|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1995-1996, 24 483.
Handelingen II 1995-1996, blz. 2541.
Kamerstukken I 1995-1996, 24 483 (129, 129a).
Handelingen I 1995-1996, zie vergadering d.d. 19 december 1995.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 20 december 1995, Stb.
1995, 686, tot wijziging van de Coördinatiewet
sociale verzekering en
de Werkloosheidswet (franchise Werkloosheidswet).
Inwerkingtreding: 1 januari 1996.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is in het belang van de werkgelegenheid maatregelen te treffen
ter vermindering van de loonkosten en dat een franchise in het
werkgeversdeel van de premie ten behoeve van het Algemeen
Werkloosheidsfonds daartoe een goed middel is;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
[MvT]
Artikel 9 van de Coördinatiewet
sociale verzekering wordt als volgt gewijzigd.
1. Het vierde lid wordt
vervangen door:
-4. Bij de berekening van het loon waarnaar de premie ingevolge de Werkloosheidswet
wordt
geheven, blijft, wat betreft het door de werkgever verschuldigde deel
van de premie die ten gunste komt van het Algemeen Werkloosheidsfonds,
het bij dezelfde werkgever genoten loon buiten aanmerking tot een bedrag dat wordt verkregen door vermenigvuldiging van een door Onze Minister
vastgesteld bedrag met het aantal dagen van het
premiebetalingstijdvak waarover de werknemer het loon heeft genoten.
2. Het zevende lid wordt
vervangen door:
-7. Indien voor een werknemer
die gelijktijdig tot meer dan één werkgever in
dienstbetrekking staat door zijn gezamenlijke werkgevers premie is betaald over een
hoger loonbedrag dan het bedrag, bedoeld in het eerste onderscheidenlijk
tweede lid, wordt, op aanvraag van werkgever dan wel werknemer,
de premievaststelling herzien. Bij die herziening wordt het voor de
premieberekening in aanmerking komende loon vastgesteld naar
evenredigheid van het ten laste van die werkgevers genoten loon en blijft, bij
de berekening van het loon waarnaar de premie op grond van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering onderscheidenlijk de Werkloosheidswet wordt
vastgesteld, het voor premieberekening in aanmerking
komende loon buiten aanmerking tot een evenredig deel van de
bedragen, bedoeld in het derde onderscheidenlijk vierde lid. Het te veel
betaalde wordt aan de werkgevers terugbetaald.
Art.
II. [MvT]
Artikel 81 van de Werkloosheidswet wordt als volgt gewijzigd.
Het derde lid wordt
vervangen door:
-3. Het deel van de premie
dat ten gunste komt van het Algemeen Werkloosheidsfonds is wat
betreft het totaal van de verschuldigde premies voor het Algemeen
Werkloosheidsfonds voor de helft door de werkgevers en voor de helft
door de werknemers verschuldigd.
Art.
III. [MvT]
Indien het bij koninklijke
boodschap van 18 oktober 1995 ingediende voorstel van Wet
vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen
(Kamerstukken II 1995-1996, 24 458) op of na de datum van inwerkingtreding
van deze wet tot wet wordt verheven, vervalt artikel 49 van
die
wet.
Art. IV.
Deze wet treedt in werking
met ingang van 1 januari 1996.
Lasten en bevelen dat deze
in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
20 december 1995
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
R.L.O. Linschoten
Uitgegeven de achtentwintigste
december 1995
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|