de
dienstbetrekking van zijn werknemers blijft verrichten gedurende een door hem
bij die melding aangegeven periode, geldt de verplichting, bedoeld in
artikel 658a, eerste lid, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek, in
afwijking van artikel 30, eerste lid, onderdeel b, van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, voor de
eigenrisicodrager na het
einde van elke dienstbetrekking van zijn vroegere werknemers die een
uitkering ontvangen op grond van deze wet. De duur van deze periode is ten
hoogste zes jaar na de dag waarop de betreffende werknemer ongeschikt is
geworden tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte.
-2. Artikel 658a, eerste
lid, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek is van overeenkomstige
toepassing op de eigenrisicodrager, bedoeld in het eerste lid, gedurende de
in het eerste lid, eerste volzin, genoemde periode.
-3. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent:
a. de mogelijkheid van
verlenging van de in artikel 658a van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde taak van de werkgever op grond van het eerste lid;
b. de mogelijkheid van
verlenging van de in artikel 658a van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde taak van de werkgever na het einde van de dienstbetrekking in
een individueel geval;
c. de mogelijkheid van
beëindiging van de in het eerste lid bedoelde verplichting.
CC. [MvT]
Artikel 80 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de
aanduiding "-1." geplaatst.
2. Na het eerste lid
wordt een lid toegevoegd, luidende:
-2. Degene aan wie een
reïntegratie-instrument als bedoeld in hoofdstuk
IIb is verstrekt of
toegekend, of aan wie verstrekking of toekenning daarvan wordt overwogen,
alsmede diens wettelijke vertegenwoordiger, is ¹ verplicht aan het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op zijn verzoek of onverwijld uit
eigen beweging mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden
waarvan het hem ¹ redelijkerwijs duidelijk is dat zij van invloed kunnen
zijn op de verstrekking of toekenning of op de duur of de hoogte van het
reïntegratie-instrument.
DD. [MvT]
Artikel 81 komt te
luiden:
Art. 81.
-1. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
laat op verzoek tot de vrijwillige
verzekering toe, mits hij hier te lande woont:
a. de persoon aan wie een
arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, berekend naar
een arbeidsongeschiktheid van minder dan 45%;
b. de persoon wiens
arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid
van ten minste 45%, wegens afneming van de arbeidsongeschiktheid is
herzien naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 45%.
-2. Op de persoon die vóór
1 januari 2004 arbeidsongeschikt is geworden en op het
tijdstip waarop hij arbeidsongeschikt werd verzekerde was op grond van de
vrijwillige verzekering, blijft de vrijwillige verzekering op grond van
dit hoofdstuk van toepassing:
a. gedurende de
wachttijd, bedoeld in artikel 19;
b. gedurende vier weken
na afloop van de wachttijd, bedoeld in artikel
19, indien hij na afloop
van die wachttijd minder dan 15% arbeidsongeschikt is, doch binnen die vier
weken 15% of meer arbeidsongeschikt is;
c. gedurende de periode
waarover hij recht heeft op arbeidsongeschiktheidsuitkering.
EE. [MvT]
Artikel 82 vervalt.
FF. [MvT]
Artikel 83 komt te
luiden:
Art. 83.
-1. Het verzoek tot
toelating tot de vrijwillige verzekering wordt binnen vier weken na de
dagtekening van de beschikking waarbij de
arbeidsongeschiktheidsuitkering werd toegekend of herzien,
ingediend bij het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
-2. Een verzoek tot
toelating wordt geacht binnen vier weken na de dagtekening van het
besluit te zijn gedaan indien dit verzoek geschiedt binnen vier weken na de
dag waarop de persoon die het verzoek heeft gedaan redelijkerwijze
kennis heeft kunnen nemen van het besluit.
-3. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is bevoegd te verklaren dat een verzoek
tot toelating tot de vrijwillige verzekering, ingediend na de daartoe
op grond van deze wet gestelde termijn, geacht wordt tijdig te zijn
gedaan indien de persoon die het verzoek heeft gedaan redelijkerwijs
niet geacht kan worden in verzuim te zijn geweest.
-4. De vrijwillige
verzekering vangt aan op de dag met ingang waarvan de
arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend of herzien.
GG. [MvT]
Artikel 83b komt te
luiden:
Art. 83b.
Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
beëindigt de vrijwillige verzekering:
a. op verzoek van de
vrijwillig verzekerde met ingang van een door hem te bepalen datum;
b. met ingang van de dag
waarop de vrijwillig verzekerde op grond van deze wet als werknemer
wordt beschouwd;
c. indien de
verschuldigde premie over een periode van twee volle kalendermaanden niet,
niet volledig of niet tijdig wordt betaald; of
d. indien niet langer
wordt voldaan aan de vereisten, bedoeld in artikel
81.
HH.
[MvT]
Na artikel 87 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 87a.
In afwijking van artikel
7:3 van de Algemene wet bestuursrecht kan van het horen van een
belanghebbende worden afgezien indien de belanghebbende niet binnen een door het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
gestelde redelijke termijn verklaart dat hij gebruik wil maken van het recht te worden
gehoord.
II.
[MvT]
Na artikel 87f wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 87g.
Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht
is niet van toepassing op de verstrekking van
voorzieningen op grond van artikel 65e.
JJ. [MvT]
Aan hoofdstuk VIIIa wordt
een artikel toegevoegd waarvan de nummering aansluit op het laatste
artikel van dat hoofdstuk, luidende:
-1. Een beschikking tot
toekenning van inkomenssuppletie op grond van artikel 29 van de
Wet op
de (re)integratie arbeidsgehandicapten aan de persoon die op de dag
voorafgaand aan de dag waarop dat artikel op grond van artikel 2.10
van de Wet invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
vervalt recht had op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering, wordt voor de duur
waarvoor die inkomenssuppletie was toegekend, aangemerkt als
een beschikking tot toekenning van inkomenssuppletie als bedoeld in artikel
65d. [MvT]
-2. Een beschikking tot
toekenning van loonsuppletie op grond van artikel 32 van de
Wet op
de (re)integratie arbeidsgehandicapten aan de persoon die op de dag
voorafgaand aan de dag waarop dat artikel op grond van artikel 2.10 van de
Wet invoering en financiering Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen vervalt recht had op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering, wordt voor de duur
waarvoor die loonsuppletie was toegekend, aangemerkt als
een beschikking tot toekenning van loonsuppletie als bedoeld in artikel
65c. [MvT]
-3. De persoon wiens
arbeidsongeschiktheidsuitkering is ingetrokken als gevolg van de toepassing
van artikel 34, vierde lid, van deze wet, artikel
35, vijfde lid, van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of artikel
28, vijfde lid,
van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten, of de
persoon, bedoeld in artikel 2, derde lid, van het
Besluit eenmalige herbeoordelingen
arbeidsongeschiktheidswetten, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering
is ingetrokken, wordt gedurende vijf jaar na de dag van intrekking
van de arbeidsongeschiktheidsuitkering aangemerkt als verzekerde
in de zin van artikel 65c en 65d.
[MvT]
1. Volgens de redactie
dient "is" te worden vervangen door "zijn" en
"hem" door: hun.
Art. 1.2.
Wet werk en
inkomen naar arbeidsvermogen [MvT]
De Wet werk en inkomen
naar arbeidsvermogen wordt als volgt gewijzigd:
A.
[MvT]
In artikel
1 komt de
definitie van "reïntegratiebedrijf" als volgt te luiden:
- reïntegratiebedrijf:
een natuurlijk persoon dan wel rechtspersoon die in het kader van de
uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid
bevordert;.
B.
[MvT]
In artikel
25, eerste en
negende lid, wordt "op grond van artikel XV, tweede lid, van de
Wet terugdringing
ziekteverzuim" vervangen door: op grond van
artikel
76a,
eerste lid, van de Ziektewet.
C.
[MvT]
In artikel
43, onderdeel
b, wordt "op grond van artikel XV, veertiende lid, van de
Wet terugdringing
ziekteverzuim" vervangen door: op grond van
artikel
76a, zesde
lid, van de Ziektewet.
D. [MvT]
In artikel
58, eerste
lid, onderdeel a, wordt "op grond van artikel
XV van de Wet terugdringing
ziekteverzuim" vervangen door: op grond van hoofdstuk IV,
vierde afdeling,¹ van de Ziektewet.
E.
Het opschrift van
paragraaf 12.3 komt te luiden: § 12.3. Beslistermijnen in bezwaar en afzien
horen belanghebbende.
F. [MvT]
Na artikel
112 wordt
een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 113. Afzien van
horen belanghebbende
In afwijking van artikel
7:3 van de Algemene wet bestuursrecht
kan van het horen van een
belanghebbende worden afgezien indien de belanghebbende niet binnen een door het
UWV gestelde redelijke termijn verklaart dat hij gebruik wil maken
van het recht te worden gehoord.
G. [MvT]
Hoofdstuk 13 komt te
luiden:
HOOFDSTUK 13. Overgangsrecht
Art. 120. Samenloop
met WAO en Wamil [MvT]
Geen recht op uitkering
op grond van deze wet heeft de persoon die:
a. verzekerd is op grond
van artikel 16 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
b. de persoon die recht
heeft op toekenning of heropening van arbeidsongeschiktheidsuitkering
op grond van de artikelen 19a, 20,
43a, onderscheidenlijk 47,
47a of 47b van die
wet; en
c. de persoon die
belanghebbende is als bedoeld in artikel 1 van de
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen.
Art. 121.
Overgangsrecht in verband met nawerking verzekering [MvT]
-1. Indien een persoon
voorafgaand aan zijn verzekering verzekerd was op grond van de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, wordt voor de toepassing van
artikel 10, eerste lid, onderdeel a en b, en tweede lid, mede verstaan
onder:
a. verzekerd is geweest:
verzekerd is geweest op grond van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering;
b. verzekering:
verzekering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
-2. Indien het eerste lid
toepassing vindt, wordt in artikel 10, eerste lid, voor
"beschouwd alsof
hij verzekerd was gebleven" gelezen: beschouwd alsof hij verzekerd is.
Art. 122.
Overgangsrecht in verband met aansluitende verzekeringen [MvT]
Voor de toepassing van
artikel 17 wordt mede verstaan onder "verzekeringen op grond
van deze wet": verzekeringen op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Art. 123.
Overgangsrecht met betrekking tot de vrijwillige verzekering [MvT]
-1. Een vrijwillige
verzekering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
die op het
tijdstip
waarop artikel 1.1, onderdeel DD en GG, van de Wet
invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen in
werking treden, op grond van artikel 83b, onderdeel d, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
wordt beëindigd, wordt
aangemerkt als een vrijwillige verzekering op grond van artikel 18.
[MvT]
-2. Indien het eerste lid
toepassing vindt, wordt op verzoek van de vrijwillig verzekerde de
hoogte van het dagloon op grond waarvan de uitkering van de
vrijwillige verzekering wordt berekend, gewijzigd dan wel wordt de vrijwillige
verzekering beëindigd met ingang van het tijdstip, bedoeld in het eerste
lid. Artikel 21 is van overeenkomstige toepassing.
[MvT]
-3. Het verzoek, bedoeld
in het tweede lid, wordt binnen drie maanden na het tijdstip, bedoeld
in het eerste lid, bij het
UWV gedaan. [MvT]
-4. In afwijking van
artikel 18 wordt tot de vrijwillige verzekering op grond van dat artikel
niet toegelaten de persoon die op grond van artikel 81 van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
moet worden toegelaten tot de
vrijwillige verzekering op grond van die wet. [MvT]
-5. Voor de toepassing van
artikel 18, eerste lid, onderdeel a en c, tweede lid, onderdeel
a,
en derde lid, en artikel 19, eerste lid,
onderdeel a en c, en derde lid,
onderdeel a, wordt mede verstaan onder "verplichte verzekering": verplichte verzekering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
[MvT]
-6. Voor de toepassing van
artikel 18, vijfde lid, wordt mede verstaan onder "verzekerd is
geweest": verzekerd is geweest op grond van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering. [MvT]
-7. Voor de toepassing van
artikel 18, zesde lid, wordt mede verstaan onder "een uitkering
ontvangt op grond van deze wet": een uitkering ontving op grond van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering. [MvT]
Art.
124.
Overgangsrecht in verband met arbeidsongeschiktheid en gedeeltelijke
arbeidsgeschiktheid bij aanvang van de verzekering [MvT]
Indien een persoon op de
dag voorafgaand aan de verzekering op grond van deze wet verzekerd
was op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, wordt in artikel
46 onder een ontheffing van de verplichtingen op grond
van deze wet mede verstaan een ontheffing van de verplichtingen op
grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en wordt gelezen voor:
a. aanvang van de
verzekering: aanvang van de verzekering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
b. aanvang van
verzekering: aanvang van verzekering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
c. artikel 6, eerste lid, onderdeel a of b, van de Ziektewet:
artikel 6, eerste lid, onderdeel
a
of b, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Art. 125.
Overgangsrecht met betrekking tot de maatregelen [MvT]
Voor zover de wachttijd
van de verzekerde is aangevangen vóór de inwerkingtreding van
artikel 28, wordt in de artikelen 88, eerste lid, onderdeel a, en
89,
eerste lid, onderdeel a, mede gelezen: de verzekerde verplichtingen, bedoeld
in de artikelen 25 of 28 van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
niet of niet behoorlijk is nagekomen.
Art.
126.
Overgangsrecht in verband met artikel 51
De hoogte van de arbeidsongeschiktheiduitkering, bedoeld in artikel
51, eerste lid, wordt op 75% van het maandloon vastgesteld op een
bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, waarin tevens kan worden
bepaald dat die verhoging terugwerkt tot en met een in dat besluit te
bepalen tijdstip.
Art.
127.
Overgangsrecht betreffende de duur van de loongerelateerde
uitkering van de WGA-uitkering [MvT]
Voor de verzekerde wiens
recht op uitkering ontstaat vóór 1 januari 2008 wordt artikel
59, eerste lid, als volgt gelezen:
-1. De duur van de
loongerelateerde uitkering van de WGA-uitkering is voor de verzekerde die op
de dag met ingang waarvan hem een WGA-uitkering wordt
toegekend:
a. 58 jaar of ouder is,
vijf jaar;
b. 53 jaar of ouder is,
vier jaar;
c. 48 jaar of ouder is,
drie jaar;
d. 43 jaar of ouder is, twee en een half jaar;
e. 38 jaar of ouder is,
twee jaar;
f. 33 jaar of ouder is,
anderhalf jaar;
g. 28 jaar of ouder is,
één jaar;
h. 23 jaar of ouder is,
negen maanden;
i. jonger dan 23 jaar is,
zes maanden.
Art. 128.
Overgangsrecht artikel 90 [MvT]
Tot een bij koninklijk
besluit te bepalen tijdstip wordt artikel 90, derde lid, als volgt gelezen:
-3. Het
UWV stelt nadere
regels met betrekking tot het eerste lid.
Art. 129.
Overgangsrecht betreffende arbeidsplaatsvoorzieningen ex Wet Rea toegekend aan
niet-zelfstandigen [MvT]
De voorziening die op de
dag voorafgaand aan de dag waarop artikel 22 respectievelijk
artikel
31 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten op grond van
artikel 2.10
van de Wet invoering en financiering Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen vervallen, is toegekend op grond van artikel 22 of
artikel
31 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten, wordt voor de duur van
het tijdvak waarvoor deze voorziening is toegekend en voor zover
die voorziening niet is verstrekt in het kader van de inschakeling in de
arbeid als zelfstandige, aangemerkt als een voorziening als bedoeld
in artikel 35.
Art. 130.
Overgangsrecht inzake publicatie instroomcijfers WGA [MvT]
De openbaarmaking,
bedoeld in artikel 40, vindt voor het eerst plaats in 2008.
Art. 131.
Overgangsrecht inzake delegatiebevoegdheid nadere regels
maatregeloplegging [MvT]
-1. Tot een bij koninklijk
besluit te bepalen tijdstip luidt artikel 90, derde lid, als volgt:
-3. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met
betrekking tot het eerste lid, voor zover dat betrekking heeft op
nadere regels omtrent een maatregel als bedoeld in artikel
89.
-2. Tot een bij koninklijk
besluit te bepalen tijdstip wordt aan artikel 90
een lid toegevoegd,
luidende:
-4. Het
UWV stelt nadere
regels met betrekking tot het eerste lid, voor zover dat betrekking
heeft op nadere regels omtrent een maatregel als bedoeld in artikel
88, waarbij in ieder geval kan worden geregeld in welke gevallen het UWV
kan afzien van het opleggen van een maatregel.
Art. 132.
Overgangsrecht inzake werkgeverssubsidie ex Wet Rea [MvT]
De subsidie die op de dag
voorafgaand aan de dag waarop artikel 16 van de
Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten op grond van artikel 2.10 van de Wet
invoering
en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen vervalt,
was toegekend op grond van artikel 16 van de
Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, wordt voor de duur van het
tijdvak waarvoor die
subsidie op grond van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten is
toegekend, aangemerkt als subsidie als bedoeld in artikel
35.
Art.
133. Overgangsrecht inzake de periode van eigen risico dragen
Ten aanzien van uitkeringen waarvan het recht is ontstaan op of na de
dag van inwerkingtreding van hoofdstuk 7
maar vóór 1 januari 2007 bedraagt de periode, bedoeld in artikel
82, eerste lid, onderdeel b, vier jaar.
1. Volgens de redactie
dient "hoofdstuk IV, vierde afdeling,"
te worden vervangen door: de vierde afdeling.
Art. 1.3.
Werkloosheidswet [MvT]
De Werkloosheidswet wordt
als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 1
wordt,
onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel k door een
puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
l. reïntegratiebedrijf:
een natuurlijk persoon dan wel rechtspersoon die in het kader van de
uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid
bevordert.
B. [MvT]
In artikel 11, eerste
lid, onderdeel c, wordt voor "de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering" ingevoegd: de
Wet werk
en inkomen naar arbeidsvermogen of.
C. [MvT]
Aan artikel 16
wordt een lid toegevoegd, luidende:
-12. Indien bij een beoordeling als bedoeld in artikel
6, eerste lid, van de
Wet werk en inkomen
naar arbeidsvermogen is
vastgesteld dat de werknemer voor een geringer aantal uren belastbaar is dan
gezonde personen met soortgelijke opleiding en ervaring als bedoeld in artikel
1 van
die wet,
doch minder dan 35% arbeidsongeschikt is, wordt onder de in het eerste lid
bedoelde arbeidsuren per kalenderweek verstaan: het aantal uren dat die
werknemer belastbaar is, tenzij dit leidt tot een hoger aantal uren.
D. [MvT]
Aan artikel 17a, tweede lid, wordt na "ingevolge dit hoofdstuk
of hoofdstuk IIb"
toegevoegd: dan wel op grond van hoofdstuk 7 van de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
E. [MvT]
Artikel 17b wordt als
volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid,
onderdeel a, komt te luiden:
a. dagen waarover recht
bestond op een uitkering die naar aard en strekking overeenkomt met
een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen of met een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
voor zover de uitkering wordt toegekend naar een
arbeidsongeschiktheid van ten minste 80% respectievelijk wordt toegekend over
periodes waarin de persoon slechts in staat is om met arbeid ten hoogste
20% te verdienen van het maatmaninkomen, bedoeld in artikel
1
van laatstgenoemde wet;.¹
2. In het zesde lid,
onderdeel b, wordt voor "alsmede" ingevoegd: een uitkering op grond van
hoofdstuk 7 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen, met
uitzondering van een uitkering aan de persoon die slechts in staat is om
met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen, bedoeld
in artikel 1 van laatstgenoemde
wet,.
F. [MvT]
Artikel 19 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid
vervalt onderdeel c en wordt, onder verlettering van onderdeel b tot onderdeel
c, na onderdeel a een onderdeel ingevoegd, luidende:
b. een
arbeidsongeschiktheidsuitkering dan wel een loongerelateerde uitkering van de
werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten ontvangt op grond van de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;.
2. Er wordt een lid
toegevoegd waarvan de nummering aansluit op het laatste lid, luidende:
#. Het eerste lid,
onderdeel b, is niet van toepassing op:
a. de werknemer, bedoeld
in artikel 18, eerste lid;
b. de werknemer wiens
werkloosheid uitsluitend het gevolg is van verkorting van de
werktijd waarvoor op grond van artikel 8, derde lid, van het
Buitengewoon Besluit
Arbeidsverhoudingen 1945 ontheffing is verleend; en
c. de werknemer wiens
werkloosheid is ontstaan na het ontstaan van het recht op de
loongerelateerde uitkering van de werkhervattingsuitkering gedeeltelijk
arbeidsgeschikten op grond van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen.
G. [MvT]
Artikel 21 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Aan het tweede lid
wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een
puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
d. artikel 59, derde
lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen toepassing heeft
gevonden.
2. In het derde lid,
onderdeel b, wordt "artikel 19, eerste lid,
onderdeel a,
b, c, d of m"
vervangen door: artikel 19, eerste lid,
onderdeel a, b, c of
d.
H. [MvT]
Aan artikel 26, eerste
lid, worden, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel j door
een puntkomma, drie onderdelen toegevoegd, luidende:
k. mee te werken aan het
opstellen van de reïntegratievisie, bedoeld in artikel 30a, eerste lid,
van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, en het reïntegratieplan, bedoeld in artikel 30a, derde lid, van
die wet;
l. te voldoen aan de
verplichtingen die zijn opgenomen in de reïntegratievisie, bedoeld in artikel
30a,
eerste lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, en het reïntegratieplan, bedoeld in artikel 30a, derde lid, van
die wet;
m. indien de
belanghebbende die bij deelname aan een reïntegratietraject zijn
reïntegratieverplichtingen niet naleeft, de reden daarvan niet onmiddellijk aan het
reïntegratiebedrijf heeft medegedeeld.
I. [MvT]
In artikel 27g, tweede
lid, wordt voor "de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering" ingevoegd: de
Wet
werk
en inkomen naar arbeidsvermogen,.
J. [MvT]
Na artikel 27g wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 27h.
Indien het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de werknemer de uitkering op grond van
deze wet tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk heeft
geweigerd dan wel hem een boete heeft opgelegd, stelt het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen het reïntegratiebedrijf dat ten behoeve van die
verzekerde werkzaamheden gericht op vergroting van de mogelijkheden tot
het verrichten van arbeid of op inschakeling in arbeid verricht, van dat
besluit in kennis voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de
werkzaamheden door het reïntegratiebedrijf.
K. [MvT]
In artikel 29 vervallen
het tweede en derde lid alsmede de aanduiding "-1." voor het eerste
lid.
L. [MvT]
Aan artikel 30 worden
twee leden toegevoegd, luidende:
-3. Indien een
reïntegratiebedrijf aan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen heeft gemeld dat het gegronde vermoeden bestaat dat een
persoon aan wie een
uitkering op grond van deze wet is toegekend onvoldoende medewerking
verleent aan de op hem betrekking hebbende werkzaamheden van het
reïntegratiebedrijf, neemt het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen
een besluit omtrent de gehele of gedeeltelijke opschorting of schorsing
van de betaling van de uitkering aan die persoon voor de duur van
ten hoogste acht weken.
-4. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt het reïntegratiebedrijf in
kennis van een besluit tot opschorting of schorsing als bedoeld in het derde
lid.
M. [MvT]
Artikel 31 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt
als volgt te luiden:
-1. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan een uitkering over een door hem te
bepalen tijdvak als voorschot betaalbaar stellen indien onzekerheid
bestaat over het recht op of de hoogte van de uitkering of de hoogte van het te
betalen bedrag aan uitkering. Een verleend voorschot wordt verrekend
met het definitief vastgestelde bedrag aan uitkering dat over het
desbetreffende tijdvak wordt betaald.
2. Het tweede lid
vervalt, onder vernummering van het derde tot en met het zesde lid tot tweede
tot en met vijfde lid.
3. In het tot tweede lid
vernummerde lid wordt "tweede lid" vervangen door "eerste lid",
"uit eigen beweging of op verzoek van de werknemer een naar redelijkheid
vast te stellen voorschot" vervangen door "een voorschot" en
"hem"
vervangen door: de werknemer.
4. In het tot derde lid
vernummerde lid en het tot vierde lid vernummerde lid wordt "derde lid"
vervangen door: tweede lid.
5. In het tot vijfde lid
vernummerde lid wordt "tot en met derde lid" vervangen door: en het
tweede lid.
N. [MvT]
In artikel 34, vijfde
lid, onderdeel c, wordt na "bestaan uit" ingevoegd: een uitkering op grond
van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen dan wel.
O. Vervallen. [MvT]
P. [MvT]
Artikel 73 komt te
luiden:
Art. 73.
De werknemer die recht heeft op
een uitkering op grond van deze wet heeft recht op ondersteuning bij
arbeidsinschakeling en, met inachtneming van de daarvoor geldende wettelijke
bepalingen, op de naar het oordeel van het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
noodzakelijk geachte voorziening
gericht op arbeidsinschakeling.
Q. [MvT]
Artikel 78a wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid
wordt na "de Ziektewet" ingevoegd: , de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
2. In het tweede lid
wordt voor "de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering" ingevoegd: de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of.
R. [MvT]
In de artikelen 82,
vijfde lid, 82a, vierde lid, en 97c, negende lid, wordt
"plan van aanpak als
bedoeld in artikel 71a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering" vervangen door: plan
van aanpak als bedoeld in artikel 25, tweede
lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of artikel 71a
van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
S. [MvT]
In de artikelen 82a,
vijfde lid, en 97c, tiende lid, wordt voor "de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering" ingevoegd: de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of.
T. [MvT]
In artikel 97d, tweede
lid, wordt voor "de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering" ingevoegd: de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen,.
U. [MvT]
In artikel 97i wordt voor "de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering" ingevoegd: de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en.
V.
Vervallen.
W. [MvT]
Na artikel 127a wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 128.
In afwijking van artikel
7:3 van de Algemene wet bestuursrecht kan van het horen van een belanghebbende worden
afgezien indien de belanghebbende niet binnen een door het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gestelde redelijke
termijn
verklaart dat hij gebruik wil maken van het recht te worden gehoord.
1. Volgens de redactie
dient "laatstgenoemde wet" te worden vervangen door: eerstgenoemde
wet.
Art. 1.4.
Ziektewet [MvT]
De Ziektewet wordt als
volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 4, eerste
lid, worden, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel h door
een puntkomma, twee onderdelen toegevoegd, luidende:
i. de persoon die op
grond van de Kaderwet
dienstplicht zijn militaire dienstplicht vervult dan
wel de persoon die op grond van de Wet
gewetensbezwaren militaire dienst is verplicht tot het verrichten van vervangende dienst;
j. de persoon die op
grond van artikel 37 van de Oorlogswet
voor Nederland is aangemerkt
als militair.
B. [MvT]
Artikel 6 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het eerste lid,
onderdeel b, komt als volgt te luiden:
b. degene die als
vrijwilliger werkzaamheden verricht als politiebeambte, alsmede van degene die
als vrijwilliger al dan niet tegen loon werkzaamheden verricht
bij een gemeentelijke brandweer;.
2. Het tweede lid,
onderdeel f, komt te luiden:
f. arbeidsongeschiktheid ter zake waarvan ziekengeld op grond van deze wet is toegekend of
ter zake waarvan recht bestaat op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
C.
[MvT]
In artikel 8a wordt na "verplichte verzekering ingevolge" ingevoegd: de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen dan wel ingevolge.
D.
Aan het slot van artikel 10, onder 1º, wordt toegevoegd:
i: Onze Minister van
Defensie onderscheidenlijk Onze Minister;
j: Onze Minister van
Defensie.
E.
[MvT]
In artikel 11a, eerste
lid, wordt voor "artikel 75a, eerste lid, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering" ingevoegd:
artikel 82, eerste
lid, van de Wet werk en
inkomen naar arbeidsvermogen bedoelde risico dan wel het in.
F. [MvT]
Artikel 29 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid,
onderdeel b, komt te luiden:
b. recht heeft op
bezoldiging als bedoeld in artikel 76a, eerste lid, dan wel indien het recht op
die bezoldiging op grond van artikel 76a, derde of zevende lid, of
artikel
76b, eerste, tweede of derde lid, geheel of gedeeltelijk ontbreekt.
2. In het negende lid
wordt na "op grond van" ingevoegd: artikel
26, derde lid, van de Wet
werk en inkomen naar arbeidsvermogen of.
G. [MvT]
Artikel 29b komt te
luiden:
Art. 29b.
-1. De werknemer: [MvT]
a. die onmiddellijk voorafgaand
aan een dienstbetrekking als bedoeld in artikel
3, 4 of 5
recht had op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen;
b. die onmiddellijk voorafgaand aan zijn dienstbetrekking met een
werkgever, niet zijnde een werkgever als bedoeld in artikel 7 van de
Wet sociale werkvoorziening,
een indicatiebeschikking als bedoeld in artikel 11 van
die wet
had; of
c. van wie in een arbeidskundig onderzoek is vastgesteld dat hij op
de eerste dag na afloop van de wachttijd, bedoeld in artikel
23 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen of van
het tijdvak, bedoeld in artikel 24 of 25,
negende lid, van die wet:
1º. minder dan 35% arbeidsongeschikt is;
2º. alsmede in een aan die dag
voorafgaande, bij ministeriële regeling te bepalen, periode werkzaamheden
voor de eigen of een andere werkgever dan wel arbeid als zelfstandige in bij
die ministeriële regeling te bepalen mate heeft verricht;
3º. niet in staat is tot het verrichten van eigen of andere arbeid bij de
eigen werkgever; en
4º. binnen vijf jaar na die dag in dienstbetrekking werkzaamheden gaat
verrichten bij een andere dan de werkgever tot wie hij tijdens die wachttijd
of dat tijdvak in dienstbetrekking stond of voor wie hij tijdens die
wachttijd of dat tijdvak werkzaamheden verrichtte;
heeft vanaf de eerste dag van zijn ongeschiktheid tot werken recht op
ziekengeld over perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte die
zijn aangevangen in de vijf jaren na aanvang van de dienstbetrekking.
-2. Het eerste lid is van
overeenkomstige toepassing op de werknemer die, onmiddellijk
voorafgaand aan een dienstbetrekking als bedoeld in artikel
3, 4 of 5, naar
het oordeel van de Centrale organisatie werk en inkomen een structurele
functionele beperking had en voor wiens ondersteuning bij
arbeidsinschakeling het college van burgemeester en wethouders, onmiddellijk
voorafgaand aan die dienstbetrekking, op grond van artikel
7, eerste
lid, aanhef en onder a, van de Wet werk en
bijstand
verantwoordelijk was. [MvT]
-3. De werknemer die: [MvT]
a. voorafgaand aan zijn
dienstbetrekking, bedoeld in artikel 3, 4 of
5, recht had of heeft gehad
op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten; of
b. een
arbeidsovereenkomst heeft gesloten met een werkgever als bedoeld in artikel 7 van
de Wet sociale werkvoorziening;
heeft vanaf de eerste dag van zijn
ongeschiktheid tot werken recht op ziekengeld over perioden van
ongeschiktheid tot werken wegens ziekte die zijn aangevangen na aanvang van de
dienstbetrekking.
-4. De werknemer die recht
heeft op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en ten aanzien van wie een
dienstbetrekking, bedoeld
in artikel 3, 4 of
5, bij diens werkgever wordt voortgezet nadat dat
recht is vastgesteld, heeft vanaf de eerste dag van zijn ongeschiktheid tot
werken recht op ziekengeld over perioden van ongeschiktheid tot werken
wegens ziekte die zijn aangevangen in de vijf jaren na vaststelling van
het recht op uitkering. [MvT]
-5. Het ziekengeld,
bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, bedraagt 70% van het dagloon van
de verzekerde. [MvT]
-6. In afwijking van het
vijfde lid wordt het ziekengeld in het tijdvak van 52 weken vanaf de eerste
dag van ongeschiktheid tot werken van de werknemer, bedoeld in
artikel 3, op verzoek van de werkgever gesteld op het dagloon, met dien
verstande dat het ziekengeld niet meer kan bedragen dan de aanspraak
van de werknemer op het loon dat de werkgever verschuldigd
zou zijn indien daarop geen ziekengeld in mindering zou zijn
gebracht. Voor het bepalen van het tijdvak van 52 weken zijn de tweede en
derde zin van artikel 29, vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.
[MvT]
-7. Indien de werknemer,
bedoeld in het derde lid, werkzaam is op een arbeidsovereenkomst als
bedoeld in artikel 7 van de Wet sociale
werkvoorziening, wordt
het dagloon, bedoeld in het vijfde en zesde lid, verminderd met het, naar
werkdagen herleide, aan de werkgever verstrekte
subsidiebedrag, bedoeld in artikel 7 van de Wet sociale
werkvoorziening. [MvT]
-8. Dit artikel is niet
van toepassing indien de werknemer werkzaam is in een dienstbetrekking in
de zin van artikel 2 van de Wet sociale
werkvoorziening. [MvT]
-9. Ter uitvoering van het
tweede lid wordt op verzoek van het college van burgemeester en
wethouders, bedoeld in dat lid, de aanwezigheid van een structurele
functionele beperking vastgesteld. Bij ministeriële regeling kunnen nadere
regels worden gesteld voor het tweede lid en dit lid in ieder geval met
betrekking tot de gegevens die bij de aanvraag worden verstrekt en de
kosten die voor de beoordeling van de aanvraag bij de aanvrager in
rekening worden gebracht. [MvT]
H.
[MvT]
Aan artikel 30 wordt een
lid toegevoegd, luidende:
-4. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de door hem daartoe aangewezen
deskundige kunnen degene aan wie ziekengeld is toegekend voorschriften
geven in het belang van een behandeling of van genezing dan wel voor
zover dit voortvloeit uit de taak, bedoeld in artikel 30 van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, tot behoud, herstel en
bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid.
I. [MvT
+ bis]
In artikel 33, eerste
lid, wordt na "Het ziekengeld" een zinsnede ingevoegd,
luidende: , de
voorziening of de kosten van de voorziening, bedoeld in artikel 52d,.
J.
In de artikelen 38,
eerste lid, 47a, tweede lid, 70, eerste lid, en
87a, derde lid, wordt
"artikel XV,
tweede lid, van de Wet terugdringing
ziekteverzuim" vervangen door: artikel
76a, eerste lid.
K. [MvT]
Na artikel 38a wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 38b.
-1. Op verzoek informeert
de werknemer zijn werkgever over zijn mogelijke aanspraak op
ziekengeld op grond van artikel 29b. De eerste zin is niet van toepassing
gedurende de eerste twee maanden na aanvang van zijn
dienstbetrekking.
-2. In afwijking van
artikel 38a, tweede lid, meldt de werkgever zo spoedig mogelijk, doch in
elk geval niet later dan de vierde dag na het tijdstip waarop het hem
redelijkerwijs duidelijk kan zijn dat de werknemer aanspraak op ziekengeld
kan maken op grond van artikel 29a of
29b, aan het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de eerste werkdag
waarop die werknemer
wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kent alsdan het ziekengeld met
terugwerkende kracht over de verstreken periode, doch ten hoogste over
één
jaar, toe.
L.
In artikel 39a, eerste
lid, wordt na "van dat artikel gestelde regels" ingevoegd: of op grond
van artikel 25, eerste, tweede of vijfde lid, van de
Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen dan wel de krachtens het zevende lid van dat
artikel gestelde regels,.
M. [MvT]
Artikel 45, eerste lid,
wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel f wordt
na "bij de uitvoering van" ingevoegd "de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen," en wordt na "toepassing wordt
gegeven aan" ingevoegd:
artikel 88 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen in
verband met het niet naleven van de artikelen 27, tweede lid, onderdeel
a
tot en met c, of vijfde lid, 28, eerste lid,
29 of 30, eerste of
tweede lid, van laatstgenoemde wet,. [MvT]
2. Onder vervanging van
de punt aan het slot van onderdeel n door een puntkomma worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:
[MvT]
o. indien de
belanghebbende zonder redelijke gronden niet meewerkt aan het opstellen van de
reïntegratievisie, bedoeld in artikel 30a, eerste lid, van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, of het reïntegratieplan,
bedoeld in artikel 30a, derde lid, van
die wet;
p. indien de
belanghebbende de verplichtingen die zijn opgenomen in de
reïntegratievisie,
bedoeld in artikel 30a, eerste lid, van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, of in het reïntegratieplan, bedoeld in
artikel 30a,
derde lid, van die wet, niet of niet behoorlijk is nagekomen.
N. [MvT]
In artikel 45g, tweede
lid, wordt voor "de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering" ingevoegd: de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen,.
Na.
Na artikel 45g
wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 45h.
Indien het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
de verzekerde de uitkering van ziekengeld op grond van deze wet tijdelijk of
blijvend, geheel of gedeeltelijk heeft geweigerd dan wel hem een boete heeft
opgelegd, stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het
reïntegratiebedrijf dat ten behoeve van die verzekerde werkzaamheden
gericht op vergroting van de mogelijkheden tot het verrichten van arbeid of
op inschakeling in de arbeid verricht, van die beschikking in kennis voor
zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de werkzaamheden door het
reïntegratiebedrijf.
O. [MvT]
Aan artikel 47a worden
twee leden toegevoegd, luidende:
-4. Indien een
reïntegratiebedrijf aan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen heeft gemeld dat het gegronde vermoeden bestaat dat een
persoon aan wie
ziekengeld is toegekend onvoldoende medewerking verleent aan de op hem
betrekking hebbende werkzaamheden van het reïntegratiebedrijf,
neemt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een besluit omtrent de
gehele of gedeeltelijke opschorting of schorsing van de betaling
van het ziekengeld aan die persoon voor de duur van ten hoogste acht
weken.
-5. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt het reïntegratiebedrijf in
kennis van een besluit tot opschorting of schorsing als bedoeld in het vierde
lid.
P. [MvT]
Aan artikel 49 wordt na "ziekengelduitkering" een zinsnede toegevoegd, luidende: dan wel op de
verstrekking of op de duur of de hoogte van een voorziening als bedoeld
in artikel 52d.
Q. [MvT]
Na artikel 52c wordt een
hoofdstuk ingevoegd, luidende:
HOOFDSTUK IIA. Reïntegratie-instrumenten
Art. 52d.
Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld op grond waarvan
het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op aanvraag aan de
persoon aan wie ziekengeld is toegekend, in het kader van de
bevordering van en ondersteuning bij de inschakeling in de arbeid als zelfstandige voorzieningen kan verstrekken.
R. [MvT]
Artikel 61 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de
aanduiding "-1." geplaatst.
2. Er wordt na het eerste
lid een lid toegevoegd, luidende:
-2. In afwijking van het
eerste lid en artikel 60 komen de uitgaven en de kosten verbonden aan de
verstrekking van uitkeringen en aan de reïntegratie van
personen als bedoeld in artikel 4, eerste lid,
onderdeel i en j, alsmede de op grond
van enige wet over deze uitkeringen door het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
verschuldigde premies die
niet op deze uitkeringen
in mindering kunnen worden gebracht, ten laste van het Rijk.
S.
[MvT]
In artikel 63a, eerste
lid, wordt voor "artikel 71b, derde lid, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering" ingevoegd:
artikel 26, derde
lid, van de Wet werk en
inkomen naar arbeidsvermogen dan wel.
T.
[MvT]
In artikel 64, eerste
lid, wordt, onder verlettering van de onderdelen f tot en met i
tot onderdelen g tot en met j, na onderdeel e een onderdeel ingevoegd, luidende:
f. degene wiens recht op
een uitkering krachtens de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen is beëindigd;.
U.
[MvT]
Artikel 65 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid,
onderdeel b, wordt "als bedoeld in" vervangen door: als bedoeld in
artikel 23 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen dan wel.
2. In het eerste lid,
onderdeel c, wordt "een arbeidsongeschiktheidsuitkering
krachtens" vervangen
door: een uitkering krachtens de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen is genoten dan wel waarover een arbeidsongeschiktheidsuitkering
krachtens.
3. In het tweede lid
wordt "een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van" vervangen
door: een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen dan wel een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van.
V.
[MvT]
Artikel 66 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid
wordt, onder verlettering van de onderdelen b tot en met f
tot onderdelen c tot en met g,
na onderdeel a een onderdeel ingevoegd, luidende:
b. door de in artikel 64,
eerste lid, onderdeel f, bedoelde personen: binnen vier weken na
dagtekening van de beschikking waarbij het recht op een uitkering werd
beëindigd;.
2. In het eerste lid
wordt in het tot onderdeel c verletterde onderdeel "onderdeel f,
g en h"
vervangen door: onderdeel g, h en i.
3. In het eerste lid
wordt in het tot onderdeel d verletterde onderdeel "onderdeel i" vervangen
door: onderdeel j.
4. In het eerste en
tweede lid wordt "beslissing" telkens vervangen door: beschikking.
5. In het tweede lid
wordt "eerste lid, onderdeel b" vervangen door: eerste lid, onderdeel
c.
6. In het vierde lid
wordt, onder verlettering van de onderdelen c tot en met e
tot onderdelen d tot en met f,
na onderdeel b een onderdeel ingevoegd, luidende:
c. voor de in artikel 64,
eerste lid, onderdeel f, bedoelde persoon: op de dag met ingang waarvan
het recht op een uitkering krachtens de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen is beëindigd;.
7. In het vierde lid
wordt in het tot onderdeel c verletterde onderdeel "onderdeel d,
e en i"
vervangen door: onderdeel d, e en j.
8. In het vierde lid
wordt in het tot onderdeel d verletterde onderdeel "onderdeel
f, g en h" vervangen door: onderdeel g,
h en i.
W.
[MvT]
Na artikel 72b wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 72c.
In afwijking van artikel
7:3 van de Algemene wet bestuursrecht kan van het horen van een
belanghebbende worden afgezien indien de belanghebbende niet binnen een door het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gestelde redelijke
termijn verklaart dat hij gebruik wil maken van het recht te worden
gehoord.
X.
[MvT]
Onder vernummering van de
vierde afdeling tot vijfde afdeling en van artikel 76 tot
artikel 77
wordt na artikel 75m een nieuwe afdeling ingevoegd, luidende:
VIERDE AFDELING. Aanspraak op bezoldiging en
reïntegratieverplichtingen overheidspersoneel
Art. 76. [MvT]
Deze afdeling is van
toepassing op personen die:
a. in dienst zijn van
staat, provincie, gemeente, waterschap, enig ander publiekrechtelijk lichaam
dan wel van de NV Nederlandse Spoorwegen; en
b. op grond van de Kaderwet
dienstplicht de militaire dienst vervullen dan wel die op grond van
de Wet
gewetensbezwaren militaire dienst zijn verplicht tot het
verrichten van vervangende dienst.
Art. 76a. [MvT]
-1. Bij verhindering
wegens ongeschiktheid als gevolg van ziekte, zwangerschap of bevalling
om de dienst te verrichten of het ambt te vervullen, bestaat ten
aanzien van de werkgever
jegens wie de persoon, bedoeld in artikel 76,
krachtens publiekrechtelijke aanstelling gehouden is tot het verrichten van
arbeid, gedurende een tijdvak van
104 weken aanspraak op 70% van de bezoldiging, bedoeld in het Bezoldigingsbesluit
Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, dan wel van hetgeen
daarmee overeenkomt, voor zover deze bezoldiging niet meer
bedraagt dan hetgeen overeenkomt met het bedrag, bedoeld in
artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale
verzekeringen. De
aanspraak bedraagt de eerste 52 weken echter minimaal het bedrag van
het minimumloon dat voor betrokkene zou gelden indien de
Wet
minimumloon en minimumvakantiebijslag op hem van toepassing zou zijn.
De eerste twee volzinnen zijn van overeenkomstige toepassing voor zover in
verband met ziekte, zwangerschap of bevalling ook na ontslag
aanspraak bestaat op betaling van bezoldiging of van hetgeen daarmee
overeenkomt.
-2. Is bezoldiging of
hetgeen daarmee overeenkomt, op een andere wijze dan naar tijdruimte
vastgesteld, dan is deze afdeling van toepassing, met dien verstande dat als
bezoldiging wordt beschouwd de gemiddelde bezoldiging die
betrokkene, wanneer hij niet verhinderd was geweest, gedurende die tijd had
kunnen verdienen.
-3. Van het eerste lid kan
bij algemeen verbindend voorschrift ten nadele van betrokkene slechts in
zoverre worden afgeweken dat betrokkene voor de eerste twee dagen van
het in het eerste lid bedoelde tijdvak van 104 weken geen aanspraak
heeft op bezoldiging of hetgeen daarmee overeenkomt.
-4. In afwijking van het
eerste lid heeft de vrouwelijke werknemer de in dat lid bedoelde
aanspraak niet gedurende de periode dat zij zwangerschaps- of bevallingsverlof
geniet overeenkomstig artikel 3:1, tweede en derde lid, van de
Wet arbeid en zorg.
-5. Voor de toepassing van
het eerste en derde lid worden perioden waarin betrokkene wegens ongeschiktheid
tengevolge van ziekte,
zwangerschap of bevalling
verhinderd is om zijn dienst te verrichten of zijn ambt te vervullen,
samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken
opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een
periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten
overeenkomstig artikel 3:1, tweede en derde lid, van de
Wet arbeid en zorg,
tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien
uit dezelfde oorzaak.
-6. Het tijdvak van 104
weken, bedoeld in het eerste lid, wordt verlengd:
a. met de duur van de
vertraging indien de werkgever, bedoeld in het eerste lid, de aangifte,
bedoeld in artikel 38, eerste lid, later doet dan op grond van dat artikel is
voorgeschreven;
b. met de duur van de
verlenging van het tijdvak waarin recht bestaat op loon of bezoldiging op
grond van artikel 24, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen dan wel met de duur van de verlenging van de
wachttijd, bedoeld in artikel 19, zevende lid, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering; en
c. met de duur van het
tijdvak dat het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel
25,
negende lid, van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen dan wel artikel 71a, negende lid, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
heeft vastgesteld.
-7. Het eerste lid is niet
van toepassing op zakgeldgenietenden.
Art. 76b. [MvT]
-1. Bij algemeen
verbindend voorschrift kan worden bepaald dat de aanspraak, bedoeld in
artikel 76a, eerste lid, niet bestaat, indien:
a. de ziekte is
voorgewend, althans zodanig overdreven is voorgesteld dat reden voor
verhindering niet kan worden aangenomen;
b. de ziekte door opzet
van de betrokkene is veroorzaakt, tenzij hem daarvan op grond van zijn
psychische toestand geen verwijt kan worden gemaakt;
c. de verhindering het
gevolg is van een ziekte of gebrek waarover betrokkene bij het
aangaan van de arbeidsverhouding opzettelijk valse inlichtingen aan de
werkgever jegens wie de persoon, bedoeld in artikel 76,
krachtens publiekrechtelijke aanstelling gehouden is tot het verrichten van
arbeid heeft verstrekt.
-2. Bij algemeen
verbindend voorschrift kan worden bepaald dat de aanspraak, bedoeld in
artikel 76a, eerste lid, vervalt, wanneer en voor zolang betrokkene:
a. weigert zich te
onderwerpen aan een onderzoek vanwege de bedrijfsgeneeskundige of
een daarmee gelijk te stellen geneeskundige of, na voor zulk een
onderzoek te zijn opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt;
b. weigert de volledige
medewerking te verlenen aan een geneeskundig onderzoek, een observatie
of een maatregel in het belang van het behoud, het herstel of de
bevordering van zijn arbeidsgeschiktheid, tenzij de maatregel een ingreep van
heelkundige aard mocht zijn;
c. zonder voldoende
gronden nalaat zich onder behandeling van een geneeskundige te stellen
of blijven stellen, dan wel zich niet houdt aan de voorschriften hem door de
behandelende geneeskundige gegeven, met dien verstande dat te
dezen voorschriften tot het verlenen van medewerking aan een ingreep van
heelkundige aard zijn uitgezonderd;
d. zich zodanig gedraagt
dat zijn genezing wordt belemmerd of vertraagd;
e. tijdens de
verhindering dienst te verrichten, voor zichzelf of derden arbeid verricht, tenzij
dit door de bedrijfsgeneeskundige of een daarmee gelijk te stellen
geneeskundige in het belang van zijn genezing wenselijk wordt geacht;
f. in gebreke blijft op
het door de bedrijfsgeneeskundige of een daarmee gelijk te stellen
geneeskundige bepaalde tijdstip en in de door deze bepaalde mate zijn
dienst te hervatten, tenzij hij daarvoor een inmiddels opgekomen, door
deze als geldig erkende reden heeft opgegeven;
g. weigert passende
arbeid te verrichten welke door het bevoegd gezag wordt opgedragen en
waartoe hij door de bedrijfsgeneeskundige of een daarmee gelijk te stellen
geneeskundige in staat wordt geacht;
h. zonder deugdelijke
grond weigert mee te werken aan door de werkgever, bedoeld in het eerste
lid, onderdeel c, of een door hem aangewezen deskundige gegeven
redelijke voorschriften of getroffen maatregelen die erop gericht zijn de
betrokkene in staat te stellen passende arbeid te verrichten;
i. zonder deugdelijke
grond weigert mee te werken aan het opstellen, evalueren en bijstellen
van een plan van aanpak als bedoeld in artikel
25, tweede lid, van de Wet
werk en inkomen naar arbeidsvermogen en artikel 71a, tweede lid, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
-3. Bij algemeen
verbindend voorschrift kan worden bepaald dat de aanspraak, bedoeld in
artikel 76a, eerste lid, geheel of ten dele vervallen kan worden verklaard
indien betrokkene de voor hem ter zake van afwezigheid tijdens
ziekte gestelde voorschriften overtreedt.
-4. Algemeen verbindende
voorschriften waarin geen speciale regeling is getroffen voor de
aanspraken bij ziekte op bezoldiging of hetgeen daarmee overeenkomt,
gelden voor de toepassing van artikel 76a, derde lid, als voorschriften waarbij van
artikel 76a, eerste lid, wordt afgeweken.
Art. 76c. [MvT]
De aanspraak, bedoeld in
artikel 76a, eerste lid, wordt verminderd met:
a. het bedrag van de
vergoeding of uitkering welke betrokkene ontvangt krachtens een
wettelijk voorgeschreven verzekering;
b. het bedrag van
bezoldiging of het loon, door betrokkene in of buiten dienstbetrekking genoten
voor werkzaamheden die hij heeft verricht gedurende de tijd dat hij
zijn dienst had kunnen verrichten of zijn ambt had kunnen vervullen, zo
hij daartoe wegens ziekte niet verhinderd was geweest.
Art. 76d. [MvT]
Indien betrokkene vóór de
aanvang van zijn dienstbetrekking of ambtsvervulling een
overeenkomst had gesloten tot verzekering van de geldelijke gevolgen van
verhindering tot werken wegens ziekte, mag hij die overeenkomst voor
zover hij daaraan rechten kan ontlenen die gelijkwaardig zijn aan
die welke voor hem uit deze afdeling voortvloeien, voor het vervolg, echter
niet eerder dan met ingang van de aanvang van de dienstbetrekking of
ambtvervulling opzeggen. De door betrokkene vooruitbetaalde premie
wordt door de verzekeraar naargelang van het opgezegde gedeelte van de
overeenkomst terugbetaald, onder aftrek van ten hoogste 25% van het
terug te betalen bedrag voor administratiekosten.
Art. 76e. [MvT]
-1. De werkgever jegens wie de
persoon, bedoeld in artikel 76,
krachtens publiekrechtelijke aanstelling gehouden is tot het verrichten van
arbeid bevordert ten aanzien van de
werknemer die in verband
met ongeschiktheid tengevolge van ziekte verhinderd is de bedongen
arbeid te verrichten, de inschakeling in de arbeid in zijn bedrijf.
Indien vaststaat dat de eigen arbeid niet meer kan worden verricht en in het
bedrijf van de werkgever,
bedoeld in de eerste volzin, geen andere passende arbeid voorhanden is,
bevordert die werkgever, gedurende het tijdvak waarin de werknemer jegens hem recht op loon
heeft op grond van deze afdeling, artikel 71a, negende lid, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
of artikel
25, negende lid,
van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de inschakeling van de werknemer in voor hem passende arbeid
in het bedrijf van een
andere werkgever.
-2. Uit hoofde van de
uitoefening van zijn taak, bedoeld in het eerste lid, is de werkgever,
bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, verplicht zo tijdig
mogelijk zodanige maatregelen te
treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is,
opdat de werknemer die in verband met ongeschiktheid tengevolge van ziekte verhinderd is de bedongen arbeid te
verrichten, in staat
wordt gesteld de eigen of andere passende arbeid te verrichten.
-3. Uit hoofde van de
uitoefening van zijn taak, bedoeld in het eerste lid, stelt de werkgever,
bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, in overeenstemming met de werknemer een plan van
aanpak op als bedoeld in artikel 71a, tweede lid, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
en artikel
25, tweede lid, van de Wet
werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Het plan van aanpak wordt met
medewerking van de werknemer regelmatig geëvalueerd en zo nodig
bijgesteld.
-4. Onder passende arbeid
als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt verstaan alle arbeid die
voor de krachten en bekwaamheden van de werknemer is berekend,
tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale
aard niet van hem kan worden gevergd.
-5. De werkgever, bedoeld in het eerste lid, eerste volzin,
en degene door wie die werkgever zich op grond
van artikel 14 van de Arbeidsomstandighedenwet
1998 laat bijstaan,
verstrekken een reïntegratiebedrijf als bedoeld in artikel
1 van de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen gegevens voor zover deze
noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de door de werkgever, bedoeld
in het eerste lid, eerste volzin, aan dit bedrijf opgedragen werkzaamheden, alsmede
het sociaal-fiscaal nummer van de persoon wiens inschakeling in de
arbeid door dat reïntegratiebedrijf wordt bevorderd. Het
reïntegratiebedrijf verwerkt deze gegevens slechts voor zover dat noodzakelijk is voor deze werkzaamheden en gebruikt
slechts met dat doel het sociaal-fiscaal nummer bij die verwerking. Onder
sociaal-fiscaal nummer
wordt in dit artikel verstaan het nummer, bedoeld in artikel 2, derde lid,
onderdeel j, van de Algemene
wet inzake rijksbelastingen.
-6. Dit artikel is van
overeenkomstige toepassing op de eigenrisicodrager, bedoeld in artikel
1,
eerste lid, onderdeel h, en de persoon, bedoeld in artikel
63,
eerste lid, gedurende de periode dat de eigenrisicodrager aan die persoon
ziekengeld moet betalen.
Y. [MvT]
Na artikel 89 worden drie
artikelen ingevoegd, luidende:
Art. 90. [MvT]
-1. Als werknemer in de
zin van artikel 29b, eerste lid, wordt, naast de werknemers, bedoeld in dat
lid, eveneens aangemerkt de persoon die op de dag voorafgaand aan de
inwerkingtreding van artikel 1.4, onderdeel G, van de Wet
invoering en
financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen arbeidsgehandicapte was
op grond van artikel 2 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de dag
waarop dat artikel vervalt op grond van artikel 2.10 van de Wet
invoering
en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, voor de
duur van:
a. zijn
arbeidsongeschiktheidsuitkering en vijf jaar na die periode voor de arbeidsgehandicapte,
bedoeld in dat artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de
Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten; [MvT]
b. de toekenning van de
voorziening en vijf jaar na die periode voor de arbeidsgehandicapte,
bedoeld in dat artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de
Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten; [MvT]
c. de
indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking op grond van de Wet sociale
werkvoorziening voor de arbeidsgehandicapte, bedoeld in dat artikel
2, eerste lid,
onderdeel c, van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten; [MvT]
d. vijf jaar na de
beëindiging van zijn dienstbetrekking op grond van de Wet sociale
werkvoorziening voor de arbeidsgehandicapte, bedoeld in dat artikel
2, eerste lid,
onderdeel
d, van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten; [MvT]
e. vijf jaar na de
herindicatiebeschikking op grond van de Wet sociale werkvoorziening voor de
arbeidsgehandicapte, bedoeld in dat artikel 2, eerste lid, onderdeel e,
van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten; [MvT]
f. vijf jaar na
beëindiging van zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering of de eindiging van de
voorziening, bedoeld in dat artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de
Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten, voor de arbeidsgehandicapte,
bedoeld in het tweede lid van dat artikel; [MvT]
g. vijf jaar na de dag waarop in verband met ziekte of gebrek een belemmering bij het
verkrijgen of verrichten van arbeid is ontstaan voor de arbeidsgehandicapte,
bedoeld in dat artikel 2, derde of vierde lid, van de
Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten. [MvT]
-2. In afwijking van het
eerste lid, onderdeel a, geldt geen duurbeperking voor de persoon die op de
dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 1.4, onderdeel G,
van de Wet invoering en financiering Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen arbeidsgehandicapte was op grond van zijn recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de
Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten. [MvT]
Art. 91. [MvT]
Artikel 29b, zoals dat
luidde vóór de inwerkingtreding van artikel 1.4, onderdeel G, van de Wet
invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen,
blijft van toepassing op de werknemer die op of vóór die dag recht had op
ziekengeld op grond van dat artikel. Het ziekengeld, bedoeld in de eerste
volzin, wordt niet betaald na de periode waarover de werknemer op grond van
artikel 29b, zoals dat luidde op de dag vóór de inwerkingtreding van artikel 1.4,
onderdeel G, van de Wet invoering en financiering Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen, recht had.
Art. 92. [MvT]
Geen recht op ziekengeld
heeft de persoon die belanghebbende is als bedoeld in artikel 1 van
de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
militairen.
Art. 1.5.
Wijziging van
de Wet financiering sociale verzekeringen [MvT]
De Wet financiering
sociale verzekeringen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 1 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In onderdeel k wordt "wachtgeldfonds" telkens vervangen door: sectorfonds.
2. In de onderdelen o en
q wordt na "de Ziektewet"
ingevoegd: , de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
3. Onder vervanging van
de punt aan het slot van onderdeel v door een puntkomma worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:
w. Werkhervattingskas: de Werkhervattingskas, genoemd in artikel
113a;
x. WGA-uitkering: de
werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten, bedoeld in artikel
54 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
B. [MvT]
In de artikelen 2, onderdeel c en d, en 24, tweede lid, wordt na "Ziektewet"
ingevoegd: ,
de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
C. [MvT]
In artikel 16, derde lid,
onderdeel a, wordt na "Ziektewet," ingevoegd: de verplichte verzekering
op grond van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen,.
D. [MvT
+ bis]
Het opschrift van
afdeling 2 van hoofdstuk 3 komt te luiden: AFDELING 2. Algemeen
Werkloosheidsfonds en sectorfondsen
E. [MvT]
In de artikelen 23,
tweede lid, 25, derde lid, 28, eerste, tweede en derde lid,
44, vierde en vijfde
lid, 94, eerste en tweede lid, 98, eerste lid,
99, onderdeel a, 103, aanhef,
104, eerste lid, aanhef en onder a en i, derde, vierde en vijfde lid,
105, eerste lid, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, en
119, tweede lid,
alsmede in het opschrift van artikel 28 wordt "wachtgeldfonds" telkens vervangen
door: sectorfonds.
F. [MvT]
In de artikelen 23,
eerste lid, 111 en 119, eerste en tweede lid, alsmede in de opschriften van de
artikelen 103, 104 en 105 wordt "wachtgeldfondsen" telkens vervangen door
"sectorfondsen" en in het opschrift van artikel 94 wordt
"Wachtgeldfondsen" vervangen door: Sectorfondsen.
G. [MvT]
Artikel 25, eerste lid,
komt te luiden:
-1. De premie is
verschuldigd door werkgevers en werknemers in de zin van de Werkloosheidswet.
H. [MvT]
Artikel 28 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid
wordt na de tweede zin een zin ingevoegd, luidende: Bij de vaststelling van
het percentage blijven ten aanzien van Onze Minister van Defensie en
Onze Minister, voor zover zij werkgever zijn van personen als bedoeld in
artikel 4, eerste lid, onderdeel i en j, van de Ziektewet, de uitkeringen,
bedoeld in artikel 104, eerste lid,
onderdeel c en d, alsmede de daaraan
gerelateerde overige uitgaven uit het sectorfonds buiten beschouwing. [MvT]
2. In het tweede lid
wordt na "Ziektewet" ingevoegd: , de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen.
3. In het vierde lid
wordt na "Ziektewet" ingevoegd: , artikel
11 van de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. [MvT]
4. Er wordt een lid
toegevoegd, luidende:
-6. Het UWV dan wel,
indien Onze
Minister het percentage heeft vastgesteld, Onze
Minister maakt bekend welk deel van het percentage, bedoeld in het eerste
lid, is gerelateerd aan hetgeen op grond van artikel
104, eerste lid, onderdeel a en b, onderdeel c, respectievelijk onderdeel
d, ten laste komt van een
sectorfonds.
I. [MvT]
Het opschrift van
afdeling 3 van hoofdstuk 3 komt te luiden: AFDELING 3. Uitvoeringsfonds
voor de overheid.
J. [MvT]
Het opschrift van
afdeling 4 van hoofdstuk 3 komt te luiden: AFDELING 4. Arbeidsongeschiktheidsfonds,
Arbeidsongeschiktheidskas en Werkhervattingskas.
K. [MvT]
Aan artikel 33 wordt een
lid toegevoegd, luidende:
-3. De financiële
middelen tot dekking van de uitgaven ten laste van de Werkhervattingskas,
alsmede de financiële middelen voor het vormen en in stand houden van een
reserve in de Werkhervattingskas, worden verkregen door het heffen
van de in artikel 38 bedoelde gedifferentieerde premie.
L. [MvT
+ bis]
Artikel 34 komt te
luiden:
Art. 34. Basispremie
en gedifferentieerde premies
-1. De premie is verschuldigd
door werkgevers in de zin van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen en bestaat uit een basispremie en twee gedifferentieerde
premies.
-2. De werkgever kan de met
betrekking tot een werknemer door hem verschuldigde gedifferentieerde premie
ten behoeve van de Werkhervattingskas, bedoeld in artikel
38, onder bij ministeriële regeling te bepalen voorwaarden, tot ten
hoogste de helft verhalen op de werknemer.
M. [MvT]
Artikel 37 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Aan het opschrift
wordt toegevoegd: Arbeidsongeschiktheidskas.
2. In het eerste lid,
onderdeel a, wordt na "gedifferentieerde premie" ingevoegd: ten behoeve
van de Arbeidsongeschiktheidskas.
N. [MvT]
Onder vernummering van
artikel 38 tot artikel 38a wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 38.
Gedifferentieerde premie Werkhervattingskas
-1. Het
UWV stelt vast:
a. voor de berekening van
de gedifferentieerde premie ten behoeve van de Werkhervattingskas,
een voor alle takken van bedrijf en beroep gelijk rekenpercentage;
b. voor de berekening van
het rekenpercentage, bedoeld in onderdeel a, een voor alle takken
van bedrijf en beroep gelijk gemiddeld percentage.
-2. Elk jaar wordt met
ingang van 1 januari een opslag of korting vastgesteld waarmee het
in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde percentage wordt verhoogd
respectievelijk verlaagd. Bij of krachtens de algemene maatregel van
bestuur, bedoeld in het vierde lid, kan worden bepaald dat de opslag of
korting voor een werkgever dan wel voor categorieën van
werkgevers wordt vastgesteld, waarbij de korting of opslag voor categorieën
van werkgevers kan verschillen of op nihil kan worden vastgesteld.
Indien een werkgever met toepassing van de artikelen 96 of
97 is
aangesloten bij verschillende sectoren, wordt voor elk bedrijfsonderdeel van de
werkgever waar werkzaamheden worden verricht die behoren tot
een afzonderlijke sector, de opslag of korting toegepast als was dat
bedrijfsonderdeel een afzonderlijke werkgever. Voor de werkgever die niet
behoort tot een categorie als bedoeld in de tweede zin stelt de inspecteur
de korting of opslag vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.
-3. De inspecteur stelt in
geval van overgang van een onderneming in de zin van artikel 662 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede in geval van een dergelijke
overgang bij faillissement, de vastgestelde opslag of korting,
bedoeld in het tweede lid, opnieuw bij voor bezwaar vatbare beschikking vast
voor de werkgever die een onderneming of een deel daarvan verkrijgt en
voor de werkgever die een deel van zijn onderneming overdraagt.
-4. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent:
a. de wijze waarop het
rekenpercentage, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en het
gemiddelde percentage, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden
vastgesteld;
b. de wijze waarop de in
het tweede en het derde lid bedoelde opslag en korting worden
berekend;
c. de percentages die op
grond van dit artikel ten hoogste voor een werkgever mogen gelden en
omtrent de percentages die op grond van dit artikel ten minste voor
een werkgever moeten gelden.
-5. Beschikkingen van de
inspecteur op grond van dit artikel worden genomen gehoord het UWV
en in overeenstemming met het UWV.
O.
[MvT]
In het eerste lid van het
tot artikel 38a vernummerde artikel wordt voor "de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering," ingevoegd "de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen," en wordt de zinsnede "als gedifferentieerde premie
een premie verschuldigd naar het percentage, bedoeld in artikel
37,
eerste lid, onderdeel a" vervangen door: als gedifferentieerde premie
ten behoeve van de Arbeidsongeschiktheidskas respectievelijk ten
behoeve van de Werkhervattingskas een premie verschuldigd naar het
percentage, bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel a,
respectievelijk het percentage, bedoeld in artikel
38, eerste lid, onderdeel
a.
P.
[MvT]
Het opschrift van
afdeling 5 van hoofdstuk 3 komt te luiden: AFDELING 5. Eigen risico
dragen.
Q.
[MvT
+ bis]
Artikel 40 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te
luiden:
-1. De inspecteur verleent
overeenkomstig deze afdeling aan een werkgever op aanvraag bij
voor bezwaar vatbare beschikking toestemming om zelf het risico te
dragen van betaling van:
a. het ziekengeld aan de
personen, bedoeld in artikel 29, tweede lid,
onderdeel a, b en
c, van
de Ziektewet, die laatstelijk tot de werkgever in dienstbetrekking stonden;
b.
arbeidsongeschiktheidsuitkering overeenkomstig hoofdstuk
9 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen alsmede hoofdstuk IIIa
van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering; of
c. WGA-uitkering
overeenkomstig hoofdstuk
9 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen.
2. Aan de tweede zin van
het zevende lid wordt toegevoegd: respectievelijk artikel
84, derde lid,
van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
[MvT]
3. In het achtste lid,
onderdeel a, wordt "ziekengeld onderscheidenlijk
arbeidsongeschiktheidsuitkeringen"
vervangen door: ziekengeld onderscheidenlijk
arbeidsongeschiktheidsuitkering dan wel WGA-uitkering. [MvT]
4. Onder
vernummering van het dertiende lid tot zestiende lid worden na het twaalfde
lid drie leden ingevoegd, luidende:
-13. Indien de periode, bedoeld in artikel 82,
eerste lid, onderdeel b, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, wordt gewijzigd in die zin dat
de wijziging een verlenging van de periode betekent, legt de werkgever die
zelf het risico draagt van betaling de WGA-uitkering, binnen een bij
ministeriële regeling te bepalen termijn, een schriftelijke garantie over
aan de inspecteur waaruit blijkt dat een kredietinstelling of een
verzekeraar zich jegens het UWV verplicht, op het eerste verzoek van het
UWV, waarbij het UWV schriftelijk meedeelt dat de verplichtingen die
voortvloeien uit het zelf dragen van het risico niet worden nagekomen, die
verplichtingen na te komen.
-14. Indien niet of niet tijdig wordt voldaan aan het dertiende lid, eindigt
het door de werkgever zelf dragen van het risico, bedoeld in het eerste lid,
onderdeel c, met ingang van de dag waarop de wijziging van de
periode, bedoeld in artikel 82, eerste lid, onderdeel b, van de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen,
in werking treedt.
-15. Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot het dertiende en
veertiende lid nadere regels worden gesteld.
R. [MvT]
Aan het opschrift van
paragraaf 3 van afdeling 5 van hoofdstuk 3 en van artikel 45 wordt
toegevoegd: en Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
S. [MvT]
In artikel 45 wordt "artikel
40, aanhef en eerste lid, onderdeel b," vervangen door: artikel
40, aanhef en eerste lid, onderdeel b en c,.¹
T.
Artikel 46 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het opschrift wordt "Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering" vervangen door:
arbeidsongeschiktheidsuitkering.
2. Het eerste lid komt te
luiden:
-1. De eigenrisicodrager
met betrekking tot de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in artikel
40,
eerste lid, onderdeel b, is over het loon van de tot hem in
dienstbetrekking staande werknemers de gedifferentieerde premie, bedoeld in
artikel 37, en over de door hem te betalen arbeidsongeschiktheidsuitkeringen
de premie ten behoeve van de Arbeidsongeschiktheidskas,
bedoeld in artikel 38a, niet verschuldigd.
3. In het tweede lid
wordt na "40, eerste lid," ingevoegd: onderdeel b,.
U. [MvT]
Na artikel 46 wordt een
artikel ingevoegd, luidende;
Art. 46a. Vrijstelling
premie eigenrisicodrager WGA-uitkering
-1. De eigenrisicodrager
met betrekking tot de WGA-uitkering, bedoeld in artikel
40, eerste
lid, onderdeel c, is over het loon van de tot hem in dienstbetrekking staande
werknemers de gedifferentieerde premie, bedoeld in artikel
38, en
over de door hem te betalen WGA-uitkeringen de premie ten behoeve van de
Werkhervattingskas, bedoeld in artikel 38a, niet verschuldigd.
-2. De startende
werkgever, bedoeld in artikel 40, negende lid, is in afwachting van de door de
inspecteur te nemen beslissing op aanvraag, bedoeld in artikel
40,
eerste lid, onderdeel c, over het loon van de tot hem in dienstbetrekking
staande werknemers de gedifferentieerde premie, bedoeld in artikel
38,
niet verschuldigd.
-3. De eigenrisicodrager en de
startende werkgever, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen de bij
ministeriële regeling genoemde kosten met betrekking tot een werknemer ten
behoeve van het eigen risico dragen onder bij ministeriële regeling te bepalen
voorwaarden tot ten hoogste de helft verhalen op de
werknemer.
V. [MvT
+ bis]
Artikel 49 komt te
luiden:
Art. 49. Voorwaarden
premiekorting
-1. De werkgever past,
voor zolang de dienstbetrekking duurt, doch ten hoogste gedurende de
eerste drie jaar vanaf de aanvang van de dienstbetrekking, een korting toe op de
door hem op grond van de artikelen 27 en 31 verschuldigde premies
en op de op grond van afdeling 4 van dit hoofdstuk verschuldigde
premie, voor de werknemer die op de dag van aanvang van die
dienstbetrekking:
a. recht heeft op een
uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen;
b. recht heeft op een
uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten;
c. een
indicatiebeschikking als bedoeld in artikel 11 van de
Wet sociale werkvoorziening heeft; of
d. naar het oordeel van
de Centrale organisatie werk en inkomen een structurele functionele
beperking heeft en voor wiens ondersteuning bij arbeidsinschakeling het
college van burgemeester en wethouders, op die dag, op grond van artikel
7, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet werk en
bijstand
verantwoordelijk is.
-2. Het eerste lid is van
overeenkomstige toepassing met betrekking tot de werknemer, bedoeld in
het eerste lid, onderdeel a, die zijn eigen arbeid geheel of gedeeltelijk
heeft hervat of een andere functie bij dezelfde werkgever is gaan
bekleden voor zolang de dienstbetrekking duurt, doch ten hoogste gedurende
één
jaar nadat die werknemer zijn eigen arbeid geheel of gedeeltelijk
heeft hervat of een andere functie bij dezelfde werkgever is gaan
bekleden.
-3. Ter uitvoering van het eerste lid, onderdeel d, wordt op verzoek van het college van burgemeester en
wethouders, bedoeld in dat lid, de aanwezigheid van een structurele
functionele beperking vastgesteld. Bij ministeriële regeling kunnen nadere
regels worden gesteld voor het eerste lid, onderdeel d, en dit lid
in ieder geval met betrekking tot de gegevens die bij de aanvraag worden
verstrekt en de kosten die voor de beoordeling van de aanvraag bij de
aanvrager in rekening worden gebracht.
-4. Dit artikel is niet
van toepassing indien de werknemer werkzaam is in een dienstbetrekking in
de zin van artikel 2 van de Wet sociale
werkvoorziening.
-5. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de
werknemer van wie in een arbeidskundig onderzoek is vastgesteld dat hij op
de eerste dag na afloop van de wachttijd, bedoeld in artikel
23 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen, of van het tijdvak, bedoeld in artikel
24 of 25, negende lid, van die
wet:
1º. minder dan 35% arbeidsongeschikt is;
2º. alsmede in een aan die dag
voorafgaande, bij ministeriële regeling te bepalen, periode werkzaamheden
voor de eigen of een andere werkgever dan wel arbeid als zelfstandige in bij
die ministeriële regeling te bepalen mate heeft verricht;
3º. niet in staat is tot het verrichten van eigen of andere arbeid bij de
eigen werkgever; en
4º. binnen vijf jaar na die dag in dienstbetrekking werkzaamheden gaat
verrichten bij een andere dan de werkgever tot wie hij tijdens die wachttijd
of dat tijdvak in dienstbetrekking stond of voor wie hij tijdens die
wachttijd of dat tijdvak werkzaamheden verrichtte.
W. [MvT]
Artikel 50 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Het opschrift komt te
luiden: Omvang premiekorting.
2. In het eerste, tweede
en derde lid wordt "korting arbeidsgehandicapte werknemer" telkens
vervangen door: korting, bedoeld in artikel 49,.
3. In het derde lid wordt "en voor de
persoon bij wie de beperking op grond waarvan hij arbeidsgehandicapte is in de zin van de
Wet op de
(re)integratie
arbeidsgehandicapten vóór zijn 17de verjaardag bestond" vervangen door:
en voor de werknemer, bedoeld in artikel 49, eerste lid, die
vóór zijn 17de verjaardag tot de doelgroep van
artikel 49, eerste lid,
onderdeel a, c of d, kon worden gerekend.
X.
In artikel 51, derde lid,
wordt na "de Werkloosheidswet"
ingevoegd: , de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen.
Y. [MvT]
Na artikel 55 wordt een
afdeling met een artikel ingevoegd, luidende:
AFDELING 7. Dienstplichtigen
Art. 56. Financiering
Ziektewet en Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
dienstplichtigen
-1. De premies, bedoeld in
artikel 34, zijn niet verschuldigd over het loon van personen voor
zover
zij werknemer zijn op grond van artikel 4, eerste lid, onderdeel i of
j,
van de Ziektewet.
-2. De uitkeringen op
grond van de Ziektewet en de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen uit hoofde van een dienstbetrekking als bedoeld in artikel
4,
eerste lid, onderdeel i en j, van de Ziektewet, de daaraan verbonden
uitvoeringskosten alsmede de op grond van enige wet over die uitkeringen
verschuldigde premies die niet op die uitkeringen in mindering kunnen worden
gebracht, komen ten laste van het Rijk.
-3. Ten laste van het Rijk
komen voorts de kosten die rechtstreeks verband houden met de
uitvoering van artikel 30, eerste lid, onderdeel b, van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen ten aanzien van een
betrokkene
indien deze ten tijde van het aanvangen van de werkzaamheden van het
reïntegratiebedrijf, bedoeld in het zesde lid van
dat artikel, een
uitkering als bedoeld in het tweede lid ontvangt ten laste van het Rijk.
Z. [MvT]
Na artikel 76 wordt een
paragraaf met een artikel ingevoegd, luidende:
§ 6. Wet werk en inkomen
naar arbeidsvermogen
Art. 76a. Hoogte
premie vrijwillige WIA-verzekering
-1. De premie voor de
vrijwillige verzekering op grond van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen wordt berekend over het dagloon, bedoeld in artikel
21,
eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen.
-2. De premie bedraagt een
door het
UWV te bepalen percentage van het in het eerste lid
bedoelde dagloon, met dien verstande dat de premie niet meer bedraagt dan de
in artikel 36 bedoelde basispremie, vermeerderd met een premieopslag die
wordt berekend op grond van het in artikel 37, eerste lid,
onderdeel a, en het in artikel 38, eerste lid, onderdeel a, bedoelde percentage.
AA. [MvT]
Artikel 78 komt te
luiden:
Art. 78. Afzien van
horen belanghebbende
In afwijking van artikel
7:3 van de Algemene wet bestuursrecht kan van het horen van een
belanghebbende worden afgezien ten aanzien van een besluit inzake de
verschuldigde premie voor een vrijwillige verzekering indien de belanghebbende
niet binnen een door de SVB
of het
UWV gestelde redelijke
termijn verklaart dat hij gebruik wil maken van het recht te worden gehoord.
BB. [MvT]
Het opschrift van
paragraaf 1 van afdeling 3 van hoofdstuk 7 komt te luiden: § 1. Algemeen
Werkloosheidsfonds, sectorfondsen en Uitvoeringsfonds voor de overheid.
BBa.
Artikel 100, onderdeel h, komt te
luiden:
h. de op grond van artikel 2.8 van de Wet
invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen aan het
Reïntegratiefonds af te dragen bedragen;.
CC. [MvT]
Artikel 103
wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel f komt te luiden:
f. de bijdragen van de werkgever of de eigenrisicodrager of de
werknemer in de kosten van het onderzoek, bedoeld in artikel 30,
eerste lid, onderdeel e, f, g en p, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
2. Aan het artikel wordt, onder vervanging van
de punt aan het slot van onderdeel f door een puntkomma, een
onderdeel toegevoegd, luidende:
g. de bedragen die het UWV ontvangt door toepassing van de artikelen
76, 91 en 99 van
de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen,
voor zover deze bedragen
betrekking hebben op uitkeringen die ten laste van dit fonds zijn
gebracht.
DD. [MvT]
Artikel 104 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt
als volgt gewijzigd:
a. Aan onderdeel c wordt
toegevoegd: met uitzondering van de uitkeringen aan de personen wier arbeidsverhouding op grond van artikel
4, eerste lid, onderdeel
i of j, van de Ziektewet als dienstbetrekking wordt beschouwd.
b. Onder verlettering van
de onderdelen d tot en met i tot onderdelen e tot en met
j wordt een
onderdeel ingevoegd, luidende:
d. de door het
UWV te betalen
WGA-uitkering aan degenen die op de laatste dag van de wachttijd, bedoeld in
artikel 23
van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen,
een uitkering ontvingen als bedoeld in onderdeel c, gedurende de
periode die op grond van artikel 82, eerste
lid, onderdeel b, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
geldt op de dag waarop het recht op een uitkering op grond van die
wet is ontstaan, te rekenen vanaf de laatstgenoemde dag;.
c. In het tot onderdeel e
verletterde onderdeel wordt "a, b en c" vervangen door:
a tot en
met d.
d. In het tot onderdeel f
verletterde onderdeel wordt "onderdeel a, b en c" vervangen door: de
onderdelen a tot en met d.
d1.
In het tot onderdeel h verletterde onderdeel wordt "onderdeel e,
f en g" vervangen door: onderdeel e, f, g
en p.
e. In het tot onderdeel j
verletterde onderdeel wordt na "Ziektewet" ingevoegd: ten aanzien van anderen
dan de personen, bedoeld in onderdeel c,.
2. Onder vernummering van
het vijfde lid tot zesde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
-5. Ten laste van het
sectorfonds komen voorts de kosten die rechtstreeks verband houden met de
uitvoering van artikel 30, eerste lid, onderdeel b, van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen ten aanzien van
een betrokkene indien deze ten tijde van het aanvangen van de
werkzaamheden van het reïntegratiebedrijf, bedoeld in het zesde lid van dat
artikel, een uitkering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, ontvangt.
3. In het tot zesde lid
vernummerde lid wordt "c, d en e," vervangen door:
c, e en f,.
EE. [MvT]
Artikel 105 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid,
onderdeel a, wordt "onderdeel c en h" vervangen door:
onderdeel c, d en i.
2. In het derde lid wordt "artikel
104, eerste lid, onderdeel c" vervangen door
"artikel 104,
eerste lid, onderdeel c, respectievelijk artikel
104, eerste lid, onderdeel
d" en
wordt "artikel 40, eerste lid, onderdeel a" vervangen door
"artikel 40, eerste
lid, onderdeel a of c" en wordt na "artikel
104, eerste lid, onderdeel
c" ingevoegd: , respectievelijk artikel
104, eerste lid, onderdeel
d.²
FF. [MvT]
Aan artikel 107 wordt,
onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel k door een
puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
l. de bedragen die het
UWV ontvangt door toepassing van de artikelen 76,
91 en 99 van
de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen,
voor zover deze bedragen
betrekking hebben op uitkeringen die ten laste van dat fonds zijn
gebracht.
GG. [MvT]
Artikel 108 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt
als volgt gewijzigd:
a. Onder verlettering van
de onderdelen d tot en met p tot onderdelen e tot en met
q wordt een
onderdeel ingevoegd, luidende:
d. de door het
UWV
te betalen WGA-uitkeringen aan de
personen, bedoeld in artikel 24,
die op de laatste dag van de wachttijd, bedoeld in
artikel 23 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen, een
uitkering ontvingen als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel a,
b of c, van de Ziektewet,
gedurende de periode die op grond van artikel 82,
eerste lid, onderdeel b, van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen geldt op
de dag waarop het recht op uitkering op grond van de
laatstgenoemde wet is ontstaan, te rekenen vanaf de laatstgenoemde dag;.
b. In het tot onderdeel e
verletterde onderdeel wordt "a, b en c" vervangen door:
a tot en
met d.
c. In het tot onderdeel f
verletterde onderdeel wordt "onderdeel a, b en c" vervangen door: de
onderdelen a tot en met d.
d.
Het tot onderdeel i verletterde onderdeel komt te luiden:
i. de op grond van artikel
2.8 van de Wet invoering en financiering Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen aan het Reïntegratiefonds af te dragen bedragen;.
2. Onder vernummering van
het tweede lid tot derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
-2. Ten laste van het
Uitvoeringsfonds voor de overheid komen voorts de kosten die
rechtstreeks verband houden met de uitvoering van artikel
30, eerste lid,
onderdeel b, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen ten
aanzien van een betrokkene indien deze ten tijde van het aanvangen
van de werkzaamheden van het reïntegratiebedrijf, bedoeld in het zesde lid
van dat artikel, een uitkering als bedoeld in het eerste lid,
onderdeel d, ontvangt ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de
overheid.
3. In het tot derde lid
vernummerde lid wordt "b, d en e" vervangen door:
b, e en f.
HH. [MvT]
In artikel 111 wordt na "Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering" ingevoegd: of de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
II. [MvT]
Het opschrift van
paragraaf 2 van afdeling 3 van hoofdstuk 7 komt te luiden: § 2.
Arbeidsongeschiktheidsfonds, Arbeidsongeschiktheidskas en
Werkhervattingskas.
JJ. [MvT]
Na artikel 113 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 113a.
Werkhervattingskas
Het
UWV beheert en
administreert afzonderlijk de in artikel 33, derde lid, bedoelde middelen tot
dekking van de uitgaven, alsmede de middelen benodigd voor het vormen
en in stand houden van een reserve, in de vorm van een
Werkhervattingskas die deel uitmaakt van het UWV.
KK. [MvT]
Artikel 114 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Onderdeel a komt te
luiden:
a. de premies op grond
van artikel 36, de premie op grond van artikel 75
voor zover deze niet
ten gunste komt van de Arbeidsongeschiktheidskas en de premie op grond van
artikel 76a voor zover deze niet ten gunste komt van de
Werkhervattingskas;.
2. Onder vervanging van
de punt aan het slot van onderdeel f door een puntkomma worden twee
onderdelen toegevoegd, luidende:
g. de gelden die het UWV
ontvangt door toepassing van de artikelen 86
en 91 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen;
h. de gelden die het UWV
ontvangt door toepassing van de artikelen 76
en 99 van
de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen in verband met
uitkeringen als bedoeld in artikel 115, eerste lid, onderdeel d.
LL. [MvT]
Artikel 115, eerste lid,
wordt als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef wordt "artikel 117" vervangen door: de
artikelen 56, 104,
108, 117 en
117b.
2. In de onderdelen a en
b wordt voor "op grond van" ingevoegd: door het
UWV.
3. Onder verlettering van
de onderdelen d tot en met k tot onderdelen e tot en met
l wordt een
onderdeel ingevoegd, luidende:
d. de door het UWV op
grond van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen te
betalen uitkeringen;.
4. In het tot onderdeel e
verletterde onderdeel wordt na "de uitvoeringskosten"
ingevoegd "van het UWV" en wordt na "Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen" ingevoegd: , op de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen.
5. In het tot onderdeel f
verletterde onderdeel wordt "a, b en c" vervangen door:
a tot en
met d.
6. In het tot onderdeel g
verletterde onderdeel wordt "de Arbeidsongeschiktheidskas" vervangen door: de
Arbeidsongeschiktheidskas of de Werkhervattingskas.
7. Het tot onderdeel j
verletterde onderdeel komt te luiden:
j. de
reïntegratie-instrumenten op grond van hoofdstuk
IIb van de Wet op
arbeidsongeschiktheidsverzekering, hoofdstuk A ³ van de
Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en
hoofdstuk 4, paragraaf 2 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen;.
8. Onder vervanging van
de punt aan het slot van het tot onderdeel l verletterde onderdeel
door een puntkomma worden vier onderdelen toegevoegd, luidende:
m. de kosten die verband
houden met de uitvoering van artikel 30, eerste lid, onderdeel b,
van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
n. de subsidie, bedoeld
in artikel 30b van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
o. hetgeen op grond van
artikel 83, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen op het UWV wordt verhaald;
p. de op grond van artikel
2.8 van de Wet invoering en financiering Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen aan het Reïntegratiefonds af te dragen bedragen.
MM. [MvT]
Artikel 116 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Onderdeel a komt te
luiden:
a. de premie op grond van
artikel 37, eerste lid, de gedifferentieerde premie ten behoeve van de Arbeidsongeschiktheidskas op grond van
artikel 38a, eerste lid,
en de premie op grond van artikel 75 voor
zover deze de gedifferentieerde
premie ten behoeve van de Arbeidsongeschiktheidskas op grond van artikel
38a,
eerste lid, niet overschrijdt;.
2. Onder vervanging van
de punt aan het slot van onderdeel e door een puntkomma wordt een
onderdeel toegevoegd, luidende:
f. de gelden die het UWV
ontvangt door toepassing van de artikelen 76,
83, derde lid, 84, tweede en vierde lid, en
99 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen in verband met uitkeringen als bedoeld in artikel
117, eerste lid.
NN. [MvT]
Artikel 117 wordt als
volgt gewijzigd:
1. De aanhef van het
eerste lid komt te luiden: Ten laste van de Arbeidsongeschiktheidskas
komen gedurende de periode van vier jaar met betrekking tot een
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, te rekenen vanaf de dag
waarop een
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van die wet is ingegaan, en met
betrekking tot een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen te rekenen vanaf de dag waarop een
uitkering op grond van laatstgenoemde wet is ingegaan:.
2. In het vierde lid
wordt na "is verlengd" ingevoegd "of een tijdvak waarin recht bestaat op
loon of bezoldiging dat op grond van artikel 24
van de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen is verlengd" en wordt na "verlenging van
de wachttijd" ingevoegd: respectievelijk de duur van de verlenging
van bedoeld tijdvak.
3. In het vijfde lid
wordt "dan wel bezoldiging op grond van artikel
XV, veertiende lid, van de Wet terugdringing
ziekteverzuim" vervangen door: dan wel bezoldiging op
grond van artikel 76a, zesde lid, van de Ziektewet.
4. Het zesde lid, onderdeel a, b en c, komt te luiden:
a. het een
arbeidsongeschiktheidsuitkering betreft die op grond van artikel
71, eerste lid,
van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
of artikel
72, eerste
lid, van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen door het UWV wordt
betaald en op grond van artikel 71, derde lid, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
respectievelijk
artikel 72, derde lid,
van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
niet op een
eigenrisicodrager wordt verhaald;
b. het een
arbeidsongeschiktheidsuitkering betreft die op grond van artikel 75a, vierde lid,
van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
of artikel
83, derde
lid, van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen door het
UWV wordt betaald en niet kan worden verhaald op een
kredietinstelling of verzekeraar als bedoeld in artikel
40;
c. het een
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
anders dan bedoeld in het tweede of derde lid betreft,
toegekend aan een werknemer die uit de dienstbetrekking waaruit de
arbeidsongeschiktheidsuitkering is ontstaan recht had op ziekengeld op grond
van artikel 29b van de Ziektewet;.
5. Aan het zesde lid
wordt, onder het vervallen van "of" na onderdeel d en onder vervanging van
de punt aan het slot van onderdeel e door een puntkomma, een onderdeel
toegevoegd, luidende:
f. het een
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen betreft, toegekend aan een werknemer die uit de
dienstbetrekking waaruit de arbeidsongeschiktheidsuitkering is ontstaan recht had op
ziekengeld.
6. In het achtste lid
wordt "korting arbeidsgehandicapte werknemer" vervangen door
"premiekorting" en wordt "de premie, bedoeld in artikel 38" vervangen door: de
gedifferentieerde premie ten behoeve van de Arbeidsongeschiktheidskas,
bedoeld in artikel 38a, eerste lid.
7. Onder vernummering van
het negende lid tot tiende lid wordt een lid ingevoegd,
luidende:
-9. Ten laste van de
Arbeidsongeschiktheidskas komen voorts:
a. de kosten die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van artikel 30, eerste lid, onderdeel b, van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
ten aanzien van een
betrokkene indien deze ten tijde van het aanvangen van de werkzaamheden van
het reïntegratiebedrijf, bedoeld in het zesde lid van dat artikel, een
uitkering ontvangt ten laste van de Arbeidsongeschiktheidskas;
b. de op grond van artikel 2.8 van de Wet
invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen aan het
Reïntegratiefonds af te dragen bedragen.
OO.
[MvT]
Na artikel 117 worden
twee artikelen ingevoegd, luidende:
Art. 117a. Middelen
Werkhervattingskas [MvT]
Ten gunste van de
Werkhervattingskas komen:
a. de premie op grond van
artikel 38, eerste lid, de gedifferentieerde premie ten behoeve van de Werkhervattingskas op grond van
artikel
38a,
eerste lid, en de premie
op grond van artikel 76a voor
zover deze de gedifferentieerde premie
ten behoeve van de Werkhervattingskas op grond van artikel
38,
eerste lid, niet overschrijdt;
b. de gelden die het
UWV ontvangt met toepassing van de artikelen
76, 83, derde lid, 84, tweede en
vierde lid, en 99 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen in verband met uitkeringen als bedoeld in artikel 117b, eerste lid;
c. de gelden die door
toepassing van artikel 118 worden overgeheveld uit het
Arbeidsongeschiktheidsfonds.
Art. 117b. Uitgaven
Werkhervattingskas [MvT]
-1. Ten
laste van de Werkhervattingskas komen de door het
UWV
te betalen WGA-uitkeringen,
alsmede de op grond van enige wet over deze uitkeringen door het UWV
verschuldigde premies die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen
worden gebracht gedurende de periode die op grond van artikel
82, eerste lid, onderdeel b, van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen
geldt op de dag waarop het
recht op uitkering op grond van die wet is
ontstaan, te rekenen vanaf die dag.
-2. Indien een
WGA-uitkering wordt toegekend direct aansluitend op een op grond van artikel
24 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
verlengd tijdvak waarin
de verzekerde recht heeft op loon, wordt de duur van de verlenging
van dat tijdvak in mindering gebracht op de periode,
bedoeld in het eerste lid.
-3. Het eerste lid is niet
van toepassing, indien:
a. het een WGA-uitkering
betreft die op grond van artikel 72, eerste lid, van de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen door het UWV wordt betaald en op grond
van het derde lid van dat artikel niet op een eigenrisicodrager wordt
verhaald;
b. het een WGA-uitkering
betreft die op grond van artikel 83, derde lid, van de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen door het UWV wordt betaald en niet kan
worden verhaald op een kredietinstelling of verzekeraar als bedoeld in artikel
40;
c. het een WGA-uitkering
betreft, toegekend aan een werknemer die uit de dienstbetrekking
waaruit de WGA-uitkering is ontstaan recht had op ziekengeld;
d. het een WGA-uitkering
betreft, toegekend aan een werknemer wiens WGA-uitkering wordt
toegekend in aansluiting op een voordien op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten toegekende uitkering;
e. het een
vervolguitkering als bedoeld in artikel 62,
derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
betreft die door het UWV
wordt betaald voor zover die uitkering meer bedraagt dan hetgeen berekend op
grond van het eerste en tweede lid van dat artikel;
f. het een
loonaanvullingsuitkering als bedoeld in artikel
60, eerste lid, onderdeel
a, van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen betreft die door het UWV
wordt betaald voor zover die uitkering meer bedraagt dan een bedrag
overeenkomende met het bedrag van de vervolguitkering, bedoeld
in artikel 60, eerste lid, onderdeel b, van
die wet, waar de verzekerde, zonder toepassing
van artikel
62, derde lid, van die
wet, recht op zou hebben indien hij geen recht zou hebben gehad op de
loonaanvullingsuitkering, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdeel
a,
van die wet, vermeerderd met de premies die op grond van enige wet
daarover verschuldigd zouden zijn en die daarop niet in mindering kunnen
worden gebracht.
-4. Het UWV bezigt de
middelen die zijn gereserveerd ten behoeve van de Werkhervattingskas
niet tot bestrijding van uitgaven ten laste van de Werkhervattingskas dan
met toestemming van Onze Minister.
-5. Ten laste van de
Werkhervattingskas komen voorts de bedragen van de premiekorting en de premievrijstelling bij marginale arbeid, bedoeld in
afdeling 6 van hoofdstuk 3, toegepast op de gedifferentieerde premie ten behoeve van de
Werkhervattingskas, bedoeld in artikel 38a, eerste lid.
-6. Ten laste van de
Werkhervattingskas komen voorts de kosten die rechtstreeks verband
houden met de uitvoering van artikel 30, eerste lid, onderdeel b, van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
ten aanzien van
een betrokkene indien deze ten tijde van het aanvangen van de
werkzaamheden van het reïntegratiebedrijf, bedoeld in het zesde lid van dat
artikel, een uitkering ontvangt ten laste van de Werkhervattingskas.
-7. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen nadere en zo nodig afwijkende regels worden
gesteld met betrekking tot dit artikel.
PP.
[MvT]
In artikel 118 wordt na "Arbeidsongeschiktheidskas" ingevoegd: of
Werkhervattingskas.
QQ. [MvT]
Na artikel 122 wordt een
nieuw hoofdstuk met vier artikelen ingevoegd, luidende:
HOOFDSTUK 7A. Overgangsbepalingen
Art. 122a.
Overgangsrecht premiekorting [MvT]
-1. De werkgever past de
korting, bedoeld in artikel 49, eerste lid, overeenkomstig dat lid
eveneens toe voor de persoon die vóór de inwerkingtreding van
artikel 1.5, onderdeel V en W, van de Wet invoering en financiering Wet werk
en inkomen naar arbeidsvermogen arbeidsgehandicapte was op grond van artikel
2 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten
indien die werknemer op de dag van aanvang van de dienstbetrekking
arbeidsgehandicapte was op grond van artikel 2 van de
Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten dan wel dit zou zijn geweest indien het
laatstgenoemde artikel niet zou zijn ingetrokken. [MvT]
-2. Artikel 49, eerste
lid, is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de persoon die vóór
de inwerkingtreding van artikel 1.5, onderdeel V en
W, van de Wet invoering
en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
arbeidsgehandicapte is geworden als bedoeld in artikel 2 van de
Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten, voor zolang de dienstbetrekking duurt,
doch ten hoogste gedurende één jaar nadat die persoon zijn eigen arbeid
of een andere functie bij diezelfde werkgever geheel of gedeeltelijk heeft hervat dan wel gedurende één jaar nadat
diens arbeidsplaats is
aangepast tot behoud, herstel of ter bevordering van de mogelijkheden tot
het verrichten van arbeid van die werknemer, indien die persoon op de
dag van hervatting respectievelijk op de dag van aanpassing van de
arbeidsplaats arbeidsgehandicapte was op grond van artikel 2 van de
Wet op
de (re)integratie arbeidsgehandicapten dan wel dit zou zijn geweest indien
het laatstgenoemde artikel niet zou zijn ingetrokken. [MvT]
-3. Ten aanzien van de
werkgever wiens werknemer na de dag van inwerkingtreding van
artikel 2.10 van de Wet invoering en financiering Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen en vóór de dag van inwerkingtreding van
artikel 1.5, onderdeel V, van die wet recht krijgt op een uitkering op grond
van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, wordt voor:
[MvT]
a. de zinsnede "vanaf de
aanvang van de dienstbetrekking" in artikel
49, eerste lid; en
b. de zinsnede "nadat
die werknemer zijn eigen arbeid of een andere functie bij dezelfde
werkgever geheel of gedeeltelijk heeft hervat" in het tweede lid en in
artikel 49, tweede lid;
gelezen: vanaf de dag van inwerkingtreding van
artikel 1.5,
onderdeel V, van de Wet invoering en financiering Wet werk en
inkomen naar arbeidsvermogen.
-4. Dit artikel is niet
van toepassing indien de werknemer werkzaam is in een dienstbetrekking in
de zin van artikel 2 van de Wet sociale
werkvoorziening.
Art. 122b.
Overgangsrecht basispremie en gedifferentieerde premies [MvT]
-1. De artikelen 33, derde
lid, 38, 104, eerste lid, onderdeel d,
117a en 117b
zijn in 2006 niet
van toepassing. [MvT]
-2. In afwijking van de
artikelen 34 en 36 bestaat de premie over het jaar 2006 uit een basispremie
en een gedifferentieerde premie, waarbij de basispremie bestaat uit
een basispremie arbeidsongeschiktheidswetten en een basispremie
WGA. Bij
ministeriële regeling wordt voor de berekening van de basispremie over
het jaar 2006 een voor alle takken van bedrijf en beroep gelijk percentage
vastgesteld, waarbij wordt aangegeven welk deel van dat percentage
moet worden toegerekend aan de basispremie arbeidsongeschiktheidswetten
en welk deel moet worden toegerekend aan de basispremie WGA en
bij deze ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met
betrekking tot dit lid. In
artikel 34, tweede lid,
wordt voor het jaar 2006 voor de zinsnede "gedifferentieerde premie ten
behoeve van de Werkhervattingskas, bedoeld in artikel 38,"
gelezen: basispremie WGA, bedoeld in artikel 122b,.
[MvT]
-3. In artikel 38a, eerste
lid, wordt voor het jaar 2006 voor de zinsnede "als gedifferentieerde
premie ten behoeve van de Arbeidsongeschiktheidskas respectievelijk ten
behoeve van de Werkhervattingskas een premie verschuldigd naar
het percentage, bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel a,
respectievelijk het percentage, bedoeld in artikel
38, eerste lid, onderdeel
a"
gelezen: als gedifferentieerde premie een premie verschuldigd naar het
percentage, bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel a.
-4. In artikel 46, eerste
en tweede lid, wordt voor de jaren 2006 en 2007 voor de zinsnede "de eigenrisicodrager met betrekking tot de arbeidsongeschiktheidsuitkering,
bedoeld in artikel 40,
eerste lid, onderdeel b" gelezen: de
eigenrisicodrager met betrekking tot de arbeidsongeschiktheidsuitkering,
bedoeld in artikel 122d,
tweede lid.
-5. In artikel 76a, tweede
lid, wordt over het jaar 2006 voor de zinsnede "een premieopslag die
wordt berekend op grond van het in artikel 37, eerste lid, onderdeel a,
en het in artikel 38, eerste lid, onderdeel a, bedoelde
percentage"
gelezen: een premieopslag die wordt berekend op grond van het in artikel
37, eerste lid, onderdeel a, bedoelde percentage.
-6. In 2006 komen in
afwijking van de artikelen 104, eerste lid, onderdeel d, en
115, eerste lid,
aanhef, niet ten laste van het sectorfonds: de door het
UWV te betalen
WGA-uitkeringen aan degenen die op de laatste dag van de wachttijd, bedoeld in
artikel 23 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen, een
uitkering ontvingen op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel a,
b en c, van de Ziektewet. De in de eerste zin genoemde uitkeringen
alsmede de op grond van enige wet over deze uitkeringen door het UWV verschuldigde premies die niet op deze
uitkeringen in mindering
kunnen worden gebracht, komen in het jaar 2006 ten laste van het
Arbeidsongeschiktheidsfonds. [MvT]
-7. In 2006 en 2007 komen
in afwijking van de artikelen 115, eerste lid, aanhef, en
117 niet ten
laste van de Arbeidsongeschiktheidskas: de door het UWV te betalen
arbeidsongeschiktheidsuitkeringen op grond van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen. De in de eerste zin genoemde uitkeringen
alsmede de op grond van enige wet over deze uitkeringen door het UWV
verschuldigde premies die niet op deze uitkeringen in mindering
kunnen worden gebracht, komen in de jaren 2006 en 2007 ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds.
[MvT]
-8. In 2006 komen in
afwijking van de artikelen 115, eerste lid, aanhef, en
117b niet ten laste van
de Werkhervattingskas: op grond van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen te betalen WGA-uitkeringen. De in de eerste zin genoemde
uitkeringen alsmede de op grond van enige wet over deze uitkeringen door het
UWV verschuldigde premies die niet op deze uitkeringen in mindering
kunnen worden gebracht, komen in het jaar 2006 ten laste van het
Arbeidsongeschiktheidsfonds. [MvT]
Art. 122c.
Overgangsrecht eigen risico dragen WGA-uitkering [MvT]
-1. De werkgever die op 28
december 2005 zelf het risico draagt van betaling van arbeidsongeschiktheidsuitkering overeenkomstig
hoofdstuk IIIa van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
en die dat risico vóór 1 januari 2005 zelf
is gaan dragen, draagt met ingang van 29 december 2005 tevens zelf het
risico van betaling van WGA-uitkering overeenkomstig hoofdstuk
9 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen. [MvT]
-2. Het eerste lid vindt
geen toepassing, indien: [MvT]
a. de werkgever vóór 29
december 2005 aan het
UWV schriftelijk meldt het risico van betaling
van WGA-uitkering overeenkomstig hoofdstuk
9 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen niet zelf te willen dragen; of
b. het door de werkgever
zelf dragen van het risico van betaling van arbeidsongeschiktheidsuitkering
overeenkomstig hoofdstuk IIIa van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
op aanvraag van de werkgever eindigt op 1
januari 2006.
-3. Indien het eerste lid
toepassing vindt, strekt de schriftelijke garantie die aan het UWV is
overgelegd met betrekking tot het zelf dragen van het risico van betaling van
arbeidsongeschiktheidsuitkering overeenkomstig hoofdstuk
IIIa van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
zich mede uit tot het zelf dragen van het risico van betaling van WGA-uitkering
overeenkomstig hoofdstuk
9 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen. [MvT]
-4. In afwijking van
artikel 40 verleent het UWV aan de werkgever op wie het eerste lid niet van
toepassing is op aanvraag toestemming om het risico van betaling van
WGA-uitkering overeenkomstig hoofdstuk
9 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen zelf te dragen indien de werkgever een
schriftelijke garantie overlegt waaruit blijkt dat een kredietinstelling of een
verzekeraar zich jegens het UWV verplicht op het eerste verzoek van het
UWV waarbij het UWV schriftelijk meedeelt dat de verplichtingen die
voortvloeien uit het zelf dragen van het risico niet worden nagekomen, die
verplichtingen na te komen. De overheidswerkgever, bedoeld in artikel
1,
onderdeel k, van de Wet overheidspersoneel onder de
werknemersverzekeringen, voor zover door Onze
Minister in
overeenstemming met Onze
Minister van Financiën aangewezen, is ontheven van de
verplichting tot het overleggen van een schriftelijke garantie, bedoeld in de
eerste zin. De toestemming wordt niet verleend gedurende drie jaren
nadat het door de werkgever zelf dragen van het risico van betaling van
arbeidsongeschiktheidsuitkering overeenkomstig hoofdstuk
IIIa van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
is beëindigd. [MvT]
-5. De aanvraag, bedoeld in
het vierde lid, wordt uiterlijk gedaan op 28 december 2005. [MvT]
-6. Op een aanvraag als
bedoeld in het vierde lid beslist het UWV binnen 26 weken na de ontvangst
van die aanvraag. [MvT]
-7. Indien een werkgever
een aanvraag als bedoeld in het vierde lid heeft ingediend, is vanaf 29
december 2005 tot de datum waarop het UWV op de aanvraag heeft beslist
artikel 42 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen van overeenkomstige toepassing en wordt met
betrekking tot de artikelen 27, 29,
30 en 37 voor "eigenrisicodrager" gelezen: de werkgever die een aanvraag als
bedoeld in artikel 122c,
vierde lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen heeft
ingediend. [MvT]
-8. Indien het UWV de
werkgever op grond van het vierde lid toestemming verleent om het risico
van betaling van WGA-uitkering overeenkomstig hoofdstuk
9 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen zelf te dragen, wordt de
werkgever geacht dit risico zelf te hebben gedragen met ingang van
29 december 2005. [MvT]
-9. De werkgever die in
2005 of 2006 zelf het risico draagt van betaling van WGA-uitkering
overeenkomstig hoofdstuk
9 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen krijgt in afwijking van artikel 36 in 2007 zolang hij zelf dat
risico draagt een korting op de basispremie ter hoogte van de door hem in 2005
en 2006 betaalde basispremie WGA vermenigvuldigd met de breuk waarvan de
teller wordt gevormd door het aantal hele kalendermaanden dat
de werkgever het risico in 2005 en 2006 heeft gedragen en de noemer 12 bedraagt.
[MvT]
-10. Indien het eerste lid toepassing
heeft gevonden, is artikel
40, dertiende lid, niet
van toepassing.
-11. Aan de werkgever die
eigenrisicodrager is op grond van dit artikel wordt geacht toestemming
te zijn verleend om zelf het risico van betaling van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering te dragen op grond van artikel
40.
Art.
122ca. Overgangsrecht geen eigen risico dragen kleine werkgevers
In afwijking van artikel 40 en artikel
122c, vierde lid, wordt geen toestemming verleend om in de jaren
2005 en 2006 het risico van betaling van WGA-uitkering overeenkomstig hoofdstuk
9 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen zelf te
dragen aan de werkgever te wiens laste, in het tweede kalenderjaar dat aan
het premiejaar vooraf is gegaan, een premieplichtig loon is gekomen dat
gelijk is of minder bedraagt dan 25-maal het gemiddelde premieplichtig loon
per werknemer in dat kalenderjaar.
Art. 122d.
Overgangsrecht eigen risico dragen arbeidsongeschiktheidsuitkering Wet WIA
[MvT]
-1. In afwijking van
artikel 40, eerste lid, wordt geen toestemming verleend om in 2006 en
2007 zelf het risico te dragen van betaling van arbeidsongeschiktheidsuitkering
overeenkomstig hoofdstuk
9 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen alsmede hoofdstuk IIIa
van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
[MvT]
-2. In afwijking van
artikel 40, eerste lid, verleent de inspecteur overeenkomstig afdeling 5 van hoofdstuk
3 aan een werkgever op aanvraag bij voor bezwaar vatbare
beschikking toestemming om in 2006 of 2007 zelf het risico te dragen van
betaling van arbeidsongeschiktheidsuitkering overeenkomstig hoofdstuk
IIIa van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
[MvT]
-3. De werkgever die op 31
december 2007 zelf het risico draagt van betaling van arbeidsongeschiktheidsuitkering overeenkomstig
hoofdstuk IIIa van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
draagt met ingang van 1 januari 2008
tevens zelf het risico van betaling van
arbeidsongeschiktheidsverzekering overeenkomstig hoofdstuk
9 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen. [MvT]
-4. Indien het derde lid
van toepassing is, artikel 122c, derde lid, geen toepassing heeft gevonden
en de werkgever vóór 1 januari 2005 zelf het risico is gaan dragen van
betaling van arbeidsongeschiktheidsuitkering overeenkomstig hoofdstuk
IIIa van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, strekt de schriftelijke
garantie die aan het
UWV is overgelegd met betrekking tot het
zelf dragen van dat risico zich mede uit tot het zelf dragen van het risico van
betaling van arbeidsongeschiktheidsuitkering overeenkomstig hoofdstuk
9 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen. [MvT]
-5. Indien het derde lid
van toepassing is en het vierde lid niet van toepassing is, legt de
werkgever uiterlijk 5 november 2007 aan de inspecteur een
schriftelijke garantie over waaruit blijkt dat een kredietinstelling of een
verzekeraar zich
jegens het UWV verplicht op het eerste verzoek van het UWV
waarbij het UWV schriftelijk meedeelt dat de verplichtingen die
voortvloeien uit het zelf dragen van het risico niet worden nagekomen, die
verplichtingen na te komen. [MvT]
-6. Indien de
schriftelijke garantie, bedoeld in het vijfde lid, niet of niet tijdig wordt overgelegd,
eindigt het zelf dragen van het risico van betaling van
arbeidsongeschiktheidsuitkering overeenkomstig hoofdstuk
IIIa van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
met ingang van 1 januari 2008 en is het derde lid
niet langer van toepassing. [MvT]
-7. Indien de werkgever vóór 2 oktober
2007 aan de inspecteur schriftelijk meldt het risico van betaling van
arbeidsongeschiktheidsverzekering overeenkomstig hoofdstuk
9 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen niet zelf
te willen dragen, is het derde lid niet van toepassing en eindigt het zelf
dragen van risico van betaling van arbeidsongeschiktheidsuitkering
overeenkomstig hoofdstuk
IIIa van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
met ingang van 1 januari 2008.
-8. Het derde lid is niet
van toepassing indien het door de werkgever zelf dragen van het risico van
betaling van arbeidsongeschiktheidsuitkering overeenkomstig hoofdstuk
IIIa van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
op aanvraag van de
werkgever eindigt met ingang van 1 januari 2008. [MvT]
-9. Een aanvraag door de
werkgever tot het zelf dragen van het risico van betaling van arbeidsongeschiktheidsuitkering overeenkomstig
hoofdstuk IIIa van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
met ingang van 1 januari 2008
of later wordt geacht een aanvraag te zijn als bedoeld in artikel
40,
eerste lid, onderdeel b.
-10. Aan de werkgever die
eigenrisicodrager is op grond van dit artikel wordt geacht toestemming
te zijn verleend om zelf het risico van betaling van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering te dragen op grond van artikel
40.
Art. 122e. Overgangsrecht
opslag en korting gedifferentieerde premie
De artikelen 37, tweede en derde lid, en 38,
tweede en derde lid, zijn niet van toepassing met ingang van een bij
koninklijk besluit te bepalen tijdstip, waarin tevens kan worden bepaald dat
dit terugwerkt tot en met een in dat besluit te bepalen tijdstip.
1. Volgens de redactie
dient "In artikel 45 wordt "artikel
40, aanhef en eerste lid, onderdeel b," vervangen door: artikel
40, aanhef en eerste lid, onderdeel b en c," te
worden vervangen door:
In artikel 45 wordt "artikel
40, eerste lid, aanhef en onder b," vervangen door: artikel
40, eerste lid, aanhef en onder b en c,.
2. Volgens de redactie dient "en wordt na "artikel
104, eerste lid, onderdeel
c" ingevoegd: , respectievelijk artikel
104, eerste lid, onderdeel
d" te vervallen.
3. Volgens de redactie
dient "hoofdstuk A" te worden vervangen door: hoofdstuk
3a.
Art.
1.5a. Invoeringswet Wet financiering sociale verzekeringen
In artikel 1, onderdeel e en f,
van de Invoeringswet Wet financiering sociale
verzekeringen wordt na "de Ziektewet"
ingevoegd: , de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen.
Art. 1.6.
Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen [MvT]
De Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 1, eerste
lid, worden, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel m door
een puntkomma, twee onderdelen toegevoegd, luidende:
n. reïntegratiebedrijf:
een natuurlijk persoon dan wel rechtspersoon die in het kader van de
uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid
bevordert;
o. resterende
verdiencapaciteit: datgene dat de persoon die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van deze wet nog met
arbeid kan verdienen en
dat bij of krachtens artikel 2 is vastgesteld.
B. [MvT]
Artikel 18 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid
wordt "herziening of intrekking" vervangen door: herziening of intrekking
als bedoeld in het eerste lid.
2. Na het tweede lid
wordt een lid toegevoegd, luidende:
-3. Een besluit tot
toekenning van loonsuppletie als bedoeld in artikel 67a
en van
inkomenssuppletie als bedoeld in artikel 67b
wordt ingetrokken of herzien indien die
loonsuppletie of de inkomenssuppletie ten onrechte of tot een te
hoog bedrag is vastgesteld.
C. [MvT]
In artikel 26, tweede
lid, wordt "artikel 58 en 59" vervangen door:
artikel 58, 59 en
59a.
D. [MvT]
Artikel 41, eerste lid,
komt te luiden:
-1. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan, zo dikwijls hij zulks nodig oordeelt, de
verzekerde oproepen of doen oproepen en op een door of vanwege het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te bepalen plaats
ondervragen of doen ondervragen in verband met de aanspraak op of het genot
van arbeidsongeschiktheidsuitkering of de toekenning of
verstrekking van een reïntegratie-instrument als bedoeld in hoofdstuk
3a.
E. [MvT]
Aan artikel 46 worden,
onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel g door een
puntkomma, drie onderdelen toegevoegd, luidende:
h. indien de
belanghebbende ¹ zonder redelijke gronden niet meewerkt aan het opstellen van de
reïntegratievisie, bedoeld in artikel 30a, eerste lid, van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, of het reïntegratieplan,
bedoeld in artikel 30a, derde lid, van die
wet;
i. indien de
belanghebbende ¹ de verplichtingen die zijn opgenomen in de
reïntegratievisie,
bedoeld in artikel 30a, eerste lid, van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, of in het reïntegratieplan, bedoeld in
artikel 30a,
derde lid, van die wet, niet of niet behoorlijk is nagekomen;
j. indien de
belanghebbende ¹ die bij deelname aan een reïntegratietraject zijn
reïntegratieverplichtingen niet naleeft, de reden daarvan niet onmiddellijk aan het
reïntegratiebedrijf heeft medegedeeld.
F. [MvT]
In artikel 54, tweede
lid, wordt na "de Ziektewet" ingevoegd: , de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
G. [MvT]
Na artikel 54 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 54a. In kennis stellen reïntegratiebedrijf van sanctieoplegging
Indien het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de verzekerde de uitkering tijdelijk of
blijvend, geheel of gedeeltelijk heeft geweigerd dan wel hem een boete heeft
opgelegd, stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
het reïntegratiebedrijf dat ten behoeve van die verzekerde werkzaamheden
gericht op vergroting van de mogelijkheden tot het verrichten van
arbeid of op inschakeling in arbeid verricht, van die beschikking in kennis
voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de werkzaamheden door het
reïntegratiebedrijf.
H. [MvT]
Aan artikel 55 worden
twee leden toegevoegd, luidende:
-6. Indien een
reïntegratiebedrijf aan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen heeft gemeld dat het gegronde vermoeden bestaat dat een
persoon aan wie een
uitkering is toegekend onvoldoende medewerking verleent aan de op hem
betrekking hebbende werkzaamheden van het reïntegratiebedrijf, neemt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
een besluit omtrent de
gehele of gedeeltelijke opschorting of schorsing van de betaling
van de uitkering aan die persoon voor de duur van ten hoogste acht weken.
-7. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt het reïntegratiebedrijf in
kennis van een besluit tot opschorting of schorsing als bedoeld in het zesde
lid.
I. [MvT]
Artikel 58
wordt als volgt gewijzigd:
1. Het tweede lid, tweede volzin, komt te
luiden als volgt: Dit tijdvak:
a. wordt niet onderbroken indien gedurende perioden van korter dan
vier weken geen inkomsten uit arbeid worden genoten;
b. wordt, indien gedurende perioden van vier weken of langer geen
inkomsten uit arbeid worden genoten, onderbroken, met dien verstande dat het
van de drie jaar resterende tijdvak aanvangt vanaf het moment waarop opnieuw
inkomsten uit arbeid worden genoten.
2. Na het zesde lid wordt een lid toegevoegd,
luidende:
-7. Gedurende een aaneengesloten termijn van zes maanden, aanvangende op de
eerste dag waarover inkomsten uit arbeid als bedoeld in het eerste lid
worden genoten, wordt geacht geen sprake te zijn van arbeid als bedoeld in artikel
2, vierde lid. Deze
termijn wordt geacht niet te zijn onderbroken indien gedurende perioden
korter dan vier weken geen inkomsten uit arbeid worden genoten.
J. [MvT]
Onder vernummering van
artikel 59 tot artikel 59a wordt voor het nieuwe
artikel 59a een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 59. Samenloop met WIA-uitkeringen
-1. Indien ter zake van
arbeidsongeschiktheid zowel recht ontstaat op herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met de
artikelen 12 tot en met
17 als op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen uit hoofde van een dienstbetrekking die is aangevangen na het
intreden van de arbeidsongeschiktheid op grond waarvan het recht
is ontstaan op eerstbedoelde uitkering, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering
uitbetaald voor zover deze de uitkering op grond van de Wet werk en
inkomen naar arbeidsvermogen overtreft, doch in elk geval uitbetaald
tot de hoogte van het bedrag onmiddellijk voorafgaande aan de
herziening.
-2. Voor de toepassing van
het eerste lid wordt onder arbeidsongeschiktheidsuitkering en uitkering op grond
van
de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen tevens
verstaan de vakantie-uitkering waarop uit hoofde van die uitkeringen recht
bestaat, voor zover die vakantie-uitkering over dezelfde periode is
berekend.
-3. Het eerste lid is niet
van toepassing op de persoon die een uitkering ontvangt op grond van de
vrijwillige verzekering als bedoeld in hoofdstuk 2, paragraaf
2, van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen.
-4. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur kunnen nadere en zo nodig afwijkende
regels worden gesteld:
a. met betrekking tot het
eerste lid;
b. ter voorkoming of
beperking van samenloop van arbeidsongeschiktheidsuitkering met de in het eerste lid
bedoelde uitkeringen in situaties waarin deze leden niet of
onvoldoende voorzien.
K. [MvT]
In artikel 63, eerste
lid, wordt na "De uitkering" een zinsnede ingevoegd, luidende: , de
loonsuppletie, bedoeld in artikel 67a, de inkomenssuppletie, bedoeld in
artikel
67b,
en de voorziening, bedoeld in artikel 67c,.
L. [MvT]
Artikel 65 komt te
luiden:
Art. 65. Nadere
regelgeving
Bij ministeriële
regeling kunnen regels worden gesteld omtrent:
a. de artikelen 63,
eerste tot en met zevende lid, en 64;
b. de aanvraag van
loonsuppletie als bedoeld in artikel 67a, van inkomenssuppletie als
bedoeld in artikel 67b en van een voorziening als bedoeld in
artikel
67c.
M. [MvT]
Artikel 66, eerste lid,
komt te luiden:
-1. Onvervreemdbaar en
niet vatbaar voor verpanding en belening zijn:
a. de
arbeidsongeschiktheidsuitkering;
b. de verhoging van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in artikel
10;
c. de vakantie-uitkering;
d. de loonsuppletie,
bedoeld in artikel 67a;
e. de inkomenssuppletie,
bedoeld in artikel 67b;
f. de voorzieningen,
bedoeld in artikel 67c.
N. [MvT]
Aan artikel 67 wordt,
onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door een
puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
c. de voorzieningen,
bedoeld in artikel 67c.
O. [MvT]
Na hoofdstuk 3 wordt een
hoofdstuk ingevoegd, luidende:
HOOFDSTUK 3A. Reïntegratie-instrumenten
Art. 67a. Loonsuppletie
[MvT
+ bis]
-1. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan aan de persoon die recht heeft
op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en die arbeid in
dienstbetrekking aanvaardt of verricht op aanvraag loonsuppletie
toekennen indien het
loon lager is dan zijn resterende verdiencapaciteit.
-2. De loonsuppletie wordt
verstrekt over perioden waarin loon uit dienstbetrekking wordt
ontvangen, doch ten hoogste over een periode van vier jaar te rekenen
vanaf de dag met ingang waarvan voor de eerste maal loonsuppletie is
toegekend.
-3. Als perioden waarin
loon uit dienstbetrekking wordt ontvangen als bedoeld in het tweede lid
worden eveneens aangemerkt perioden waarin een uitkering op grond
van de Ziektewet of op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf
1,
van de Wet arbeid en zorg wordt ontvangen, tenzij de dienstbetrekking is
geëindigd.
-4. De loonsuppletie wordt
voor de toepassing van de wettelijke bepalingen inzake
premieheffing aangemerkt als een uitkering op grond van de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
-5. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de
hoogte van de loonsuppletie.
Art. 67b.
Inkomenssuppletie [MvT
+ bis]
-1. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan aan de persoon die recht heeft
op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en die arbeid als zelfstandige
verricht of gaat verrichten op aanvraag inkomenssuppletie toekennen indien zijn
inkomen uit het bedrijf of beroep lager is dan zijn resterende verdiencapaciteit.
-2. De inkomenssuppletie
wordt verstrekt over perioden waarin het bedrijf of beroep wordt
uitgeoefend, doch ten hoogste over een periode van vier jaar te rekenen
vanaf de dag met ingang waarvan voor de eerste maal inkomenssuppletie is
toegekend.
-3. De inkomenssuppletie
wordt voor de toepassing van de wettelijke bepalingen inzake
premieheffing aangemerkt als een uitkering op grond van deze wet.
-4. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de
hoogte van de inkomenssuppletie.
Art. 67c. Voorzieningen
ter ondersteuning van toeleiding naar arbeid als zelfstandige [MvT]
Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld op grond waarvan
het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op aanvraag van de
zelfstandige die een recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, in het kader van de bevordering en ondersteuning bij de
inschakeling in de arbeid als zelfstandige aan die verzekerde voorzieningen
kan verstrekken.
Art. 67d. Recht op
ondersteuning bij arbeidsinschakeling van Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
[MvT]
De zelfstandige die recht
heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft recht op
ondersteuning bij arbeidsinschakeling en, met inachtneming van de daarvoor geldende
wettelijke bepalingen, op de naar het oordeel van het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen noodzakelijk geachte voorziening
gericht op arbeidsinschakeling.
Art. 67e.
Proefplaatsing [MvT]
-1. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan, in het kader van de bevordering van de
inschakeling in de arbeid, toestemming verlenen aan de verzekerde die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering om op een proefplaats bij
een werkgever gedurende maximaal drie maanden onbeloonde
werkzaamheden te verrichten.
-2. Tijdens het verrichten
van werkzaamheden op een proefplaats als bedoeld in het eerste lid
wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet ingetrokken of herzien.
-3. De onbeloonde
werkzaamheden op een proefplaats als bedoeld in het eerste lid zijn:
a. werkzaamheden waartoe
de verzekerde, bedoeld in het eerste lid, met zijn krachten en
bekwaamheden in staat is;
b. werkzaamheden waarbij
de werkgever bij wie de proefplaatsing geschiedt een aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering ten behoeve van de verzekerde,
bedoeld in het eerste lid, heeft afgesloten;
c. werkzaamheden die de
verzekerde, bedoeld in het eerste lid, niet reeds eerder onbeloond op
een proefplaats bij die werkgever of diens rechtsvoorganger heeft
verricht; en
d. werkzaamheden waarbij
er, naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,
een reëel uitzicht is op een op de onbeloonde werkzaamheden
aansluitende dienstbetrekking van dezelfde of grotere omvang voor
ten minste zes maanden.
-4. De verzekerde, bedoeld
in het eerste lid, die werkzaamheden verricht als bedoeld in het eerste
lid doet daarvan onverwijld mededeling aan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
-5. Indien de
werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, wegens ziekte worden onderbroken, wordt
de periode waarin een uitkering bij ziekte wordt ontvangen, voor de
toepassing van dat lid buiten beschouwing gelaten.
-6. Bij ministeriële
regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de
uitvoering van dit artikel.
P. [MvT]
Aan artikel 70 wordt een
lid toegevoegd, luidende:
-3. De verzekerde aan wie
een reïntegratie-instrument als bedoeld in hoofdstuk
3a is verstrekt
of toegekend, of aan wie verstrekking of toekenning daarvan wordt
overwogen, alsmede diens wettelijke vertegenwoordiger, zijn verplicht aan het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op zijn verzoek of
onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mee te delen waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van
invloed kunnen zijn op de verstrekking of toekenning of op de duur of de
hoogte van het reïntegratie-instrument.
Q. [MvT]
Na artikel 95a wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 95b. Afzien van
horen belanghebbende
In afwijking van artikel
7:3 van de Algemene wet bestuursrecht kan van het horen van een
belanghebbende worden afgezien indien de belanghebbende niet binnen een door het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gestelde redelijke
termijn verklaart dat hij gebruik wil maken van het recht te worden
gehoord.
R. [MvT]
Na artikel 98 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 98a. Titel 4.2
Algemene wet bestuursrecht
Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht
is niet van toepassing op aanspraken op grond van
artikel 67c.
S. [MvT]
Na hoofdstuk 9 wordt een
hoofdstuk ingevoegd, luidende:
HOOFDSTUK 9A. Overgangsbepalingen
Art. 98b.
Overgangsrecht intrekking Wet Rea
-1. Een beschikking tot
toekenning van inkomenssuppletie op grond van artikel 29 van de
Wet op
de (re)integratie arbeidsgehandicapten aan de persoon die op de dag
voorafgaande aan de dag waarop dat artikel op grond van artikel 2.10 van de
Wet invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
vervalt recht had op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering, wordt voor de duur
waarvoor inkomenssuppletie was toegekend, aangemerkt als
een beschikking tot toekenning van inkomenssuppletie als bedoeld in artikel
67b.
-2. Een beschikking tot
toekenning van loonsuppletie op grond van artikel 32 van de
Wet op
de (re)integratie arbeidsgehandicapten aan de persoon die op de dag
voorafgaande aan de dag waarop dat artikel op grond van artikel 2.10 van de
Wet invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
vervalt recht had op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering, wordt voor de duur
waarvoor die loonsuppletie was toegekend, aangemerkt als
een beschikking tot toekenning van loonsuppletie als bedoeld in artikel
67a.
1. Volgens de redactie
dient de zinsnede "indien de
belanghebbende" te vervallen.
Art. 1.7.
Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten [MvT]
De Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 1, eerste
lid, worden, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel h door
een puntkomma, twee onderdelen ¹ toegevoegd, luidende:
i. reïntegratiebedrijf:
een natuurlijk persoon dan wel rechtspersoon die in het kader van de
uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid
bevordert;
j. resterende
verdiencapaciteit: datgene dat de jonggehandicapte die de leeftijd van 18 jaar nog
niet heeft bereikt en de jonggehandicapte die recht heeft op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van deze wet nog met arbeid kan verdienen
en dat bij of krachtens artikel 2 is vastgesteld;
k. werknemer: een
werknemer in de zin van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen;
l. werkgever: een
werkgever in de zin van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
B.
Artikel 16 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid
wordt "herziening of intrekking" vervangen door: herziening of intrekking
als bedoeld in het eerste lid.
2. Na het tweede lid
wordt een lid toegevoegd, luidende:
-3. Een besluit tot
toekenning van een voorziening als bedoeld in artikel 59b, een besluit tot
toekenning van loonsuppletie als bedoeld in artikel 59f
en van inkomenssuppletie
als bedoeld in artikel 59g wordt ingetrokken of herzien indien die
voorzieningen ten onrechte of tot een te hoog bedrag zijn vastgesteld.
C. [MvT]
In artikel 22, tweede
lid, wordt "artikel 50 of 51" vervangen door:
artikel 50, 51 of
51a.
D.
Artikel 33,
eerste lid, onderdeel c en d, komt te luiden:
c. de jonggehandicapte ten aanzien van wie of ten behoeve van wie een
reïntegratie-instrument als bedoeld in artikel
59a, 59b of 59e
is toegekend of waarvan toekenning wordt overwogen;
d. de ingezetene die de leeftijd van 17 jaar nog niet heeft bereikt
en ten aanzien van wie of ten behoeve van wie een reïntegratie-instrument
als bedoeld in artikel
59a, 59b of 59e
is toegekend of waarvan toekenning wordt overwogen.
E. [MvT]
Aan artikel 38 worden,
onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel g door een
puntkomma, drie onderdelen toegevoegd, luidende:
h. indien de
belanghebbende ² zonder redelijke gronden niet meewerkt aan het opstellen van de
reïntegratievisie, bedoeld in artikel 30a, eerste lid, van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, of het reïntegratieplan,
bedoeld in artikel 30a, derde lid, van
die wet;
i. indien de
belanghebbende ² de verplichtingen die zijn opgenomen in de
reïntegratievisie,
bedoeld in artikel 30a, eerste lid, van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, of in het reïntegratieplan, bedoeld in
artikel 30a,
derde lid, van die wet, niet of niet behoorlijk is nagekomen;
j. indien de
belanghebbende ² die bij deelname aan een reïntegratietraject zijn
reïntegratieverplichtingen niet naleeft, de reden daarvan niet onmiddellijk aan het
reïntegratiebedrijf heeft medegedeeld.
F. [MvT]
In artikel 40, eerste
lid, wordt na "wettelijke vertegenwoordiger" een zinsnede ingevoegd,
luidende: of de werkgever.
G. [MvT]
In artikel 46, tweede
lid, wordt na "de Ziektewet," ingevoegd: de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen,.
H. [MvT]
Na artikel 46 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 46a. In kennis stellen reïntegratiebedrijf van sanctieoplegging
Indien het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de verzekerde de uitkering tijdelijk of
blijvend, geheel of gedeeltelijk heeft geweigerd dan wel hem een boete heeft
opgelegd, stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
het reïntegratiebedrijf dat ten behoeve van die verzekerde werkzaamheden
gericht op vergroting van de mogelijkheden tot het verrichten van
arbeid of op inschakeling in arbeid verricht, van die beschikking in kennis
voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de werkzaamheden door het
reïntegratiebedrijf.
I. [MvT]
Aan artikel 47 worden
twee leden toegevoegd, luidende:
-6. Indien een
reïntegratiebedrijf aan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen heeft gemeld dat het gegronde vermoeden bestaat dat een
persoon aan wie een
uitkering is toegekend onvoldoende medewerking verleent aan de op hem
betrekking hebbende werkzaamheden van het reïntegratiebedrijf, neemt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
een besluit omtrent de
gehele of gedeeltelijke opschorting of schorsing van de betaling
van de uitkering aan die persoon voor de duur van ten hoogste acht weken.
-7. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt het reïntegratiebedrijf in
kennis van een besluit tot opschorting of schorsing als bedoeld in het zesde
lid.
J. [MvT]
Artikel 50, eerste,
tweede en derde lid, komt te luiden:
-1. Indien de
jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering inkomsten uit arbeid
geniet, wordt die arbeid gedurende een aaneengesloten
tijdvak van vijf jaar, vanaf de eerste dag waarover de inkomsten uit arbeid
worden genoten, niet aangemerkt als arbeid, bedoeld in artikel
2,
vijfde lid, en wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet ingetrokken of
herzien, doch wordt de uitkering:
a. niet betaald indien
de inkomsten uit arbeid zodanig zijn dat als die arbeid wel arbeid als
bedoeld in artikel 2, vijfde lid, zou zijn, niet langer sprake zou zijn van
arbeidsongeschiktheid van ten minste 25%; of
b. indien onderdeel a
niet van toepassing is, betaald tot een bedrag ter grootte van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering zoals deze zou zijn vastgesteld indien die
arbeid wel arbeid als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, zou zijn.
Na afloop van het in de
eerste zin genoemde tijdvak wordt de arbeid aangemerkt als arbeid,
bedoeld in artikel 2, vijfde lid.
-2. Het in het eerste lid
genoemde tijdvak van vijf jaar:
a. wordt niet onderbroken indien gedurende perioden van korter dan
vier weken geen inkomsten uit arbeid worden genoten;
b. wordt, indien gedurende perioden van vier weken of langer geen
inkomsten uit arbeid worden genoten, onderbroken, met dien verstande dat het
van de vijf jaar resterende tijdvak aanvangt vanaf het moment waarop opnieuw
inkomsten uit arbeid worden genoten.
-3. Indien de
jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering
inkomsten uit arbeid geniet ingevolge een arbeidsovereenkomst als bedoeld in
hoofdstuk 2 en 3 van de Wet sociale
werkvoorziening, is het eerste lid voor
onbeperkte duur van toepassing.
K. [MvT]
Onder vernummering van
artikel 51 tot artikel 51a wordt dat artikel als volgt gewijzigd:
1. In het derde lid
vervalt "met ingang van dezelfde dag".
2. In het achtste lid
vervalt de aanduiding "a." alsmede onderdeel b.
3. Het negende lid
vervalt.
L. [MvT]
Voor het nieuwe artikel 51a wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 51. Samenloop met WIA-uitkering en andere uitkeringen
-1. Indien zowel recht
bestaat op een arbeidsongeschiktheidsuitkering als op een uitkering op
grond van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen, wordt de
arbeidsongeschiktheidsuitkering slechts uitbetaald voor zover deze de
uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
overtreft.
-2. Het eerste lid is niet
van toepassing indien ter zake van arbeidsongeschiktheid recht ontstaat op een
uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen en in verband daarmee geen herziening op grond van artikel 12
plaatsvindt van de voordien toegekende arbeidsongeschiktheidsuitkering.
-3. Indien ter zake van
arbeidsongeschiktheid zowel recht ontstaat op herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met de
artikelen 11 tot en met
16 als op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering slechts uitbetaald
voor zover deze de uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen overtreft, doch in elk geval uitbetaald tot de hoogte
van het bedrag onmiddellijk voorafgaande aan de herziening.
-4. Indien na toepassing
van het derde lid zowel de arbeidsongeschiktheidsuitkering als gevolg van toe- of
afneming van de arbeidsongeschiktheid wordt herzien als de
uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
wijzigt, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering, in afwijking van het
eerste lid, uitbetaald voor zover deze het bedrag van de uitkering op grond van
de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen overtreft, doch in elk
geval uitbetaald tot de hoogte van het bedrag onmiddellijk voorafgaande
aan de herziening als bedoeld in het derde lid.
-5. Indien ter zake van
arbeidsongeschiktheid zowel recht bestaat op wijziging van de
uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen als op
toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering, wordt de
arbeidsongeschiktheidsuitkering uitbetaald voor zover deze de gewijzigde
uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
overtreft.
-6. Voor de toepassing van
het eerste tot en met vijfde lid wordt onder arbeidsongeschiktheidsuitkering
en uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen tevens verstaan de vakantie-uitkering waarop uit hoofde van die
uitkering recht bestaat, voor zover die vakantie-uitkering over dezelfde periode is
berekend.
-7. Het eerste tot en met
zesde lid zijn niet van toepassing op de persoon die een uitkering
ontvangt op grond van de vrijwillige verzekering als bedoeld in hoofdstuk 2,
paragraaf 2, van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen.
-8. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur kunnen nadere en zo nodig afwijkende
regels worden gesteld:
a. met betrekking tot het
eerste lid;
b. ter voorkoming van
beperking of samenloop van arbeidsongeschiktheidsuitkering met arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van andere
wetten.
-9. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen regels worden gesteld ter voorkoming of
beperking van samenloop van arbeidsongeschiktheidsuitkering ³ op grond van de sociale
wetgeving van de Nederlandse Antillen, Aruba of een andere mogendheid.
M.
In artikel 55, eerste
lid, wordt na "De uitkering" een zinsnede ingevoegd, luidende:
, de
loonsuppletie, bedoeld in artikel 59f, de inkomenssuppletie,
bedoeld in artikel 59g, en de voorziening of de kosten van de voorziening,
bedoeld in artikel 59b,.
N.
Artikel 58, eerste lid,
komt te luiden:
-1. Onvervreemdbaar en
niet vatbaar voor verpanding en belening zijn:
a. de
arbeidsongeschiktheidsuitkering;
b. de verhoging van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in artikel
9;
c. de vakantie-uitkering;
d. de loonsuppletie,
bedoeld in artikel 59f;
e. de inkomenssuppletie,
bedoeld in artikel 59g;
f. de voorzieningen,
bedoeld in artikel 59b.
O.
Aan artikel 59 wordt,
onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door een
puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
c. de voorzieningen,
bedoeld in artikel 59b.
P. [MvT]
Na hoofdstuk 2 wordt een
hoofdstuk ingevoegd, luidende: HOOFDSTUK 2A.
Reïntegratie-instrumenten.
Na artikel 59 worden
negen artikelen ingevoegd, luidende:
Art. 59a.
Loondispensatie [MvT]
-1. Indien de
arbeidsprestatie van een jonggehandicapte die de leeftijd van 18 jaar nog niet
heeft bereikt en de jonggehandicapte die recht heeft op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering in een bepaalde functie tengevolge van ziekte of
gebreken duidelijk minder is dan de arbeidsprestatie die een geldelijke
beloning van het voor hem geldende wettelijk minimumloon rechtvaardigt, vermindert
het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op verzoek van de
betrokken werkgever of werknemer de hoogte van de aanspraak op een
geldelijke beloning voor de verrichte arbeid naar evenredigheid, zo nodig
in afwijking van hetgeen bij en krachtens de Wet
minimumloon en minimumvakantiebijslag is bepaald.
-2. Elk beding waarbij een
geldelijke beloning voor de verrichte arbeid wordt overeengekomen die
lager is dan de beloning vastgesteld op grond van het eerste lid
is nietig.
Art. 59b. Voorzieningen
ter ondersteuning van toeleiding naar arbeid als zelfstandige [MvT]
Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld op grond waarvan
het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op aanvraag van de
jonggehandicapte die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en de
jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering,
in het kader van de
bevordering en ondersteuning bij de inschakeling in de
arbeid als zelfstandige aan die jonggehandicapte voorzieningen kan
verstrekken.
Art. 59c.
Experimenteerartikel [MvT]
-1. Bij algemene maatregel
van bestuur kan bij wijze van experiment, met het oog op het
onderzoeken van mogelijkheden om deze wet met betrekking tot de
inschakeling in de arbeid van jonggehandicapten die recht op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering hebben doeltreffender uit te voeren, worden
afgeweken van het bepaalde bij of krachtens de artikelen van deze wet.
Bij toepassing van de eerste zin wordt bij algemene maatregel van
bestuur geregeld op welke wijze van welke artikelen wordt
afgeweken.
-2. Een experiment als
bedoeld in het eerste lid duurt ten hoogste vier jaar. Indien, vóór een
experiment is afgelopen, een voorstel van wet is ingediend bij de
Staten-Generaal om het experiment om te zetten in een structurele wettelijke
regeling, kan het experiment worden verlengd tot het tijdstip waarop het
voorstel van wet in werking treedt. Het eerste lid, tweede zin, is van
overeenkomstige toepassing.
-3. Bij ministeriële
regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de
uitvoering van een experiment en voorzieningen worden getroffen voor zich
gedurende een experiment voordoende onvoorziene gevallen.
-4. Onze Minister meldt
aan de Staten-Generaal hoe het experiment in de praktijk is verlopen,
alsmede zijn standpunt inzake de voortzetting ervan anders dan als
experiment.
-5. De voordracht voor
krachtens dit artikel vast te stellen algemene maatregelen van bestuur
wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide
kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Art. 59d. Recht op
ondersteuning bij arbeidsinschakeling van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
[MvT]
De jonggehandicapte die
recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft recht op
ondersteuning bij arbeidsinschakeling en, met inachtneming van de
daarvoor geldende wettelijke bepalingen, op de naar het oordeel van het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen noodzakelijk geachte
voorziening gericht op arbeidsinschakeling.
Art. 59e. Persoonlijke
ondersteuning [MvT]
-1. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan aan de jonggehandicapte die de
leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en de jonggehandicapte die
recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering die arbeid in
dienstbetrekking of werkzaamheden op een proefplaats als bedoeld in artikel
59h verricht, op aanvraag noodzakelijke persoonlijke ondersteuning bij het
verrichten van de hem opgedragen taken, indien die ondersteuning een
compensatie vormt voor specifiek met de handicap van de werknemer samenhangende beperkingen, toekennen.
-2. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot het eerste lid.
Art. 59f. Loonsuppletie
[MvT
+ bis]
-1. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan aan de jonggehandicapte die de
leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en de jonggehandicapte die
recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en die arbeid in
dienstbetrekking aanvaardt of verricht op aanvraag loonsuppletie
toekennen
indien het loon lager is dan zijn resterende verdiencapaciteit.
-2. De loonsuppletie wordt
verstrekt over perioden waarin loon uit dienstbetrekking wordt
ontvangen, doch ten hoogste over een periode van vier jaar te rekenen
vanaf de dag met ingang waarvan voor de eerste maal loonsuppletie is
toegekend.
-3. Als perioden waarin
loon uit dienstbetrekking wordt ontvangen als bedoeld in het tweede lid
worden eveneens aangemerkt perioden waarin een uitkering op grond
van de Ziektewet of op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf
1,
van de Wet arbeid en zorg wordt ontvangen, tenzij de dienstbetrekking is
geëindigd.
-4. De loonsuppletie wordt
voor de toepassing van de wettelijke bepalingen inzake
premieheffing aangemerkt als een uitkering op grond van deze wet.
-5. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de
hoogte van de loonsuppletie.
Art. 59g.
Inkomenssuppletie [MvT
+ bis]
-1. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan aan de jonggehandicapte die de
leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en de jonggehandicapte die
recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, die arbeid als
zelfstandige verricht of gaat verrichten, op aanvraag inkomenssuppletie
toekennen indien zijn inkomen uit het bedrijf of beroep lager is dan zijn
resterende verdiencapaciteit.
-2. De inkomenssuppletie
wordt verstrekt over perioden waarin het bedrijf of beroep wordt
uitgeoefend, doch ten hoogste over een periode van vier jaar te rekenen
vanaf de dag met ingang waarvan voor de eerste maal inkomenssuppletie is
toegekend.
-3. De inkomenssuppletie
wordt voor de toepassing van de wettelijke bepalingen inzake
premieheffing aangemerkt als een uitkering op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
-4. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de
hoogte van de inkomenssuppletie.
Art. 59h.
Proefplaatsing [MvT]
-1. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan, in het kader van de bevordering van de
inschakeling in de arbeid, toestemming verlenen aan de jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering
om op een proefplaats bij
een werkgever gedurende maximaal drie maanden onbeloonde werkzaamheden te
verrichten.
-2. Tijdens het verrichten
van werkzaamheden op een proefplaats als bedoeld in het eerste lid
wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet ingetrokken of herzien.
-3. De onbeloonde
werkzaamheden op een proefplaats als bedoeld in het eerste lid zijn:
a. werkzaamheden waartoe
de jonggehandicapte, bedoeld in het eerste lid, met zijn krachten en bekwaamheden in staat is;
b. werkzaamheden waarbij
de werkgever bij wie de proefplaatsing geschiedt een aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering ten behoeve van de jonggehandicapte,
bedoeld in het eerste lid, heeft afgesloten;
c. werkzaamheden die de
jonggehandicapte, bedoeld in het eerste lid, niet reeds eerder
onbeloond op een proefplaats bij die werkgever of diens rechtsvoorganger heeft
verricht; en
d. werkzaamheden waarbij
er, naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,
een reëel uitzicht is op een op de onbeloonde werkzaamheden
aansluitende dienstbetrekking van dezelfde of grotere omvang voor
ten minste zes maanden.
-4. De jonggehandicapte,
bedoeld in het eerste lid, die werkzaamheden verricht als bedoeld in
het eerste lid doet daarvan onverwijld mededeling aan het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
-5. Indien de
werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, wegens ziekte worden onderbroken, wordt
de periode waarin een uitkering bij ziekte wordt ontvangen, voor de
toepassing van dat lid buiten beschouwing gelaten.
-6. Bij ministeriële
regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de
uitvoering van dit artikel.
Art. 59i.
Bij ministeriële
regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de
aanvraag van loonsuppletie, bedoeld in artikel 59f, van inkomenssuppletie,
bedoeld in artikel 59g, van voorzieningen, bedoeld in
artikel 59b, en van
toestemming als bedoeld in artikel 59h.
Q. [MvT]
Aan artikel 62 wordt een
lid toegevoegd, luidende:
-3. De jonggehandicapte
aan wie een reïntegratie-instrument als bedoeld in hoofdstuk
2a is
verstrekt of toegekend, of aan wie verstrekking of toekenning daarvan
wordt overwogen, alsmede diens wettelijke vertegenwoordiger, en de
werkgever ten behoeve van wie het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
de aanspraak op een geldelijke beloning voor de
verrichte arbeid, op grond van artikel 59a, heeft verminderd, zijn
verplicht aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op zijn verzoek of
onverwijld uit eigen beweging mededeling te doen van alle feiten
en omstandigheden waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat
zij van invloed kunnen zijn op de verstrekking of
toekenning of op de duur of de hoogte van het reïntegratie-instrument.
R. [MvT]
Artikel 65,
eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel d komt te luiden:
d. het op grond van artikel 2.8 van de Wet
invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen aan het
Reïntegratiefonds af te dragen bedrag;.
2. Onder vervanging van de punt aan het slot
van onderdeel f door een puntkomma worden twee onderdelen toegevoegd,
luidende:
g. de reïntegratie-instrumenten op grond van deze wet;
h. de kosten verband houdende met de uitvoering van artikel 30, eerste lid, onderdeel b, van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
ten aanzien van een betrokkene indien deze ten tijde van het aanvangen van
de werkzaamheden van het reïntegratiebedrijf, bedoeld in het
zesde lid van dat artikel, een uitkering ontvangt ten laste van het
Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten.
S. [MvT]
Na artikel 69a wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 69b. Afzien van
horen belanghebbende
In afwijking van artikel
7:3 van de Algemene wet bestuursrecht kan van het horen van een
belanghebbende worden afgezien indien de belanghebbende niet binnen een door het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gestelde redelijke
termijn verklaart dat hij gebruik wil maken van het recht te worden
gehoord.
T. [MvT]
Na artikel 72 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 72a. Titel 4.2
Algemene wet bestuursrecht
Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht
is niet van toepassing op aanspraken op grond van
artikel 59b.
U. [MvT]
Na artikel 76a worden
twee artikelen ingevoegd, luidende:
Art. 76b.
Overgangsbepaling in verband met intrekken Wet Rea [MvT]
-1. Een beschikking tot
vermindering van de aanspraak op een geldelijke beloning voor de
verrichte arbeid op grond van artikel 7 van de
Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten aan de jonggehandicapte die op de dag voorafgaand aan de
dag waarop dat artikel op grond van artikel 2.10 van de Wet
invoering en
financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen vervalt de leeftijd van
18 jaar nog niet had bereikt dan wel recht had op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van deze wet, wordt voor de duur van
het tijdvak waarvoor die aanspraak op grond van de Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten is verminderd, aangemerkt als een beschikking tot
vermindering van de aanspraak op een geldelijke beloning voor
de verrichte arbeid als bedoeld in artikel 59a.
-2. Een beschikking tot
toekenning van een voorziening op grond van artikel
31, tweede lid,
onderdeel b, van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten aan
de jonggehandicapte die op de dag voorafgaand aan de dag waarop dat
artikel op grond van artikel 2.10 van de Wet invoering en financiering
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen vervalt de leeftijd
van 18 jaar nog niet had bereikt dan wel recht had op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering, wordt voor de duur van het tijdvak waarvoor die
voorziening op grond van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten is
toegekend, aangemerkt als een beschikking tot toekenning van een
voorziening als bedoeld in artikel 59e.
-3. Een beschikking tot
toekenning van loonsuppletie op grond van artikel 32 van de
Wet op
de (re)integratie arbeidsgehandicapten aan de jonggehandicapte die op
de dag voorafgaand aan de dag waarop dat artikel op grond van
artikel 2.10 van de Wet invoering en financiering Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen vervalt de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt dan
wel recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, wordt voor de duur
waarvoor die loonsuppletie was toegekend, aangemerkt als een
beschikking tot toekenning van loonsuppletie als bedoeld in artikel 59f.
-4. Een beschikking tot
toekenning van inkomenssuppletie op grond van artikel 29 van de
Wet op
de (re)integratie arbeidsgehandicapten aan de jonggehandicapte die op
de dag voorafgaand aan de dag waarop dat artikel op grond van
artikel 2.10 van de Wet invoering en financiering Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen vervalt de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt dan
wel recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, wordt voor de
duur waarvoor die inkomenssuppletie was toegekend, aangemerkt als
inkomenssuppletie als bedoeld in artikel 59g.
Art. 76c.
Overgangsbepaling subsidiëring Rea-scholingsinstituten [MvT]
-1. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt tot en met het jaar 2008
jaarlijks ten laste van het Reïntegratiefonds, genoemd in artikel 2.8 van de Wet
invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, aan door
Onze Minister aan te wijzen scholingsinstituten die ten doel hebben de arbeidsintegratie van arbeidsgehandicapten te
bevorderen een subsidie
ter hoogte van een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag waarbij
regels kunnen worden gesteld omtrent de wijze van berekening van dat bedrag.
-2. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan bij de subsidieverlening,
bedoeld in het eerste lid, aan de subsidieontvanger verplichtingen opleggen
omtrent vermogensvorming, het hanteren van een registratiesysteem
waaruit blijkt of het doel van de subsidie is bereikt en de vergoeding van met
subsidie behaald vermogensvoordeel.
1. Volgens de redactie
dient "twee onderdelen" te worden vervangen door: vier
onderdelen.
2. Volgens de redactie
dient de zinsnede "indien de
belanghebbende" te vervallen.
3. Volgens de redactie dient na
"arbeidsongeschiktheidsuitkering" te worden ingevoegd: met
uitkering.
Art. 1.8.
Arbeidsomstandighedenwet 1998 [MvT]
De Arbeidsomstandighedenwet
1998 wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Na artikel 3 wordt een
artikel toegevoegd, luidende:
Art. 3a. Aanpassing
arbeidsplaats werknemer met structurele functionele beperking
-1. In aanvulling op
artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c, past de werkgever uit hoofde van
de uitoefening van zijn taak, bedoeld in artikel 7:658a van het Burgerlijk
Wetboek en artikel
76e van de Ziektewet:
a. de inrichting van de
arbeidsplaats, de werkmethoden en de bij de arbeid gebruikte
arbeidsmiddelen, alsmede de arbeidsinhoud, aan zijn werknemer die in verband
met ongeschiktheid tengevolge van ziekte verhinderd is de bedongen
arbeid te verrichten aan; en
b. de inrichting van het
bedrijf aan die werknemer aan, voor zover de behoefte daaraan wordt
opgeroepen door de deelneming van die werknemer aan de
werkzaamheden of het daarmee samenhangende verblijf in het bedrijf.
-2. Voor de toepassing van
dit artikel wordt onder werkgever mede verstaan de
eigenrisicodrager, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de
Ziektewet, en wordt
onder werknemer mede verstaan de persoon, bedoeld in artikel
63,
eerste lid, van die ¹ aan wie de eigenrisicodrager ziekengeld moet betalen.
B. [MvT]
Artikel 14 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In artikel 14, eerste
lid, onderdeel b, wordt na "bij of krachtens" ingevoegd:
artikel 25,
eerste, tweede, derde, vierde en zevende lid, van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen, dan wel bij of krachtens. [MvT]
2. Onder vernummering van
het zesde tot en met elfde lid tot zevende tot en met twaalfde lid
wordt na het vijfde lid een lid ingevoegd, luidende: [MvT]
-6. Artikel 464 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek, voor zover het betreft de
overeenkomstige toepassing van de artikelen 457 en 464, tweede lid, onderdeel
b, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek, is niet van toepassing indien in
verband met de uitvoering van deze wet handelingen worden verricht op het
gebied van de geneeskunst door personen die zijn belast met de taken,
bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
3. In het negende en
tiende lid wordt "achtste lid" telkens vervangen door: negende lid.
C. [MvT]
Artikel 14a wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid
wordt "artikel 14, achtste lid" vervangen door: artikel 14, negende lid.
2. Het zesde lid komt te
luiden:
-6. Artikel 14, derde tot
en met zesde lid en twaalfde lid, is van toepassing.
D. [MvT]
In de artikelen 27,
vijfde lid, en 33, eerste lid, wordt na "artikelen 3," ingevoegd
"3a," en
wordt "14, eerste, tweede en zesde lid" vervangen door: 14, eerste, tweede
en zevende lid.
1. Volgens de redactie
dient "van die" te worden vervangen door: van die
wet,.
Art. 1.9.
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen [MvT]
De Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, zoals deze komt te luiden indien
artikel 5 van de Invoeringswet Wet financiering sociale verzekeringen in
werking treedt, wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 1 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In onderdeel l wordt
na "Ziektewet" ingevoegd: , de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen.
2. In onderdeel o, onder 2º, wordt na "arbeidsongeschiktheidsverzekering,"
ingevoegd "de Wet werk
en inkomen naar arbeidsvermogen," en vervalt, onder vervanging
van de komma na "zelfstandigen" door "of", "of de Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten.
3. Aan het artikel wordt,
onder vervanging van de punt na onderdeel v door een puntkomma, een
onderdeel toegevoegd, luidende:
w. reïntegratiebedrijf:
een natuurlijk persoon dan wel rechtspersoon die in het kader van de
uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid
bevordert.
B. [MvT]
Artikel 14, eerste lid,
komt te luiden:
-1. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur kan bepaald worden dat het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de colleges van burgemeester
en wethouders de werkzaamheden gericht op de inschakeling in de
arbeid van werknemers en uitkeringsgerechtigden slechts laten verrichten
door reïntegratiebedrijven die in het bezit zijn van een in het tweede lid
bedoeld certificaat.
C. [MvT]
Na artikel 21a wordt een
nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Art. 21b. Gebruik
sociaal-fiscaal nummer
-1. De Centrale
organisatie werk en inkomen gebruikt het sociaal-fiscaal nummer bij de verwerking van
persoonsgegevens voor de uitvoering van de taken,
bedoeld in artikel 21, onderdeel a, e, f en h,
voor zover dit betreft de
uitvoering van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen
1945,
en artikel 21a.
-2. De Centrale
organisatie werk en inkomen verifieert het sociaal-fiscaal nummer in relatie tot de
bijbehorende persoonsidentificerende gegevens van personen van
wie persoonsgegevens worden verwerkt bij de rijksbelastingdienst,
tenzij die gegevens afkomstig zijn van het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de Sociale
verzekeringsbank.
D. [MvT]
Artikel 30 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid,
onderdeel a, vervalt ", de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten".
2. Het eerste lid,
onderdeel b, komt te luiden:
b. te bevorderen dat
personen die recht hebben op een uitkering op grond van wetten als
bedoeld in onderdeel a, dan wel die ingezetene zijn als bedoeld in
artikel 3
van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en de
leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt, worden ingeschakeld in
het arbeidsproces;.
3. In het eerste lid,
onderdeel c, vervalt "het Reïntegratiefonds, genoemd in artikel 41 van
de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten," en wordt "j tot en
met n" vervangen door: j tot en met n en x.
4. In het eerste lid,
onderdeel e, wordt "artikel XV, tweede lid, van de
Wet terugdringing
ziekteverzuim" vervangen door: artikel 76a, eerste lid, van de
Ziektewet.
5. Aan het eerste lid
wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel o
door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
p. op verzoek van een eigenrisicodrager als bedoeld in artikel
1 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen of de verzekerde, bedoeld in artikel
82, eerste lid, onderdeel b, van die wet,
die recht heeft op uitkering een onderzoek instellen naar en een oordeel
geven over de vraag of de eigenrisicodrager ten aanzien van genoemde
verzekerde voldoende en geschikte reïntegratie-inspanningen heeft
verricht voor zover hieromtrent door de eigenrisicodrager geen besluit
is afgegeven.
6. Aan het artikel worden drie leden
toegevoegd, luidende:
-5. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft de taak,
bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, niet:
a. ten aanzien van personen die een uitkering ontvangen op grond
van wetten als bedoeld in onderdeel a, indien het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen met burgemeester en
wethouders van een gemeente overeenkomen dat op
die personen artikel 7, eerste lid, aanhef en
onder a, van de Wet werk en bijstand van
toepassing is;
b. ten aanzien van personen die een
arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangen op grond van hoofdstuk
6 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen;
c. ten aanzien van de verzekerde, bedoeld in artikel
82 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen, tenzij artikel 72,
derde lid, van die wet van toepassing is;
d. indien artikel 72a van de Werkloosheidswet
van toepassing is.
-6. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen laat de werkzaamheden waarmee het
Uitvoeringsinstituut in het kader van zijn taak, bedoeld in het eerste
lid, onderdeel b, de inschakeling van personen die een uitkering ontvangen
op grond van wetten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, in het arbeidsproces bevordert, verrichten door een
reïntegratiebedrijf.
-7. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld voor het
vijfde en zesde lid in ieder geval voor de situaties van samenloop van
uitkeringen, de inhoud van de overeenkomst met het reïntegratiebedrijf, het
verwerken van gegevens en de soort werkzaamheden.
E. [MvT]
Na artikel 30 worden drie
artikelen ingevoegd, luidende:
Art. 30a.
Reïntegratieaanpak Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
in samenspraak met uitkeringsgerechtigden [MvT]
-1. Nadat het recht op een
uitkering op grond van wetten als bedoeld in artikel
30, eerste lid,
onderdeel a, uitgezonderd de wettelijke ziekengeldregeling, is vastgesteld, stelt het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,
indien gelet op de aard van de uitkering de taak,
bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel b, wordt uitgevoerd, in
samenspraak met de uitkeringsgerechtigde een reïntegratievisie vast waarin
verplichtingen en rechten van de uitkeringsgerechtigde zijn vermeld.
-2. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen evalueert, in samenspraak met de
uitkeringsgerechtigde, periodiek de reïntegratievisie en kan deze bijstellen.
-3. Indien de
reïntegratievisie daartoe aanleiding geeft, laat het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ten behoeve van de uitkeringsgerechtigde,
bedoeld in het eerste
lid, een plan gericht op behoud en verkrijging van
mogelijkheden tot het verrichten van arbeid en inschakeling in arbeid opstellen door
een reïntegratiebedrijf. Het reïntegratieplan wordt in samenspraak met
de uitkeringsgerechtigde opgesteld. Voor zover noodzakelijk in verband
met de aard van de voorziening, stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de uitkeringsgerechtigde
in de gelegenheid zelf
een reïntegratieplan op te stellen.
-4. In het
reïntegratieplan worden verplichtingen en rechten van de uitkeringsgerechtigde
vermeld voor zover die niet in de reïntegratievisie zijn vermeld.
Art. 30b.
Onderzoekssubsidies [MvT]
-1. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan in het belang van de arbeidsintegratie
van personen met een structurele functionele beperking ten laste van
de fondsen, bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet financiering sociale
verzekeringen, subsidie verstrekken aan instellingen of organisaties
met het
oog op onderzoek naar en het bevorderen van maatregelen die strekken
tot behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het
verrichten van arbeid.
-2. Bij ministeriële
regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de uitvoering van het
eerste lid.
Art. 30c.
Beslissingsautoriteit Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
[MvT]
-1. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
benoemt één of meer personen die onder
zijn verantwoordelijkheid werkzaam zijn als beslissingsautoriteit.
-2. Voor zover nodig in
afwijking van artikel 3, vijfde lid, laat het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen primaire beschikkingen die mede betrekking
hebben op de artikelen 47, 48
en 50 van
de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen bij uitsluiting
nemen door een beslissingsautoriteit als bedoeld in het eerste lid.
-3. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen regelt in overeenstemming met
Onze Minister de plaats of plaatsen van werkzaamheden van de
beslissingsautoriteit, de werkwijze van de beslissingsautoriteit en de benodigde
kwalificaties voor een benoeming tot beslissingsautoriteit.
Ea.
In artikel 32, eerste en derde lid, wordt
"onderdeel e, f of g" telkens vervangen
door: onderdeel e, f, g of p.
F.
Artikel 33 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid,
onderdeel c, wordt na "de Ziektewet" ingevoegd: , de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
2. In het achtste lid
wordt "vierde" vervangen door: vijfde.
G. [MvT]
In artikel 45, tweede
lid, vervalt "het Reïntegratiefonds,"
H. [MvT]
Aan artikel 54 wordt een
nieuw lid toegevoegd, luidende:
-9. Reïntegratiebedrijven
verstrekken aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
alle opgaven en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering
van de krachtens deze wet aan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen opgedragen taken. Bij of
krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels
worden gesteld voor de gegevens die worden verstrekt.
I. [MvT]
Artikel 65 vervalt.
J. [MvT]
Artikel 73 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid,
onderdeel d, vervalt.
2. Aan het eerste lid
wordt een zin toegevoegd, luidende: Tot de gegevens die bij
de gegevensverstrekking, bedoeld in onderdeel a, worden verstrekt, kan
het sociaal-fiscaal nummer behoren.
3. Onder vernummering van
het tweede tot en met zesde lid tot derde tot en met zevende lid wordt een nieuw lid ingevoegd, luidende:
-2. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is bevoegd op verzoek alle gegevens en
inlichtingen, waaronder het sociaal-fiscaal nummer, uit de onder zijn
verantwoordelijkheid gevoerde administraties te verstrekken aan:
a. werkgevers in de zin
van de Wet financiering sociale verzekeringen,
voor zover die
noodzakelijk zijn voor de informatieverstrekking bij de aanvraag van
overeenkomsten tot verzekering van het risico van het betalen van loon in geval
van ziekte van de werknemer dan wel van het risico van het betalen
van premie voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering op grond van de Wet
financiering sociale verzekeringen en van de betalingen als gevolg van
het eigen risico dragen, bedoeld in artikel 40, eerste lid, van
die wet;
b. verzekeraars als
bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Wet
toezicht verzekeringsbedrijf 1993, voor zover die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van
overeenkomsten met werkgevers in de zin van de Wet financiering sociale
verzekeringen tot verzekering van het risico van het betalen van loon in geval
van ziekte van de werknemer dan wel van het risico van het betalen
van premie voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering op grond van de Wet
financiering sociale verzekeringen en van de betalingen als gevolg van
het eigen risico dragen, bedoeld in artikel 40, eerste lid, van
die wet,
indien die werkgevers daartoe machtiging hebben verleend;
met dien
verstande dat
die werkgevers bij de verwerking van persoonsgegevens van hun werknemers
slechts met het oog op het aangaan van en de uitvoering van deze
overeenkomsten die persoonsgegevens verstrekken aan de
verzekeraars.
4. In het tot zevende
vernummerde lid wordt "eerste en tweede lid" vervangen door: eerste,
tweede en derde lid.
5. Het zevende lid
vervalt.
6. Na het tot zevende
vernummerde lid worden vier nieuwe leden toegevoegd, luidende:
-8. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt aan een reïntegratiebedrijf alle
gegevens en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor het verrichten van
werkzaamheden als bedoeld in artikel 30, zesde lid, alsmede het
sociaal-fiscaal nummer van de persoon wiens inschakeling in de arbeid door het
reïntegratiebedrijf wordt bevorderd.
-9. De Centrale
organisatie werk en inkomen is bevoegd uit de onder haar verantwoordelijkheid
gevoerde administratie aangelegd voor de uitoefening van taken als
bedoeld in artikel 21 en 21a, aan een reïntegratiebedrijf gegevens te
verstrekken
die noodzakelijk zijn voor het verrichten van werkzaamheden door
dat reïntegratiebedrijf in opdracht van de colleges van burgemeester
en wethouders, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
of een eigenrisicodrager als bedoeld in artikel
42 van de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
-10. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de gegevens
die op grond van het achtste en negende lid worden verstrekt en de
structuur en schrijfwijze van die gegevens.
-11. Het sociaal-fiscaal nummer kan bij de verwerking van gegevens gebruikt worden door:
a. een
reïntegratiebedrijf voor zover dit noodzakelijk is voor het verrichten van
werkzaamheden in opdracht van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekering als
bedoeld in artikel 30, zesde lid, of van een eigenrisicodrager als
bedoeld in artikel 42 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen;
b. een verzekeraar als
bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, voor zover dit noodzakelijk is voor
de verzekeringsovereenkomsten, genoemd in het tweede lid.
K. [MvT]
Aan artikel 74 wordt een
lid toegevoegd, luidende:
-4. Onverminderd het
eerste tot en met derde lid is artikel 464 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek voor zover het betreft de overeenkomstige toepassing van de
artikelen 457 en 464, tweede lid, onderdeel b, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing indien in verband met de uitvoering van deze wet
handelingen worden verricht op het gebied van de geneeskunst door
personen voor wie het in het eerste lid vervatte verbod geldt.
L. [MvT]
Artikel 83i wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste en
tweede lid wordt na "artikel 42 van de Werkloosheidswet" toegevoegd: en
artikel 15 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen.
2. In het vierde lid
wordt na "artikel 17b van de Werkloosheidswet" ingevoegd: met betrekking
tot artikel 42 van die
wet.
M. [MvT]
Na artikel 83j worden
twee artikelen ingevoegd, luidende:
Art. 83k.
Overgangsrecht reïntegratietaak Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
[MvT]
-1. De werkzaamheden die
worden verricht uit hoofde van de uitoefening van de taak, bedoeld in
artikel 10 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten,
zoals dit artikel luidde tot de dag van inwerkingtreding van artikel 2.10
van de Wet invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, waardoor dit artikel 10
vervalt,
worden aangemerkt als
werkzaamheden uitgevoerd op grond van artikel
30, zesde lid.
-2. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
heeft de taak, bedoeld in artikel
30,
eerste lid, onderdeel b, ten aanzien van personen die met toepassing van
artikel 77 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten geacht werden verzekerd
te zijn voor de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen ook na de
inwerkingtreding van artikel 2.10 van de Wet invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen,
waardoor artikel 77 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten
vervalt.
-3. De kosten verband
houdende met de uitvoering van het eerste en tweede lid komen ten
laste van het Reïntegratiefonds, bedoeld in artikel 2.8 van de Wet
invoering
en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
-4. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld
voor de uitvoering van dit artikel.
Art. 83l.
Overgangsrecht reïntegratieaanpak Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen [MvT]
Artikel 30a is niet van
toepassing met betrekking tot de uitkeringsgerechtigde wiens recht op uitkering
op grond van de in dat artikel genoemde wetten vóór de
dag van inwerkingtreding van dat artikel is ontstaan.
O.¹ [MvT]
In artikel 84, eerste
lid, wordt na "van de Ziektewet," ingevoegd:
76, zesde lid, en 91,
vijfde lid, van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen,.
1. Volgens de redactie
dient onderdeel O te worden verletterd tot onderdeel N.
Art. 1.10.
Toeslagenwet [MvT]
De Toeslagenwet wordt als
volgt gewijzigd:
A. [MvT
+ bis]
Artikel 1, eerste lid,
wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel d wordt
na "de Ziektewet," ingevoegd: de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen,. [MvT]
2. In onderdeel e wordt "artikel XV van de
Wet terugdringing ziekteverzuim"
vervangen door:
artikel 76a van de Ziektewet. [MvT]
B. [MvT]
In artikel 5, eerste lid,
wordt "bedoeld in artikel XV van de Wet terugdringing ziekteverzuim" vervangen door
"bedoeld in artikel 76a van de Ziektewet" en wordt "of het achtste tot en met elfde lid van genoemd
artikel
XV" vervangen
door: , het eerste tot en met derde lid van artikel
76b van de Ziektewet of
artikel 76c van de Ziektewet.
C. [MvT]
Artikel 8 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het vierde lid komt te
luiden: [MvT]
-4. De toeslag bedraagt
niet meer dan het verschil tussen het dagloon of de grondslag waarnaar de
loondervingsuitkering is berekend en de loondervingsuitkering.
2. Onder vernummering van
het zesde lid tot zevende lid wordt een lid toegevoegd, luidende: [MvT]
-6. Voor de toepassing van
het vierde lid wordt bij een persoon ten aanzien waarvan artikel
47, tweede lid, van de Werkloosheidswet toepassing heeft
gevonden een loondervingsuitkering in aanmerking genomen als ware dat
artikel niet van toepassing.
D. [MvT]
In artikel 14g, tweede
lid, wordt na "de Ziektewet," ingevoegd: de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen,.
E. [MvT]
In artikel 23, tweede
lid, wordt na "Ziektewet," ingevoegd: artikel
43, onderdeel f, van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen,.
F. [MvT]
Na artikel 37 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 37a.
In afwijking van artikel
7:3 van de Algemene wet bestuursrecht kan van het horen van een
belanghebbende worden afgezien indien de belanghebbende niet binnen een door het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gestelde redelijke
termijn verklaart dat hij gebruik wil maken van het recht te worden
gehoord.
G. [MvT]
In artikel 38, tweede
lid, wordt na "de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet," ingevoegd:
artikel 112 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen, artikel 96, tweede lid, van de
Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen, artikel 70, tweede lid, van de
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten,.
H.
Het opschrift van
hoofdstuk VII komt te luiden: HOOFDSTUK VII. Overgangs- en slotbepalingen.
I. [MvT]
Artikel 44 komt te
luiden:
Art. 44.
Op de persoon die op de
dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 1.10, onderdeel
C, van de Wet invoering en financiering Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen recht had op een toeslag op grond van deze wet blijft, tenzij
het recht op de uitkering eindigt, artikel 8, vierde lid, zoals dat luidde op die
dag van toepassing tot een bij ministeriële regeling bepaald tijdstip dat voor
verschillende groepen personen verschillend kan worden vastgesteld.
Art. 1.11.
Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
werkloze werknemers [MvT]
De Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt
als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 2 vervallen,
onder vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel b door een
punt, de onderdelen c en d.
B. [MvT]
In artikel 20f, vierde
lid, wordt voor "de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering"
ingevoegd: de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen,.
C.
Het opschrift van
hoofdstuk VII komt te luiden: HOOFDSTUK VII. Strafbepalingen en
overgangsbepalingen.
D. [MvT]
Aan hoofdstuk VII wordt
een artikel waarvan de nummering aansluit op het laatste artikel van
dat hoofdstuk toegevoegd, luidende:
-1. Onverminderd het derde
lid wordt tot een bij ministeriële regeling bepaald tijdstip, dat
voor verschillende groepen personen verschillend kan worden vastgesteld,
onder werkloze werknemer in deze wet en de daarop berustende
bepalingen mede verstaan: de persoon die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van
artikel 7 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen op grond van artikel 2, onderdeel c of d, zoals dat luidde op die
dag, werd aangemerkt als werkloze werknemer.
-2. Onder werkloze
werknemer in deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt mede
verstaan: de persoon die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding
van artikel 1.10, onderdeel C, van de Wet invoering en financiering
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen werd aangemerkt als
werkloze werknemer op grond van artikel 2, onderdeel c of d, en die
op grond van artikel 3 van de Toeslagenwet geen recht heeft op een
toeslag op grond van die wet.
-3. Artikel 7 is niet van
toepassing op de persoon die als gevolg van de inwerkingtreding van
artikel 1.11, onderdeel A, van de Wet invoering en financiering
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen geen werkloze werknemer is en de echtgenoot van
die persoon.
Art. 1.12.
Wet
terugdringing ziekteverzuim [MvT]
Artikel XV van de Wet terugdringing ziekteverzuim
vervalt.
Art. 1.13.
Wet
verbetering poortwachter [MvT]
In artikel XV, eerste
lid, van de Wet verbetering poortwachter wordt "artikel 629,
elfde lid,
onderdeel c, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek en artikel
XV, veertiende
lid, onderdeel c, van de Wet terugdringing ziekteverzuim" vervangen door:
artikel 629, elfde lid, onderdeel d, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek en
artikel 76a, zesde lid, onderdeel c, van de Ziektewet.
Art. 1.14.
Algemene
Kinderbijslagwet [MvT]
De Algemene
Kinderbijslagwet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 17g, derde
lid, wordt voor "de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering"
ingevoegd: de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen,.
B. [MvT]
Na artikel 29c wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 29d.
In afwijking van artikel
7:3 van de Algemene wet bestuursrecht kan van het horen van een
belanghebbende worden afgezien indien de belanghebbende niet binnen een door de
Sociale verzekeringsbank gestelde redelijke termijn
verklaart dat hij gebruik wil maken van het recht te worden gehoord.
Art. 1.15.
Algemene
nabestaandenwet [MvT]
De Algemene
nabestaandenwet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 45, derde lid,
wordt voor "de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering" ingevoegd: de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen,.
B. [MvT]
In artikel 63a, derde
lid, onderdeel e, wordt, onder vernummering van de subonderdelen 1º tot en met 8º tot
subonderdelen 2º
tot en met 9º, voor subonderdeel 2º een nieuw subonderdeel ingevoegd,
luidende:
1º. uitkering op grond
van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;.
C. [MvT]
Na artikel 64a wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 64b.
In afwijking van artikel
7:3 van de Algemene wet bestuursrecht kan van het horen van een
belanghebbende worden afgezien indien de belanghebbende niet binnen een door de
Sociale verzekeringsbank gestelde redelijke termijn
verklaart dat hij gebruik wil maken van het recht te worden gehoord.
Art. 1.16.
Algemene
Ouderdomswet [MvT]
De Algemene Ouderdomswet
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 17i, derde
lid, wordt voor "de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering"
ingevoegd: de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen,.
B. [MvT]
In artikel 35, derde lid,
onderdeel e, wordt, onder vernummering van de subonderdelen 1º tot en met 7º tot
subonderdelen 2º
tot en met 8º, voor subonderdeel 2º een nieuw subonderdeel
ingevoegd, luidende:
1º. uitkering op grond
van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;.
C. [MvT]
Na artikel 51 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 51a.
In afwijking van artikel
7:3 van de Algemene wet bestuursrecht kan van het horen van een
belanghebbende worden afgezien indien de belanghebbende niet binnen een door de
Sociale verzekeringsbank gestelde redelijke termijn
verklaart dat hij gebruik wil maken van het recht te worden gehoord.
Art. 1.17.
Wet werk en
inkomen kunstenaars [MvT]
In artikel 4, tweede lid,
onderdeel g, van de Wet werk en
inkomen kunstenaars wordt "werkloosheids- en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen"
vervangen door:
werkloosheidsuitkeringen en uitkeringen in verband
met arbeidsongeschiktheid.
Art. 1.18.
Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
gewezen zelfstandigen [MvT]
De Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 2 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid
vervallen, onder vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel a
door een punt, onderdeel b alsmede de aanduiding "a.".
2. In het tweede lid
vervalt "onderdeel a of b".
B. [MvT]
In artikel 20f, vierde
lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen wordt voor "de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering" ingevoegd: de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen,.
C. [MvT]
Het opschrift van
hoofdstuk VII komt te luiden: HOOFDSTUK VII. Strafbepalingen en overgangsbepalingen.
D. [MvT]
Artikel 63 komt te
luiden:
Art. 63.
-1. Onverminderd het derde
lid wordt tot een bij ministeriële regeling bepaald tijdstip, dat
voor verschillende groepen personen verschillend kan worden vastgesteld,
onder gewezen zelfstandige in deze wet en de daarop berustende
bepalingen mede verstaan: de persoon die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van
artikel 1.10, onderdeel C, van de
Wet invoering en
financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen op grond van artikel
2,
eerste lid, onderdeel b, zoals dat luidde op die dag, werd aangemerkt
als gewezen zelfstandige.
-2. Onder gewezen
zelfstandige in deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt mede
verstaan: de persoon die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding
van artikel 1.10, onderdeel C, van de Wet invoering en financiering
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen werd aangemerkt als
gewezen zelfstandige op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel b, en die
op grond van artikel 3 van de Toeslagenwet geen recht heeft op grond van
die wet.
-3. Artikel 7 is niet van
toepassing op de persoon die als gevolg van de inwerkingtreding van
artikel 1.18, onderdeel A, van de Wet invoering en financiering Wet werk en
inkomen naar arbeidsvermogen geen gewezen zelfstandige is en de
echtgenoot van die persoon.
Art. 1.19.
Wet werk en
bijstand [MvT]
De Wet werk en bijstand
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 6, onderdeel a, wordt voor "de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering"
ingevoegd: de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen,.
B. [MvT]
In artikel 36, vierde
lid, onderdeel a, wordt na "ten minste 80 procent" toegevoegd: dan wel recht
heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van hoofdstuk 6
van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
C. [MvT]
In artikel 53, eerste
lid, wordt na "Ziektewet" ingevoegd: ,
artikel 67, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen.
Art. 1.20.
Wet arbeid
en zorg [MvT]
De Wet arbeid en zorg wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 3:6, eerste lid,
onderdeel b, komt te luiden:
b. gelijkgestelde: degene
die geen werknemer is als bedoeld in artikel
1:1, onderdeel b, doch:
1º. op grond van de eerste afdeling, paragraaf
2, van de Ziektewet, met uitzondering van artikel
8a, wel werknemer in de zin van die wet
is; of
2º. op grond van
hoofdstuk 7 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen recht
heeft op de loongerelateerde uitkering van de werkhervattingsuitkering
gedeeltelijk arbeidsgeschikten;.
B. [MvT]
Artikel 3:29 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van
het derde tot en met zesde lid tot vierde tot en met zevende lid wordt na het tweede lid een lid ingevoegd, luidende:
-3. Indien een
gelijkgestelde als bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, onderdeel b, onder
2º,
over dezelfde periode tevens uit anderen hoofde recht heeft op één of
meerdere uitkeringen op grond van paragraaf
1, wordt de uitkering van
die gelijkgestelde uitbetaald voor zover deze uitkering samen met de
andere uitkeringen niet meer bedraagt dan 100% van het dagloon dat ten
grondslag ligt aan de loongerelateerde uitkering van de
werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten.
2. In het zesde lid wordt "het tweede tot en met vierde lid" vervangen door: het derde tot en
met vijfde lid.
C.¹
In artikel 7:22, tweede
lid, wordt na "de Ziektewet," ingevoegd: de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen,.
1. Volgens de redactie
dient onderdeel C, gelet op het bepaalde in artikel
I, onderdeel K, van de Wet van 25 april 2005, Stb.
2005, 274, te vervallen.
Art. 1.21.
Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid [MvT]
Artikel 48 van de
Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te
luiden:
-1. De persoon die 21
jaar of ouder is, die voor de toepassing van de Toeslagenwet niet als
gehuwd wordt aangemerkt en voor wie de algemene heffingskorting,
bedoeld in artikel 22 van de Wet
op de loonbelasting 1964, maar
niet de alleenstaandeouderkorting, bedoeld in artikel 8.15 van de Wet
inkomstenbelasting 2001, van toepassing is en die recht heeft op uitkering
op grond van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen, de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de
Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten of meer
van deze wetten gezamenlijk, in verband
met een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer en berekend naar een
dagloon als bedoeld in artikel 13 van de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen dan wel
artikel 14 van de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of een vervolgdagloon als bedoeld in
artikel 21b van de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering dat ten minste gelijk is aan 70%
van het minimumloon, bedoeld in artikel
12, eerste lid, onderdeel b,
van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
en 13, tweede lid, van de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, of berekend naar een grondslag die ten minste gelijk is aan
70% van het minimumloon als bedoeld in artikel 8, zevende lid, van de
Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of artikel
7, tweede lid,
van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten, heeft
recht op en verhoging van zijn uitkering indien zijn uitkering per dag,
indien hij 21 jaar, 22 jaar, onderscheidenlijk 23 jaar of ouder is, minder
bedraagt dan €|28,09, €|34,46, onderscheidenlijk €|44,25.
2. In het tweede lid
wordt "arbeidsongeschiktheidsuitkering" vervangen door:
uitkering.
3. In het derde lid wordt "arbeidsongeschiktheidsuitkering" vervangen door
"uitkering" en
wordt voor "de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering" ingevoegd: de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen,.
4. In het vierde lid
wordt voor "de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering" ingevoegd: de Wet werk
en inkomen naar arbeidsvermogen,.
Art. 1.22.
Wet
kinderopvang [MvT]
De Wet
kinderopvang wordt
als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel d komt te
luiden:
d. een uitkering ontvangt
op grond van de Wet werk en inkomen kunstenaars en gebruik
maakt van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling in het kader van de
uitoefening van een gemengde beroepspraktijk als bedoeld in artikel
21, eerste lid, van de Wet werk en inkomen
kunstenaars;.
2. Onderdeel i komt te
luiden:
i. recht heeft op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen of een
uitkering op grond van hoofdstuk 7 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen:
1º. ten behoeve van wie
het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen werkzaamheden gericht op
de bevordering van de inschakeling in het arbeidsproces als
bedoeld in artikel 30, zesde lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen laat verrichten;
2º. ten behoeve van wie
de eigenrisicodrager, bedoeld in artikel 82
van de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen,
werkzaamheden gericht op de bevordering van de
inschakeling in het arbeidsproces als bedoeld in artikel
42 van
die wet
laat verrichten; of
3º. en ¹ werkzaamheden op
een proefplaats verricht als bedoeld in artikel 65g
van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
artikel
59h van
de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, artikel 67e
van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of artikel
37 van de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;.
B. [MvT]
Indien artikel 7, tweede lid, van de Wet
kinderopvang in werking treedt, komt
dit artikellid te luiden:
-2. De hoogte van de tegemoetkoming is voorts mede afhankelijk van:
a. de bijdragen in de
kosten van kinderopvang die de ouder en diens partner per kind kunnen
ontvangen in het kader van het al dan niet als werknemer verrichten van
tegenwoordige arbeid als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a of
b,
of kunnen ontvangen van de eigenrisicodrager, bedoeld in artikel
82 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, met dien verstande dat
die bijdragen slechts in aanmerking worden genomen voor zover het
totaal ervan een derde deel van de kosten van kinderopvang, bedoeld in
het eerste lid, niet te boven gaat; of
b. de bijdragen in de
kosten van kinderopvang die de ouder zonder partner per kind kan
ontvangen in het kader van het al dan niet als werknemer verrichten van
tegenwoordige arbeid als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a of
b,
of kunnen ontvangen van de eigenrisicodrager, bedoeld in artikel
82 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, met dien verstande dat
die bijdragen slechts in aanmerking worden genomen voor zover het
totaal ervan een zesde deel van de kosten van kinderopvang, bedoeld in
het eerste lid, niet te boven gaat.
C. [MvT]
Artikel 22, eerste lid,
onderdeel a, komt te luiden:
a. voor zover de ouder in
dat jaar een persoon is als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel c tot
en met f, voor wie het college van burgemeester en wethouders op grond van
artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a, of derde lid, tweede volzin, van
de Wet werk en bijstand, artikel
34, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
werkloze werknemers,
artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, artikel
30, vijfde lid,
onderdeel a, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
of
artikel 72, tweede lid, van de Werkloosheidswet verantwoordelijk is voor
het ondersteunen bij arbeidsinschakeling of die gebruik maakt van
een voorziening gericht op arbeidsinschakeling in het kader van een
gemengde beroepspraktijk als bedoeld in artikel
21, eerste lid,
van de Wet werk en inkomen kunstenaars of voor zover de ouder in dat jaar een persoon is als bedoeld in artikel 6, eerste
lid, onderdeel g, j, k of l;.
D. [MvT]
In artikel 29 wordt "14,
eerste lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten"
vervangen door: 30, vijfde lid, onderdeel a, van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
E. [MvT]
Artikel 35 wordt als
volgt gewijzigd:
1. De eerste volzin van
het eerste lid komt te luiden: Het college van
burgemeester en wethouders kan besluiten dat een ouder die een persoon is
als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel c tot en met f, voor wie het
college van burgemeester en wethouders op grond van artikel
7, eerste
lid, aanhef en onder a, of derde lid, tweede volzin, van de Wet werk en
bijstand,
artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, artikel
34,
eerste lid, onderdeel a, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, artikel 30, vijfde lid, onderdeel a, van
de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
of artikel 72,
tweede lid, van de Werkloosheidswet verantwoordelijk is voor het ondersteunen
bij arbeidsinschakeling of die gebruik maakt van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling in het kader van een gemengde
beroepspraktijk als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de
Wet werk en
inkomen kunstenaars, na beëindiging van de aanspraak op grond van
artikel 22, in aansluiting daarop aanspraak heeft op een tegemoetkoming
jegens de gemeente. [MvT]
2. In het tweede lid
wordt "14, vierde lid, van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten"
vervangen door: 30, vijfde lid, onderdeel a, van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen. [MvT]
F. [MvT]
In artikel 39 wordt "de
artikelen 35 en 35a van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten"
vervangen door: de artikelen 57 tot en met 57b
van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
G. [MvT]
In artikel 86, onderdeel a, wordt "de artikelen 46 en
47 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten" vervangen door: de artikelen 29a tot
en met 29g van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering.
H. [MvT]
Artikel 94 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid
wordt na "tegenwoordige arbeid verrichten als bedoeld in artikel 6,
eerste lid, onderdeel a of b," een zinsnede ingevoegd, luidende: of ten behoeve
van wie de eigenrisicodrager, bedoeld in artikel
82 van de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen,
werkzaamheden gericht op de bevordering
van de inschakeling in het arbeidsproces als bedoeld in artikel
42
van die wet laat verrichten,.
2. Het tweede lid komt te
luiden:
-2. De hoogte van de extra tegemoetkoming
is bovendien afhankelijk van:
a. de bijdragen in de
kosten van kinderopvang die de ouder en zijn partner per kind kunnen
ontvangen in het kader van het verrichten van tegenwoordige arbeid of
kunnen ontvangen van de eigenrisicodrager, bedoeld in artikel
82 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, met dien verstande dat
die bijdragen slechts in aanmerking worden genomen voor zover het
totaal ervan een derde deel van de kosten van kinderopvang, bedoeld in
artikel 7, eerste lid, niet te boven gaat; of
b. de bijdrage in de
kosten van kinderopvang die de ouder zonder partner per kind kan
ontvangen in het kader van het verrichten van tegenwoordige arbeid, of
kan ontvangen van de eigenrisicodrager, bedoeld in artikel
82 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, met dien verstande dat
die bijdrage slechts in aanmerking wordt genomen voor zover het
totaal ervan een zesde deel van de kosten van kinderopvang, bedoeld in
artikel 7, eerste lid, niet te boven gaat.
1. Volgens de redactie
dient "en" te vervallen.
§ 2.
Justitie
Art. 1.23.
Bijlage bij
de Beroepswet [MvT]
In de bijlage bij de
Beroepswet, onderdeel C, wordt, onder vernummering van subonderdeel 1 tot
subonderdeel 1a, voor dat subonderdeel een subonderdeel ingevoegd,
luidende:
1. Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen.
Art. 1.24.
Burgerlijk
Wetboek [MvT]
Het Burgerlijk
Wetboek wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In het eerste lid, onderdeel a,
van artikel 197 van Boek
6 wordt "en de artikelen 90 van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering" vervangen door:
en de artikelen 99 van
de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, 90 van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
B. [MvT]
Artikel 629 van titel 10
van Boek 7 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het derde lid, onderdeel e,
wordt "658a, tweede lid" vervangen door: 658a,
derde lid.
2. In het derde lid, onderdeel c
en d, en het twaalfde lid wordt "658a, derde lid" vervangen door:
658a, vierde lid.
3. In het vijfde lid wordt aan de
eerste zin toegevoegd: , voor zover deze uitkering betrekking
heeft op de bedongen arbeid waaruit het loon wordt genoten.
4. In het elfde lid wordt, onder
verlettering van de onderdelen b en c tot onderdelen c en
d, een
onderdeel ingevoegd, luidende:
b. met de duur van het
tijdvak dat het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van de
artikelen 24, eerste lid, of 25, negende lid, van de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen heeft vastgesteld;.
C. [MvT]
In artikel 631, derde lid, van titel 10 van Boek
7 wordt "met de betaling van arbeidsongeschiktheidsuitkering
als bedoeld in artikel 75a van de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering" vervangen door: met de betaling van een uitkering als
bedoeld in artikel 83 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen dan
wel als bedoeld in artikel 75a van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
D. [MvT]
In de artikelen 635, vierde lid, 670b, derde lid, onderdeel b, en 660a, onderdeel c, wordt
"658a, derde lid"
vervangen door: 658a, vierde lid.
E. [MvT]
Artikel 658a van titel 10
van Boek 7 komt te luiden:
Art. 658a.
-1. De werkgever bevordert
ten aanzien van de werknemer die in verband met
ongeschiktheid tengevolge van ziekte verhinderd is de bedongen arbeid te
verrichten, de inschakeling in de arbeid in zijn bedrijf. Indien vaststaat dat de
eigen arbeid niet meer kan worden verricht en in het bedrijf van de
werkgever geen andere passende arbeid voorhanden is, bevordert de werkgever,
gedurende het tijdvak waarin de werknemer jegens hem recht op loon
heeft op grond van artikel 629, artikel 71a, negende lid, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of artikel
25, negende lid,
van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de inschakeling van de
werknemer in voor hem passende arbeid in het bedrijf van een andere werkgever.
-2. Uit hoofde van de
uitoefening van zijn taak, bedoeld in het eerste lid, is de werkgever verplicht zo
tijdig mogelijk zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te
verstrekken als redelijkerwijs nodig is, opdat de werknemer die in verband met
ongeschiktheid tengevolge van ziekte verhinderd is de bedongen arbeid te
verrichten, in staat wordt gesteld de eigen of andere passende arbeid te
verrichten.
-3. Uit hoofde van de
uitoefening van zijn taak, bedoeld in het eerste lid, stelt de werkgever in
overeenstemming met de werknemer een plan van aanpak op als bedoeld in artikel
71a, tweede lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering en artikel
25, tweede
lid, van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen. Het plan van aanpak wordt met
medewerking van de
werknemer regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.
-4. Onder passende arbeid
als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt verstaan alle arbeid die voor de
krachten en bekwaamheden van de werknemer is berekend, tenzij
aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van hem
kan worden gevergd.
-5. De werkgever en degene
door wie de werkgever zich op grond van artikel 14 van de Arbeidsomstandighedenwet
1998 laat bijstaan, verstrekken
een reïntegratiebedrijf
als bedoeld in artikel 1 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen gegevens voor zover deze noodzakelijk zijn voor de uitvoering
van de door de werkgever aan dit bedrijf opgedragen werkzaamheden, alsmede
het sociaal-fiscaal nummer van de persoon wiens inschakeling in de
arbeid door dat reïntegratiebedrijf wordt bevorderd. Het
reïntegratiebedrijf verwerkt deze gegevens slechts voor zover dat
noodzakelijk is voor deze werkzaamheden en gebruikt slechts met dat doel het
sociaal-fiscaal nummer bij die verwerking. Onder sociaal-fiscaal nummer
wordt in dit artikel verstaan het nummer, bedoeld in artikel 2, derde lid,
onderdeel j, van de Algemene
wet inzake rijksbelastingen.
-6. Dit artikel is van
overeenkomstige toepassing op de eigenrisicodrager, bedoeld in artikel
1,
eerste lid, onderdeel h, van de Ziektewet
en de persoon, bedoeld in
artikel 63, eerste lid, van de Ziektewet, gedurende de periode dat de
eigenrisicodrager aan die persoon ziekengeld moet betalen.
F. [MvT]
In de artikelen 658b, eerste lid, en 660a, onderdeel a, wordt "658a,
eerste lid" telkens vervangen door:
658a, tweede lid.
G. [MvT]
In artikel 660a,
onderdeel b, wordt "658a, tweede lid" vervangen door:
658a, derde lid.
H. [MvT]
Artikel 670, tiende lid,
onderdeel c, van titel 10 van Boek
7 komt te luiden:
c. met de duur van het
tijdvak dat het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel
24, eerste lid, of artikel 25, negende lid, van de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen dan wel op grond van artikel 71a, negende
lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft vastgesteld.
I. [MvT]
In artikel 670b, derde lid,
onderdeel c, van titel 10 van Boek
7 wordt "een plan van aanpak als
bedoeld in artikel 71a, tweede lid, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering"
vervangen door: een plan van aanpak als bedoeld in
artikel 25, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen dan
wel artikel 71a, tweede lid, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Art. 1.25.
Remigratiewet [MvT]
In artikel 4, vierde lid,
van de Remigratiewet wordt "indien hij op de dag van vertrek recht had op
een uitkering op grond van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering,
welke uitkering na zijn vertrek uit Nederland op grond van
artikel 36 of 43 van de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering is verlaagd of
ingetrokken" vervangen door: indien hij op de dag van vertrek
recht had op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen dan wel op grond van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, welke uitkering na zijn vertrek uit
Nederland op grond de Wet
werk en inkomen naar arbeidsvermogen dan wel op grond van artikel
36 of 43 van de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering is verlaagd of
ingetrokken.
Art. 1.26.
Wetboek van
Koophandel [MvT]
In artikel 415, vierde
lid, van het Wetboek
van Koophandel wordt "arbeidsongeschiktheidsuitkering
ingevolge de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering" vervangen door
"uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen, de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering" en wordt
"arbeidsongeschiktheidsuitkering ingevolge zowel" vervangen door: uitkering
ingevolge zowel de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen,.
Art. 1.27.
Wet
rechtspositie rechterlijke ambtenaren
In artikel 46k, derde
lid, van de Wet
rechtspositie rechterlijke ambtenaren, wordt "artikel
18,
vijfde lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering" vervangen door:
artikel 6, derde lid, van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen.
§ 3.
Binnenlandse Zaken
Art. 1.28.
Bijlage 2
van de Invoeringswet Financiële-verhoudingswet
In bijlage 2 van de Invoeringswet
Financiële-verhoudingswet wordt in verdeelmaatstaf 11,
onderdeel 5, na "Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten"
ingevoegd: , Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen.
Art. 1.29.
Wet
overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen [MvT]
Aan artikel 45b van de
Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen wordt een lid toegevoegd,
luidende:
-3. Voor de toepassing van
de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt onder het bereiken van de volledige
uitkeringsduur, bedoeld in hoofdstuk IIa
van de
Werkloosheidswet, mede
verstaan het bereiken van de volledige uitkeringsduur van een wachtgeld, waarop in verband met de verlaging van een uitkering op
grond van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering recht is ontstaan op of
na 1 oktober 2004 voor de overheidswerknemer of de gewezen
overheidswerknemer die op 31 december 2000 en op 30 september 2004
recht had op een uitkering op grond van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van
80% of meer.
§ 4.
Onderwijs, Cultuur
en Wetenschap
Art. 1.30.
Wet op het
primair onderwijs [MvT]
In artikel 1a, vijfde
lid, onderdeel a, van de Wet
op het primair onderwijs wordt voor
"de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering" ingevoegd: de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen,.
Art. 1.31.
Wet
studiefinanciering 2000 [MvT]
In artikel 1.1, derde
lid, onderdeel a, van de Wet
studiefinanciering 2000 wordt voor
"de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering" ingevoegd: de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen,.
Art. 1.32.
Wet
tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten [MvT]
In artikel 1.1, derde
lid, onderdeel a, van de Wet
tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten wordt voor "de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering"
ingevoegd: de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen,.
§ 5.
Financiën
Art. 1.33.
Wet
inkomstenbelasting 2001 [MvT]
Artikel 1.7a, tweede lid,
van de Wet
inkomstenbelasting 2001 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder verlettering van
de onderdelen a tot en met d tot onderdelen b tot en met
e wordt
voor onderdeel b een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:
a. de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;.
2. In onderdeel d wordt "de onderdelen a, b en
c" vervangen door: de onderdelen a, b, c en
d.
Art. 1.34.
Wet op de
loonbelasting 1964 [MvT]
De Wet
op de loonbelasting 1964 wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 11, eerste
lid, onderdeel e, wordt na "de Wet arbeid en zorg" ingevoegd: , de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
B. [MvT]
Aan artikel 16c, zesde
lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door
een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
c. een bijdrage in de
kosten van kinderopvang van de eigenrisicodrager, bedoeld in artikel
82 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
C. [MvT]
Artikel 22a, vijfde lid,
wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder verlettering van
de onderdelen a tot en met d tot onderdelen b tot en met
e wordt
voor onderdeel b een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:
a. de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;.
2. In onderdeel d wordt "de onderdelen a, b en
c" vervangen door: de onderdelen a, b, c en
d.
D.
In artikel 35, derde lid,
onderdeel d, en artikel 35g, derde lid, onderdeel d, wordt na
"de Wet arbeid en zorg" ingevoegd: , de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
Art.
1.34a. Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de
volksverzekering
In artikel 1, tweede lid, onderdeel a, van de Wet
vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen
wordt "de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekeringen" vervangen door:
de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen,
de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Art.
1.34b. Wet op de ondernemingsraden
De Wet op de
ondernemingsraden zoals deze komt te luiden indien artikel
10, onderdeel A, van de Invoeringswet Wet
financiering sociale verzekeringen in werking treedt, wordt als volgt
gewijzigd:
A.¹
In artikel 25, eerste lid, onderdeel m, wordt "bedoeld in artikel
40, aanhef en eerste lid, onderdeel a, of artikel
40, aanhef en eerste lid, onderdeel b, van de Wet
financiering sociale verzekeringen" vervangen door: bedoeld in artikel
40, aanhef en eerste lid, onderdeel a, artikel
40, aanhef en eerste lid, onderdeel b, of artikel
40, aanhef en eerste lid, onderdeel c, van de Wet
financiering sociale verzekeringen.
B.
Na artikel 49 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 50.
Voor de jaren 2006 en 2007 wordt in artikel 25, eerste lid, onderdeel m,
voor "artikel 40, aanhef en eerste lid, onderdeel b" ²
gelezen: artikel 122d, tweede lid.
1. Volgens de redactie
dient onderdeel A te luiden als volgt:
A.
In artikel 25, eerste lid, onderdeel m, wordt "bedoeld in artikel
40, eerste lid, aanhef en onder a, of artikel
40, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet
financiering sociale verzekeringen" vervangen door: bedoeld in artikel
40, eerste lid, aanhef en onder a, artikel
40, eerste lid, aanhef en onder b, of artikel
40, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet
financiering sociale verzekeringen.
2. Volgens de redactie dient "artikel
40, aanhef en eerste lid, onderdeel b" te worden vervangen
door: artikel 40, eerste lid, aanhef en onder b.
§ 6.
Defensie
Art. 1.35.
Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen [MvT]
De Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan artikel 1 wordt
een nieuw lid toegevoegd, luidende:
-4. Geen belanghebbende in
de zin van deze wet is de persoon die op of na 29 december 2005 arbeidsongeschikt wordt.
2. In artikel 8a wordt "en
7b" vervangen door: en
16, onderdeel
c,.
§ 7.
Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
Art. 1.36.
Huursubsidiewet [MvT]
In artikel 1a, vijfde
lid, onderdeel a, van de Huursubsidiewet
wordt voor "de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering" ingevoegd: de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen,.
Art. 1.37.
Wet
bevordering eigenwoningbezit [MvT]
In artikel 1a, vijfde
lid, onderdeel a, van de Wet
bevordering eigenwoningbezit wordt voor
"de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering" ingevoegd: de Wet werk
en inkomen naar arbeidsvermogen,.
§ 8.
Volksgezondheid,
Welzijn en Sport
Art. 1.38.
Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten [MvT]
In artikel 32a, eerste
lid, onderdeel a, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten wordt, onder
vernummering van subonderdelen 1e tot en met 8e tot subonderdelen 2e tot en met 9e,
voor subonderdeel 2e een nieuw subonderdeel ingevoegd, luidende:
1e. een uitkering op
grond van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen;.
Art. 1.39.
Wet
buitengewoon pensioen 1940-1945 [MvT]
In artikel 36, tweede
lid, van de Wet
buitengewoon pensioen 1940-1945 wordt voor "de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering" ingevoegd: de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of.
Art. 1.40. Wet op de
medische keuringen [MvT]
De Wet
op de medische keuringen wordt
als volgt gewijzigd:
1. In artikel 1, onderdeel a, onder 1º,
en artikel 4, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, wordt na "de Ziektewet"
telkens ingevoegd:, de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen.
2. In artikel 4, vijfde lid, wordt voor "arbeidsongeschiktheidsuitkering"
ingevoegd: een uitkering als bedoeld in artikel 83
van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen dan
wel betaling van.
Art. 1.41.
Ziekenfondswet [MvT]
De Ziekenfondswet wordt
als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 3, vierde lid,
onderdeel a, wordt na de tekst van het eerste gedachtestreepje
ingevoegd:
- een uitkering op
grond van de verplichte verzekering ingevolge de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen;.
B. [MvT]
In artikel 3c, elfde lid,
onderdeel a, wordt voor "de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering"
ingevoegd: de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen,.
HOOFDSTUK
2
Overgangs-
en slotbepalingen
Art. 2.1.
Verruiming
grondslag lagere regelgeving
-1. De volgende algemene
maatregelen van bestuur berusten met ingang van de dag van
inwerkingtreding van de desbetreffende bepalingen van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen mede op de bij die maatregelen genoemde
artikelen van die wet:
a. het Besluit aanwijzing registraties
gezamenlijke huishouding 1998: artikel 2, zesde lid;
b. het Besluit afwijkende regels
beperking export uitkeringen: artikel 45, derde lid;
c. het Besluit extramurale
vrijheidsbeneming en sociale zekerheid en het Reglement justitiële
jeugdinrichtingen: artikel 44, eerste lid;
d. het Besluit uitbreiding en
beperking kring verzekerden werknemersverzekeringen 1990: artikel
8,
tweede lid;
e. het Besluit van de
Staatssecretaris van Sociale Zaken van 22 december 1972,
houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld
in artikel 65, tweede lid, van de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (Stb. 1972, 772): artikel
73, derde lid;
f. het Boetebesluit
socialezekerheidswetten: artikel 91, zevende lid;
g. het Schattingsbesluit
arbeidsongeschiktheidswetten: artikelen 6, vierde lid, en
46, zesde lid;
h. het Besluit gelijkstelling
loondagen Werkloosheidswet: artikel 15, elfde lid;
i. het Besluit verlaagde wekeneis
Werkloosheidswet: artikel 58, derde lid;
j. het Besluit aanspraken bij
beroepsziekten van niet ingevolge de WAO verzekerden:
artikel 10, vierde lid.
-2. De volgende
ministeriële regelingen berusten met ingang van de dag van inwerkingtreding van
de desbetreffende bepalingen van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen mede op de bij die regelingen genoemde artikelen van
die wet:
a. de Regeling van de
Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 16 december 1997, nr.
SV/WV/97/5281, houdende het aanwijzen van regelingen
als bedoeld in artikel 7, onderdeel d, alsmede van gevallen als bedoeld
in artikel 7a, onderdeel b, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
(Stcrt. 1997, 249): de artikelen 9 en
11, derde lid;
b. de Regeling van de
Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 27 maart 2003, nr.
SV/V&V/03/18714,
houdende bekendmaking van de landen waarin op
grond van een verdrag of besluit van een volkenrechtelijke
organisatie recht op een socialeverzekeringsuitkering kan bestaan (Stcrt.
2003, 64):
artikel 45, tweede lid;
c. het Besluit incasso
boeten en onverschuldigde betalingen werkgevers: artikel
78;
d. het Besluit Tica inzake
betaling, terugvordering en tenuitvoerlegging van boeten en
onverschuldigd betaalde uitkering: de artikelen
78 en 93, derde lid;
e. de Regeling van de Staatssecretaris
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 20 juni 1985, nr.
85/335, houdende regels met betrekking tot de betaalbaarstelling van
uitkeringen op grond van de socialeverzekeringswetten door andere organen dan
de SVB en het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Stcrt. 1985, 123):
artikel 67, zesde lid;
f. de Regeling
de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 december
1986, nr. SZ/SVW/86/10693, houdende aanwijzing als werkgever en
uitzondering verzekeringsplicht werknemersverzekeringen (Stcrt.
1986, 251): artikel 11,
derde lid;
g. de Regeling van de
Staatssecretaris van Sociale Zaken van 16 september 1976, nr.
54344, houdende afwijkende regels omtrent de uitbetaling van de
vakantie-uitkering: artikel 68, vierde lid;
h. de Regeling instroomcijfers WAO:
artikel 40, vierde lid;
i. de Regeling
procesgang eerste en tweede ziektejaar: artikel
25, tweede en zevende lid;
j. de Regeling terugvordering geringe
bedragen: artikel 76, zevende lid; ¹
k. de Regeling
vordering contante waarde periodieke verstrekkingen WAO: artikel
99, tweede lid;
l. de Regeling van de
Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 20 maart 1968, nr.
50645, houdende regels omtrent uitbreiding van de kring verzekering
Ziektewet en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (Stcrt.
1968, 61): artikel 9.
1. Volgens de redactie
dient "artikel 76, zevende lid" te
worden vervangen door: artikel 77, zevende lid.
Art. 2.2.
Verruiming
grondslag overige lagere regelgeving
Het Besluit van de Staatssecretaris van Sociale
Zaken van 19 oktober 1976, houdende
vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 43 van
de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (Stb. 1976, 526) berust met ingang
van de dag van inwerkingtreding van artikel 1.6, onderdeel
J, mede op de
artikelen 59, vierde lid, en 59a, zesde lid, van de
Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.¹
1. Volgens de redactie
dient "artikel 1.6, onderdeel
J, mede op de
artikelen 59, vierde lid, en 59a,
zesde lid, van de
Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen" te worden
vervangen door: de artikelen 1.6, onderdeel
J, en 1.7, onderdeel L, op de artikelen 59,
vierde lid, en 59a, zesde lid, van
de
Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en 51,
negende lid, van de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.
Art. 2.3.
Overgangsrecht Wet Rea [MvT]
-1. De artikelen van de
Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten en de daarop berustende
bepalingen, zoals deze luidden op de dag voorafgaand aan de dag waarop deze op
grond van artikel 2.10 vervallen, blijven van toepassing op
de persoon, instelling of organisatie die vóór die dag in aanmerking is
gebracht voor een instrument op grond van die wet of een aanvraag
daartoe heeft ingediend, zolang dat instrument in dezelfde vorm wordt
verstrekt. [MvT]
-2. Het eerste lid is niet
van toepassing indien het instrument waarvoor de persoon in aanmerking
is gebracht: [MvT]
a. op grond van het
artikel van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering dat na inwerkingtreding
van artikel 1.1, onderdeel JJ, in de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt ingevoegd;
b. artikel 98b
van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
c. artikel 76b
van de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
d. artikel
129 of 132
van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen; of
e. artikel 2.7;
wordt
aangemerkt als instrument op grond van de desbetreffende wet.
-3. In afwijking van het
eerste lid kan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur
worden bepaald dat de artikelen van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op de
dag voorafgaand aan de dag waarop deze vervallen, niet meer van
toepassing zijn op de persoon, instelling of organisatie, bedoeld in
het eerste lid.
Art. 2.4.
Oud
overgangsrecht Wet Rea [MvT]
-1. Artikel 57
van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet en de daarop berustende bepalingen,
zoals deze luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de
Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, blijven van toepassing op
de persoon die vóór die dag een aanvraag heeft ingediend of in
aanmerking is gebracht voor een voorziening tot behoud, herstel of ter
bevordering van de arbeidsgeschiktheid, zolang die voorziening verkeert in
de staat waarin de voorziening verkeerde op de dag voorafgaand aan de
dag waarop artikel 75, eerste lid, van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten vervalt als gevolg van de inwerkingtreding van
artikel 2.10. [MvT]
-2. Artikel 57a van de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet en de daarop berustende
bepalingen, zoals deze luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding
van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, blijven van toepassing op
de persoon die vóór de dag ¹ een aanvraag heeft ingediend of in
aanmerking is gebracht voor vergoeding van kosten als bedoeld in dat
artikel, zolang deze vergoeding niet daadwerkelijk geheel is verleend.
-3. Na het vervallen van
artikel 79, eerste lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten als
gevolg van de inwerkingtreding van artikel 2.10, komen ten
laste van het Reïntegratiefonds, genoemd in artikel 2.8:
a. de op grond van
artikel 57 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet toegekende voorzieningen,
bedoeld in het eerste lid;
b. de op grond van
artikel 57a van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet toegekende vergoedingen,
bedoeld in het tweede lid.
-4. Beschikkingen op grond
van de artikelen 57 en 57a van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet worden na het vervallen van artikel 85, eerste lid, van de
Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten als gevolg van de inwerkingtreding van
artikel 2.10, aangemerkt als beschikkingen op grond van de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten of de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. [MvT]
-5. Titel 4.2 van de
Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op aanspraken als bedoeld
in dit artikel. [MvT]
1. Volgens de redactie
dient "de dag" te worden vervangen door: die dag.
Art. 2.5.
Opzegging ILO-verdrag nr. 118 [MvT]
Indien Nederland op het
tijdstip van inwerkingtreding van artikel 43, onderdeel e, van de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen nog gebonden is aan het op 28
juni 1962 te Genève tot stand gekomen Verdrag betreffende de gelijkheid
van behandeling van eigen onderdanen en vreemdelingen met
betrekking tot de sociale zekerheid (Verdrag nr. 118, aangenomen door de
Internationale Arbeidsconferentie in haar zesenveertigste zitting, Trb.
1962, 122, en Trb. 1964, 23) wordt in artikel 2 van de
Wet van 9 december 2004, houdende goedkeuring van het voornemen tot
opzegging van het op 28 juni 1962 te Genève tot stand gekomen Verdrag
betreffende de gelijkheid van behandeling van eigen onderdanen en vreemdelingen met betrekking tot de sociale
zekerheid (Verdrag nr.
118, aangenomen door de Internationale Arbeidsconferentie in haar zesenveertigste
zitting; Trb. 1962, 122, en Trb. 1964, 23) (Stb.
2004, 715), na de zinsnede
"Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering"
ingevoegd: , 43,
onderdeel e, en 45 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen.
Art. 2.6.
Experimentele PRB-regeling [Ersa]
[MvT]
-1. Bij ministeriële
regeling kunnen regels worden gesteld op grond waarvan het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, aan de persoon
die een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten dan wel
een werkhervattingsuitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen van het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ontvangt, op aanvraag in plaats van
bij die regeling vast te stellen reïntegratie-instrumenten als bedoeld hoofdstuk
IIb van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
hoofdstuk
3a van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, hoofdstuk
2a van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en
hoofdstuk 4, paragraaf 2, van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen, een subsidie verstrekt in de vorm van een op de
arbeidsinschakeling gericht persoonsgebonden reïntegratiebudget. In
deze regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de aard en de omvang van de activiteiten en de aan de subsidie
te verbinden
verplichtingen.
-2. Een ministeriële
regeling als bedoeld in het eerste lid treedt niet eerder in werking dan
vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is
overgelegd.
-3. Onze Minister
zendt
binnen vier jaar na de inwerkingtreding van een ministeriële regeling
als bedoeld in het eerste lid, aan beide kamers der Staten-Generaal een
verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de
praktijk.
Art. 2.7.
Overgangsrecht experimentele PRB-regeling [MvT]
-1. Het persoonsgebonden
reïntegratiebudget dat op de dag voorafgaand aan de dag waarop artikel
33 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten op
grond van artikel 2.10 vervalt, op grond van de eerstgenoemde wet was
toegekend, wordt voor de duur van het tijdvak waarvoor dat budget is
toegekend, aangemerkt als een persoonsgebonden reïntegratiebudget als
bedoeld in artikel 2.6, met dien verstande dat personen die met
toepassing van artikel 77 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten
geacht werden verzekerd te zijn voor de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen ook na het vervallen van artikel 77 van de
Wet op
de (re)integratie arbeidsgehandicapten als gevolg van de inwerkingtreding
van artikel 2.10, voor de toepassing van artikel 2.6 met betrekking tot en
voor de duur van het tijdvak van de subsidie geacht worden verzekerd
te zijn voor de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen. [MvT]
-2. De Experimentele
regeling subsidieverstrekking arbeidsgehandicapten berust met ingang van de
dag waarop artikel 33 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten op grond van artikel 2.10 vervalt, op
artikel 2.6 van deze wet. [MvT]
Art. 2.8.
Middelen tot
dekking van de uitgaven van het Reïntegratiefonds [MvT]
-1. De middelen tot
dekking van de uitgaven ten laste van het Reïntegratiefonds worden verkregen uit:
a. bijdragen uit het
Arbeidsongeschiktheidsfonds, genoemd in artikel 112 van de
Wet
financiering sociale verzekeringen, de Arbeidsongeschiktheidskas, genoemd in
artikel 113
van die wet, het Algemeen Werkloosheidsfonds, genoemd in
artikel 93 van
die wet, en het Uitvoeringsfonds voor de overheid, genoemd in
artikel 106 van die wet;
b. de gelden die het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5
van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, ontvangt door
terugvordering van onverschuldigd verstrekte of betaalde
voorzieningen, kosten van voorzieningen, subsidies, loonsuppletie en inkomenssuppletie waar
artikel 2.3 of 2.7 van deze wet, artikel 98b
van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen, artikel
76a van de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten of artikel
129 van de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen op van toepassing zijn.
-2. Bij ministeriële
regeling worden de bijdragen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en de
onderlinge verhouding tussen de ten laste van de verschillende fondsen en
de kas komende bijdragen, bedoeld in dat onderdeel, vastgesteld.
Bij deze regeling kan worden bepaald dat in de middelen tot dekking van
de uitgaven ten laste van het Reïntegratiefonds mede wordt voorzien door
het Rijk en kunnen regels worden gesteld in verband met de besteding
van die rijksbijdrage.
Art. 2.9.
Uitgaven ten
laste van het Reïntegratiefonds [MvT]
-1. Ten laste van het
Reïntegratiefonds komen de door het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,
genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, verstrekte of toegekende:
a. subsidies, bedoeld in
de artikelen 16, 30,
33 en 33a
van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, of overeenkomsten, bedoeld in
artikel
33 dan wel 33a, eerste
lid, onderdeel b, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten
zoals die artikelen luidden op de dag vóór het vervallen van die
artikelen als gevolg van de inwerkingtreding van artikel
2.10;
b. voorzieningen, bedoeld
in artikel 22 en 31 van de
Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten zoals die artikelen luidden op de dag vóór het vervallen van
die artikelen als gevolg van de inwerkingtreding van artikel
2.10;
c. toelagen, bedoeld in
artikel 28 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten
zoals dat artikel luidde op de dag vóór het vervallen van dat artikel als
gevolg van de inwerkingtreding van artikel 2.10, alsmede de op grond van
enige wet over deze toelagen verschuldigde premies die niet op deze
toelagen in mindering kunnen worden gebracht;
d. inkomenssuppletie,
bedoeld in artikel 29 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten
zoals dat artikel luidde op de dag vóór het vervallen van dat artikel
als gevolg van de inwerkingtreding van artikel 2.10, alsmede de op grond
van enige wet over deze suppletie verschuldigde premies die niet op deze
suppletie in mindering kunnen worden gebracht;
e. loonsuppletie, bedoeld
in artikel 32 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten
zoals dat artikel luidde op de dag vóór het vervallen van dat artikel als
gevolg van de inwerkingtreding van artikel 2.10, alsmede de op grond van
enige wet over deze suppletie verschuldigde premies die niet op deze
suppletie in mindering kunnen worden gebracht;
f. uitkeringen, bedoeld
in artikel 29b van de Ziektewet
zoals dat artikel luidde op de dag vóór inwerkingtreding van artikel 1.4, onderdeel
G, waardoor dat artikel 29b wijzigt, alsmede de op grond van enige wet over deze uitkeringen
verschuldigde premies die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden
gebracht;
doch voor de duur en hoogte van die verstrekking of
toekenning.
-2. Tevens ten laste van
het Reïntegratiefonds komen:
a. de
reïntegratie-instrumenten die op grond van hoofdstuk
IIb van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, hoofdstuk 3a
van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen of hoofdstuk 4, paragraaf 2, van de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen na de dag van inwerkingtreding
van artikel 2.10 van deze wet en vóór de dag van inwerkingtreding van
artikel 115 van de Wet financiering sociale verzekeringen zijn
verstrekt;
b. het ziekengeld dat op
grond van artikel 29b van de Ziektewet
na de dag van inwerkingtreding
van artikel 2.10 van deze wet en vóór de dag van inwerkingtreding van
artikel 115 van de Wet financiering sociale verzekeringen is
verstrekt; en
c. vergoedingen aan
gemeenten die worden overeengekomen ter uitvoering van artikel
30, vijfde lid, onderdeel a, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
-3. Bij ministeriële
regeling kunnen nadere regels met betrekking tot het eerste en tweede lid
worden gesteld.
Art. 2.10.
Intrekking
Wet Rea
De Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten wordt op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip ingetrokken, waarbij het tijdstip waarop de verschillende
artikelen of onderdelen daarvan vervallen verschillend kan worden
vastgesteld.¹
1. Bij Besluit
van 13 december 2005, Stb. 2005, 659, is het tijdstip van
intrekking van alle artikelen bepaald op 29 december 2005, red.
Art.
2.11. Slotbepaling
betreffende artikel 1.4, onderdeel X, artikel 76a Ziektewet [MvT]
Tot het tijdstip van
inwerkingtreding van artikel 23 van de Invoeringswet Wet financiering sociale
verzekeringen wordt in het in artikel 1.4, onderdeel X, voorgestelde
artikel 76a, eerste lid, van de Ziektewet
"het bedrag, bedoeld in
artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen" gelezen:
het maximumdagloon, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de
Coördinatiewet Sociale Verzekering.
Art. 2.12.
Slotbepaling
betreffende de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen [MvT]
Indien het bij
koninklijke boodschap van 17 september 2004 ingediende voorstel van wet tot
regeling van sociale verzekering voor geneeskundige zorg ten behoeve van de
gehele bevolking (Zorgverzekeringswet) (Kamerstukken II
2003-2004,
29 763, nr. 2) tot wet wordt verheven en in werking treedt, wordt de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 51, tweede
lid, alsmede de aanduiding "-1." vervalt.
B. [MvT]
In artikel 53 wordt "ten laste van een verzekering inzake
ziektekosten" vervangen door: ten laste
van een zorgverzekering of een verzekering inzake ziektekosten.
C. [MvT]
In artikel 61 vervalt
het achtste lid, onder vernummering van het negende en tiende lid tot
het achtste en negende lid.
D. [MvT]
In artikel 62, tweede
lid, wordt "zevende en achtste lid" vervangen door: zevende lid.
E. [MvT]
In artikel 63 wordt "ten laste van een verzekering inzake
ziektekosten" vervangen door: ten laste
van een zorgverzekering of een verzekering inzake ziektekosten.
F. [MvT]
Artikel 71 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt
vervangen door:
-1. Indien de persoon aan
wie een uitkering op grond van deze wet is toegekend aanspraak
heeft op verstrekking of vergoeding van zorg als bedoeld in de Algemene
Wet Bijzondere Ziektekosten en op grond van die wet een bijdrage voor die
zorg verschuldigd is, is het
UWV bevoegd de uitkering tot het bedrag
van die bijdrage in plaats van aan degene aan wie de uitkering is
toegekend, zonder diens machtiging uit te betalen aan het College voor
zorgverzekeringen, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de
Zorgverzekeringswet.
2. In het derde lid vervalt ", genoemd in artikel 1a van de
Ziekenfondswet,".
G. [MvT]
In de artikelen 72,
tweede lid, 83, tweede en derde lid, en 84, tweede en vierde lid, wordt na
"gebracht" telkens ingevoegd: en de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van
de Zorgverzekeringswet, over deze uitkering.
Art. 2.13.
Slotbepaling
betreffende artikel 61, tweede lid, van de Ziektewet [MvT]
Indien het bij
koninklijke boodschap van 17 september 2004 ingediende voorstel van wet tot
regeling van sociale verzekering voor geneeskundige zorg ten behoeve van de
gehele bevolking (Zorgverzekeringswet) (Kamerstukken II
2003-2004,
29 763, nr. 2) tot wet wordt verheven en in werking treedt, wordt in
artikel 61, tweede lid, van de Ziektewet zoals dat door middel van
artikel
1.4, onderdeel R, onder 2, wordt toegevoegd, na "gebracht" ingevoegd:
en de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de
Zorgverzekeringswet.
Art. 2.14.
Slotbepaling
betreffende de Wet financiering sociale verzekeringen [MvT]
Indien het bij
koninklijke boodschap van 17 september 2004 ingediende voorstel van wet tot
regeling van sociale verzekering voor geneeskundige zorg ten behoeve van de
gehele bevolking (Zorgverzekeringswet) (Kamerstukken II
2003-2004,
29 763, nr. 2) tot wet wordt verheven en in werking treedt, wordt de
Wet financiering sociale verzekeringen, zoals deze komt te luiden na de
inwerkingtreding van deze wet, als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In de artikelen 56,
tweede lid, en 122b, zesde, zevende en achtste lid, wordt na "verschuldigde
premies" ingevoegd: en de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de
Zorgverzekeringswet,.
B. [MvT]
Artikel 117b wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid
wordt na "verschuldigde premies" ingevoegd: en de vergoeding, bedoeld in
artikel 46 van de Zorgverzekeringswet,.
2. In het derde lid,
onderdeel e, wordt na "verschuldigd zijn" ingevoegd: en de vergoeding, bedoeld
in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet,.¹
1. Volgens de redactie
dient subonderdeel 2 te worden vervangen door:
2. In het derde lid,
onderdeel f, wordt na "gebracht" ingevoegd: en de vergoeding, bedoeld
in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet,.
Art. 2.15.
Slotbepaling
betreffende artikel 34 van de Werkloosheidswet [MvT]
Nadat de Wet
administratieve lastenverlichting en vereenvoudiging in socialeverzekeringswetten
in werking is getreden, komt artikel 34, vijfde lid, onderdeel c,
van de Werkloosheidswet als
volgt te luiden:
c. bestaan uit een
uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen, de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten dan wel een uitkering die naar aard en strekking daarmee
overeenkomt;.
Art.
2.15a. Slotbepaling betreffende artikel 1.22
Indien het bij koninklijke boodschap van 27 april 2005 ingediende
voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet
inkomensafhankelijke regelingen, de Wet kinderopvang, de Huursubsidiewet
en enige andere wetten (Kamerstukken II 2004-2005, 30 097, nr. 2)
tot wet wordt verheven en in werking treedt, wordt in artikel
1.22, onderdeel B en H, "tegemoetkoming"
telkens vervangen door: kinderopvangtoeslag.
Art. 2.16.
Slotbepaling
betreffende artikel 2.9
Indien het bij
koninklijke boodschap van 17 september 2004 ingediende voorstel van wet tot
regeling van sociale verzekering voor geneeskundige zorg ten behoeve van de
gehele bevolking (Zorgverzekeringswet) (Kamerstukken II
2003-2004,
29 763, nr. 2) tot wet wordt verheven en in werking treedt, wordt in
artikel 2.9, eerste lid, onderdeel c, d, e en f, na
"gebracht" ingevoegd:
en de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de
Zorgverzekeringswet.
Art.
2.16a. Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet
Het bij koninklijke boodschap van 23 mei 2005 ingediende voorstel van
wet tot invoering van de Zorgverzekeringswet en
aanpassing van overige wetten aan die
wet (Invoerings- en aanpassingswet
Zorgverzekeringswet) (Kamerstukken II 2004-2005, 30 124, nr. 2)
wordt als volgt gewijzigd:
A.
In artikel 3.8.1, onderdeel F,¹ wordt "artikel
35, derde lid, onderdeel e, onder 7º" vervangen door: artikel
35, derde lid, onderdeel e, onder 8º.
B.
Artikel 3.8.11 ² wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel
F wordt "artikel 38"
vervangen door: artikel 38a.
2. In onderdeel
N, onder 2, wordt "onderdeel h" vervangen door
"onderdeel i" en wordt de aanduiding "h."
vervangen door: h.³
C.
In het in artikel 3.8.18, onderdeel A,
voorgestelde onderdeel l wordt na "Ziektewet"
ingevoegd: , de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen.
1. Volgens de redactie
dient "artikel 3.8.1, onderdeel F" te worden vervangen door: artikel
3.8.2, onderdeel E.
2. Volgens de redactie dient "Artikel 3.8.11" te worden vervangen
door: Artikel 3.8.12.
3. Volgens de redactie dient "vervangen door: h." te worden
vervangen door: vervangen door: i.
Art. 2.17.
Overgangsrecht onderwijsvoorzieningen [MvT]
-1. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, heeft tot taak
te bevorderen dat belemmeringen worden weggenomen die de ingezetene,
bedoeld in artikel 3 van de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten,
vanwege ziekte of gebrek ondervindt bij het volgen
van onderwijs, indien het een persoon betreft die:
a. jonger is dan 17 jaar;
b. studerende is als
bedoeld in artikel 5 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten;
c. jonger is dan 30 jaar
en uitsluitend vanwege zijn ziekte of gebrek niet kan worden aangemerkt als
studerende als bedoeld in artikel 5 van de
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
-2. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan op aanvraag aan de persoon, bedoeld
in het eerste lid, voorzieningen toekennen die hem in staat stellen
onderwijs te volgen.
-3. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan op aanvraag aan de persoon, bedoeld
in het eerste lid, vervoersvoorzieningen toekennen die strekken
tot verbetering van zijn leefomstandigheden en die deel uitmaken van dan
wel rechtstreeks samenhangen met voorzieningen als bedoeld in het tweede
lid.
-4. Onder voorzieningen
als bedoeld in het tweede lid wordt niet verstaan financiering van
of tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang.
-5. Toekenningen van
voorzieningen als bedoeld in het tweede lid komen ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten.
-6. De artikelen
16, 33, 55,
56, 57, 58,
59 en 62 van de
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten zijn
van overeenkomstige toepassing op de
toekenning van voorzieningen als bedoeld in het tweede lid.
-7. Beschikkingen op grond
van artikel 11 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten
worden na de inwerkingtreding van deze wet aangemerkt als
beschikkingen op grond van deze wet.
-8. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot dit
artikel nadere regels worden gesteld.
Art.
2.17a. Slotbepaling betreffende artikel 2.17
Indien het bij koninklijke boodschap van 27 april 2005 ingediende
voorstel van wet
tot wijziging van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, de
Wet kinderopvang, de Huursubsidiewet en enige andere wetten
(Kamerstukken II 2004-2005, 30 097, nr. 2)
tot wet wordt verheven en in werking treedt. wordt in artikel
2.17, vierde lid, "tegemoetkoming" vervangen door:
kinderopvangtoeslag.
Art. 2.18.
Regelgevende
bevoegdheden ten behoeve van de invoering [MvT]
Bij ministeriële
regeling kunnen met het oog op een goede invoering en werking van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen regels worden gesteld, waarbij
zo nodig kan worden afgeweken van de genoemde wet, deze wet en
in overeenstemming met Onze Minister van Financiën van de Wet
financiering sociale verzekeringen.
Art. 2.19.
Nummering
Vóór de plaatsing van
deze wet in het Staatsblad brengt Onze
Minister de aanhalingen van de
artikelen, paragrafen, afdelingen en hoofdstukken van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen die voorkomen in deze wet in
overeenstemming met de op grond van artikel 140 van de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen vastgestelde nummering van
die wet.
Art. 2.20.
Inwerkingtreding
De artikelen van deze wet
treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat
voor verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden
vastgesteld.¹
1. Ingevolge artikel
2, eerste lid, van het Besluit van 2 december
2005, Stb. 2005, 619, is het tijdstip van inwerkingtreding
bepaald op 29 december 2005, met uitzondering van de in artikel
2, tweede tot en zevende lid, van dat besluit
genoemde artikelen en onderdelen daarvan, red.
Art. 2.21.
Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald
als: Wet invoering en financiering Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen.
Lasten en bevelen dat
deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de
nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
10 november 2005
BEATRIX
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus
Uitgegeven de tweeëntwintigste
november 2005
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|
|