|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2006-2007, 2007-2008,
30 918.
Handelingen II 2006-2007, blz. 4185-4193, 4509-4524, 4670-4671.
Kamerstukken I 2006-2007, 2007-2008, 30 918 (A, B, C, D).
Handelingen I 2007-2008, blz. 180-223, 375-383, 391-405, 467-468.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 13 december 2007, Stb.
2007, 540, tot wijziging van de Zorgverzekeringswet en
andere wetten met het oog op het verzwaren van het premie-incassoregime en
andere maatregelen om de werking van het met
die wet en de Wet op de zorgtoeslag in het
leven geroepen stelsel te optimaliseren (verzwaren
incassoregime premie en andere maatregelen zorgverzekering). Inwerkingtreding: 21 december
2007 (Stb. 2007, 541), zie artikel
X.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie
Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz.
enz.
Allen, die deze zullen zien
of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging
genomen hebben, dat het wenselijk is zoveel mogelijk te voorkomen dat
verzekeringsplichtigen als gevolg van het niet betalen van de verschuldigde
premie van de zorgverzekering onverzekerd raken dan wel een moeilijk
te beheersen schuldenlast opbouwen, en dat het in verband daarmee
wenselijk is incassomaatregelen van zorgverzekeraars te ondersteunen door
verzekeringsplichtigen die in verzuim zijn wat betreft de betaling van de
premie, tijdelijk de mogelijkheid te ontnemen om de zorgverzekering op te
zeggen, dat het met het oog op borging van publieke belangen wenselijk
is te waarborgen dat in academische ziekenhuizen voldoende
topreferente zorg wordt verleend en voldoende innovatie en ontwikkeling
plaatsvindt, en in verband daarmee de bekostiging daarvan ten
laste van het Zorgverzekeringsfonds te doen komen, dat het tevens wenselijk is een voorziening te treffen ten behoeve
van een groep personen die
door de invoering van de Zorgverzekeringswet niet langer in staat is op
acceptabele voorwaarden een verzekering tegen ziektekosten te
sluiten, dat het wenselijk is mogelijk te maken dat het College voor zorgverzekeringen het
sociaal-fiscaal nummer van bepaalde groepen
niet-verzekeringsplichtigen verwerkt voor de uitoefening van zijn taken en dat
ziektekostenverzekeraars in beperkte mate van zorgaanbieders
persoonsgegevens betreffende de gezondheid ontvangen voor zover dat noodzakelijk
is voor uitvoering van de zorgverzekering en andere
ziektekostenverzekeringen, dat het voorts wenselijk is de regeling van de zorgtoeslag te
wijzigen met betrekking tot verdragsgerechtigden in samenhang met de door deze
personen verschuldigde bijdrage, dat het ten slotte wenselijk is de
regels inzake het bestuursmodel en werkwijze van enige colleges aan te
passen in verband met de gewijzigde taken van die colleges;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
Art. I.
[MvT]
De Zorgverzekeringswet wordt
als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Na artikel 8 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 8a.
-1. Nadat de zorgverzekeraar
de verzekeringnemer heeft aangemaand tot betaling van één of meer
vervallen termijnen van de verschuldigde premie, kan de
verzekeringnemer gedurende de tijd dat de verschuldigde premie en incassokosten niet
zijn voldaan, de zorgverzekering niet opzeggen, tenzij de
zorgverzekeraar de dekking van de zorgverzekering heeft geschorst.
-2. Het eerste lid lijdt
uitzondering indien de zorgverzekeraar de verzekeringnemer binnen twee
weken te kennen geeft de opzegging te bevestigen.
B. Vervallen. [MvT]
C.¹ [MvT]
Aan artikel 39, derde lid,
wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel e door
een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
f. subsidies als bedoeld in
artikel 123a.
D. [MvT]
Artikel 59 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "uit een oneven aantal van ten hoogste negen
leden" vervangen door: uit
ten hoogste drie leden.
2. Het vijfde lid vervalt.
3. Het zesde lid wordt
vernummerd tot vijfde lid.
4. Na het vijfde lid (nieuw)
wordt een lid ingevoegd, luidende:
-6. Bij ministeriële
regeling kunnen andere functies of werkzaamheden dan die, genoemd in het
vijfde lid, worden aangewezen die niet verenigbaar zijn met het lidmaatschap
van het College zorgverzekeringen.
5. Het negende lid komt te
luiden:
-9. Onze Minister stelt de
bezoldiging en de regels ten aanzien van de rechtspositie van de leden
van het College zorgverzekeringen vast.
Da.
Na artikel 59 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 59a.
-1. Het College
zorgverzekeringen heeft een commissie die rapporten of signalen als bedoeld in
artikel 66 voorbereidt.
-2. De commissie bestaat uit
een oneven aantal van ten hoogste negen leden, waaronder de leden
van het College zorgverzekeringen.
-3. Artikel 59, tweede,
derde, vierde, zevende en achtste lid, zijn op de leden van de commissie die
niet tevens leden van het College zorgverzekeringen zijn, van
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat hun benoeming
plaatsvindt op grond van de deskundigheid die nodig is voor de
uitoefening van de taken van de commissie en op grond van maatschappelijke
kennis en ervaring.
-4. Bij ministeriële
regeling worden de vergoeding van reis- en verblijfkosten en verdere vergoedingen aan
de leden van de commissie die niet tevens leden van het College
zorgverzekeringen zijn, vastgesteld.
E. [MvT]
Artikel 60 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het tweede en derde lid
komen te luiden:
-2. Vergaderingen van het
College zorgverzekeringen zijn niet openbaar, behoudens voor zover in het
bestuursreglement anders is bepaald.
-3. In het bestuursreglement
legt het College zorgverzekeringen in ieder geval vast hoe hij voldoet
aan de verplichting ingevolge artikel 3:2 van de
Algemene wet bestuursrecht.
2. Het vierde lid vervalt.
3. Het vijfde lid wordt
vernummerd tot vierde lid.
F. [MvT
+ bis]
Onder vernummering van het
vijfde lid van artikel 69 tot zevende lid worden twee leden
toegevoegd, luidende:
-5. Indien tegen een door het
College zorgverzekeringen op grond van dit artikel genomen
beschikking bezwaar wordt gemaakt:
a. kan dat college, in
afwijking van artikel 7:3 van de Algemene wet
bestuursrecht, van het horen
van een belanghebbende afzien, tenzij deze binnen een door het college
gestelde redelijke termijn verklaart dat hij gebruik wil maken van het
recht te worden gehoord;
b. beslist dat college, in
afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de
Algemene wet bestuursrecht,
binnen dertien weken na ontvangst van het bezwaarschrift.
-6. Het College
zorgverzekeringen gebruikt voor de uitvoering van dit artikel het
sociaal-fiscaal nummer van de in het eerste lid bedoelde personen.
G. [MvT]
Aan artikel 70 wordt een lid
toegevoegd, luidende:
-13. Het College
zorgverzekeringen gebruikt voor de uitvoering van dit artikel het
sociaal-fiscaal nummer van de gemoedsbezwaarde.
H. [MvT]
Artikel 87 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In de aanhef van het
zesde lid vervalt "of krachtens".
2. In het zesde lid,
onderdeel e, onder 2º, wordt "openstaande" vervangen door: openstaand.
I.¹ [MvT]
Na artikel 123 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 123a.
Onze Minister draagt door
het verstrekken van subsidies bij aan een voldoende aanbod van
topreferente zorg, innovatie en ontwikkeling van zorg in academische
ziekenhuizen of in een daarmee gelijk te stellen ziekenhuis.
1. Bij Besluit
van 13 december 2007, Stb. 2007, 541, is het tijdstip van
inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C en I,
bepaald op 1 januari 2008, red.
Art. II.
[MvT]
In de Invoerings- en
aanpassingswet Zorgverzekeringswet worden na artikel 2.2.4 twee artikelen
ingevoegd, luidende:
Art. 2.2.5. [MvT]
-1. Een in het buitenland
wonende persoon, niet zijnde of geweest zijnde een verzekeringsplichtige
als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de
Zorgverzekeringswet of een
persoon op wie artikel 69 van die wet van
toepassing is of is geweest,
die onmiddellijk vóór de inwerkingtreding van de Zorgverzekeringswet
verzekerd was op grond van een overeenkomst van standaardverzekering in
de zin van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen
1998, heeft tijdens zijn verblijf in Nederland aanspraak op een vergoeding
ter zake van de kosten van zorg waarop aanspraak zou bestaan indien
betrokkene ingevolge een zorgverzekering als bedoeld artikel
1, onderdeel d,
van de Zorgverzekeringswet verzekerd zou zijn.
-2. Aanspraak op de in het
eerste lid bedoelde vergoeding bestaat slechts indien de
rechthebbende zich binnen vier maanden nadat deze wet in werking is getreden of
hij in redelijkheid van de inwerkingtreding van deze wet heeft kunnen
kennisnemen, als zodanig heeft aangemeld bij het College
zorgverzekeringen.
Dat College verleent de vergoedingen, bedoeld in het eerste lid.
-3. De vergoeding, bedoeld in
het eerste lid, is gelijk aan de in rekening gebrachte kosten onder
aftrek van het deel daarvan dat voor verzekerden in de zin van de
Zorgverzekeringswet voor rekening van de verzekerde blijft.
-4. De belanghebbende die
zich heeft aangemeld, is aan het College zorgverzekeringen per maand
een bijdrage verschuldigd die gelijk is aan een twaalfde van het bedrag
van de standaardpremie als bedoeld in de Wet op de
zorgtoeslag, nadat
die is verminderd met het bedrag dat de zorgtoeslag ten hoogste
bedraagt, voor een in Nederland wonende verzekeringsplichtige zonder
partner.
-5. Bij ministeriële
regeling kunnen nadere regels worden gesteld die noodzakelijk zijn voor een
goede uitvoering van de aanspraak op de vergoeding, bedoeld in het
eerste lid.
-6. De kosten van de vergoedingen verleend ingevolge dit artikel, onderscheidenlijk de baten
van de bijdrage betaald op grond van dit artikel, komen ten laste
onderscheidenlijk ten gunste van het Zorgverzekeringsfonds.
-7. Ten aanzien van bezwaar
en beroep tegen een besluit inzake een vergoeding als bedoeld in
het eerste lid is het recht zoals dat geldt ten aanzien van besluiten inzake
een aanspraak op zorg ingevolge de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten, met uitzondering van artikel 58
van die wet, van toepassing.
Art. 2.2.6. [MvT]
-1. Indien een rechthebbende
zich heeft aangemeld voor de toepassing van artikel
2.2.5, heeft hij
op de voet van dat artikel eveneens aanspraak op vergoeding van de kosten
van zorg die hem na 31 december 2005 doch vóór het tijdstip van de
aanmelding is verleend.
-2. De rechthebbende, bedoeld
in het eerste lid, is de bijdrage, bedoeld in artikel 2.2.5,
vierde lid, eveneens verschuldigd over de periode die is verstreken na 31
december 2005.
Art. III.
[MvT]
De Wet op de zorgtoeslag wordt als volgt gewijzigd:
A.¹ [MvT]
Artikel 2 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het vijfde lid komt te
luiden:
-5. In afwijking van het
eerste en vierde lid heeft een verzekerde met een partner die niet heeft
voldaan aan zijn verzekeringsplicht, bedoeld in artikel 2
van de Zorgverzekeringswet, of aan zijn meldingsplicht, bedoeld
in artikel 69 van die
wet,
geen recht op zorgtoeslag.
2. Er wordt een lid
toegevoegd, luidende:
-8. De voordracht voor een
krachtens het derde lid vast te stellen algemene maatregel van
bestuur wordt niet eerder gedaan dan twee weken nadat het ontwerp aan
beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
B.² [MvT]
Artikel 3 komt te luiden:
Art. 3.
-1. De zorgtoeslag waarop een
persoon als bedoeld in artikel 69 van de Zorgverzekeringswet
aanspraak heeft, is gelijk aan het met toepassing van artikel 2 bepaalde
bedrag,
vermenigvuldigd met het getal dat wordt berekend uit de verhouding
tussen de gemiddelde uitgaven voor zorg voor een persoon ten laste
van de sociale zorgverzekering in het woonland van deze persoon,
en de gemiddelde uitgaven voor zorg voor een persoon ten laste van de
sociale zorgverzekeringen in Nederland.
-2. Bij ministeriële
regeling wordt jaarlijks uiterlijk in november per land het in het eerste lid
bedoelde verhoudingsgetal vastgesteld.
1. Bij Besluit
van 13 december 2007, Stb. 2007, 541, is het tijdstip van
inwerkingtreding van artikel III, onderdeel A, onder
2, bepaald op 1 januari 2008; artikel III, onderdeel A,
onder 1, zal op een later tijdstip in werking treden (zie de nota
van toelichting bij dat besluit), red.
2. Ingevolge het Besluit van 13 december 2007, Stb.
2007, 541, zal artikel III, onderdeel B, niet in
werking treden (zie de nota van toelichting
bij dat besluit). Ingevolge artikel
III van de Wet van 29 oktober 2009 tot
wijziging van enkele wetten vanwege enige technische verbeterpunten en
het vervallen van een bepaling in een wijzigingswet (Stb.
2009, 486) is artikel III, onderdeel B, komen te
vervallen, red.
Art. IV.
[MvT]
De Wet
toelating zorginstellingen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 20 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "uit een oneven aantal van ten hoogste negen
leden" vervangen door: uit
ten hoogste drie leden.
2. Het vierde lid vervalt.
3. Het vijfde, zesde en
zevende lid worden vernummerd tot vierde, vijfde en zesde lid.
4. Het zesde lid (nieuw)
komt te luiden:
-6. Onze Minister stelt de
bezoldiging en de regels ten aanzien van de rechtspositie van de leden
van het College bouw vast.
B. [MvT]
Artikel 21 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt
de tweede volzin.
2. Het tweede en derde lid
komen te luiden:
-2. Vergaderingen van het
College bouw zijn niet openbaar, behoudens voor zover in het
bestuursreglement anders is bepaald.
-3. In het bestuursreglement
legt het College bouw in ieder geval vast hoe hij voldoet aan de
verplichting ingevolge artikel 3:2 van de Algemene
wet bestuursrecht.
Art. V.
[MvT]
De Wet
marktordening gezondheidszorg wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Na artikel 68 wordt een
nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Art. 68a.
-1. Een zorgaanbieder die aan
een verzekerde zorg heeft verleend en die daarvoor krachtens een door
hem met de ziektekostenverzekeraar gesloten overeenkomst
rechtstreeks een tarief bij die ziektekostenverzekeraar in rekening brengt,
verstrekt die ziektekostenverzekeraar of een door die ziektekostenverzekeraar aangewezen persoon de persoonsgegevens
van de verzekerde, waaronder
persoonsgegevens betreffende de gezondheid als bedoeld in
de Wet
bescherming persoonsgegevens, die noodzakelijk zijn voor de
uitvoering van de ziektekostenverzekering of van de wet, dan wel stelt hem
deze gegevens voor dit doel voor inzage of het nemen van afschrift ter
beschikking.
-2. Een zorgaanbieder die aan
een verzekerde zorg heeft verleend en die daarvoor bij de verzekerde
een tarief in rekening brengt, verstrekt hem de persoonsgegevens, waaronder
persoonsgegevens betreffende zijn gezondheid als bedoeld in de
Wet bescherming persoonsgegevens, die voor zijn ziektekostenverzekeraar noodzakelijk zijn voor de uitvoering van
de ziektekostenverzekering
of van de wet.
-3. Behoudens voor zover enig
wettelijk voorschrift hen mededeling toestaat, zijn personen
werkzaam bij een ziektekostenverzekeraar, bij een door de ziektekostenverzekeraar aangewezen persoon of bij een door
Onze Minister aangewezen
persoon als bedoeld in artikel 53, eerste of
derde lid, van de Algemene
Wet Bijzondere Ziektekosten of artikel 87,
derde lid, van de Zorgverzekeringswet, voor wie niet reeds uit hoofde van
ambt of beroep een geheimhoudingsplicht geldt, verplicht tot geheimhouding
van persoonsgegevens van een
verzekerde, waaronder persoonsgegevens betreffende
zijn gezondheid als bedoeld in de Wet bescherming
persoonsgegevens, die voor een ziektekostenverzekeraar noodzakelijk zijn voor de
uitvoering van een ziektekostenverzekering.
-4. Bij ministeriële
regeling kan worden bepaald:
a. tot welke gegevens en tot
welke categorie van ziektekostenverzekeraars als bedoeld in artikel 1,
onderdeel f, de verplichting, bedoeld in het eerste of tweede lid,
zich in ieder geval uitstrekt;
b. op welke wijze gegevens,
bedoeld in het eerste of tweede lid, worden verwerkt;
c. volgens welke technische
standaarden gegevensverwerking plaatsvindt;
d. aan welke
beveiligingseisen gegevensverwerking voldoet;
e. in welke gevallen
gegevens, bedoeld in het eerste of tweede lid, verder worden verwerkt met
het oog op de uitvoering van ziektekostenverzekeringen, voor zover deze gegevens
niet worden gebruikt voor het beoordelen en accepteren van
een aspirant-verzekerde door een ziektekostenverzekeraar als
bedoeld in artikel 1, onderdeel f, onder 3º, en bovendien noodzakelijk zijn
voor:
1º. de betaling aan een
zorgaanbieder of de vergoeding van zorgkosten aan een verzekerde;
2º. de vaststelling van
eigen bijdragen, nog openstaand eigen risico of een no-claimteruggave aan de
verzekerde;
3º. het uitoefenen van het verhaalsrecht; of
4º. het verrichten van
controle of fraudeonderzoek.
B. [MvT]
In artikel 82 wordt "68 en 79" vervangen door: 68, 68a of 79.
C. [MvT]
In artikel 89, eerste lid,
wordt "ingevolge" vervangen door: bij of krachtens artikel 68a van
deze wet of.
Art. VI.
[MvT]
Artikel 53 van de Algemene
Wet Bijzondere Ziektekosten wordt als volgt gewijzigd:
1. In het vijfde lid wordt
de zinsnede "behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen
tot die mededeling verplicht" vervangen door: behoudens voor zover enig
wettelijk voorschrift hen mededeling toestaat.
2. Het zesde lid komt te
luiden:
-6. Bij ministeriële
regeling kan worden bepaald:
a. tot welke gegevens de
verplichting, bedoeld in het eerste of derde lid, zich in ieder geval
uitstrekt;
b. op welke wijze gegevens,
bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, worden verwerkt;
c. volgens welke technische
standaarden gegevensverwerking plaatsvindt;
d. aan welke
beveiligingseisen gegevensverwerking voldoet;
e. in welke gevallen
gegevens, bedoeld in het eerste of derde lid, verder worden verwerkt met het oog
op de uitvoering van deze wet, een zorgverzekering als bedoeld
in de Zorgverzekeringswet of een aanvullende ziektekostenverzekering,
voor zover deze gegevens niet worden gebruikt voor het beoordelen
en accepteren van een aspirant-verzekerde voor een aanvullende
verzekering en bovendien noodzakelijk zijn voor:
1º. de betaling aan een
zorgaanbieder of de vergoeding van zorgkosten aan een verzekerde;
2º. de vaststelling van
eigen bijdragen;
3º. het uitoefenen van het verhaalsrecht; of
4º. het verrichten van
controle of fraudeonderzoek.
Art. VII.
[MvT]
Indien deze wet in werking
treedt nadat het bij koninklijke boodschap van 22 november 2005
ingediende voorstel van wet houdende regels inzake het gebruik van het
burgerservicenummer in de zorg (Wet gebruik burgerservicenummer in de
zorg) (Kamerstukken I 2006-2007, 30 380, A) tot wet is verheven en in
werking is getreden, wordt in artikel I, onderdeel F
en G, van deze wet in de
tekst van artikel 69, zesde lid, en artikel
70, dertiende lid, van de Zorgverzekeringswet
"sociaal-fiscaal nummer" telkens vervangen door:
burgerservicenummer of, bij ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaal
nummer.
Art. VIII.
[MvT]
Indien het bij koninklijke
boodschap van 22 november 2005 ingediende voorstel van wet houdende
regels inzake het gebruik van het burgerservicenummer in de zorg (Wet gebruik burgerservicenummer in de
zorg) (Kamerstukken I 2006-2007, 30
380, A) tot wet wordt verheven en in werking treedt, wordt in artikel
69,
zesde lid, en artikel 70, dertiende lid, van de
Zorgverzekeringswet "sociaal-fiscaal
nummer"
telkens vervangen door: burgerservicenummer of, bij
ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaal nummer.
Art. IX.
[MvT]
-1. De Regeling
bezoldiging en beheerskosten bestuursorganen volksgezondheid berust na de
inwerkingtreding van deze wet op de artikelen 59,
zesde en
negende lid, en 75, derde en vierde lid, van de
Zorgverzekeringswet, de
artikelen 4, zevende en negende lid, en 14, derde en vierde lid, van de Wet
marktordening gezondheidszorg en de artikelen 20, zesde lid, 27 en 32 van
de Wet
toelating zorginstellingen.
-2. De Regeling
zorgverzekering berust na de inwerkingtreding van deze wet mede op artikel
69,
zevende lid, van de Zorgverzekeringswet.
Art.
X. [MvT
+ bis]
-1. Deze wet, met
uitzondering van artikel I, onderdeel C en I, en
artikel III, die in werking treden
op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip,¹ treedt in werking met ingang
van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt
geplaatst.
-2. Artikel I, onderdeel F,
wat betreft artikel 69, zesde lid, van de Zorgverzekeringswet, en
onderdeel G, werken terug tot en met 1 januari 2006. [MvT]
-3. Artikel III werkt terug
tot en met 1 januari 2007.
1. Bij Besluit
van 13 december 2007, Stb. 2007, 541, is het tijdstip van
inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C en I, en
artikel III, onderdeel A, onder 2, bepaald op 1
januari 2008. Artikel III, onderdeel B, zal niet in
werking treden en artikel III, onderdeel A, onder 1,
zal op een later tijdstip in werking treden (zie de nota
van toelichting bij dat besluit), red.
Lasten en bevelen dat deze
in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
13 december 2007
BEATRIX
De Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
A. Klink
Uitgegeven de twintigste
december 2007
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|