|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2007-2008, 2008-2009,
31 514.
Handelingen II 2008-2009, blz. 1231-1255, 1279-1289, 1370-1371.
Kamerstukken I 2008-2009, 31 514 (A, B, C, D).
Handelingen I 2008-2009, blz. 828-835, 895-908, 910-910.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 29 december 2008,
Stb. 2008, 600, tot wijziging van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en enkele andere wetten
in verband met de evaluatie van deze wet, de Kaderwet
zelfstandige bestuursorganen en deregulering. Inwerkingtreding: 1
januari 2009 (Stb. 2008, 601).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en enkele andere socialezekerheidswetten
te wijzigen naar aanleiding van de evaluatie van deze
wet, vanwege de hieruit voortvloeiende fusie tussen het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en de Centrale
organisatie werk en inkomen, in verband met de inwerkingtreding van
de Kaderwet
zelfstandige bestuursorganen en om te komen tot deregulering;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
Wijziging van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
[MvT]
De Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 1 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Onderdelen c, d, i en r
vervallen, onder verlettering van de onderdelen e tot en met h tot
onderdelen c tot en
met f, onder verlettering van de onderdelen j tot en met q tot
onderdelen g tot en
met n en onder verlettering van onderdeel s tot onderdeel
o.
2. Onderdeel j (nieuw) komt
te luiden:
j. volksverzekeringen: de
verzekeringen op grond van de Algemene
Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet, de
Algemene Kinderbijslagwet en de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten;.
3. In onderdeel o (nieuw)
wordt "reïntegratiebedrijf" vervangen door:
re-integratiebedrijf.
4. In onderdeel h (nieuw)
wordt "artikel 2, derde lid, onderdeel j," vervangen door: artikel 2,
derde lid, onderdeel k,.
5. Na onderdeel o (nieuw)
wordt ¹ een onderdeel toegevoegd, luidende:
p. burgerservicenummer: het
nummer, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet
algemene bepalingen burgerservicenummer.
B. [MvT]
Hoofdstuk 2 komt te luiden:
HOOFDSTUK 2. Zelfstandige bestuursorganen voor werk en inkomen
Art. 2. Instelling
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen [MvT]
-1. Er is een Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, dat belast is met de taken, bedoeld in
hoofdstuk 5.
-2. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen heeft rechtspersoonlijkheid en heeft zijn zetel op een
door Onze Minister te bepalen plaats.
-3. Het personeel van het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt in dienst genomen op
arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. De bepalingen van titel 10 van Boek 7
van het Burgerlijk Wetboek zijn op deze overeenkomst
van toepassing.
Art. 3. Instelling Sociale
verzekeringsbank [MvT]
-1. Er is een Sociale verzekeringsbank, die belast is met de taken, bedoeld in hoofdstuk
6.
-2. De Sociale
verzekeringsbank heeft rechtspersoonlijkheid en heeft haar zetel op een door
Onze Minister te bepalen plaats.
-3. Het personeel van de
Sociale verzekeringsbank wordt in dienst genomen op
arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. De bepalingen van de
titel 10 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek zijn op deze overeenkomst van toepassing.
Art. 4. Toepassing
Kaderwet zelfstandige bestuursorganen [MvT]
-1. De Kaderwet
zelfstandige bestuursorganen is van toepassing op het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en de Sociale
verzekeringsbank, met uitzondering van de
artikelen 15 en 33 van die
wet.
-2. Indien de
mandaatverlening, bedoeld in artikel 8 van de Kaderwet
zelfstandige bestuursorganen, het mandateren van de uitvoering van taken van één van de op
grond van artikel 9, eerste lid, samenwerkende bestuursorganen aan het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de Sociale
verzekeringsbank betreft, is in afwijking van artikel 8 van de Kaderwet
zelfstandige bestuursorganen geen goedkeuring van Onze Minister
vereist.
Art. 5. Andere
werkzaamheden [MvT]
-1. Een besluit van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen of de Sociale
verzekeringsbank om andere werkzaamheden te verrichten dan de uitvoering van de in
hoofdstuk 5 of 6 bedoelde taken behoeft de goedkeuring van
Onze Minister.
-2. De goedkeuring kan,
onverminderd artikel 79, worden onthouden op de grond dat de uitvoering
van de andere werkzaamheden door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de Sociale
verzekeringsbank een goede
taakuitoefening door het bestuursorgaan kan belemmeren.
-3. Onze Minister kan bij de
goedkeuring verplichtingen opleggen in verband met de uitvoering
van andere werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid.
-4. Het eerste lid is niet
van toepassing op een besluit van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen of de Sociale verzekeringsbank om in het kader van de
samenwerking, bedoeld in artikel 9, werkzaamheden uit te voeren
voor elkaar of voor de colleges van burgemeester en wethouders,
indien het de uitvoering van werkzaamheden op grond van de in artikel
9, eerste lid, bedoelde wetten betreft, respectievelijk elkaar bij
te staan bij de uitvoering van taken, mits het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, onderscheidenlijk de Sociale verzekeringsbank,
dit binnen een redelijke termijn meldt bij Onze Minister.
-5. Onze Minister kan bepalen
dat de uitvoering van andere werkzaamheden als bedoeld in het eerste
lid en de uitvoering van werkzaamheden als bedoeld in het vierde
lid door het betrokken bestuursorgaan wordt beëindigd.
-6. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over
dit artikel.
Art. 6. Raden van bestuur
[MvT]
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en de Sociale
verzekeringsbank hebben elk
een Raad van bestuur die met de dagelijkse leiding is belast.
-2. Een Raad van bestuur
bestaat uit een door Onze Minister te bepalen aantal leden, onder wie de
voorzitter.
-3. Onze Minister bepaalt de
periode van benoeming van de leden van een Raad van bestuur en kan
ook de mogelijkheid van hun herbenoeming regelen.
-4. Onze Minister stelt de
rechtspositie van de leden van de Raad van bestuur vast.
-5. De Raad van bestuur
oefent de taken en bevoegdheden uit die bij of krachtens deze wet of enige
andere wet aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en
de Sociale verzekeringsbank zijn opgedragen.
-6. Een Raad van bestuur
stelt een bestuursreglement vast.
Art. 7.
Cliëntenparticipatie [MvT]
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en de Sociale
verzekeringsbank stellen elk
een regeling vast die gericht is op de realisatie en vormgeving van adequate cliëntenparticipatie op centraal
niveau bij de uitvoering van
hun wettelijke taken. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
regelt, na overleg met de personen en vertegenwoordigers, bedoeld
in het tweede lid, in deze regeling tevens de cliëntenparticipatie op
decentraal niveau.
-2. In de regeling, bedoeld
in het eerste lid, wordt op het centrale niveau voorzien in overleg met
personen of vertegenwoordigers van personen die als cliënt betrokken
zijn bij de uitvoering van de taken van de in het eerste lid genoemde
bestuursorganen. Dit overleg vindt periodiek plaats, doch ten minste tweemaal
per jaar.
-3. In de regeling, bedoeld
in het eerste lid, wordt in ieder geval geregeld de wijze waarop de in het
tweede lid bedoelde personen of vertegenwoordigers:
a. onderwerpen voor de
agenda van het overleg, bedoeld in het tweede lid, kunnen aanmelden;
b. voorzien worden van de
voor een adequate deelname aan het overleg benodigde
informatie;
c. betrokken worden bij de
totstandkoming van de planning, begroting en verslaglegging, bedoeld
in hoofdstuk 8;
d. gevraagd en ongevraagd
kunnen adviseren over de uitvoering van de wettelijke taken van het
betrokken bestuursorgaan;
e. in staat gesteld worden
op een adequate manier aan het overleg deel te nemen, waarbij ten minste
aandacht besteed wordt aan logistieke faciliteiten, onkostenvergoedingen en deskundigheidsbevordering;
f. beschermd worden tegen
benadeling in verband met hun deelname aan het overleg.
-4. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen regelt in de regeling, bedoeld in het
eerste lid, in het kader van de cliëntenparticipatie op decentraal niveau in
ieder geval de wijze waarop:
a. personen en
vertegenwoordigers van personen die als cliënt betrokken zijn bij de
decentrale uitvoering van de taken van de in het eerste lid genoemde bestuursorganen, hierop invloed kunnen uitoefenen;
b. door het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op centraal niveau rekening wordt
gehouden met de resultaten van cliëntenparticipatie op decentraal niveau.
-5. Indien de regeling,
bedoeld in het eerste lid, voorziet in overleg op decentraal niveau, zijn het
tweede en derde lid ten aanzien van dit overleg van overeenkomstige
toepassing.
-6. In iedere vestiging wordt
bekendheid gegeven aan de wijze waarop door het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de Sociale verzekeringsbank
uitvoering
wordt gegeven aan dit artikel.
-7. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen andere onderwerpen worden
aangewezen die in elk geval in de regeling, bedoeld in het eerste lid, worden
geregeld en kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot
dit artikel.
Art. 8. Landelijke
cliëntenraad [MvT]
-1. Er is een landelijke cliëntenraad.
-2. De landelijke
cliëntenraad bestaat uit negen vertegenwoordigers van landelijke
cliëntenorganisaties, drie afgevaardigden uit elk van de overleggen, bedoeld in
artikel 7, tweede lid, alsmede uit drie afgevaardigden uit de cliëntenparticipatie
bij de gemeenten. De afgevaardigden betreffen personen of
vertegenwoordigers van personen die als cliënt betrokken zijn bij de
uitvoering van de taken van het desbetreffende bestuursorgaan.
-3. De landelijke
cliëntenraad heeft tot taak periodiek, doch ten minste eenmaal per jaar, te
overleggen met:
a. het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, de Sociale
verzekeringsbank, de
gemeenten en Onze Minister over de vormgeving en realisatie van cliëntenparticipatie bij de desbetreffende organen;
b. de Raad voor werk en
inkomen en Onze Minister over voorstellen van de landelijke cliëntenraad
inzake beleidsvragen op het gebied van werk en inkomen.
-4. De landelijke
cliëntenraad heeft een secretariaat en vervult zijn taak met de middelen die hem door
Onze Minister ter beschikking worden gesteld.
-5. De landelijke
cliëntenraad krijgt alle informatie van de in het derde lid genoemde instanties, voor
zover hij deze voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.
-6. Bij ministeriële
regeling kunnen regels worden gesteld over de financiering, de werkwijze
en de ondersteuning van de landelijke cliëntenraad en de rol van
de Raad voor werk en inkomen daarbij.
C. [MvT]
Onder vernummering van
hoofdstuk 3 tot hoofdstuk 4 wordt er na hoofdstuk 2 een hoofdstuk
ingevoegd, luidende:
HOOFDSTUK 3. Samenwerking en gezamenlijke dienstverlening
Art. 9. Samenwerking
[MvT]
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, de Sociale
verzekeringsbank en de
colleges van burgemeester en wethouders werken samen bij de
uitvoering van taken op grond van deze wet, de Wet werk en
bijstand, de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen met het oog op een doeltreffende en
klantgerichte uitoefening van die taken.
-2. De bestuursorganen,
bedoeld in het eerste lid, werken voorts samen met andere diensten,
instellingen en bestuursorganen die werkzaamheden verrichten die verband
houden met de uitoefening van de taken, bedoeld in het eerste lid.
-3. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de
vorm van de samenwerking, de afstemming van de samenwerking op de
uitvoering van taken opgedragen bij of krachtens andere wetten dan
die bedoeld in het eerste lid, en vergoeding van kosten.
-4. Bij algemene maatregel
van bestuur worden indicatoren vastgesteld voor de taakuitoefening,
bedoeld in dit artikel.
Art. 10. Dienstverlening
in locaties werk en inkomen [MvT]
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en de colleges van burgemeester en wethouders
dragen zorg voor de instandhouding van voldoende bereikbare
locaties werk en inkomen, waarin zij met betrekking tot de in artikel
9, eerste
lid, bedoelde wetten met het oog op een geïntegreerde dienstverlening gezamenlijk
diensten aan uitkeringsgerechtigden, werkzoekenden en werkgevers
verlenen en taken uitvoeren gericht op het ondersteunen bij de arbeidsinschakeling en vacaturevervulling, het
daarbij aanbieden van
voorzieningen en het verstrekken van uitkeringen of het verlenen van
bijstand, rekening houdend met de regionale arbeidsmarkt en het daarbij
gezamenlijk vormgeven van de cliëntenparticipatie.
-2. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de
dienstverlening in, de inrichting van en de cliëntenparticipatie bij de
locaties werk en inkomen en kunnen werkzaamheden van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen of de colleges van burgemeester en
wethouders worden aangewezen die op één of meer locaties werk
en inkomen worden verricht, waarbij een onderscheid kan worden
gemaakt naar regio’s.
-3. Onze Minister
kan, indien
hij met betrekking tot de uitvoering van dit artikel ernstige
tekortkomingen vaststelt, aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of
het college van burgemeester en wethouders een aanwijzing
geven met betrekking tot de uitvoering van de taken op grond van dit artikel. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
of het college van
burgemeester en wethouders worden in de gelegenheid gesteld de
uitvoering in overeenstemming te brengen met de aanwijzing binnen een
door Onze Minister te stellen termijn. Indien Onze Minister van oordeel is
dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het college van
burgemeester en wethouders na afloop van deze termijn niet aan de
aanwijzing heeft voldaan, kan Onze Minister de noodzakelijke
voorzieningen treffen.
Art. 11. Certificering
re-integratiebedrijven [MvT]
-1. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kan bepaald worden dat werkzaamheden gericht op
de inschakeling in de arbeid van werknemers en uitkeringsgerechtigden,
indien zij op grond van de in artikel 9, eerste lid, bedoelde
wetten
niet verricht worden door het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen of
de colleges van burgemeester en wethouders, slechts worden
verricht door re-integratiebedrijven die in het bezit zijn van een in het
tweede lid bedoeld certificaat.
-2. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld voor de
afgifte aan een re-integratiebedrijf van een certificaat waaruit blijkt
dat hij voldoet aan bij of krachtens deze algemene maatregel van bestuur
gestelde kwaliteits- en deskundigheidseisen.
-3. Onze Minister dan wel een
door Onze Minister op grond van artikel 12 aangewezen instelling
beslist op aanvraag over de afgifte van het certificaat, bedoeld in het
eerste lid, en is tevens bevoegd een afgegeven certificaat in te trekken.
-4. Een certificaat wordt
afgegeven voor een beperkte tijdsduur. Aan een certificaat kunnen
voorschriften worden verbonden.
-5. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld die in ieder
geval betrekking hebben op:
a. de wijze waarop de
aanvraag om een certificaat moet worden gedaan en de gegevens die daarbij
van de aanvrager worden verlangd;
b. de gronden waarop en de
gevallen waarin de afgifte van een certificaat kan worden
geweigerd dan wel een afgegeven certificaat kan worden ingetrokken;
c. de vergoeding die
verschuldigd is in verband met de afgifte van een certificaat en de wijze van
betaling daarvan.
Art. 12. Certificerende
instelling [MvT]
-1. Onze Minister kan op
verzoek een instelling aanwijzen die de bevoegdheden, bedoeld in
artikel 11, derde lid, uitoefent.
-2. Aan een aanwijzing
krachtens het eerste lid kunnen voorschriften worden verbonden.
-3. Een krachtens dit artikel
aangewezen instelling verstrekt desgevraagd kosteloos aan Onze Minister
de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. Onze
Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor
zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
-4. De artikelen 36, 37 en
42 van deze wet en de artikelen 21 en 23 van de Kaderwet
zelfstandige bestuursorganen zijn ten aanzien van de instelling, bedoeld in het eerste lid, van overeenkomstige toepassing.
-5. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld voor:
a. de gronden waarop de in
het eerste lid bedoelde aanwijzing kan worden gegeven, ingetrokken
dan wel gewijzigd;
b. het opstellen van een
verslag van werkzaamheden ten behoeve van Onze Minister.
D. [MvT]
Artikel 16 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het tweede en het derde
lid komen te luiden:
-2. De Raad voor werk en
inkomen bestaat uit zestien leden, onder wie een voorzitter, en vijftien
plaatsvervangende leden die door Onze Minister
worden benoemd en door hem
kunnen worden geschorst en ontslagen.
-3. De daartoe door Onze
Minister aangewezen algemeen erkende centrale organisaties
van werknemers, de daartoe door hem aangewezen algemeen erkende en andere
representatieve organisaties van werkgevers en de daartoe door hem
aangewezen rechtspersoon die de gemeenten vertegenwoordigt, doen aan
Onze Minister een voordracht voor de benoeming van de leden en de
plaatsvervangende leden van de Raad voor werk en inkomen. De
aangewezen werknemersorganisaties doen daarbij een voordracht voor
vijf leden en vijf plaatsvervangende leden, de aangewezen
werkgeversorganisaties voor vijf leden en vijf plaatsvervangende leden en de aangewezen
rechtspersoon die de gemeenten vertegenwoordigt voor vijf
leden en vijf plaatsvervangende leden.
2. In het vijfde lid wordt "tweemaal en telkens" vervangen door:
eenmaal.
3. Het zevende lid komt te
luiden:
-7. Onze Minister stelt de
rechtspositie van de voorzitter van de Raad voor werk en inkomen en de
vergoedingen van de leden van de Raad voor werk en inkomen vast.
E. [MvT]
Artikel 17 komt te luiden:
Art. 17. Taken van de Raad
voor werk en inkomen
-1. De Raad voor werk en
inkomen heeft tot taak overleg te voeren met
Onze Minister over
voorstellen van deze raad betreffende:
a. het beleid met betrekking
tot werk en inkomen;
b. het arbeidsmarktbeleid;
c. de bevordering van de
kwaliteit en de transparantie van de re-integratiemarkt.
-2. De Raad voor werk en
inkomen verricht op verzoek van Onze Minister of uit eigen beweging
onderzoek en doet voorstellen met betrekking tot de in het eerste lid genoemde
onderwerpen. Onze Minister wie het aangaat, kan door tussenkomst van
Onze Minister ook een dergelijk verzoek tot de Raad voor werk en inkomen
richten.
-3. De Raad voor werk en
inkomen stelt een regeling op die voorziet in overleg over de in het
eerste lid genoemde onderwerpen met personen of vertegenwoordigers van
personen die als cliënt betrokken zijn bij uitvoering van die
onderwerpen. Dit overleg vindt periodiek plaats, doch ten minste tweemaal per
jaar.
-4. De Raad voor werk en
inkomen overlegt met de landelijke cliëntenraad, bedoeld in
artikel 8, over de wijze waarop het overleg, bedoeld in het derde lid, plaatsvindt.
-5. De Raad voor werk en
inkomen stelt een regeling vast die voorziet in overleg met het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen over de in het eerste lid genoemde
onderwerpen. Dit overleg vindt periodiek plaats, doch ten minste tweemaal
per jaar.
-6. De Raad voor werk en
inkomen overlegt met het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen over
de wijze waarop het overleg, bedoeld in het vijfde lid, plaatsvindt.
F. [MvT]
Artikel 19 vervalt.
G. [MvT]
Hoofdstuk 4 (oud) vervalt.
H. [MvT]
De artikelen 30, 30a,
30b, 30c,
31 en 32 vervallen.
I. [MvT]
In hoofdstuk 5 wordt voor
artikel 33 een paragraaf ingevoegd luidende:
§ 5.1. Taken van het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Art. 30. Taken in verband
met uitkeringsverstrekking en algemene taken [MvT
+ bis]
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen heeft tot taak uitvoering te geven aan de
wettelijke arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, de wettelijke ziekengeldverzekering, de wettelijke werkloosheidsverzekering,
de Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen
arbeidsongeschiktheidscriteria,
de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten, de Toeslagenwet, alsmede aan wetten die de uitvoering van deze wetten
beheersen, voor zover die uitvoering niet bij of krachtens enige wet aan
anderen is opgedragen.
-2. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen heeft tot taak het beheren en administreren van
de fondsen, bedoeld in artikel 1, onderdeel j tot en met n en
w, van de
Wet financiering sociale verzekeringen, het Reïntegratiefonds,
genoemd in artikel 2.7c van de Wet
invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, het Toeslagenfonds, genoemd in
artikel 31 van de Toeslagenwet, en het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten, genoemd
in artikel 63 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten, en het voeren van een adequate
administratie ten behoeve van de uitoefening van zijn taken.
-3. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen verstrekt aan Onze Minister
op zijn verzoek de
inlichtingen die nodig zijn voor de beoordeling van de uitvoerbaarheid van
beleidsvoornemens en wettelijke voorschriften, voor zover deze betrekking
hebben op onderwerpen als bedoeld in dit hoofdstuk.
-4. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen verricht in opdracht van Onze Minister
of uit eigen beweging onderzoek met betrekking tot de wettelijke
taken van dit instituut en verzamelt en analyseert informatie ten
behoeve van de bevordering van de werking van en het inzicht in de
arbeidsmarkt.
-5. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen verricht diensten voor gegevensverkeer met het
buitenland, waarbij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en
de hierna genoemde bestuursorganen de omvang van die diensten
nader kunnen overeenkomen of voor zover dit voortvloeit
uit internationaalrechtelijke voorschriften:
a. ten behoeve van een
rechtmatige uitvoering van bij of krachtens deze wet of enige andere wet aan
het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale
verzekeringsbank opgedragen taken;
b. ten behoeve van een
rechtmatige uitvoering van aan de colleges van burgemeester en wethouders
opgedragen taken bij of krachtens de Wet werk en
bijstand, de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de
Wet werk en inkomen kunstenaars;
c. ten behoeve van Onze
Minister met het oog op het toezicht op de naleving van wetten.
-6. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen verstrekt aan Onze Minister op zijn verzoek
inlichtingen die nodig zijn voor de beoordeling van een verzoek om ontheffing als bedoeld in
artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon
Besluit Arbeidsverhoudingen 1945.
Art. 30a. Taak
re-integratie van personen en arbeidsbemiddeling [MvT
+ bis]
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen heeft tot taak de inschakeling in het
arbeidsproces te bevorderen van:
a. personen die recht hebben
op een uitkering op grond van wetten als bedoeld in artikel
30,
eerste lid;
b. werknemers die kunnen
aantonen dat de dienstbetrekking binnen vier maanden zal eindigen en
van wie naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen redelijkerwijs valt aan te
nemen dat zij recht zullen
hebben op een uitkering op grond van hoofdstuk II van de
Werkloosheidswet;
c. personen die ingezetene
zijn als bedoeld in artikel 3 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten, de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt en in verband met ziekte of gebrek een
belemmering ondervinden of
hebben ondervonden bij het volgen van onderwijs.
-2. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekering heeft tot taak het registreren van
werkzoekenden en van vacatures van werkgevers en het voordragen van geschikte
vacatures aan werkzoekenden en het voordragen van geschikte
werkzoekenden voor vacatures.
-3. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen heeft de taak, bedoeld in het eerste lid,
niet:
a. ten aanzien van personen,
bedoeld in het eerste lid, indien het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen met een college van burgemeester en wethouders
overeenkomt dat het college verantwoordelijk
is voor het ondersteunen van
die personen bij arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel
7,
eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet werk en
bijstand;
b. ten aanzien van personen
die een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangen op grond van
hoofdstuk 6 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen;
c. ten aanzien van de
verzekerde, bedoeld in artikel 82, eerste en tweede lid, van de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, tenzij de
artikelen 72, derde lid, of 84, tweede lid, van
die wet van toepassing zijn;
d. indien artikel 72a van de Werkloosheidswet
van toepassing is;
e. ten aanzien van de
werknemer, bedoeld in artikel 29b van de
Ziektewet.
-4. Nadat het recht op een
uitkering op grond van wetten als bedoeld in artikel
30, eerste lid,
uitgezonderd de wettelijke ziekengeldverzekering, is vastgesteld, stelt het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, indien gelet op de aard van
de uitkering het eerste lid van toepassing is, in samenspraak met de uitkeringsgerechtigde een re-integratievisie vast
waarin verplichtingen en
rechten van de uitkeringsgerechtigde zijn vermeld.
-5. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen evalueert, in samenspraak met de
uitkeringsgerechtigde, periodiek de re-integratievisie en kan deze bijstellen.
-6. Indien de
re-integratievisie daartoe aanleiding geeft, draagt het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen ten behoeve van de uitkeringsgerechtigde,
bedoeld in het vierde lid, zorg voor een plan gericht op behoud en
verkrijging van mogelijkheden tot het verrichten van arbeid en inschakeling in
arbeid. Het re-integratieplan wordt in samenspraak met de
uitkeringsgerechtigde opgesteld. Voor zover noodzakelijk in verband met de aard van de
voorziening, stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de
uitkeringsgerechtigde in de gelegenheid zelf een re-integratieplan op te
stellen.
-7. In het re-integratieplan
worden verplichtingen en rechten van de uitkeringsgerechtigde
vermeld voor zover die niet in de re-integratievisie zijn vermeld.
-8. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen laat de werkzaamheden in het kader van zijn taak,
bedoeld in het eerste en zesde lid, in elk geval indien het personen
met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt betreft, verrichten door een
re-integratiebedrijf.
-9. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld voor het
derde en achtste lid in ieder geval voor de situaties van samenloop van de taak, bedoeld in het eerste lid, met de
vergelijkbare taak van
werkgevers of in geval van samenloop van uitkeringen, de inhoud van
de overeenkomst met het re-integratiebedrijf, het verwerken van gegevens
en de soort werkzaamheden.
Art. 30b. Registratie
werkzoekenden en vacatures [MvT
+ bis]
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen registreert op diens verzoek als
werkzoekende:
a. Nederlanders;
b. vreemdelingen op wie
artikel 1 of artikel 10 van Verordening (EEG) nr. 1612/68 van de Raad van
de Europese Gemeenschappen van 15 oktober 1968 betreffende het vrij verkeer van werknemers binnen de
Gemeenschap (PbEG 1968, L
257) van toepassing is;
c. vreemdelingen die
beschikken over een krachtens de Vreemdelingenwet
2000 afgegeven vergunning
die is voorzien van een aantekening van Onze
Minister van Justitie waaruit blijkt dat aan die vergunning geen
beperkingen zijn verbonden
voor het verrichten van arbeid;
d. vreemdelingen die behoren
tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen
categorie.
-2. Aan geregistreerde
werkzoekenden wordt kosteloos een bewijs van registratie verstrekt.
-3. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen regelt de termijnen gedurende welke de
registratie ten hoogste wordt gehandhaafd en waarmee de registratie telkenmale, op verzoek van de betrokkene, ten
hoogste kan worden verlengd.
-4. De registratie van een
werkzoekende wordt beëindigd:
a. op verzoek van de
betrokkene;
b. indien een termijn als
bedoeld in het derde lid is verstreken zonder dat de betrokkene een
verzoek tot verlenging van de termijn heeft gedaan.
-5. Iedere werkgever heeft
het recht bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
vacatures te laten registreren. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
stelt regels met betrekking tot deze registratie.
-6. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen neemt in de in dit artikel bedoelde registratie
het sociaal-fiscaal nummer van de geregistreerde werkzoekende op.
Art. 30c. Aanvraag van
uitkeringen [MvT
+ bis]
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen neemt, onverminderd artikel
41, tweede lid, van
de Wet werk en bijstand, aanvragen in ontvangst van algemene
bijstand op grond van de Wet werk en bijstand dan wel van een uitkering op
grond van de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
werknemers. Bij het in
ontvangst nemen van de
aanvraag legt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de
datum van de aanvraag vast en op welke dag hij naam, adres en
woonplaats van de belanghebbende heeft geregistreerd en hem in
staat heeft gesteld zijn aanvraag in te dienen.
-2. De belanghebbende
verstrekt aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op
verzoek alle gevraagde gegevens en bewijsstukken die nodig zijn
voor de beslissing op zijn aanvraag door het college van burgemeester en
wethouders van de betrokken gemeente.
-3. De belanghebbende deelt
op verzoek van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of
onverwijld uit eigen beweging in verband met de toepassing van dit artikel alle feiten en omstandigheden
mee
waarvan hem redelijkerwijs
duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op
bijstand of het recht op een uitkering, het geldend maken van het recht op
bijstand of het recht op een uitkering, of de hoogte of de duur van de
bijstand of de uitkering. Deze verplichting geldt niet indien die feiten en
omstandigheden door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
kunnen worden vastgesteld op grond van bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens of kunnen
worden verkregen uit bij
ministeriële regeling aan te wijzen administraties. Bij ministeriële regeling
wordt bepaald voor welke gegevens de tweede zin van toepassing
is.
-4. Artikel 33a, tweede en
vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
-5. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen draagt de aanvraag met de daarbij
verstrekte gegevens en bewijsstukken, alsmede het daarbij behorende
sociaal-fiscaal nummer, over aan het college van burgemeester en wethouders
van de betrokken gemeente. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen doet tegelijkertijd van deze overdracht schriftelijk
mededeling aan de belanghebbende. De verplichting van het derde lid geldt tot
het tijdstip van ontvangst van deze mededeling.
-6. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen sluit overeenkomsten met het college van
burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente over de wijze van uitvoering van dit artikel, waarbij
voor bepaalde categorieën
van aanvragen een andere taakverdeling kan worden vastgesteld dan die
voortvloeit uit het eerste en tweede lid. Bij ministeriële regeling
kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit lid.
-7. De gegevens en
bewijsstukken, bedoeld in het tweede lid, worden door het college van
burgemeester en wethouders niet verkregen van de belanghebbende voor zover ze
zijn verkregen van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,
tenzij hierdoor een goede vervulling van de taak van het college van
burgemeester en wethouders op grond van dit artikel wordt belet.
-8. Artikel 4:5 van de
Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing ten aanzien van de
uitvoering van dit artikel door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Art. 30d. Taak indicatie
Wet sociale werkvoorziening [MvT]
-1. Ten behoeve van de
uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening door colleges van
burgemeester en wethouders heeft het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen tot
taak:
a. na het verrichten van een
onderzoek te besluiten over de indicatie, bedoeld in artikel
11,
eerste lid, en de herindicatie, bedoeld in artikel
11, tweede lid, van die wet;
b. in het geval betrokkene
tot de doelgroep van die wet behoort of blijft behoren aan het college van
burgemeester en wethouders van de gemeente waar betrokkene woonachtig is te adviseren:
1º. welke aanpassing van
omstandigheden nodig is bij het verrichten van arbeid door de
betrokkene; en
2º. of betrokkene in
aanmerking komt voor toepassing van hoofdstuk 3 van
die wet;
c. in het geval betrokkene
niet of niet meer tot de doelgroep van genoemde wet behoort aan het
college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar betrokkene woonachtig is te adviseren over de
wijze waarop de
mogelijkheden tot inschakeling in het arbeidsproces van betrokkene kunnen worden
verbeterd, dan wel aan dat college van burgemeester en wethouders
te adviseren over een doorgeleiding naar een voorziening voor
ondersteunende en activerende begeleiding. In het advies over de wijze waarop
de mogelijkheden tot inschakeling in het arbeidsproces kunnen worden
verbeterd, wordt van de opvattingen van de betrokkene, desgewenst in
de door deze aangegeven bewoordingen, en, indien het advies
hiervan afwijkt, van de redenen daarvoor, melding gedaan;
d. in de gevallen, bedoeld
in artikel 6, derde lid, van die wet, aan het college van burgemeester en
wethouders van de gemeente waar betrokkene woonachtig is te adviseren omtrent de opzegging van de
dienstbetrekking, bedoeld in
die wet.
-2. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur worden regels gesteld voor het besluit,
bedoeld in het eerste lid, waaronder de minimale en de maximale geldigheidsduur van het besluit, en over de advisering en
de wijze waarop de indicatie
en de herindicatie tot stand komt.
Art. 31. Beoordeling kans
op werk en informatie over de arbeidsmarkt en sociale
verzekeringen [MvT
+ bis]
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen draagt zorg voor een actueel oordeel over de
kans op werk van iedere op grond van artikel 30b
geregistreerde werkzoekende en onderzoekt zo nodig op welke wijze
die kans kan worden
verbeterd.
-2. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen draagt zorg voor gevraagde en ongevraagde
verstrekking van deugdelijke informatie en advies over de arbeidsmarkt
alsmede over de uitvoering van zijn taak aan werkgevers, werknemers,
uitkeringsgerechtigden, verzekerden, werkzoekenden en andere belanghebbenden in
verband met de uitvoering van de in artikel 30, eerste lid,
genoemde verzekeringen en wetten alsmede de in artikel 30a
bedoelde
taak
-3. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen geeft voorlichting met betrekking tot de keuze
van een beroep alsmede de voor een beroep benodigde opleiding.
-4. Bij ministeriële
regeling kunnen regels worden gesteld betreffende de registratie van de
beoordeling, bedoeld in het eerste lid.
Art. 31a. Werkstaking,
uitsluiting of bedrijfsbezetting [MvT
+ bis]
-1. Voor zover aan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen bekend is dat in een bedrijf
of onderneming, of een gedeelte daarvan, een werkstaking, uitsluiting of
bedrijfsbezetting plaatsvindt, verleent hij geen diensten tot het plaatsen
van werkzoekenden in dat bedrijf of die onderneming, of dat gedeelte daarvan,
waar de werkstaking, uitsluiting of bedrijfsbezetting heerst.
-2. Voor zover aan het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bekend is dat werkzoekenden
rechtstreeks in een werkstaking, uitsluiting of bedrijfsbezetting betrokken zijn, verleent
hij aan hen tijdens de duur
van het arbeidsconflict geen
diensten als bedoeld in artikel 30a, tweede lid.
Art. 32. Taak onderzoek en
informatie op verzoek van werkgever, werknemer of
eigenrisicodrager [MvT
+ bis]
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen stelt op verzoek van een werkgever of een
werknemer een onderzoek in naar en geeft een oordeel over het bestaan van
ongeschiktheid tot werken indien de werknemer een geschil heeft
met zijn werkgever over recht op loon als bedoeld in artikel 629,
eerste lid, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek of recht op bezoldiging als
bedoeld in artikel 76a, eerste lid, van de
Ziektewet.
-2. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen stelt op verzoek van een werkgever of een
werknemer een onderzoek in naar en geeft een oordeel over de nakoming
door de werknemer van de verplichtingen, bedoeld in artikel 660a van
Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek dan wel overeenkomstige bepalingen.
-3. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen stelt op verzoek van een werkgever of een
werknemer dan wel een eigenrisicodrager als bedoeld in artikel
1, eerste
lid, onderdeel h, van de Ziektewet of personen als bedoeld in
artikel 29,
tweede lid, onderdeel a, b en c, van die wet die laatstelijk tot hem in
dienstbetrekking stonden, een onderzoek in naar en geeft een oordeel over:
a. de aanwezigheid van
passende arbeid die de zieke werknemer voor de werkgever,
respectievelijk de persoon die recht heeft op ziekengeld voor de eigenrisicodrager,
in staat is te verrichten; of
b. de vraag of de werkgever
ten aanzien van zijn zieke werknemer, respectievelijk de
eigenrisicodrager ten aanzien van de persoon aan wie hij ziekengeld moet
betalen,
voldoende en geschikte re-integratie-inspanningen heeft verricht.
-4. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen stelt op verzoek van een eigenrisicodrager
als bedoeld in artikel 1 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen of de verzekerde, bedoeld in artikel
82, eerste lid, onderdeel b, van
die wet, die recht heeft op uitkering een onderzoek in naar en geeft
een oordeel over de vraag of de eigenrisicodrager ten aanzien van genoemde
verzekerde voldoende en geschikte re-integratie-inspanningen
heeft verricht voor zover hieromtrent door de eigenrisicodrager geen
besluit is afgegeven.
-5. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen adviseert de overheidswerkgever, bedoeld
in artikel 72a van de Werkloosheidswet, op diens verzoek met betrekking
tot door die werkgever te verlenen ondersteuning aan de overheidswerknemer
aan wie toestemming als bedoeld in artikel 77a
van de Werkloosheidswet is verleend.
-6. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen verstrekt op verzoek van een werkgever of
een werknemer informatie over de socialeverzekeringsaspecten van arbeidsongeschiktheid, werkloosheid en
re-integratie.
Art. 32a. Onderzoek en
kostenvergoeding [MvT
+ bis]
-1. Indien een werkgever
verzoekt een onderzoek als bedoeld in artikel
32, eerste en tweede lid, in
te stellen, geeft het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen slechts een oordeel over het bestaan van de ongeschiktheid tot werken
van een bepaalde werknemer indien deze werknemer bereid is zich
hiertoe te laten onderzoeken.
-2. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen kan voor een onderzoek als bedoeld in
artikel 32, eerste, tweede, derde en vierde lid, kosten in rekening brengen
bij de werkgever of de werknemer die heeft verzocht dit onderzoek in te
stellen.
-3. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen geeft een oordeel als bedoeld in artikel
32,
eerste, tweede, derde en vierde lid, binnen een termijn van twee weken na
ontvangst van het verzoek. De artikelen 4:14 en
4:15 van de
Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
Art. 32b.
Onderzoekssubsidies [MvT
+ bis]
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen kan in het belang van de arbeidsintegratie van
personen met een structurele functionele beperking ten laste van de
fondsen, bedoeld in hoofdstuk 7 van de
Wet financiering sociale verzekeringen, subsidie verstrekken aan instellingen of organisaties met het oog
op onderzoek naar en het bevorderen van maatregelen die strekken
tot behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het
verrichten van arbeid.
-2. Bij ministeriële
regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de uitvoering van het eerste
lid.
Art. 32c.
Beslissingsautoriteit Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
[MvT
+ bis]
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen benoemt één of meer personen die onder zijn
verantwoordelijkheid werkzaam zijn als beslissingsautoriteit.
-2. Voor zover nodig in
afwijking van artikel 6, vijfde lid, laat het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen primaire beschikkingen voor zover daarin het
ontstaan van een recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering als bedoeld in de
artikelen
47 of 48 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen of de herleving ervan als bedoeld in artikel
50 van
die wet wordt
vastgesteld, bij uitsluiting nemen door een beslissingsautoriteit als bedoeld in het eerste
lid.
-3. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen regelt in overeenstemming met Onze Minister
de plaats
of plaatsen van werkzaamheden van de beslissingsautoriteit, de werkwijze van de beslissingsautoriteit en
de benodigde kwalificaties
voor een benoeming tot beslissingsautoriteit.
Art. 32d. Taken opgedragen
bij andere wetten, algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling [MvT
+ bis]
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen voert taken uit die bij of krachtens enige
andere wet dan bedoeld in artikel 30, eerste lid, aan het uitvoeringsinstituut
zijn opgedragen.
-2. Bij algemene maatregel
van bestuur of ministeriële regeling kunnen taken worden opgedragen aan
het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
-3. Een voordracht voor een
algemene maatregel van bestuur waarin taken aan het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen worden opgedragen, wordt gedaan
mede
namens Onze Minister.
-4. Indien taken aan het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen worden opgedragen bij
regeling van Onze Minister wie het aangaat, wordt deze regeling mede
ondertekend door Onze Minister.
J.
Na artikel 32d wordt een
paragraaf ingevoegd met het opschrift, luidende: § 5.2. Polisadministratie en
gegevensverwerking voor uitvoering taken.
K. [MvT]
Artikel 33, tweede lid,
onderdeel b, komt te luiden:
b. besluiten over recht op
uitkering of verstrekking te baseren op gegevens als bedoeld in
onderdeel a met het oog waarop de werknemer wordt geïnformeerd over
die
gegevens en het al dan niet verzekerd zijn voor de
werknemersverzekeringen;
L. [MvT]
Artikel 33a wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het opschrift vervalt "en CWI".
2. In het eerste lid wordt "onderdeel o" vervangen door:
"onderdeel l" en vervalt ", onderdeel a".
3. In het tweede lid vervalt "of de Centrale
organisatie werk en inkomen met toepassing van artikel 28,".
4. In het derde lid wordt "eerste lid, onderdeel m" vervangen door:
vijfde lid.
M. [MvT]
Artikel 33b, eerste lid,
komt te luiden:
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen gebruikt het sociaal-fiscaal nummer bij de
verwerking van persoonsgegevens:
a. voor de uitvoering van de
in artikel 30, eerste lid, genoemde verzekeringen en wetten;
b. in de polisadministratie,
bedoeld in artikel 33;
c. bij de uitvoering van de
taken, bedoeld in de artikelen 30a,
30b, 30c
en 30d;
d. bij de uitvoering van
artikel 30, zesde lid, voor zover dit betreft de uitvoering van het Buitengewoon
Besluit Arbeidsverhoudingen 1945.
N. [MvT]
Artikel 33c komt te luiden:
Art. 33c. Informatie over
verwerkte gegevens
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen informeert de werknemer periodiek als
bedoeld in artikel 33, tweede lid, onderdeel b.
-2. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen stelt de werknemer tevens in de
gelegenheid kennis te nemen van te verwachten hoogte en duur van de uitkering die door het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen
wordt verstrekt indien de werknemer werkloos, arbeidsongeschikt
of gedeeltelijk arbeidsgeschikt zou worden.
-3. Indien de gegevens niet
juist of niet volledig zijn, dient de werknemer terstond een
correctieverzoek in bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
met aanduiding van de juiste
gegevens.
-4. Indien de werknemer vaststelt dat gegevens als bedoeld in het eerste lid niet zijn opgenomen in
de polisadministratie en hij dit redelijkerwijs wel kon verwachten, dient
hij terstond een correctieverzoek in bij het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen met aanduiding van de ontbrekende gegevens.
-5. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen beslist naar aanleiding van een verzoek
als bedoeld in het derde of vierde lid over de opname, verbetering en aanvulling van gegevens van de werknemer.
-6. Bij ministeriële
regeling kunnen regels worden gesteld voor de periodiciteit van de
informatie en voor de wijze van informatieverstrekking die voor verschillende
soorten werknemers verschillend kan zijn, en in samenhang daarmee voor de
inhoud van de informatie.
O. [MvT]
Na artikel 33c wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 33d. Informatie over
het arbeidsverleden
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen legt ten aanzien van de werknemer, bedoeld in
de Werkloosheidswet en de Wet inkomen naar
arbeidsvermogen, van
wie door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gegevens worden verwerkt op
grond van deze wetten, gegevens vast
waarbij is aangegeven of hij in een kalenderjaar over 52 of meer dagen loon
heeft ontvangen als bedoeld in artikel 42 of
42a van de Werkloosheidswet
en artikel 15 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen.
-2. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen informeert de werknemer op de wijze,
bedoeld in artikel 33c, over deze arbeidsverledengegevens.
P. [MvT]
Artikel 34 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het eerste lid, onderdeel e en h, vervalt, onder verlettering van onderdelen
f en g tot
onderdelen e en f en van onderdeel i tot onderdeel
g.
2. Het tweede lid komt te
luiden:
-2. De Sociale
verzekeringsbank verricht diensten voor gegevensverkeer met het buitenland, waarbij
de Sociale verzekeringsbank en de hierna genoemde bestuursorganen de
omvang van die diensten nader kunnen overeenkomen of voor zover
dit voortvloeit uit internationaalrechtelijke voorschriften:
a. ten behoeve van een
rechtmatige uitvoering van bij of krachtens deze wet of enige andere wet aan
het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen opgedragen taken;
b. ten behoeve van een
rechtmatige uitvoering van aan de colleges van burgemeester en wethouders
opgedragen taken bij of krachtens de Wet werk en
bijstand, de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de
Wet werk en inkomen kunstenaars;
c. ten behoeve van Onze Minister met het oog op het toezicht op de naleving van
wetten.
3. Het derde lid komt te
luiden:
-3. De Sociale
verzekeringsbank verwerkt gegevens afkomstig uit het buitenland en verricht taken
in verband met deze gegevensverwerking:
a. ten behoeve van de
uitvoering van bij of krachtens de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten en
de Zorgverzekeringswet aan het College voor
zorgverzekeringen, genoemd
in artikel 58 van de Zorgverzekeringswet, opgedragen taken;
b. ten behoeve van de
uitvoering van de Algemene
wet inkomensafhankelijke regelingen door de Belastingdienst/Toeslagen;
c. ten behoeve van de
vaststelling van het verzekerd zijn op grond van de werknemersverzekeringen,
de volksverzekeringen, of het verzekeringsplichtig zijn op grond van de
Zorgverzekeringswet, voor zover dit voortvloeit uit
internationaalrechtelijke voorschriften, dan wel stelt op basis van door de Sociale
verzekeringsbank te verwerken gegevens op verzoek van de genoemde
bestuursorganen en de zorgverzekeraars, genoemd in de
Zorgverzekeringswet, verzekering of verzekeringstijdvakken vast.
4. Het vierde lid komt te
luiden:
-4. De Sociale
verzekeringsbank verstrekt op verzoek van een verzekerde, een zorgverzekeraar of
andere belanghebbende informatie over de verzekeringsstatus van de
verzekerde voor zover deze informatie noodzakelijk is voor de
uitvoering van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en de
Zorgverzekeringswet en verstrekt op verzoek van een verzekerde informatie over
de verzekeringstijdvakken en daarop gebaseerde aanspraak op
ouderdomspensioen.
5. Aan het artikel wordt een
lid toegevoegd, luidende:
-5. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met
betrekking tot de financiering van deze taken.
Q. [MvT]
Na artikel 34 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 34a. Taken opgedragen
bij algemene maatregel van bestuur of ministeriële
regeling
-1. Bij algemene maatregel
van bestuur of bij ministeriële regeling kunnen taken worden
opgedragen aan de Sociale verzekeringsbank.
-2. Een voordracht voor een
algemene maatregel van bestuur waarin taken aan de Sociale
verzekeringsbank worden opgedragen, wordt gedaan mede namens Onze Minister.
-3. Indien taken aan de
Sociale verzekeringsbank worden opgedragen bij regeling van Onze Minister
wie het aangaat, wordt deze regeling mede ondertekend door Onze Minister.
R.
In artikel 35, derde lid,
wordt "onderdeel h" vervangen door: tweede en derde lid.
S. [MvT]
In artikel 36, tweede lid,
vervalt "de Centrale
organisatie werk en inkomen,".
T. [MvT]
Artikel 37 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In onderdeel a vervalt "de Centrale
organisatie werk en inkomen,".
2. In onderdeel b, onder 1º, wordt "burgemeesters en wethouders" vervangen door: de colleges
van burgemeester en wethouders.
3. Onderdeel b, onder 3º,
komt te luiden:
3º. het toezicht op de
rechtmatigheid en de doeltreffendheid van de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening
en de
Wet werk en inkomen kunstenaars door de colleges van burgemeester en wethouders
en op de doeltreffendheid
van die wetten.
4. Onderdeel c komt te
luiden:
c. het toezicht op de
rechtmatigheid en doelmatigheid, waaronder begrepen doeltreffendheid,
van de wijze waarop het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, de
Sociale verzekeringsbank en de colleges van burgemeester en
wethouders bij de uitvoering van de aan hen opgedragen taken
samenwerken;
U. [MvT]
In artikel 42, eerste lid,
wordt "De Centrale
organisatie werk en inkomen, het
Inlichtingenbureau" vervangen door: Het Inlichtingenbureau.
V. [MvT]
In artikel 43 vervalt "de Centrale
organisatie werk en inkomen,".
W. [MvT]
Artikel 45 komt te luiden:
Art. 45. Uitvoeringskosten
-1. De uitvoeringskosten van
de Raad voor werk en inkomen komen ten laste van de daartoe door
Onze Minister toegekende rijksbijdrage.
-2. De uitvoeringskosten van
het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen komen ten laste van:
a. de fondsen, bedoeld in
artikel 1, onderdeel j tot en met n, van de
Wet financiering sociale verzekeringen;
b. het Reïntegratiefonds,
genoemd in artikel 2.7c van de Wet
invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
c. het
Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten, genoemd in artikel 63 van de
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten;
d. het Toeslagenfonds,
genoemd in artikel 31 van de Toeslagenwet;
e. de daartoe door Onze
Minister of Onze Minister wie het aangaat toegekende rijksbijdrage.
-3. De uitvoeringskosten van
de Sociale verzekeringsbank komen ten laste van:
a. de fondsen, bedoeld in
artikel 1, onderdeel f en g, van de
Wet financiering sociale verzekeringen;
b. het Algemeen
Kinderbijslagfonds, genoemd in artikel 29a
van de Algemene Kinderbijslagwet;
c. de daartoe door Onze
Minister toegekende rijksbijdrage, die in ieder geval strekt tot
financiering van subsidies en uitkeringen op grond van de Kaderwet
SZW-subsidies, of
de daartoe door Onze Minister wie het aangaat toegekende
rijksbijdrage.
-4. Bij ministeriële
regeling worden regels gesteld omtrent de verdeling van de uitvoeringskosten
over de fondsen en de rijksbijdragen.
X. [MvT]
Artikel 46 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het opschrift komt te
luiden: Jaarplan met
begroting en meerjarenbeleidsplan.
2. Het eerste lid komt te
luiden:
-1. De Raad voor werk en
inkomen, het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en de Sociale
verzekeringsbank stellen ieder elk jaar een jaarplan met begroting voor
het komende kalenderjaar vast en bieden dit vóór een door hem vast te
stellen datum aan Onze Minister aan. Een besluit tot vaststelling van
het jaarplan met begroting behoeft de goedkeuring van Onze
Minister.
3. In het tweede lid wordt "De Centrale
organisatie werk en inkomen,
het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank" vervangen door
"Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale
verzekeringsbank" en wordt "vier jaren die volgen op" vervangen door:
vijf jaren inclusief.
4. Het derde lid komt te
luiden:
-3. Bij ministeriële
regeling worden regels gesteld omtrent de inhoud en de indiening van het
jaarplan met begroting en van het meerjarenbeleidsplan. Ten aanzien van het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hebben deze regels in ieder
geval betrekking op de dienstverlening.
5. Het vijfde en zesde lid
vervallen.
Y. [MvT]
Artikel 47 komt te luiden:
Art. 47. Voorafgaande
instemming besluiten
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, de Sociale
verzekeringsbank en de Raad voor werk en
inkomen behoeven, tenzij het desbetreffende besluit in
het door Onze Minister goedgekeurde jaarplan met begroting is opgenomen,
de voorafgaande instemming van Onze Minister voor een besluit
tot:
a. het oprichten dan wel
deelnemen in een rechtspersoon;
b. het in eigendom
verwerven, het vervreemden of het bezwaren van registergoederen;
c. het aangaan en
beëindigen van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring
van registergoederen of tot huur, verhuur of pacht daarvan;
d. het aangaan van
kredietovereenkomsten en van overeenkomsten van geldlening;
e. het aangaan van
overeenkomsten waarbij de betrokken rechtspersoon zich verbindt tot
zekerheidstelling met inbegrip van zekerheidstelling voor schulden van derden
of
waarbij deze zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar
verbindt of zich voor een derde sterk maakt;
f. het vormen van fondsen en
reserveringen;
g. het doen van aangifte tot
faillissement of het aanvragen van surseance van betaling van
de betrokken rechtspersoon.
-2. Bij ministeriële
regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste lid, waarin
in ieder geval kan worden bepaald dat ten aanzien van de situaties, bedoeld in het eerste lid,
onderdeel
b tot en met f, beneden een bepaald
bedrag de voorafgaande instemming van Onze Minister niet is vereist.
Z. [MvT]
Artikel 48 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste, tweede en
vierde lid vervalt "de Centrale
organisatie werk en inkomen,".
2. Het derde lid vervalt,
onder vernummering van het vierde tot en met zesde lid tot derde tot
en met vijfde lid.
3. In het vijfde lid (nieuw)
wordt "het vijfde lid" vervangen door: het vierde lid.
AA. [MvT]
Artikel 49 komt te luiden:
Art. 49. Nadere regels
jaarverslag, jaarrekening, tussentijdse rapportages en
accountantscontrole
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en de Sociale
verzekeringsbank bieden
jaarlijks een jaarverslag en een jaarrekening vóór 15 maart aan Onze Minister
aan.
-2. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank stellen
tussentijdse verslagen op en bieden deze op een bij ministeriële regeling
te bepalen tijdstip aan Onze Minister aan.
-3. Indien het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank
accountants in dienst hebben aangesteld, is:
a. het bepaalde bij en
krachtens de artikelen 25 en 27 van de Wet
toezicht accountantsorganisaties van overeenkomstige toepassing op deze accountants;
b. het bepaalde bij en
krachtens de artikelen 14, 18, 19, 20 en 21 van de Wet
toezicht accountantsorganisaties van overeenkomstige toepassing op het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank;
c. het bepaalde bij en
krachtens de artikelen 15 en 16 van de Wet
toezicht accountantsorganisaties van overeenkomstige toepassing op de personen die de dagelijkse
leiding hebben over het onderdeel van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank waarbij de in de aanhef
bedoelde accountants werkzaam zijn.
-4. Onze Minister brengt de
jaarrekeningen en jaarverslagen van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank alsmede zijn oordeel
daaromtrent jaarlijks vóór de derde woensdag in mei ter kennis
van de beide kamers der Staten-Generaal.
-5. Bij ministeriële
regeling worden nadere regels gesteld over het jaarverslag, de
jaarrekening, de accountantscontrole, de accountantsverklaring en het aan die
verklaring
ten grondslag liggende onderzoek en de tussentijdse verslagen.
BB. [MvT]
Na artikel 49 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 50. Jaarverslag,
jaarrekening, accountantscontrole en tussentijdse verslagen Raad
voor werk en inkomen
-1. De Raad voor werk en
inkomen biedt jaarlijks een jaarverslag en een jaarrekening vóór 15 maart
aan Onze Minister aan.
-2. De Raad voor werk en
inkomen legt in zijn jaarrekening rekening en verantwoording af over het
financieel beheer. De jaarrekening wordt ingericht zoveel mogelijk
met overeenkomstige toepassing van titel 9 van Boek
2 van het Burgerlijk Wetboek.
-3. De jaarrekening gaat
vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door
een door de Raad voor werk en inkomen aangewezen accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van
Boek 2 van het Burgerlijk
Wetboek.
Bij de aanwijzing van de accountant bedingt de Raad voor werk en inkomen
dat aan Onze Minister desgevraagd inzicht wordt geboden in de
controlewerkzaamheden van de accountant.
-4. De verklaring, bedoeld in
het derde lid, heeft mede betrekking op de rechtmatige verkrijging en
besteding van de middelen.
-5. De accountant voegt bij
de verklaring, bedoeld in het derde lid, tevens een verslag van zijn
bevindingen over de vraag of het beheer en de organisatie van de Raad voor
werk en inkomen voldoen aan eisen van doelmatigheid.
-6. Het besluit tot
vaststelling van de jaarrekening behoeft de goedkeuring van Onze
Minister.
-7. De Raad voor werk en
inkomen verstrekt aan Onze Minister vóór een door deze te bepalen
tijdstip tussentijds een verslag over de voorafgaande periode.
-8. Bij ministeriële
regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de jaarrekening, de verklaring,
bedoeld in het derde lid, en het aan die verklaring ten grondslag liggende onderzoek, het jaarverslag en het
tussentijdse verslag.
-9. Onze Minister brengt de
jaarrekening en het jaarverslag van de Raad voor werk en inkomen alsmede
zijn oordeel daaromtrent jaarlijks vóór de derde woensdag in mei ter
kennis van de beide kamers der Staten-Generaal.
CC. [MvT]
Artikel 54 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het opschrift, het
eerste en het zevende lid vervalt "de Centrale
organisatie werk en inkomen,".
2. In het negende lid wordt "Reïntegratiebedrijven" vervangen door:
Re-integratiebedrijven.
DD. [MvT]
In artikel 55, eerste lid,
wordt "De Centrale
organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen" vervangen door: Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
EE. [MvT]
In artikel 55a, eerste lid,
wordt "30, eerste lid, onderdeel a, h en i"
vervangen door: "30, eerste
lid, 32d" en wordt "en 34, eerste lid,
onderdeel a, d en
e"
vervangen door: 34, eerste lid, onderdeel a en d, en
34a.
FF. [MvT]
Artikel 56 vervalt.
GG. [MvT]
Artikel 57 vervalt.
HH. [MvT]
In artikel 61 wordt "De Centrale
organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen" vervangen door: Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
II. [MvT]
Artikel 62 komt te luiden:
Art. 62. Onderlinge
gegevensverstrekking door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de
Sociale verzekeringsbank en de gemeenten
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, de Sociale
verzekeringsbank en de
colleges van burgemeester en wethouders verstrekken elkaar uit eigen beweging en op verzoek, kosteloos, alle
gegevens en inlichtingen die
noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taken die bij of krachtens
deze wet of enige andere wet aan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, de Sociale verzekeringsbank en bij of krachtens de
Wet werk en bijstand, de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of bij of krachtens andere wetten aan de colleges van
burgemeester en wethouders zijn opgedragen, voor zover dit
voorvloeit uit de samenwerking, bedoeld in artikel
9. Zij maken daarbij
gebruik van het sociaal-fiscaal nummer van de personen op wie de gegevens
betrekking hebben.
-2. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, de Sociale verzekeringsbank en de
colleges van burgemeester en wethouders dragen gezamenlijk zorg voor de instandhouding van elektronische voorzieningen
voor de verwerking van de
gegevens, bedoeld in het eerste lid, voor zover dat noodzakelijk is voor de
uitvoering van de taken die bij of krachtens deze wet of enige andere wet
aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de Sociale verzekeringsbank
en bij of krachtens de Wet werk en bijstand, de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
werknemers,² de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen aan
colleges van burgemeester en
wethouders zijn opgedragen. De elektronische voorzieningen hebben mede
betrekking op de verwerking van gegevens waarvan de
verkrijging en verstrekking door de in de eerste zin genoemde bestuursorganen op
grond van enig wettelijk voorschrift is toegestaan.
-3. Bij de gegevensverwerking
voor de uitvoering van taken en werkzaamheden in de locaties
werk en inkomen, bedoeld in artikel 10, zijn het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de colleges van
burgemeester en wethouders
gezamenlijk verantwoordelijke in de zin van Wet
bescherming persoonsgegevens voor de verwerking van gegevens voor de uitvoering van taken
ten aanzien van dezelfde uitkeringsgerechtigde of werkzoekende.
-4. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot
het tweede en derde lid in ieder geval met betrekking tot de
inrichting, het beheer en de beveiliging van de elektronische voorzieningen.
JJ. [MvT]
Artikel 72 komt te luiden:
Art. 72.
Gegevensverstrekking door de Raad voor werk en inkomen, het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank
aan de minister
De Raad voor werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en de Sociale
verzekeringsbank verstrekken op verzoek, kosteloos, aan Onze Minister
en, in overeenstemming met Onze Minister, aan de minister die belast
is met aangelegenheden betreffende beleid bij de uitvoering waarvan het
betrokken bestuursorgaan een taak heeft, alle gegevens en inlichtingen die
voor de uitoefening van de taak van Onze Minister en van Onze
betrokken Minister noodzakelijk zijn. Zij verlenen Onze Minister op verzoek
toegang tot en inzage in gegevens en bescheiden voor zover dat
voor de uitoefening van zijn taken en van Onze Minister wie het aangaat
noodzakelijk is. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor
de termijn waarbinnen en de wijze waarop aan de in dit artikel
bedoelde verplichtingen wordt voldaan.
KK. [MvT]
Artikel 73 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het opschrift vervalt "de Centrale organisatie werk en
inkomen,".
2. In het eerste, derde en
vierde lid wordt "De Centrale
organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen" vervangen door: Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
3. In het eerste, vijfde en
zesde lid vervalt "de Centrale
organisatie werk en inkomen,".
4. In het achtste en elfde
lid wordt "reïntegratiebedrijf" telkens vervangen door "re-integratiebedrijf"
en wordt "artikel 30, zesde lid" vervangen door:
artikel
30a, achtste lid.
5. Het negende lid komt te
luiden:
-9. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is bevoegd uit de onder
zijn verantwoordelijkheid gevoerde administratie aangelegd voor de uitoefening van taken
als
bedoeld in artikel 30a, tweede lid,
30b en 30d, aan een re-integratiebedrijf
gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor het verrichten van
werkzaamheden door dat re-integratiebedrijf in zijn opdracht of in opdracht
van de colleges van burgemeester en wethouders of een
eigenrisicodrager als bedoeld in artikel 42 van de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
LL. [MvT]
Na artikel 73 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 73a.
Gegevensverwerking bij uitvoering andere werkzaamheden
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en de Sociale
verzekeringsbank kunnen gegevens die deze hebben verkregen bij de uitvoering van in deze wet bedoelde
taken verwerken voor de uitvoering
van andere werkzaamheden als
bedoeld in artikel 5 en van andere werkzaamheden dan de
uitvoering van wettelijke taken door deze bestuursorganen. Bij of
krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke gegevens het
betreft.
-2. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen of de Sociale verzekeringsbank verstrekt
deze gegevens op verzoek aan een in de algemene maatregel van
bestuur genoemde derde, indien de gegevens noodzakelijk zijn voor de
uitvoering van werkzaamheden door die derden en deze werkzaamheden naar
hun aard gelijk zijn aan de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid.
-3. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen tevens regels worden gesteld voor
de vergoeding van kosten van de gegevensverstrekking, bedoeld in het tweede lid.
MM. [MvT]
Artikel 75 komt te luiden:
Art. 75. Openbaarheid van
gegevens
De door het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen in het kader van zijn in artikel
30a,
tweede lid, genoemde taak, en op grond van artikel 30b
geregistreerde
gegevens
zijn openbaar voor zover die van belang zijn voor de uitoefening van de
in artikel 30a, tweede lid, genoemde taak, met dien verstande dat
openbaarmaking van tot een individuele werkzoekende of een individuele
werkgever, zijnde een natuurlijk persoon, herleidbare gegevens plaatsvindt met
inachtneming van de Wet
bescherming persoonsgegevens.
NN. [MvT]
In artikel 76 wordt "De Centrale
organisatie werk en inkomen, het Inlichtingenbureau, het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen" vervangen door: Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
OO. [MvT]
In artikel 77 vervalt "de Centrale
organisatie werk en inkomen,".
PP. [MvT]
De artikelen 78, 80 en
81
vervallen.
QQ. [MvT]
In artikel 79 vervalt "de Centrale
organisatie werk en inkomen,".
RR. [MvT]
In artikel 82, eerste lid,
vervalt "de Centrale
organisatie werk en inkomen,".
SS. [MvT]
Artikel 82a komt te luiden:
Art. 82a. Innovatie
-1. Bij algemene maatregel
van bestuur kan bij wijze van experiment, met het oog op het
onderzoeken van mogelijkheden om deze wet, de Wet werk en
bijstand, de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Werkloosheidswet, de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten en de Toeslagenwet doeltreffender uit te voeren, worden
afgeweken van het bepaalde bij of krachtens:
a. de artikelen 9, 10,
30 en 30a
van deze wet;
b. de artikelen 7, 8,
9, 10
en 55 van de Wet werk en
bijstand;
c. de artikelen 34 tot en
met 37 van de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
werknemers;
d. de artikelen 34 tot en
met 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
e. hoofdstuk VI van de Werkloosheidswet;
f. paragraaf 4.2 en artikel
39 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen;
g. hoofdstuk IIb van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering;
h. hoofdstuk 2a van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten;
i. hoofdstuk 7 van de
Wet financiering sociale verzekeringen.
-2. Bij een algemene
maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid wordt geregeld op welke
wijze van welke artikelen wordt afgeweken en kunnen alleen regels worden
gesteld:
a. ter verbetering van de
samenwerking tussen de uitvoeringsorganisaties van de in het eerste lid
genoemde wetten;
b. met betrekking tot de
inzet van re-integratie-instrumenten en de financiering daarvan;
c. over de verantwoording
van de uitgaven ten laste van de fondsen, de uitkeringen, bedoeld in
artikel 69 van de Wet werk en bijstand, en rijksbijdragen;
d. het verstrekken van
inlichtingen over de resultaten van de experimenten.
-3. Een algemene maatregel
van bestuur als bedoeld in het eerste lid vervalt vijf jaar na de
inwerkingtreding, tenzij:
a. in de algemene maatregel
van bestuur is bepaald dat deze eerder vervalt;
b. binnen deze vijf jaar een
voorstel van wet is ingediend bij de Staten-Generaal om het
experiment om te zetten in een wettelijke regeling.
-4. Indien het voorstel wordt
ingetrokken of indien één van de beide kamers der Staten-Generaal
besluit het voorstel niet aan te nemen, wordt de algemene maatregel van
bestuur onverwijld ingetrokken. Wordt het voorstel tot wet verheven,
dan wordt de algemene maatregel van bestuur ingetrokken op het tijdstip
van inwerkingtreding van die wet.
-5. Onze Minister
kan op
gezamenlijk verzoek van een college van burgemeester en wethouders,
het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en in voorkomend geval de
Sociale
verzekeringsbank, gemeenten aanwijzen waar
door het college van burgemeester en wethouders, het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de Sociale verzekeringsbank
wordt deelgenomen aan een experiment. Bij of krachtens algemene maatregel
van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de
toepassing van deze bevoegdheid.
-6. Onze Minister meldt aan
de Staten-Generaal hoe het experiment in de praktijk is verlopen,
alsmede zijn standpunt inzake de voortzetting ervan anders dan als experiment.
-7. De voordracht voor een
krachtens dit artikel vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt
niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der
Staten-Generaal is overgelegd.
TT. [MvT]
De artikelen 83 en 83a
komen
te luiden:
Art. 83. Afwijkende
beslistermijn in bezwaarschriftprocedure
Indien bezwaar wordt gemaakt
tegen een besluit waaraan een medische of arbeidskundige
beoordeling ten grondslag ligt, beslist het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen binnen zeventien weken of, indien het advies vraagt aan een
deskundige die niet onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam is, binnen
21 weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het
indienen van het bezwaarschrift is verstreken.
Art. 83a. Afzien van horen
in bezwaarschriftprocedure
In afwijking van artikel 7:3
van de
Algemene wet bestuursrecht kan van het horen van een
belanghebbende worden afgezien indien de belanghebbende niet binnen een door het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen gestelde redelijke
termijn
verklaart dat hij gebruik wil maken van het recht te
worden gehoord.
TTa.
Artikel 83b vervalt.
UU. [MvT]
In artikel 83c, eerste lid,
vervalt "of de Centrale
organisatie werk en inkomen,".
VV. [MvT]
Artikel 83i komt te luiden:
Art. 83i. Overgangsrecht
arbeidsverledeninformatie
Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen informeert de werknemer, bedoeld in de Werkloosheidswet, van wie door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gegevens zijn verwerkt op
grond van deze wet, over het
tijdvak vanaf 1 januari 1998 op de wijze, bedoeld in artikel 33c, over
ieder kalenderjaar in dat tijdvak of hij over 52 of meer dagen loon heeft
ontvangen als bedoeld in artikel 42 van de Werkloosheidswet
en artikel
15 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen, dan wel
artikel 42a van de Werkloosheidswet in een kalenderjaar van toepassing
is.
WW.
Artikel 83k wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het opschrift van
artikel 83k wordt "reïntegratietaak" vervangen door:
re-integratietaak.
2. In het eerste lid wordt "30, zesde lid," vervangen door:
30a, achtste
lid.
XX.
In het opschrift van artikel 83l wordt "reïntegratieaanpak" vervangen
door: re-integratieaanpak.
YY. [MvT]
Na hoofdstuk 10b wordt een
hoofdstuk ingevoegd, luidende:
HOOFDSTUK 10C. Overgangsbepalingen inzake de overgang van de Centrale organisatie werk en inkomen
naar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Art. 83m. Algemene
begrippen
In dit hoofdstuk wordt
verstaan onder Centrale
organisatie werk en inkomen: de Centrale
organisatie werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 4 van deze wet,
zoals deze luidde op 31 december 2008.
Art. 83n. Overgang
vermogensbestanddelen van de Centrale organisatie werk en inkomen naar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen [MvT]
-1. Alle
vermogensbestanddelen van de Centrale
organisatie werk en inkomen gaan over op het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, zonder dat daarvoor een akte
of betekening nodig is.
-2. Met betrekking tot de
ingevolge het eerste lid overgaande vermogensbestanddelen die in
openbare registers te boek zijn gesteld, zal verandering van de tenaamstelling in die registers plaatsvinden door de
bewaarders van die
registers. De daartoe benodigde opgaven worden door de zorg van Onze Minister
aan de bewaarders van de desbetreffende registers gedaan.
-3. Ter zake van de in het
eerste lid bedoelde overgang van vermogensbestanddelen blijft heffing van
overdrachtsbelasting achterwege.
-4. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kan worden bepaald dat in afwijking van het
eerste lid vermogensbestanddelen van de Centrale organisatie werk en inkomen die worden toegerekend aan de
uitvoering van in die
maatregel genoemde taken of het verrichten van bepaalde diensten overgaan
op bij die maatregel aan te wijzen rechtspersonen dan wel op de Staat. Het
bepaalde in dit artikel is ten aanzien van die overgang van
overeenkomstige toepassing.
Art. 83o. Overgang
publiekrechtelijke rechten en verplichtingen van de Centrale organisatie
werk en inkomen naar het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen [MvT]
-1. De publiekrechtelijke
rechten en verplichtingen van de Centrale
organisatie werk en inkomen gaan over op het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen voor zover in deze wet niet anders is bepaald.
-2. Een besluit dat door de
Centrale organisatie werk en inkomen is genomen, geldt als een
besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
-3. Een tot de Centrale
organisatie werk en inkomen gericht verzoek om een besluit te nemen, wordt
beschouwd als te zijn gericht tot het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Art. 83p. Partijvervanging
van de Centrale organisatie werk en inkomen en beroepstermijn [MvT]
-1. In civielrechtelijke en
bestuursrechtelijke gedingen waarin de Centrale
organisatie werk en inkomen partij is, treedt het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen in
haar plaats, zonder dat daarvoor een betekening nodig is en met
overneming van procureurstelling onderscheidenlijk aanwijzing van een
gemachtigde.
-2. Beroep waarvoor de
termijn is aangevangen vóór de inwerkingtreding van deze wet staat voor het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen open gedurende het resterende gedeelte van de beroepstermijn.
-3. Indien de toepassing van
dit hoofdstuk tot gevolg heeft dat het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen in een geding zowel eiser als gedaagde is, wordt dat
geding van rechtswege beëindigd.
-4. Indien de toepassing van
dit hoofdstuk tot gevolg heeft dat het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen in een bezwaarschriftprocedure zowel de indiener van
het
bezwaarschrift als het bestuursorgaan dat het bestreden besluit
heeft genomen is, wordt die bezwaarschriftprocedure van
rechtswege beëindigd.
Art. 83q. Overgang van
bezwaarschriftprocedures van de Centrale organisatie werk en
inkomen naar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen [MvT]
-1. Bij de Centrale
organisatie werk en inkomen aanhangige bezwaarschriften gaan, in de stand waarin zij
zich bevinden, over naar het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
-2. Bezwaar waarvoor de
termijn is aangevangen vóór de inwerkingtreding van deze wet staat voor het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen open gedurende het resterende gedeelte van de
bezwaartermijn.
Art. 83r. Overgang
personeel van de Centrale organisatie werk en inkomen [MvT]
De rechten en verplichtingen
van de Centrale
organisatie werk en inkomen die voortvloeien uit
de arbeidsovereenkomsten met zijn werknemers gaan over op het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
Art. 83s. Overgang
goedkeuringen, verplichtingen en opdrachten in verband met
andere taken [MvT]
-1. Goedkeuring verleend aan
de Centrale
organisatie werk en inkomen op grond van artikel
13,
eerste lid, zoals dit artikel luidde op 31 december 2008, wordt aangemerkt als
goedkeuring of, indien artikel 5, vierde lid, van toepassing is, als
melding, van een daartoe strekkend besluit van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen op grond van
artikel 5.
-2. Verplichtingen opgelegd
aan de Centrale organisatie werk en inkomen op grond van artikel
13, tweede lid, zoals dit artikel luidde op 31 december 2008, worden aangemerkt als verplichtingen opgelegd aan
het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen op grond van artikel 5.
ZZ. [MvT]
In artikel 84, eerste lid,
wordt "28, tweede lid, en 29, eerste lid" vervangen door
"30c, tweede
en derde lid," en vervalt ", artikel 21, vierde lid,
35, vijfde lid, en 46,
vijfde lid, van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten".
AAA. [MvT]
In artikel 85, eerste lid,
vervalt "de Centrale
organisatie werk en inkomen,".
1. Volgens de redactie
dient na "wordt" te worden ingevoegd: , onder vervanging van
de punt aan het slot van onderdeel o (nieuw) door een puntkomma,.
2. Volgens de redactie dient
"werknemers," te worden vervangen door: werknemers en.
Art. II.
Wijziging van de Wet werk en bijstand [MvT]
De Wet werk en bijstand
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 1, onderdeel c,
vervalt, onder verlettering van onderdelen d tot en met h tot
onderdelen c tot en met g.
B. [MvT]
In artikel 6, eerste lid,
onderdeel a, wordt "de Centrale
organisatie werk en inkomen" vervangen door:
het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
C. [MvT]
Artikel 7 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het tweede lid
vervalt "de Centrale
organisatie werk en inkomen en".
2. Aan het derde lid wordt
een zin toegevoegd, luidende: Daarnaast kunnen het college en het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen overeenkomen dat het college
aan voornoemde personen een voorziening aanbiedt als bedoeld in het
eerste lid, onderdeel a.
D. [MvT]
In artikel 9, eerste lid,
onderdeel a, wordt "de Centrale
organisatie werk en inkomen" vervangen door
"het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen" en wordt
"artikel 25,
eerste lid" vervangen door: artikel 30b, eerste lid.
E. [MvT]
In artikel 18, tweede lid,
wordt "de artikelen 28, tweede lid, of
29, eerste lid" vervangen door:
artikel 30c, tweede en derde lid.
F. [MvT]
Artikel 41 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het opschrift wordt "CWI" vervangen door: UWV.
2. In het eerste lid wordt "artikel 28" telkens vervangen door
"artikel 30c" en wordt "de
Centrale
organisatie werk en inkomen" telkens vervangen door: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
3. Onder vernummering van
het vierde tot derde lid vervalt het derde lid.
4. In het derde lid (nieuw)
wordt "de Centrale organisatie werk en inkomen" telkens vervangen
door: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
G. [MvT]
In artikel 44, tweede lid,
wordt "de Centrale
organisatie werk en inkomen" vervangen door:
het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
H. [MvT]
In artikel 53a, eerste lid,
wordt "artikel 28, tweede, derde en vierde lid" vervangen door
"artikel 30c,
tweede, vierde en vijfde lid", en wordt "de Centrale
organisatie werk en inkomen" vervangen door: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
I. [MvT]
In artikel 54, derde lid,
onderdeel a, wordt "de artikelen
28, tweede lid, en 29, eerste
lid"
vervangen door: artikel 30c, tweede en derde lid.
J. [MvT]
In artikel 59, tweede lid,
wordt "de artikelen 28, tweede lid, of
29, eerste lid" vervangen door: artikel 30c, tweede en derde lid.
K. [MvT]
Artikel 64 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid,
aanhef, wordt "de Centrale
organisatie werk en inkomen" telkens vervangen
door: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
2. In het eerste lid,
onderdeel b, vervalt "de Centrale
organisatie werk en inkomen,".
3. In het derde lid ¹ wordt "de Centrale organisatie werk en inkomen"
telkens vervangen door: het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
4. In het elfde lid ² wordt "de Centrale organisatie werk en inkomen"
telkens vervangen door: het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
L. [MvT]
In artikel 67, eerste lid,
onderdeel a, vervalt "de Centrale
organisatie werk en inkomen,".
1. Gelet op het bepaalde in artikel
I, onderdeel C, onder 2, van de Wet van 6
maart 2008, Stb. 2008, 87, dient volgens de redactie
"derde lid" te worden vervangen door: vierde lid.
2. Gelet op het bepaalde in artikel I,
onderdeel C, onder 2, van de Wet van 6 maart
2008, Stb. 2008, 87, dient volgens de redactie
"elfde lid" te worden vervangen door: twaalfde lid.
Art. III.
Wijziging van de Wet financiering sociale
verzekeringen [MvT]
De Wet financiering sociale
verzekeringen wordt als volgt gewijzigd:
A.
[MvT]
In artikel 49, eerste lid,
onderdeel d, en in artikel 51, derde lid, wordt "de
Centrale
organisatie werk en inkomen" vervangen door: het UWV.
B.¹
[MvT]
In artikel 56, derde lid, wordt "30,
eerste lid, onderdeel b" vervangen door:
"30a" en "het
reïntegratiebedrijf, bedoeld in het zesde lid van dat artikel" vervangen door:
het re-integratiebedrijf, bedoeld in het achtste lid van dat artikel.
C.
[MvT]
Artikel 100 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Onderdeel k komt te
luiden:
k. de kosten in verband met
de uitvoering van artikel 30a van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
ten aanzien van personen die een uitkering
ontvangen als bedoeld in de onderdelen a en b en de kosten van de
re-integratiemaatregelen, bedoeld in hoofdstuk VI van de
Werkloosheidswet en
hoofdstuk IIa van de Ziektewet, ten aanzien van deze personen;.
2. Onderdeel l komt te
luiden:
l. vergoedingen aan
gemeenten die worden overeengekomen ter uitvoering van artikel 30a,
derde lid, onderdeel a, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
voor zover betrekking hebbend op personen die een
uitkering ontvangen als bedoeld in de onderdelen a en b.
D.
[MvT]
Artikel 101 vervalt.
E. [MvT]
In artikel 103, onderdeel f,
wordt "bedoeld in artikel
30, eerste lid, onderdeel e, f,
g en p"
vervangen door: bedoeld in artikel 32, eerste, tweede, derde en vierde lid.
F. [MvT]
Artikel 104 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid,
onderdeel h, wordt "bedoeld in artikel
30, eerste lid, onderdeel
e, f, g en p"
vervangen door: bedoeld in artikel 32, eerste, tweede, derde en vierde lid.
2. In het vijfde lid wordt "30, eerste lid, onderdeel b" vervangen door:
"30a" en "het
reïntegratiebedrijf, bedoeld in het zesde lid van dat artikel" vervangen door: het
re-integratiebedrijf, bedoeld in het achtste lid van dat artikel
G. [MvT]
In artikel 107, onderdeel h,
en in artikel 108, eerste lid, onderdeel g, wordt "bedoeld in
artikel 30, eerste lid, onderdeel e, f en g" vervangen
door: bedoeld in artikel 32, eerste, tweede, derde en vierde lid.
H. [MvT]
Artikel 108 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid,
onderdeel o, wordt "van artikel 30, eerste lid, onderdeel q" vervangen
door: van artikel 32, vijfde lid.
2. Onder vervanging van de
punt na onderdeel o door een puntkomma wordt aan het eerste lid een
onderdeel toegevoegd, luidende:
p. vergoedingen aan
gemeenten die worden overeengekomen ter uitvoering van artikel 30a,
derde lid, onderdeel a, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
voor zover dat artikel wordt toegepast ten aanzien van
personen als bedoeld in artikel 24 van de Werkloosheidswet.
3. In het tweede lid wordt "30, eerste lid, onderdeel b" vervangen door:
"30a" en "het
reïntegratiebedrijf, bedoeld in het zesde lid van dat artikel" vervangen door: het
re-integratiebedrijf, bedoeld in het achtste lid van dat artikel.
I. [MvT]
Artikel 109 vervalt.
J. [MvT]
Artikel 115 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In onderdeel j wordt "reïntegratie instrumenten"
vervangen door: re-integratie-instrumenten.
2. In onderdeel m wordt "30, eerste lid, onderdeel b," vervangen door:
30a.
3. In onderdeel n wordt "30b" vervangen door:
32b.
4. Onderdeel q komt te
luiden:
q. vergoedingen aan
gemeenten die worden overeengekomen ter uitvoering van artikel 30a,
derde lid, onderdeel a, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
voor zover betrekking hebbend op de uitvoering van een
wettelijke arbeidsongeschiktheidsverzekering.
K. [MvT]
In artikel 117, negende lid,
onderdeel a, wordt "30, eerste lid, onderdeel b" vervangen
door
"30a"
en "het reïntegratiebedrijf, bedoeld in het zesde lid van dat
artikel" vervangen door: het re-integratiebedrijf, bedoeld in het achtste lid van dat artikel.
L. [MvT]
In artikel 117b, zesde lid,
wordt "30, eerste lid, onderdeel b" vervangen
door
"30a" en "het
reïntegratiebedrijf, bedoeld in het zesde lid van dat artikel" vervangen door:
het re-integratiebedrijf, bedoeld in het achtste lid van dat artikel.
M. [MvT]
Artikel 120 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het vierde lid komt te
luiden:
-4. Bij een tekort aan
financiële middelen maken het College zorgverzekeringen, het UWV
en de SVB uitsluitend gebruik van de kredietfaciliteiten die door
Onze Minister van Financiën worden verleend of lenen het UWV en de SVB
uit een door hen beheerd fonds.
2. In het zevende lid wordt "het vijfde en zesde lid" vervangen door: het
vierde, vijfde en zesde lid.
N. [MvT]
Na artikel 121 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 121a.
Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld over de wijze waarop en de voorwaarden
waaronder de aan het UWV en de SVB toegekende rijksbijdragen
worden afgedragen en vastgesteld.
O. [MvT]
In artikel 124a wordt "artikel
13, vierde lid" telkens vervangen door:
artikel 73a, eerste lid.
1. Gelet op het bepaalde in artikel
XXV, onderdeel K, van de Verzamelwet sociale
verzekeringen 2006 dient volgens de redactie onderdeel
B te vervallen.
Art. IV.
Wijziging van de Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
[MvT
+ bis]
De Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen wordt
als volgt gewijzigd:
A. [MvT
+ bis]
Artikel 1, onderdeel c,
vervalt, onder verlettering van de onderdelen d tot en met g tot
onderdelen c tot en
met f.
B. [MvT
+ bis]
Artikel 11a vervalt.
C.
[MvT
+ bis]
In artikel 14, eerste lid,
vervalt "Onverminderd artikel 28, tweede, derde en vierde lid, van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen,", wordt "bepalen
burgemeester en wethouders" vervangen door "Burgemeester en
wethouders bepalen" en vervalt "voor zover ze zijn verkregen door de
Centrale
organisatie werk en inkomen dan wel".
D.
[MvT
+ bis]
Artikel 16, eerste lid, komt
te luiden:
-1. Het college stelt binnen
dertien weken na ontvangst van de aanvraag vast of recht op uitkering
bestaat.
E.
[MvT
+ bis]
Artikel 16a, tweede lid,
vervalt, onder vernummering van het derde lid tot tweede lid.
F.
[MvT
+ bis]
In artikel 17, derde lid,
onderdeel a, vervalt "of de artikelen
28, tweede lid, en 29, eerste lid, van
de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen,".
G.
[MvT
+ bis]
Artikel 20 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt "of de artikelen
28, tweede lid, en 29, eerste
lid, van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen," en vervalt
", onderscheidenlijk de
Centrale
organisatie werk en inkomen,".
2. In het zesde lid vervalt "of de artikelen
28, tweede lid, en 29, eerste
lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen,".
H.
[MvT
+ bis]
In artikel 20a, eerste en
derde lid, vervalt "of de artikelen 28, tweede lid, en
29, eerste lid, van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen,".
I.
[MvT
+ bis]
In artikel 25c, tweede lid,
onderdeel b, vervalt ", of de artikelen
28, tweede lid, en 29, eerste
lid, van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen".
J.
[MvT
+ bis]
In artikel 26, tweede lid,
vervalt "of de artikelen 28, tweede lid, en
29, eerste lid, van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen,".
K.
[MvT
+ bis]
In artikel 34, tweede lid,
vervalt "de Centrale
organisatie werk en inkomen en".
L.
[MvT
+ bis]
In artikel 37, eerste lid,
onderdeel b, wordt "de Centrale
organisatie werk en inkomen" vervangen
door "het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen" en wordt
"artikel 25,
eerste lid," vervangen door: artikel 30b, eerste lid,.
M.
[MvT
+ bis]
Artikel 45 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid,
aanhef, vervalt "of, indien het college op grond van artikel
43, derde lid, aan
de Centrale
organisatie werk en inkomen mandaat heeft verleend tot het nemen van besluiten inzake de verlening
van uitkering, aan de
Centrale organisatie werk en inkomen," en in het eerste lid, onderdeel
b,
vervalt "de Centrale organisatie werk en inkomen,".
2. In het derde lid vervalt "of, indien het college op grond van
artikel 43,
derde lid, aan de Centrale
organisatie werk en inkomen mandaat heeft verleend tot het nemen van
besluiten inzake de verlening van uitkering, aan de Centrale organisatie
werk en inkomen,".
3. In het elfde lid vervalt "of, indien het college aan de Centrale
organisatie werk en inkomen
mandaat heeft verleend tot het nemen van besluiten inzake de verlening van uitkering, aan de Centrale organisatie
werk en inkomen,".
N.
[MvT
+ bis]
In artikel 48, eerste lid,
onderdeel a, vervalt "de Centrale
organisatie werk en inkomen,".
Art. V.
Wijziging van de Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
[MvT]
De Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt
als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 1, onderdeel c,
vervalt, onder verlettering van de onderdelen d tot en met h tot
onderdelen c tot en
met g.
B.
[MvT]
Artikel 11a wordt als volgt gewijzigd
1. Het eerste lid komt te
luiden:
-1. Een aanvraag is gericht
tot burgemeester en wethouders en wordt overeenkomstig artikel 30c
van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
ingediend
bij het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen. Na de overdracht van de
aanvraag door het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen aan burgemeester en wethouders ingevolge artikel
30c, vijfde lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
wordt de aanvraag verder behandeld door burgemeester
en wethouders.
2. Het tweede lid vervalt,
onder vernummering van het derde lid tot tweede lid.
3. In het tweede lid (nieuw)
wordt "de Centrale
organisatie werk en inkomen" telkens vervangen
door: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
C.
[MvT]
In artikel 14, eerste lid,
wordt "artikel 28, tweede, derde en vierde lid," vervangen door
"artikel 30c, tweede, vierde en vijfde lid" en wordt
"de Centrale
organisatie werk en inkomen" vervangen door: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
D.
[MvT]
In artikel 16, eerste lid,
wordt "de Centrale
organisatie werk en inkomen" vervangen door:
het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
E.
[MvT]
In artikel 16a, tweede lid,
wordt "de Centrale
organisatie werk en inkomen" vervangen door:
het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
F.
[MvT]
In artikel 17, derde lid,
onderdeel a, wordt "de artikelen
28, tweede lid, en 29, eerste
lid,"
vervangen door: artikel 30c, tweede en derde lid.
G.
[MvT]
Artikel 20 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het derde lid wordt "de artikelen
28, tweede lid, en 29, eerste
lid," vervangen door "artikel 30c, tweede en derde lid." en wordt
"de Centrale
organisatie werk en inkomen" vervangen door: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
2. In het zesde lid wordt "de artikelen
28, tweede lid, en 29, eerste
lid," vervangen door: artikel 30c,
tweede en derde lid,.
H.
[MvT]
In artikel 20a, eerste en
derde lid, wordt "de artikelen 28, tweede lid, en
29, eerste lid," vervangen
door: artikel 30c, tweede en derde lid.
I.
[MvT]
In artikel 25c, tweede lid,
onderdeel b, wordt "de artikelen
28, tweede lid, en 29, eerste
lid,"
vervangen door: artikel 30c, tweede en derde lid.
J.
[MvT]
In artikel 26, tweede lid,
wordt "de artikelen 28, tweede lid, en
29, eerste lid," vervangen door:
artikel 30c, tweede en derde lid.
K.
[MvT]
In artikel 34, tweede lid,
vervalt "de Centrale
organisatie werk en inkomen en".
L.
[MvT]
In artikel 37, eerste lid,
onderdeel b, wordt "de Centrale
organisatie werk en inkomen" vervangen
door "het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen" en wordt
"artikel 25,
eerste lid," vervangen door "artikel 30b, eerste lid,".
M.
[MvT]
Artikel 45 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid,
aanhef, vervalt "of, indien het college op grond van artikel
43, derde lid, aan
de Centrale
organisatie werk en inkomen mandaat heeft verleend tot het nemen van besluiten inzake de verlening
van uitkering, aan de
Centrale organisatie werk en inkomen," en in het eerste lid, onderdeel
b,
vervalt "de Centrale organisatie werk en inkomen,".
2. In het derde lid vervalt "of, indien het college op grond van
artikel 43,
derde lid, aan de Centrale
organisatie werk en inkomen mandaat heeft verleend tot het nemen van
besluiten inzake de verlening van uitkering, aan de Centrale organisatie
werk en inkomen,".
3. In het elfde lid vervalt "of, indien het college aan de Centrale
organisatie werk en inkomen
mandaat heeft verleend tot het nemen van besluiten inzake de verlening van uitkering, aan de Centrale organisatie
werk en inkomen,".
N.
[MvT]
In artikel 48, eerste lid,
onderdeel a, vervalt "de Centrale
organisatie werk en inkomen,".
Art. VI.
Wijziging van de Werkloosheidswet [MvT
+ bis]
De Werkloosheidswet wordt
als volgt gewijzigd:
A.
[MvT
+ bis]
Artikel 1, onderdeel m,
vervalt, onder vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel l
door een punt.
B.
[MvT
+ bis]
Het tweede en vijfde lid van
artikel 22 vervallen, onder vernummering van het derde en vierde lid
tot tweede en derde lid.
Ba.
Artikel 22, zoals dat luidt
nadat het bij koninklijke boodschap van 24 augustus 2007 ingediende
voorstel van wet tot aanpassing van bijzondere wetten
aan de vierde tranche van de
Algemene wet bestuursrecht (Aanpassingswet vierde tranche
Awb) (Kamerstukken II 2007-2008, 31 124) tot wet is verheven
en in werking is getreden, komt te luiden:
Art. 22.
-1. Het UWV stelt op aanvraag
vast of recht op uitkering bestaat.
-2. Een uitkering als bedoeld
in artikel 18 en een uitkering die verband houdt met een verleende
ontheffing op grond van artikel 8, derde lid, van het
Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945
worden betaald zonder dat dit bij
beschikking is vastgesteld, indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat aan
een beschikking geen behoefte bestaat.
-3. Een uitkering als bedoeld
in het tweede lid wordt beëindigd zonder dat dit bij beschikking is
vastgesteld, indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat aan een
beschikking geen behoefte bestaat. Indien de belanghebbende binnen een
redelijke termijn om een beschikking verzoekt, dan wordt deze zo
spoedig mogelijk alsnog verstrekt.
-4. Het UWV betaalt de
uitkering, bedoeld in het tweede lid, binnen zes weken na indiening van de
aanvraag.
C.
[MvT
+ bis]
Artikel 26 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt "overeenkomstig artikel 28 van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen", wordt "de CWI" telkens vervangen door
"het UWV" en wordt "artikel 25, derde lid," vervangen door:
artikel 30b, derde lid,.
2. Het vierde en vijfde lid
vervallen, onder vernummering van het zesde en zevende lid tot vierde en vijfde lid.
D.
[MvT
+ bis]
Artikel 27 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het derde lid vervalt "of de artikelen
28, tweede lid, en 29, eerste lid
van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen" en vervalt ", onderscheidenlijk de
CWI,".
2. In het zevende lid
vervalt "of de artikelen 28, tweede lid, en
29, eerste lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen".
E.
[MvT
+ bis]
Artikel 27a wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt "van deze wet of artikel
28, tweede lid, of 29,
eerste lid, van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen".
2. In het derde lid vervalt "van deze wet of artikel
28, tweede lid, of 29,
eerste lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen,".
F.
[MvT
+ bis]
In artikel 30, tweede lid,
onderdeel c, vervalt "van deze wet of de artikelen
28, tweede lid, of 29, eerste lid, van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen".
G.
[MvT
+ bis]
Artikel 42 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het vijfde lid wordt "een beschikking als bedoeld in artikel
83i" vervangen door: de
informatie, bedoeld in artikel 33d,.
2. Het zesde lid vervalt.
H. [MvT
+ bis]
Artikel 72 vervalt.
I. [MvT
+ bis]
In artikel 72a, eerste lid,
onderdeel b, wordt "de CWI" vervangen door: het
UWV.
Art. VII.
Wijziging van de Wet overheidspersoneel
onder de werknemersverzekeringen [MvT]
De Wet overheidspersoneel
onder de werknemersverzekeringen wordt als volgt gewijzigd:
A.
[MvT]
In artikel 36, zesde lid,
onderdeel d, wordt "de Centrale
organisatie werk en inkomen" vervangen door:
het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
B.
[MvT]
In artikel 86 wordt "Artikel
30, eerste lid, onderdeel e" vervangen door:
Artikel 32, eerste en tweede
lid,.
Art. VIII.
Wijziging van de Wet kinderopvang [MvT]
De Wet kinderopvang wordt
als volgt gewijzigd:
A.
[MvT]
Artikel 6 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid,
onderdeel f, wordt "de Centrale
organisatie werk en inkomen, genoemd in
hoofdstuk 4" vervangen door: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen,
genoemd in hoofdstuk 5.
2. In het eerste lid,
onderdeel i, onder 1º, wordt "artikel
30, zesde lid" vervangen door: artikel
30a,
achtste lid.
B.
[MvT]
In artikel 22, eerste lid,
onderdeel a, wordt "artikel 30, vijfde lid, onderdeel a" vervangen door:
artikel
30a, derde lid, onderdeel a.
C.
[MvT]
In artikel 29, eerste lid,
onderdeel a, wordt "artikel 30, vijfde lid, onderdeel a" vervangen door:
artikel
30a, derde lid, onderdeel a.
D.
[MvT]
In artikel 35, eerste en
tweede lid, wordt "artikel 30, vijfde lid, onderdeel a" vervangen door:
artikel
30a,
derde lid, onderdeel a.
Art. IX.
Wijziging van de Toeslagenwet [MvT]
De Toeslagenwet wordt als
volgt gewijzigd:
A.
[MvT]
Artikel 11, tweede, achtste
en negende lid, vervalt, onder vernummering van het derde tot en met het
zevende lid tot tweede tot en met het zesde lid.
B.
[MvT]
Artikel 14 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt "of in de artikelen
28, tweede lid, en 29, eerste
lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen" en vervalt ", onderscheidenlijk de
Centrale
organisatie werk en inkomen,".
2. In het derde lid vervalt "of de artikelen
28, tweede lid, en 29, eerste lid
van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen".
C.
[MvT]
Artikel 14a wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt "of in artikel
28, tweede lid, of 29, eerste lid,
van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen".
2. In het derde lid vervalt "het niet nakomen van de verplichting, bedoeld in
artikel 28,
tweede lid, of 29, eerste lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, of".
Art.
X.
Wijziging van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering [MvT]
De Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 24, tweede lid,
wordt "de Centrale
organisatie werk en inkomen" vervangen door:
het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
B.
[MvT]
In artikel 28, onderdeel a,
wordt "de Centrale
organisatie werk en inkomen" vervangen door:
het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
Art. XI.
Wijziging van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen [MvT]
De Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 15 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het tweede lid wordt "de beschikking, bedoeld in artikel 83i"
vervangen door: de
informatie als bedoeld in artikel 33d.
2. Het derde lid vervalt,
onder vernummering van het vierde tot en met het twaalfde lid tot derde tot en met het elfde lid.
3. In het vijfde lid (nieuw)
wordt "het vijfde lid" vervangen door: het vierde lid.
4. In het zevende lid
(nieuw) wordt "Het vijfde, zesde en zevende lid" vervangen door: Het vierde,
vijfde en zesde lid.
5. In het achtste lid
(nieuw) wordt "het vijfde en zesde lid" vervangen door: het vierde en vijfde
lid.
6. In het elfde lid (nieuw)
wordt "het tiende lid" vervangen door: het negende lid.
B.
[MvT]
Artikel 27, derde lid,
onderdeel a, vervalt, onder verlettering van de onderdelen b en
c tot onderdelen a en b.
C.
[MvT]
In artikel 30, tweede lid,
wordt "de Centrale
organisatie werk en inkomen" vervangen door
"het UWV" en wordt "artikel 25, eerste lid" vervangen door:
artikel 30b, eerste lid.
D.
[MvT]
In artikel 84, zevende lid,
wordt "30, eerste lid, onderdeel b, juncto vijfde lid, onderdeel
c" vervangen
door: 30a, eerste lid, juncto derde lid, onderdeel c.
Art. XII.
Wijziging van de Wet werk en inkomen
kunstenaars [MvT]
De Wet werk en inkomen
kunstenaars wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 40, eerste lid,
onderdeel b, komt te luiden:
b. het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en de Sociale
verzekeringsbank, genoemd in
respectievelijk de hoofdstukken 5 en 6 van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
B.
[MvT]
Artikel 43, eerste lid,
onderdeel a, komt te luiden:
a. het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en de Sociale
verzekeringsbank, genoemd in
respectievelijk de hoofdstukken 5 en 6
van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
Art. XIII.
Wijziging van de Ziektewet [MvT]
De Ziektewet wordt als volgt
gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 29b, tweede lid,
wordt "de Centrale
organisatie werk en inkomen" vervangen door:
het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
B.
[MvT]
In artikel 30, derde lid,
vervalt "bij de Centrale
organisatie werk en inkomen" en wordt
"artikel 25" vervangen door: artikel 30b.
Art. XIV.
Wijziging van de Algemene bijstandswet [MvT]
De Algemene bijstandswet
wordt als volgt gewijzigd:
A.
[MvT]
Artikel 14 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt "of de artikelen
28, tweede lid, en 29, eerste
lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen," en vervalt ", onderscheidenlijk de
Centrale
organisatie werk en inkomen,".
2. In het derde lid vervalt "of de artikelen
28, tweede lid, en 29, eerste
lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen,".
B.
[MvT]
In artikel 14a, eerste en
derde lid, vervalt "of de artikelen 28, tweede lid, en
29, eerste lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen,".
C.
[MvT]
In artikel 66, eerste lid,
wordt "Onverminderd artikel 28, tweede en derde lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen bepalen burgemeester en
wethouders" vervangen door: Burgemeester en wethouders bepalen.
Art. XV.
Wijziging Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek [MvT]
In artikel 670, eerste lid,
onderdeel b, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek wordt "de Centrale
organisatie werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 4" vervangen door: het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen,
genoemd in hoofdstuk 5.
Art. XVI.
Wijziging van de Wet arbeid en zorg [MvT]
Artikel 1:3, eerste lid,
onderdeel d, van de Wet arbeid en zorg vervalt, onder verlettering van de
onderdelen e en f tot onderdelen d en e.
Art. XVII.
Wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet [MvT]
In artikel 7, zevende lid,
van de Algemene Kinderbijslagwet wordt "de
Centrale
organisatie werk en inkomen" vervangen door: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
Art. XVIII.
Wijziging van de Algemene wet bestuursrecht [MvT]
In artikel 8:41, derde lid,
onderdeel a, onder 1º, van de Algemene wet bestuursrecht wordt
"artikel 21a" vervangen door:
artikel 30d.
Art. XIX.
Wijziging van de Ambtenarenwet [MvT]
In artikel 2, eerste lid,
van de Ambtenarenwet vervalt "en de Raden van advies" en
"de Centrale
organisatie werk en inkomen,".
Art. XX.
Wijziging van de Beroepswet [MvT]
In artikel 22, tweede lid,
onderdeel a, onder 1º, van de Beroepswet wordt "artikel 21a"
vervangen door: artikel 30d.
Art. XXI.
Wijziging van de Handelsregisterwet 2007 [MvT]
In artikel 28, derde lid,
onderdeel d, van de Handelsregisterwet
2007 vervalt ", de Centrale
organisatie werk en inkomen".
Art. XXII.
Wijziging van de Noodwet
Arbeidsvoorziening [MvT
+ bis]
De Noodwet
Arbeidsvoorziening wordt als volgt gewijzigd:
A.
[MvT
+ bis]
In artikel 1, onderdeel b,
wordt "de Centrale
organisatie werk en inkomen, genoemd in
hoofdstuk 4 van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen,
dan wel, voor zover krachtens artikel 4, eerste lid aangewezen, van
een Centrum voor werk en inkomen, genoemd in artikel 24 van
voornoemde
wet" vervangen door: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
B.
[MvT
+ bis]
Artikel 4 vervalt.
C.
[MvT
+ bis]
In artikel 5, tweede lid,
wordt "de Centrale
organisatie werk en inkomen of van een Centrum voor werk en
inkomen" vervangen door "het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen" en wordt "Raad van bestuur van de Centrale
organisatie werk en inkomen" vervangen door "de Raad van bestuur van
het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen".
Art.
XXIII.
Wijziging van de
Remigratiewet [MvT]
In artikel 8j van de Remigratiewet
wordt "de artikelen 8, 13,
34, tweede lid, 35,
55, derde tot en
met vijfde lid, 57, 58,
59, 60, 72,
73, 77, 79,
80, 81, 84 en
86 van die
wet"
vervangen door: de artikelen 5, 9,
10, 35, 55, derde lid,
72, 73, 77,
79, 84 en
86 van die wet .
Art. XXIV.
Wijziging van de Wet arbeid vreemdelingen [MvT]
De Wet arbeid
vreemdelingen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 1, eerste lid,
onderdeel f, komt te luiden:
f. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen,
bedoeld in hoofdstuk 5 van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
B.
[MvT]
In artikel 5, tweede lid,
wordt "de Centrale
organisatie werk en inkomen" vervangen door:
het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
C.
[MvT]
In artikel 8, eerste lid,
onderdeel b, wordt "de Centrale
organisatie werk en inkomen" vervangen door:
het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
D.
[MvT]
In artikel 9, tweede lid,
wordt "de Centrale
organisatie werk en inkomen" vervangen door:
het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
Art. XXV.
Wijziging van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen [MvT]
De Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 43, tweede lid,
wordt "bij de Centrale
organisatie werk en inkomen" vervangen door:
bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
B. [MvT]
In artikel 46, eerste lid,
onderdeel a, wordt "de Centrale
organisatie werk en inkomen" vervangen door:
het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
C.¹ [MvT]
Artikel 65, zoals dat luidt
nadat het bij koninklijke boodschap van 24 augustus 2007 ingediende
voorstel van wet tot aanpassing van bijzondere wetten aan de
vierde tranche van de
Algemene wet bestuursrecht (Aanpassingswet vierde tranche
Awb) (Kamerstukken II 2007-2008, 31 124) tot wet is verheven
en in werking is getreden, komt te luiden:
Art. 65. Nadere
regelgeving
Bij ministeriële regeling
kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:
a. de wijze van
tenuitvoerlegging van de beschikking waarbij is vastgesteld dat
onverschuldigd is betaald;
b. de aanvraag van
loonsuppletie als bedoeld in artikel 67a, van inkomenssuppletie als
bedoeld in artikel 67b en van een voorziening als bedoeld in
artikel
67c.
1. Bij Besluit
van 29 december 2008, Stb. 2008, 601, is bepaald dat onderdeel
C nog niet in werking treedt, red.
Art. XXVI.
Wijziging van de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten [MvT]
De Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten wordt als volgt gewijzigd:
A.
[MvT]
In artikel 35, tweede lid,
wordt "bij de Centrale
organisatie werk en inkomen" vervangen door:
bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
B.
[MvT]
In artikel 38, eerste lid,
onderdeel a, wordt "de Centrale
organisatie werk en inkomen" vervangen door:
het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Art. XXVII.
Wijziging van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur
[MvT
+ bis]
Artikel 27, eerste lid, van
de Wet
bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel g wordt "voor
zover het bestanden betreft waarvan de
gegevens worden verwerkt
door het Inlichtingenbureau, bedoeld in artikel 63 van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, of door de gemeentelijke dienst die
is belast met" vervangen door: voor zover het de verwerking van gegevens
betreft voor.
2. In onderdeel h vervalt "de Centrale
organisatie werk en inkomen,".
Art. XXVIII.
Wijziging van de Wet inburgering [MvT]
De Wet inburgering wordt als
volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 1, eerste lid,
onderdeel q, vervalt, onder verlettering van de onderdelen r en
s tot onderdelen q en r.
B. [MvT]
In artikel 21, eerste lid,
wordt "de desbetreffende eigenrisicodrager, de desbetreffende
overheidswerkgever en de Centrale
organisatie werk en inkomen" vervangen
door: de
desbetreffende eigenrisicodrager en de desbetreffende
overheidswerkgever.
Art.
XXIX.
Wijziging van de Wet Incompatibiliteiten
Staten-Generaal en Europees Parlement [MvT]
De Wet
Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 1, eerste lid,
onderdeel e, vervalt "of de Raad van advies" en "de
Centrale
organisatie werk en inkomen,".
B.
[MvT]
In artikel 2, eerste lid,
onderdeel g, vervalt "of de Raad van advies" en "de
Centrale
organisatie werk en inkomen,".
Art. XXX.
Wijziging van de Wet melding collectief ontslag [MvT]
In artikel 1, onderdeel c,
van de Wet
melding collectief ontslag wordt "de Centrale
organisatie werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 4" vervangen door: het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen,
genoemd in hoofdstuk 5.
Art.
XXXI.
Wijziging van de Wet sociale
werkvoorziening [MvT]
De Wet sociale
werkvoorziening wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 1, eerste lid,
vervalt "Centrale
organisatie werk en inkomen: de Centrale
organisatie werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;".
B. [MvT]
In artikel 4 vervalt "en de Centrale
organisatie werk en inkomen".
C. [MvT]
In artikel 6, derde lid,
wordt "de Centrale
organisatie werk en inkomen" vervangen door: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
D. [MvT]
Artikel 11 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste en tweede
lid wordt "De Centrale
organisatie werk en inkomen" vervangen door:
Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
2. In het derde, vierde,
zesde en zevende lid wordt "de Centrale organisatie werk en inkomen" vervangen door: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
E.
[MvT]
In artikel 13, vijfde lid,
wordt "de Centrale
organisatie werk en inkomen" vervangen door: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
F.
[MvT]
In artikel 14, eerste lid,
wordt "de Centrale
organisatie werk en inkomen" vervangen door:
het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
G.
[MvT]
Artikel 15 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt ", de Centrale
organisatie werk en inkomen".
2. In het vierde en vijfde
lid wordt "de Centrale organisatie werk en inkomen" vervangen door:
het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Art.
XXXII.
Wijziging van het Buitengewoon Besluit
Arbeidsverhoudingen 1945 [MvT]
Het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen
1945 wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 1, onderdeel g, komt
te luiden:
g. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen,
genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
B. [MvT]
Artikel 6 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste, vierde,
vijfde, zesde en tiende lid wordt "de Centrale
organisatie werk en inkomen" vervangen door: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
2. In het zevende en achtste
lid wordt "De Centrale organisatie werk en inkomen" vervangen door:
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
C. [MvT]
In artikel 32 wordt "de Centrale
organisatie werk en inkomen" vervangen door: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
Art.
XXXIII.
Wijziging van de Wet vermindering afdracht
loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen [MvT]
In de artikelen 14, vijfde
lid, onderdeel b, en 30, derde lid, van de Wet
vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen
wordt "de Centrale
organisatie werk en inkomen" vervangen door: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
Art.
XXXIV.
Wijziging van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank [MvT]
Artikel 9e, zesde lid, van
de Wet
verzelfstandiging Informatiseringsbank komt te luiden:
-6. Uit het basisregister
worden desgevraagd kosteloos persoonsgegevens verstrekt aan:
a. de Sociale verzekeringsbank, voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de
Algemene Kinderbijslagwet;
b. het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, voor zover dat noodzakelijk is voor de
uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 30, eerste en vijfde lid,
30a,
30b, 30d en 31 van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
Art.
XXXV.
Wijziging van de Vaarplichtwet [MvT]
In artikel 5, vijfde lid,
van de Vaarplichtwet wordt "de
Centrale
organisatie werk en inkomen" vervangen
door: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
Art.
XXXVa. Eerdere inwerkingtreding Aanpassingswet vierde tranche Awb
Indien het bij koninklijke
boodschap van 24 augustus 2007 ingediende voorstel van wet tot
aanpassing van bijzondere wetten aan de
vierde tranche van de
Algemene wet bestuursrecht (Aanpassingswet vierde tranche
Awb) (Kamerstukken
II 2007-2008, 31 124) nadat het tot wet is verheven, in werking treedt vóór het tijdstip waarop
deze wet, nadat zij tot wet is verheven, in werking treedt, wordt deze
wet gewijzigd als volgt:
A.
In artikel IV, onderdeel H,
wordt "In artikel 20a, eerste en derde lid," vervangen door: In
artikel
20a, eerste en tweede lid,.
B.
In de artikelen VI,
onderdeel E, onder 2, en IX, onderdeel C, onder 2, wordt "In het derde
lid vervalt" vervangen door: in het tweede lid vervalt.
C.
In artikel XIV, onderdeel B, wordt "In artikel 14a, eerste en derde lid," vervangen door: In
artikel
14a, eerste en tweede lid,.
Art.
XXXVI.
Nieuwe grondslagen uitvoeringsregelingen [MvT]
-1. Na de inwerkingtreding
van deze wet berust het Besluit SUWI mede op de
artikelen 5, zesde
lid, 30a, negende lid, 30b, eerste lid, onderdeel d,
62, vierde lid, en 73a
van
de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
-2. Na de inwerkingtreding
van deze wet berust de Regeling SUWI mede op de
artikelen 3, tweede
lid, 31, vierde lid, 49, vijfde lid, en
50, achtste lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
-3. Na de inwerkingtreding
van deze wet berust het Besluit uitvoering
sociale werkvoorziening en begeleid werken mede op artikel 30d, tweede lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
-4. Na de inwerkingtreding
van deze wet berust de Rechtspositieregeling lid Raad van bestuur SVB op
artikel 6, vierde lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
-5. Na de inwerkingtreding
van deze wet berust de Rechtspositieregeling lid Raad van bestuur UWV op
artikel 6, vierde lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
-6. Na de inwerkingtreding
van deze wet berust de Rechtspositieregeling voorzitter Raad van bestuur
SVB op artikel 6, vierde lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
-7. Na de inwerkingtreding
van deze wet berust de Rechtspositieregeling voorzitter Raad van bestuur
UWV op artikel 6, vierde lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
Art.
XXXVII.
Inwerkingtreding [MvT]
De artikelen van deze wet
treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat
voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan
worden vastgesteld.¹
1. Bij Besluit
van 29 december 2008, Stb. 2008, 601, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 januari 2009, met
uitzondering van artikel XXV, onderdeel C,
red.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
29 december 2008
BEATRIX
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
J.P.H. Donner
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J. Klijnsma
Uitgegeven de dertigste
december 2008
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|