|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2007-2008, 31 357.
Handelingen II 2007-2008, blz. 7241-7241.
Kamerstukken I 2007-2008, 31 357 (A).
Handelingen I 2007-2008, blz. 1677-1678.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 11 september 2008,
Stb. 2008, 414, tot wijziging van de Ziektewet,
van het Burgerlijk
Wetboek en van enkele andere wetten in
verband met het meldingsproces van een werknemer bij de ongeschiktheid
tot het verrichten van arbeid en de sanctie voor de werkgever bij niet-naleving
van zijn verplichtingen in dit proces. Inwerkingtreding: 1 november 2008
(Stb. 2008, 415).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is om de Ziektewet, het Burgerlijk
Wetboek en enkele andere wetten te wijzigen
ten aanzien van de wijze van aangifte door de werkgever aan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen van de ongeschiktheid tot het verrichten van
arbeid van de werknemer en ten aanzien van de sanctie voor de werkgever
in het geval van niet-naleving van zijn verplichtingen in dit proces;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
Wijziging van de Ziektewet [MvT]
De Ziektewet wordt als volgt
gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 38 van de Ziektewet
wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "dertien
weken" telkens vervangen door: 42 weken.
2. Onder vernummering van
het vierde tot en met het achtste lid tot het derde tot en met het zevende
lid vervalt het derde lid.
3. Het derde lid (nieuw)
komt te luiden:
-3. Indien de werkgever de
verplichting, bedoeld in het eerste lid, of in de eerste zin van het tweede
lid, niet of niet behoorlijk is nagekomen, legt het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen de werkgever een boete op van ten hoogste €|455,00.
4. In het vierde lid (nieuw)
wordt "achtste lid" vervangen door: zevende lid.
5. Na het zevende lid
(nieuw) wordt een lid toegevoegd, luidende:
-8. Indien een aanvraag tot
verkorte wachttijd als bedoeld in artikel 23,
zesde lid, van de Wet werk
en inkomen naar arbeidsvermogen, of een verzoek om verlenging van
het tijdvak waarin een verzekerde jegens zijn werkgever recht heeft op
loon of bezoldiging als bedoeld in artikel 24,
eerste lid, van de Wet werk
en inkomen naar arbeidsvermogen, wordt ingediend zonder dat een
aangifte op grond van het eerste lid heeft plaatsgevonden, wordt deze
aanvraag, respectievelijk dit verzoek, beschouwd als een aangifte
op grond van het eerste lid.
B. [MvT]
Onder verlettering van de
onderdelen b tot en met d tot onderdelen a tot en met
c vervalt in artikel 76a, zesde lid, onderdeel
a.
Art.
II. Wijziging van het Burgerlijk
Wetboek [MvT]
Boek 7 van het Burgerlijk
Wetboek wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Onder verlettering van de
onderdelen b tot en met e tot onderdelen a tot en met
d vervalt in artikel 629, elfde lid, onderdeel a.
B. [MvT]
Onder verlettering van de
onderdelen b tot en met d tot onderdelen a tot en met
c vervalt in artikel 670, tiende lid, onderdeel a.
Art.
III. Wijziging van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen [MvT]
De Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 25 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het tiende lid, tweede
zin, wordt "artikel 629, elfde lid, onderdeel b, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek" vervangen door "artikel 629,
elfde lid, onderdeel a, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek," en wordt "artikel
76a, zesde lid, onderdeel b,
van de Ziektewet" vervangen door "artikel
76a, zesde lid, onderdeel a,
van de Ziektewet".
2. Aan het tiende lid wordt
na de tweede zin een zin toegevoegd, luidende: In afwijking van
de tweede zin geeft het UWV in het geval van een niet-tijdige aanvraag
die op grond van artikel 64, zesde lid, geacht
wordt tijdig te zijn ingediend en waarbij de niet-tijdigheid van de aanvraag het gevolg is van
het niet naleven van de verplichting, bedoeld in artikel
38, eerste lid, van de Ziektewet, de beschikking omtrent
toepassing van het negende
lid binnen zeven weken na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in artikel
64.
3. In het elfde lid, eerste
zin, wordt "het elfde lid, onderdeel b, van artikel 629 van titel 10 van
Boek 7 van het Burgerlijk
Wetboek" vervangen door "artikel 629, elfde lid,
onderdeel a, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek," en wordt "artikel
76a,
zesde lid, onderdeel b, van de Ziektewet" vervangen
door "artikel 76a, zesde
lid, onderdeel a, van de Ziektewet".
4. Aan het elfde lid wordt
een zin toegevoegd, luidende: In afwijking van de eerste zin vindt in het
geval van een niet-tijdige aanvraag die op grond van artikel
64, zesde
lid, geacht wordt tijdig te zijn ingediend en waarbij de niet-tijdigheid
van de aanvraag het gevolg is van het niet naleven van de verplichting,
bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de Ziektewet, verlenging van
het tijdvak, bedoeld in het negende lid, niet plaats indien het UWV de
beschikking omtrent toepassing van het negende lid niet afgeeft
binnen zeven weken na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in artikel
64.
B. [MvT]
Artikel 85 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het opschrift komt te
luiden: Vrijstelling aangifte ziekte.
2. In het tweede lid wordt "acht
maanden" telkens vervangen door: 42 weken.
C. [MvT]
In artikel 123b, eerste lid,
wordt "de artikelen 629, derde lid, onderdeel f, en elfde lid,
onderdeel b,
en 670, tiende lid, onderdeel b, van titel 10 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek" vervangen door: de artikelen 629,
derde lid, onderdeel f, en elfde lid,
onderdeel a, en 670, tiende lid, onderdeel a, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek,.
Art.
IV. Wijziging van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering [MvT]
De Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 34a, vierde lid,
wordt "artikel 629, elfde lid, onderdeel e, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek" telkens vervangen door "artikel 629,
elfde lid, onderdeel d, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek," en wordt "artikel
76a, zesde lid,
onderdeel d, van de Ziektewet" telkens vervangen
door "artikel 76a, zesde
lid, onderdeel c, van de Ziektewet,".
B. [MvT]
In artikel 43d wordt "artikel 629, elfde lid,
onderdeel a en e, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek"
vervangen door: artikel 629, elfde lid, onderdeel d, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek,.
C. [MvT]
In artikel 75a, zevende lid,
wordt "artikel 629, elfde lid, onderdeel a en c, van
Boek 7 van het Burgerlijk
Wetboek" vervangen door: artikel 629, elfde lid, onderdeel b, van
Boek 7 van het Burgerlijk
Wetboek,.
D. [MvT]
In artikel 75d, tweede lid,
wordt "acht maanden" telkens vervangen door: 42 weken.
Art.
V. Wijziging van de Wet financiering sociale verzekeringen
[MvT]
In artikel 117, vijfde lid,
van de Wet financiering sociale verzekeringen,
wordt "artikel 629, elfde lid, onderdeel a en e, van
Boek 7 van het Burgerlijk
Wetboek"
vervangen door: artikel 629, elfde lid, onderdeel d, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek,.
Art.
VI. Wijziging van de Wet verbetering poortwachter [MvT]
In artikel XV, eerste lid,
van de Wet verbetering poortwachter wordt
"artikel 629, elfde lid, onderdeel e, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek" vervangen door "artikel 629,
elfde lid, onderdeel d, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek," en "artikel
76a, zesde lid, onderdeel c," door "artikel
76a, zesde lid, onderdeel b,".
Art.
VII. Overgangsrecht [MvT]
-1. De Ziektewet, het
Burgerlijk
Wetboek en de op die wetten berustende bepalingen zoals
deze
luidden op de dag vóór de inwerkingtreding van deze wet blijven van
toepassing op de werknemer met betrekking tot wie vóór de dag van de
inwerkingtreding van deze wet een aangifte als bedoeld in artikel
38,
eerste lid, van de Ziektewet, of als bedoeld in
artikel 85, tweede lid, van de Wet
werk en inkomen naar arbeidsvermogen, heeft plaatsgevonden, met dien
verstande dat de verplichting, bedoeld in artikel
38, derde lid, van de Ziektewet zoals dit luidde op de dag
vóór de inwerkingtreding van deze
wet, niet geldt met betrekking tot die werknemer.
-2. Artikel 38, derde lid,
van de Ziektewet, de artikelen 629 en 670 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 25, tiende en elfde lid, van de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen zoals die luiden vanaf de
dag van inwerkingtreding van
deze wet zijn van toepassing met betrekking tot de werkgever,
bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de Ziektewet, indien de
wachttijd, bedoeld in artikel 23 van de Wet werk en
inkomen naar arbeidsvermogen, van zijn werknemer eindigt na de dag van inwerkingtreding van
deze wet. De eerste zin is van overeenkomstige toepassing indien de
wachttijd van de werknemer zou zijn geëindigd na de dag van inwerkingtreding
van deze wet, indien de werknemer niet zou zijn hersteld.
Art. VIII. Inwerkingtreding
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.¹
1. Bij Besluit
van 8 oktober 2008, Stb. 2008, 415, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 november 2008, red.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
11 september 2008
BEATRIX
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
J.P.H. Donner
Uitgegeven de drieëntwintigste
oktober 2008
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|