|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1994-1995, 1995-1996, 23 971.
Handelingen II 1995-1996, blz. 5 189.
Kamerstukken I 1995-1996, 23 971 (255, 255a).
Handelingen I 1995-1996, blz. 1597.
WET van 24 mei 1996, Stb.
1996, 302, houdende bijzondere bepalingen voor de
toepassing van de socialezekerheidswetten in verband
met de Wet
brutering overhevelingstoeslag lonen (Wet gevolgen brutering
uitkeringsregelingen). Inwerkingtreding: 1 januari 1998.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie
Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz.
enz.
Allen, die deze zullen zien
of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging
genomen hebben, dat het, gelet op de uit de Wet
brutering overhevelingstoeslag lonen voortvloeiende brutering van lonen en uitkeringen per 1
januari 1998, wenselijk is om de gevolgen van de brutering voor de
uitkeringen op grond van een aantal socialezekerheidswetten
nader te
regelen;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
[Voor de Beroepswet relevante artikelen, red.]
HOOFDSTUK
5
Beroepswet
Art. 23.
De Beroepswet wordt
gewijzigd als volgt:
In de bijlage bij de
Beroepswet, onderdeel C, wordt na onderdeel 20 een onderdeel 20a ingevoegd,
luidende:
20a. Wet gevolgen brutering uitkeringsregelingen.
HOOFDSTUK
6
Slotbepalingen
Art. 29.
Deze wet treedt in werking
met ingang van 1 januari 1998.
Art. 30.
Deze wet wordt aangehaald
als: Wet gevolgen brutering uitkeringsregelingen.
Lasten en bevelen dat deze
in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
24 mei 1996
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
R.L.O. Linschoten
Uitgegeven de twintigste
juni
1996
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|