|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2004-2005, 2005-2006,
29 934.
Handelingen II 2005-2006, blz. 4370-4385, 4720-4742, 4972-4991,
5844-5845, 6085-6085.
Kamerstukken I 2005-2006, 2006-2007, 2007-2008, 2008-2009, 29 934 (A, B,
C, D, E, F, G, H, I, IH, J, K, L).
Handelingen I 2007-2008, blz. 268-293.
MEMORIE
VAN TOELICHTING bij de Wet dwangsom bij niet tijdig beslissen (1)
MEMORIE
VAN TOELICHTING bij de Wet beroep bij niet tijdig beslissen
(2)
WET van
28 augustus 2009, Stb. 2009, 383, tot aanvulling van de Algemene
wet bestuursrecht met doeltreffendere rechtsmiddelen tegen niet
tijdig beslissen door bestuursorganen (Wet dwangsom en beroep bij
niet tijdig beslissen). Inwerkingtreding: 1 oktober 2009.
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is belanghebbenden doeltreffendere rechtsmiddelen te bieden
tegen het niet tijdig nemen van een besluit door een bestuursorgaan;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art.
I. [MvT1
+ MvT2]
De Algemene wet bestuursrecht wordt als
volgt gewijzigd:
A.
[MvT1]
Het opschrift van afdeling 4.1.3 komt te
luiden:
AFDELING 4.1.3. Beslistermijn en dwangsom bij niet tijdig beslissen
B.
[MvT1]
Na het opschrift van afdeling
4.1.3 wordt
ingevoegd:
§ 4.1.3.1. Beslistermijn
Ba.
[MvT2]
In artikel 4:13, tweede lid, wordt "kennisgeving"
vervangen door: mededeling.
Bb.
[MvT2]
Artikel 4:14, derde lid, komt te luiden:
-3. Indien, bij het ontbreken van een bij wettelijk voorschrift bepaalde
termijn, een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven,
deelt het bestuursorgaan dit binnen deze termijn aan de aanvrager mede
en noemt het daarbij een redelijke termijn binnen welke de beschikking
wel tegemoet kan worden gezien.
Bc.
[MvT2]
Artikel 4:15 komt te luiden:
Art. 4:15.
-1. De termijn voor het geven van een beschikking wordt opgeschort met
ingang van de dag na die waarop het bestuursorgaan:
a. de aanvrager krachtens artikel 4:5
uitnodigt de aanvraag aan te vullen, tot de dag waarop de aanvraag is
aangevuld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken; of
b. de aanvrager mededeelt dat voor de beschikking op de aanvraag
redelijkerwijs noodzakelijke informatie aan een buitenlandse instantie
is gevraagd, tot de dag waarop deze informatie is ontvangen of verder
uitstel niet meer redelijk is.
-2. De termijn voor het geven van een beschikking wordt voorts
opgeschort:
a. gedurende de termijn waarvoor de aanvrager schriftelijk met
uitstel heeft ingestemd;
b. zolang de vertraging aan de aanvrager kan worden toegerekend;
of
c. zolang het bestuursorgaan door overmacht niet in staat is een
beschikking te geven.
-3. In geval van overmacht deelt het bestuursorgaan zo spoedig mogelijk
aan de aanvrager mede dat de beslistermijn is opgeschort, alsmede binnen
welke termijn de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
-4. Indien de opschorting eindigt, doet het bestuursorgaan daarvan in de
gevallen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, of het tweede
lid, onderdeel b en c, zo spoedig mogelijk mededeling aan
de aanvrager, onder vermelding van de termijn binnen welke de
beschikking alsnog moet worden gegeven.
C.
[MvT1]
Na paragraaf 4.1.3.1 (nieuw) wordt een
paragraaf toegevoegd, luidende:
§ 4.1.3.2. Dwangsom bij niet tijdig
beslissen
Art. 4:16. [MvT1]
Deze paragraaf is van toepassing indien dit bij wettelijk voorschrift of
bij besluit van het bestuursorgaan is bepaald.
Art. 4:17. [MvT1]
-1. Indien een beschikking op aanvraag niet tijdig wordt gegeven,
verbeurt het bestuursorgaan aan de aanvrager een dwangsom voor elke dag
dat het in gebreke is, doch voor ten hoogste 42 dagen. De Algemene
termijnenwet is op laatstgenoemde termijn niet van toepassing. [MvT1
+ bis]
-2. De dwangsom bedraagt de eerste veertien dagen €|20,00 per dag, de daaropvolgende veertien dagen €|30,00 per dag en de overige dagen €|40,00 per dag.
[MvT1
+ bis]
-3. De eerste dag waarover de dwangsom verschuldigd is, is de dag waarop
twee weken zijn verstreken na de dag waarop de termijn voor het geven
van de beschikking is verstreken en het bestuursorgaan van de aanvrager
een schriftelijke ingebrekestelling heeft ontvangen.
[MvT1
+ bis + bis]
-4. Indien de aanvraag elektronisch kon worden gedaan, is artikel
4:3a van overeenkomstige toepassing op de ingebrekestelling.
-5. Beroep tegen het niet tijdig geven van de beschikking schort de
dwangsom niet op.
[MvT1
+ bis]
-6. Geen dwangsom is verschuldigd, indien:
[MvT1
+ bis]
a. het bestuursorgaan onredelijk laat in gebreke is gesteld;
b. de aanvrager geen belanghebbende is; of
c. de aanvraag kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond
is.
-7. Indien er meer dan één aanvrager is, is de dwangsom aan ieder van
de aanvragers voor een gelijk deel verschuldigd.
[MvT1
+ bis]
-8. De in het tweede lid genoemde bedragen kunnen bij algemene maatregel
van bestuur worden gewijzigd voor zover de consumentenprijsindex daartoe
aanleiding geeft.
[MvT1
+ bis]
Art. 4:18.
[MvT1]
-1. Het bestuursorgaan stelt de verschuldigdheid en de hoogte van de
dwangsom bij beschikking vast binnen twee weken na de laatste dag
waarover de dwangsom verschuldigd was.
-2. De betaling geschiedt binnen zes weken nadat de beschikking op de
voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.
Art. 4:19.
[MvT1]
-1. Het bezwaar, beroep of hoger beroep tegen de beschikking op de
aanvraag heeft mede betrekking op een beschikking tot vaststelling van
de hoogte van de dwangsom, voor zover de belanghebbende deze beschikking
betwist.
-2. De administratieve rechter kan de beslissing op het beroep of hoger
beroep inzake de beschikking tot vaststelling van de hoogte van de
dwangsom echter verwijzen naar een ander orgaan indien behandeling door
dit orgaan gewenst is.
-3. In beroep of hoger beroep legt de belanghebbende zo mogelijk een
afschrift over van de beschikking die hij betwist.
-4. Het eerste tot en met het derde lid zijn van overeenkomstige
toepassing op een verzoek om voorlopige voorziening.
Art. 4:20.
[MvT1]
Het bestuursorgaan kan onverschuldigd betaalde dwangsommen terugvorderen
voor zover na de dag waarop de beschikking, bedoeld in artikel
4:18, eerste lid, is vastgesteld nog geen vijf jaren zijn
verstreken.
Ca.
[MvT2]
Artikel 6:12 komt te luiden:
Art. 6:12.
-1. Indien het bezwaar of beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen
van een besluit, is het niet aan een termijn gebonden.
-2. Het bezwaar- of beroepschrift kan worden ingediend zodra het
bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen.
-3. Indien tegen het niet tijdig nemen van een besluit beroep openstaat
met toepassing van afdeling 8.2.4a,
kan het beroepschrift worden ingediend zodra:
a. het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen;
en
b. twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het
bestuursorgaan schriftelijk heeft medegedeeld dat het in gebreke is.
-4. Indien redelijkerwijs niet van de belanghebbende kan worden gevergd
dat hij het bestuursorgaan in gebreke stelt, kan het beroepschrift
worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een
besluit te nemen.
-5. Het bezwaar of beroep is niet-ontvankelijk indien het bezwaar- of
beroepschrift onredelijk laat is ingediend.
Cb.
[MvT2]
Artikel 6:20 wordt gewijzigd als volgt:
1.
In het eerste tot en met zesde lid vervalt telkens "op
de aanvraag".
2.
In het tweede lid, onderdeel b, wordt "de
indiener van de aanvraag"
vervangen door: de belanghebbende.
Cc.
[MvT2]
Artikel 7:1, eerste lid, komt te luiden:
-1. Degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een administratieve
rechter in te stellen, dient alvorens beroep in te stellen bezwaar te
maken, tenzij:
a. het besluit in bezwaar of in administratief beroep is genomen;
b. het besluit aan goedkeuring is onderworpen;
c. het besluit een goedkeuring of een weigering daarvan inhoudt;
d. het besluit is voorbereid met toepassing van afdeling
3.4; of
e. tegen het besluit beroep openstaat met toepassing van afdeling
8.2.4a.
D.
[MvT1
+ MvT2]
In de artikelen 7:14 en 7:27
wordt "hoofdstuk 4" telkens vervangen door:
hoofdstuk 4, met
uitzondering van artikel 4:14, eerste lid,
artikel 4:15 en paragraaf
4.1.3.2,.
E.
Na artikel 7:14 wordt een artikel
toegevoegd, luidende:
Art. 7:14a.
Indien door een ander dan de aanvrager bezwaar is gemaakt tegen een
besluit op aanvraag, wordt de aanvrager voor de toepassing van paragraaf
4.1.3.2 gelijkgesteld met de indiener van het bezwaarschrift.
F.
Na artikel 7:27 wordt een artikel
toegevoegd, luidende:
Art. 7:27a.
Indien het beroep tegen een besluit op aanvraag is ingesteld door een
ander dan de aanvrager, wordt de aanvrager voor de toepassing van paragraaf
4.1.3.2 gelijkgesteld met degene die het beroep heeft ingesteld.
G.
[MvT2]
Na afdeling 8.2.4 wordt een nieuwe
afdeling ingevoegd, luidende:
AFDELING 8.2.4A. Beroep bij niet tijdig
beslissen
Art. 8:55a. [MvT2]
-1. Deze afdeling is van toepassing, indien:
a. de wettelijke beslistermijn is overschreden en het
bestuursorgaan geen mededeling heeft gedaan als bedoeld in artikel
4:14, eerste lid;
b. bij het ontbreken van een wettelijke beslistermijn de termijn
van acht weken, bedoeld in artikel 4:13,
tweede lid, is overschreden en het bestuursorgaan geen mededeling heeft
gedaan als bedoeld in artikel 4:14, derde
lid; of
c. het bestuursorgaan niet tijdig beslist op bezwaar of in
administratief beroep en geen mededeling heeft gedaan als bedoeld in artikel
4:14, eerste lid.
-2. Deze afdeling is voorts van toepassing indien paragraaf
4.1.3.2 van toepassing is.
Art. 8:55b. [MvT2]
-1. Indien het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een
besluit, doet de rechtbank binnen acht weken nadat het beroepschrift is
ontvangen en aan de vereisten van artikel 6:5
is voldaan, uitspraak met toepassing van artikel
8:54, tenzij de rechtbank een onderzoek ter zitting nodig acht.
-2. Indien de rechtbank een onderzoek ter zitting nodig acht, deelt zij
dit zo spoedig mogelijk aan partijen mede.
-3. Indien de rechtbank een onderzoek ter zitting nodig acht, behandelt
zij het beroep zo mogelijk met toepassing van artikel
8:52. In dat geval doet de rechtbank zo mogelijk binnen dertien
weken uitspraak.
Art. 8:55c. [MvT2]
Indien het beroep gegrond is, stelt de rechtbank
desgevraagd tevens de
hoogte van de ingevolge artikel 4:17
verbeurde dwangsom vast.
Art. 8:55d. [MvT2]
-1. Indien het beroep gegrond is en nog geen besluit is bekendgemaakt,
bepaalt de rechtbank dat het bestuursorgaan binnen twee weken na de dag
waarop de uitspraak wordt verzonden alsnog een besluit bekendmaakt.
-2. De rechtbank verbindt aan haar uitspraak een nadere dwangsom voor
iedere dag dat het bestuursorgaan in gebreke blijft de uitspraak na te
leven.
-3. In bijzondere gevallen of indien de naleving van andere wettelijke
voorschriften daartoe noopt, kan de rechtbank een andere termijn bepalen
of een andere voorziening treffen.
Art. 8:55e. [MvT2]
-1. Indien tegen de met toepassing van artikel
8:54 gedane uitspraak verzet wordt gedaan, beslist de rechtbank
daarover binnen zes weken.
-2. Artikel 8:55, tweede lid, is niet van
toepassing.
-3. Indien het verzet gegrond is, beslist de rechtbank zo spoedig
mogelijk op het beroep.
Art.
Ia.
Artikel 19 van de Beroepswet
wordt gewijzigd als volgt:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding "-1." geplaatst.
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
-2. Het eerste lid geldt niet indien de uitspraak een beroep tegen het
niet tijdig nemen van een besluit betreft.
Art.
Ib.
Aan artikel 27h, vijfde lid, van de Algemene
wet inzake rijksbelastingen wordt een volzin toegevoegd, luidende:
De eerste volzin geldt niet indien de uitspraak een beroep tegen het
niet tijdig nemen van een besluit betreft.
Art.
II. [MvT1
+ MvT2]
Op 1 januari 2009 wordt de Algemene wet
bestuursrecht gewijzigd als volgt: ¹
1.
De artikelen 4:16 en 8:55a
vervallen.
2.
In artikel 6:12, eerste lid, wordt "bezwaar
of beroep"
vervangen door: beroep.
3.
Artikel 6:12, tweede lid, vervalt, onder
vernummering van het derde tot en met vijfde lid tot tweede tot en met
vierde lid.
4.
In artikel 6:12, tweede lid (nieuw), wordt
de aanhef vervangen door: Het beroepschrift kan worden ingediend zodra.
5.
In artikel 6:12, vierde lid (nieuw), wordt
"bezwaar
of beroep"
vervangen door "beroep" en wordt "bezwaar- of
beroepschrift" vervangen door: beroepschrift.
6.
Artikel 6:20 komt te luiden:
Art. 6:20.
-1. Indien het beroep zich richt tegen het niet tijdig nemen van een
besluit, blijft het bestuursorgaan verplicht dit besluit te nemen,
tenzij de belanghebbende daarbij als gevolg van de beslissing op het
beroep geen belang meer heeft.
-2. Het bestuursorgaan deelt een besluit als bedoeld in het eerste lid
onverwijld mede aan het orgaan waarbij het beroep aanhangig is.
-3. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit heeft mede
betrekking op het alsnog genomen besluit, tenzij dit geheel aan het
beroep tegemoet komt.
-4. De beslissing op het beroep kan echter worden verwezen naar een
ander orgaan waarbij bezwaar of beroep tegen het alsnog genomen besluit
aanhangig is, dan wel kan of kon worden gemaakt of ingesteld.
-5. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan alsnog
gegrond worden verklaard indien de indiener van het beroepschrift
daarbij belang heeft.
7.
Artikel 7:1, eerste lid, onderdeel e,
komt te luiden:
e. het beroep zich richt tegen het niet tijdig nemen van een
besluit.
8.
Artikel 7:1a, tweede lid, komt te
luiden:
-2. Het bestuursorgaan wijst het verzoek in ieder geval af indien tegen
het besluit een ander bezwaarschrift is ingediend waarin eenzelfde
verzoek ontbreekt, tenzij dat andere bezwaarschrift kennelijk
niet-ontvankelijk is.
1. Ingevolge
artikel XXXIa van de Wet van 18
juni 2009 tot wijziging van de Algemene wet
bestuursrecht, de Wet openbaarheid van bestuur en enkele andere wetten
in verband met de inwerkingtreding van de Wet dwangsom en beroep bij
niet tijdig beslissen (Stb. 2009, 384) komt de aanhef van artikel II
te luiden: De Algemene wet
bestuursrecht, zoals deze ingevolge artikel I komt te
luiden, wordt als volgt gewijzigd:.
Art.
IIa.
-1.
Behoudens het bepaalde in het tweede lid heeft de inwerkingtreding van
deze wet geen gevolgen voor bepalingen van provinciale, gemeentelijke en
waterschapsverordeningen ten aanzien van een financiële tegemoetkoming
of dwangsom bij niet tijdig beslissen, noch voor de bevoegdheid om
dergelijke bepalingen vast te stellen.
-2.
De bepalingen van provinciale, gemeentelijke en waterschapsverordeningen
ten aanzien van een financiële tegemoetkoming of dwangsom bij niet
tijdig beslissen, die van kracht zijn op het tijdstip waarop artikel
4:16 van de Algemene wet bestuursrecht
vervalt, zijn met ingang van dat tijdstip van rechtswege vervallen,
evenals de bevoegdheid tot het maken van dergelijke verordeningen ten
aanzien van dit onderwerp.
-3.
Een bestuursorgaan dat krachtens een provinciale, gemeentelijke of
waterschapsverordening een financiële tegemoetkoming of een dwangsom
verschuldigd is indien het bepaalde besluiten niet tijdig neemt, kan ten
aanzien van die besluiten niet een besluit nemen als bedoeld in artikel
4:16 van de Algemene wet bestuursrecht.
Art.
IIb.
Paragraaf 4.1.3.2 van de Algemene
wet bestuursrecht vindt gedurende drie jaren na de datum waarop artikel
4:16 van die wet vervalt geen
toepassing ten aanzien van beschikkingen genomen op grond van de Vreemdelingenwet
2000 of het Soeverein Besluit van 12 december 1813 en ten aanzien
van beslissingen op bezwaar gemaakt tegen zodanige beschikkingen, voor
zover bij wettelijk voorschrift of bij besluit van het bestuursorgaan
niet anders is bepaald.
Art.
III. [MvT1
+ MvT2]
-1. Op het niet tijdig beslissen op een aanvraag die of een bezwaar- of
beroepschrift dat is ingediend vóór het tijdstip waarop paragraaf
4.1.3.2 van de Algemene wet bestuursrecht
van toepassing is geworden, blijft het recht zoals dit gold vóór dat
tijdstip van toepassing.
-2. Op een bezwaar- of beroepschrift tegen het niet tijdig nemen van een
besluit dat is ingediend vóór het tijdstip waarop afdeling
8.2.4a van toepassing is geworden, blijft het recht zoals dit
gold vóór dat tijdstip van toepassing.
Art.
IV. [MvT1]
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Art.
V. [MvT1]
Deze wet wordt aangehaald als: Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig
beslissen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te
’s-Gravenhage, 28 augustus 2009
BEATRIX
De
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
G. ter Horst
De
Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
Uitgegeven
de dertigste september 2009
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|