|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1993-1994, 1994-1995, 1995-1996, 23 700.
Handelingen II 1995-1996, blz. 3634-3673, 3782-3783.
Kamerstukken I 1995-1996, 23 700 (188, 188a, 188b, 188c).
Handelingen I 1995-1996, zie vergadering d.d. 18 juni 1996.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 20 juni 1996, Stb.
1996, 333, tot aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht
(Derde tranche Algemene wet bestuursrecht). Inwerkingtreding: 1 januari 1998 (Stb. 1997,
581).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het,
ter nadere uitwerking van artikel 107, tweede lid, van de
Grondwet,
gewenst is de Algemene wet bestuursrecht aan te vullen met bepalingen
inzake mandaat en delegatie, inzake toezicht op bestuursorganen, inzake
subsidies, inzake beleidsregels en inzake handhaving;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
De Algemene wet bestuursrecht wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 1:3 wordt een
vierde lid toegevoegd, luidende:
-4. Onder beleidsregel wordt
verstaan: een bij besluit vastgestelde algemene regel, niet zijnde
een algemeen verbindend voorschrift, omtrent de afweging van belangen, de
vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij
het gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan.
B. [MvT]
Artikel 3:41 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de
aanduiding "-1." geplaatst.
2. Toegevoegd wordt een
tweede lid, luidende:
-2. Indien de bekendmaking
van het besluit niet kan geschieden op de wijze als voorzien in het
eerste lid, geschiedt zij op een andere geschikte wijze.
C. [MvT]
Artikel 3:42 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de
aanduiding "-1." geplaatst.
2. Toegevoegd wordt een
tweede lid, luidende:
-2. Indien alleen van de
zakelijke inhoud wordt kennisgegeven, wordt het besluit tegelijkertijd
ter inzage gelegd. In de kennisgeving wordt vermeld waar en wanneer het
besluit ter inzage ligt.
D.
Na artikel 3:45 wordt een
nieuwe afdeling toegevoegd, luidende:
AFDELING 3.7. Motivering
[MvT]
Art. 3:46. [MvT]
Een besluit dient te
berusten op een deugdelijke motivering.
Art. 3:47. [MvT]
-1. De motivering wordt
vermeld bij de bekendmaking van het besluit.
-2. Daarbij wordt zo mogelijk
vermeld krachtens welk wettelijk voorschrift het besluit
wordt genomen.
-3. Indien de motivering in
verband met de vereiste spoed niet aanstonds bij de
bekendmaking van het besluit kan worden vermeld, verstrekt het bestuursorgaan
deze binnen één week na de bekendmaking.
-4. In dat geval zijn de
artikelen 3:41 tot en met 3:43 van overeenkomstige toepassing.
Art. 3:48. [MvT]
-1. De vermelding van de
motivering kan achterwege blijven indien redelijkerwijs kan worden
aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat.
-2. Verzoekt een
belanghebbende binnen een redelijke termijn om de motivering, dan wordt deze
zo spoedig mogelijk verstrekt.
Art. 3:49. [MvT]
Ter motivering van een
besluit of een onderdeel daarvan kan worden volstaan met een verwijzing
naar een met het oog daarop uitgebracht advies indien het advies
zelf de motivering bevat en van het advies kennis is of wordt gegeven.
Art. 3:50. [MvT]
Indien het bestuursorgaan
een besluit neemt dat afwijkt van een met het oog daarop krachtens
wettelijk voorschrift uitgebracht advies, wordt zulks met de redenen voor de
afwijking in de motivering vermeld.
E. [MvT]
Artikel 4:12 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de
aanduiding "-1." geplaatst.
2. Toegevoegd wordt een
tweede lid, luidende:
-2. Het eerste lid geldt niet
bij een beschikking die strekt tot:
a. het op grond van artikel
4:35 of met toepassing van artikel 4:51 weigeren van een subsidie;
b. het op grond van artikel 4:46, tweede lid, lager vaststellen van een
subsidie; of
c. het intrekken of ten
nadele van de ontvanger wijzigen van een subsidieverlening of een
subsidievaststelling.
F. [MvT]
Afdeling 4.1.4 vervalt.
G.
Na titel 4.1 worden twee
nieuwe titels ingevoegd, luidende:
TITEL 4.2. Subsidies [MvT]
AFDELING 4.2.1. Inleidende bepalingen
[MvT]
Art. 4:21. [MvT
+ bis]
-1. Onder subsidie wordt
verstaan: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan
verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan
als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of
diensten.
-2. Deze titel is niet van
toepassing op aanspraken of verplichtingen die voortvloeien uit een
wettelijk voorschrift inzake belastingen of de heffing van een premie dan wel een
premievervangende belasting ingevolge de Wet financiering
volksverzekeringen. [MvT
+ bis + bis]
-3. Deze titel is niet van
toepassing op de aanspraak op financiële middelen die wordt verstrekt
op grond van een wettelijk voorschrift dat uitsluitend voorziet in
verstrekking aan rechtspersonen die krachtens publiekrecht zijn ingesteld.
[MvT
+ bis + bis]
-4. Deze titel is van
overeenkomstige toepassing op de bekostiging van het onderwijs en onderzoek.
[MvT
+ bis + bis]
Art. 4:22. [MvT
+ bis]
Onder subsidieplafond wordt
verstaan: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste
beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens een
bepaald wettelijk voorschrift.
Art. 4:23. [MvT
+ bis]
-1. Een bestuursorgaan
verstrekt slechts subsidie op grond van een wettelijk voorschrift dat
regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt. [MvT
+ bis]
-2. Indien een zodanig
wettelijk voorschrift is opgenomen in een niet op een wet berustende algemene
maatregel van bestuur, vervalt dat voorschrift vier jaren nadat
het in werking is getreden, tenzij voor dat tijdstip een voorstel van
wet bij de Staten-Generaal is ingediend waarin de subsidie wordt geregeld.
[MvT
+ bis]
-3. Het eerste lid is niet
van toepassing: [MvT
+ bis]
a. in afwachting van de
totstandkoming van een wettelijk voorschrift gedurende ten hoogste één
jaar of totdat een binnen dat jaar bij de Staten-Generaal ingediend
wetsvoorstel is verworpen of tot wet is verheven en in werking is
getreden;
b. indien de subsidie
rechtstreeks op grond van een door de Raad van de Europese Unie, het
Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of de Commissie van de Europese
Gemeenschappen vastgesteld programma wordt verstrekt;
c. indien de begroting de subsidieontvanger en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan
worden vastgesteld, vermeldt; of
d. in incidentele gevallen,
mits de subsidie voor ten hoogste vier jaren wordt verstrekt.
-4. Het bestuursorgaan
publiceert jaarlijks een verslag van de verstrekking van subsidies
met toepassing van het derde lid, onderdeel a en d. [MvT
+ bis]
Art. 4:24. [MvT
+ bis]
Indien een subsidie op een
wettelijk voorschrift berust, wordt ten minste eenmaal in de vijf jaren een
verslag gepubliceerd over de doeltreffendheid en de effecten van de
subsidie in de praktijk, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.
AFDELING 4.2.2. Het subsidieplafond
[MvT]
Art. 4:25. [MvT
+ bis]
-1. Een subsidieplafond kan
slechts bij of krachtens wettelijk voorschrift worden vastgesteld. [MvT
+ bis]
-2. Een subsidie wordt
geweigerd voor zover door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond
zou worden overschreden. [MvT
+ bis]
-3. Indien niet tijdig, dan
wel in bezwaar of beroep of ter uitvoering van een rechterlijke uitspraak
omtrent verstrekking wordt beslist, geldt de verplichting van het tweede
lid slechts voor zover zij ook gold op het tijdstip waarop de
beslissing in eerste aanleg werd genomen of had moeten worden genomen.
Art. 4:26. [MvT
+ bis]
-1. Bij of krachtens
wettelijk voorschrift wordt bepaald hoe het beschikbare bedrag wordt
verdeeld.
-2. Bij de bekendmaking van
het subsidieplafond wordt de wijze van verdeling vermeld. [MvT
+ bis
+ bis]
Art. 4:27. [MvT
+ bis]
-1. Het subsidieplafond wordt
bekendgemaakt vóór de aanvang van het tijdvak waarvoor het is
vastgesteld.
-2. Indien het
subsidieplafond of een verlaging daarvan later wordt bekendgemaakt, heeft deze
bekendmaking geen gevolgen voor voordien ingediende aanvragen.
Art. 4:28. [MvT
+ bis]
Artikel 4:27, tweede lid, is
niet van toepassing, indien:
a. de aanvragen voor het
tijdvak waarvoor het subsidieplafond is vastgesteld ingevolge
wettelijk voorschrift moeten worden ingediend op een tijdstip waarop de
begroting nog niet is vastgesteld of goedgekeurd;
b. het een verlaging betreft
die voortvloeit uit de vaststelling of goedkeuring van de begroting; en
c. bij de bekendmaking van
het subsidieplafond is gewezen op de mogelijkheid van verlaging
en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen.
AFDELING 4.2.3. De subsidieverlening
[MvT]
Art. 4:29. [MvT]
Tenzij bij wettelijk
voorschrift anders is bepaald, kan voorafgaand aan een subsidievaststelling een
beschikking omtrent subsidieverlening worden gegeven indien een
aanvraag daartoe is ingediend vóór de afloop van de activiteit of
het tijdvak waarvoor de subsidie wordt gevraagd.
Art. 4:30. [MvT]
-1. De beschikking tot
subsidieverlening bevat een omschrijving van de activiteiten waarvoor
subsidie wordt verleend. [MvT]
-2. De omschrijving kan later
worden uitgewerkt, voor zover de beschikking tot
subsidieverlening dit vermeldt. [MvT]
Art. 4:31. [MvT]
-1. De beschikking tot
subsidieverlening vermeldt het bedrag van de subsidie, dan wel de wijze
waarop dit bedrag wordt bepaald. [MvT]
-2. Indien de beschikking tot
subsidieverlening het bedrag van de subsidie niet vermeldt,
vermeldt zij het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden
vastgesteld, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. [MvT]
Art. 4:32. [MvT]
Een subsidie in de vorm van
een periodieke aanspraak op financiële middelen wordt verleend voor
een bepaald tijdvak, dat in de beschikking tot subsidieverlening wordt
vermeld.
Art. 4:33. [MvT]
Een subsidie kan niet worden
verleend onder de voorwaarde dat uitsluitend het
bestuursorgaan of uitsluitend de subsidieontvanger een bepaalde handeling verricht,
tenzij het betreft de voorwaarde dat:
a. de subsidieontvanger
medewerkt aan de totstandkoming van een overeenkomst ter uitvoering
van de beschikking tot subsidieverlening; of
b. de subsidieontvanger
aantoont dat een gebeurtenis, niet zijnde een handeling van het
bestuursorgaan of van de subsidieontvanger, heeft plaatsgevonden.
Art. 4:34. [MvT]
-1. Voor zover een subsidie
wordt verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld
of goedgekeurd, kan zij worden verleend onder de voorwaarde dat voldoende
gelden ter beschikking worden gesteld.
-2. De voorwaarde kan niet
worden gesteld voor zover zulks voortvloeit uit het wettelijk
voorschrift waarop de subsidie berust.
-3. De voorwaarde vervalt
indien het bestuursorgaan daarop niet binnen vier weken na de
vaststelling of goedkeuring van de begroting een beroep heeft gedaan.
-4. Het beroep op de
voorwaarde geschiedt bij een subsidie voor een activiteit die door het
bestuursorgaan ook in het voorafgaande begrotingsjaar werd gesubsidieerd door een
intrekking wegens veranderde omstandigheden
overeenkomstig artikel 4:50.
-5. In andere gevallen
geschiedt het beroep op de voorwaarde door een intrekking overeenkomstig
artikel 4:48, eerste lid.
Art. 4:35. [MvT]
-1. De subsidieverlening kan
in ieder geval worden geweigerd indien een gegronde reden bestaat
om aan te nemen dat: [MvT]
a. de activiteiten niet of
niet geheel zullen plaatsvinden;
b. de aanvrager niet zal
voldoen aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
c. de aanvrager niet op een
behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen omtrent de
verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en
inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang
zijn.
-2. De subsidieverlening kan
voorts in ieder geval worden geweigerd, indien de aanvrager: [MvT]
a. in het kader van de
aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking
van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag
zouden hebben geleid; of
b. failliet is verklaard of
aan hem surséance van betaling is verleend, dan wel een verzoek daartoe
bij de rechtbank is ingediend.
Art. 4:36. [MvT]
-1. Ter uitvoering van de
beschikking tot subsidieverlening kan een overeenkomst worden
gesloten.
-2. Tenzij bij wettelijk
voorschrift anders is bepaald of de aard van de subsidie zich daartegen
verzet, kan in de overeenkomst worden bepaald dat de subsidieontvanger
verplicht is de activiteiten te verrichten waarvoor de subsidie is
verleend.
AFDELING 4.2.4. Verplichtingen van de subsidieontvanger
[MvT]
Art. 4:37. [MvT
+ bis]
-1. Het bestuursorgaan kan de subsidieontvanger verplichtingen opleggen met betrekking tot:
[MvT
+ bis]
a. aard en omvang van de
activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend;
b. de administratie van aan
de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten;
c. het vóór de
subsidievaststelling verstrekken van gegevens en bescheiden die nodig zijn
voor een beslissing omtrent de subsidie;
d. de te verzekeren risico’s;
e. het stellen van zekerheid
voor verleende voorschotten;
f. het afleggen van rekening
en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan
verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling
van de subsidie van belang zijn;
g. het beperken of wegnemen
van de nadelige gevolgen van de subsidie voor derden.
-2. Indien een verplichting
als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt opgelegd, zijn de
artikelen 4:3 en 4:4 van overeenkomstige toepassing.
[MvT
+ bis]
Art. 4:38. [MvT
+ bis]
-1. Het bestuursorgaan kan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de
subsidie. [MvT
+ bis]
-2. Indien de subsidie op een
wettelijk voorschrift berust, worden de verplichtingen opgelegd bij
wettelijk voorschrift of krachtens wettelijk voorschrift bij de
subsidieverlening. [MvT
+ bis]
-3. Indien de subsidie niet
op een wettelijk voorschrift berust, kunnen de verplichtingen worden
opgelegd bij de subsidieverlening. [MvT
+ bis]
Art. 4:39. [MvT
+ bis]
-1. Verplichtingen die niet
strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie kunnen slechts
aan de subsidie worden verbonden voor zover dit bij wettelijk
voorschrift is bepaald.
-2. Verplichtingen als
bedoeld in het eerste lid kunnen slechts betrekking hebben op de wijze waarop of
de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht.
Art. 4:40. [MvT
+ bis]
De verplichtingen kunnen na
de subsidieverlening worden uitgewerkt, voor zover de beschikking
tot subsidieverlening dit vermeldt.
Art. 4:41. [MvT
+ bis]
-1. In de gevallen, genoemd
in het tweede lid, is de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken
van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor een vergoeding
verschuldigd aan het bestuursorgaan, mits:
a. dit bij wettelijk
voorschrift of, indien de subsidie niet op een wettelijk voorschrift berust, bij de
subsidieverlening is bepaald; en
b. daarbij is aangegeven hoe
de hoogte van de vergoeding wordt bepaald.
-2. De vergoeding is slechts
verschuldigd, indien:
a. de subsidieontvanger
voor de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde goederen
vervreemdt of bezwaart of de bestemming daarvan wijzigt;
b. de subsidieontvanger een
schadevergoeding ontvangt voor verlies of beschadiging van voor de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of
bestemde goederen;
c. de gesubsidieerde
activiteiten geheel of gedeeltelijk worden beëindigd;
d. de subsidieverlening of
de subsidievaststelling wordt ingetrokken of de subsidie wordt beëindigd; of
e. de rechtspersoon die de
subsidie ontving, wordt ontbonden.
-3. De vergoeding wordt
vastgesteld binnen één jaar nadat het bestuursorgaan op de hoogte is gekomen of
kon zijn van de gebeurtenis die het recht op vergoeding deed
ontstaan, doch in ieder geval binnen vijf jaren na de bekendmaking van de
laatste beschikking tot subsidievaststelling.
AFDELING 4.2.5. De subsidievaststelling
[MvT]
Art. 4:42. [MvT]
De beschikking tot
subsidievaststelling stelt het bedrag van de subsidie vast en geeft aanspraak op
betaling van het vastgestelde bedrag overeenkomstig afdeling
4.2.7.
Art. 4:43. [MvT]
-1. Indien geen beschikking
tot subsidieverlening is gegeven, bevat de beschikking tot
subsidievaststelling een aanduiding van de activiteiten waarvoor subsidie wordt
verstrekt.
-2. De artikelen 4:32, 4:35,
tweede lid, 4:38 en 4:39 zijn van overeenkomstige toepassing.
Art. 4:44. [MvT]
-1. Indien een beschikking
tot subsidieverlening is gegeven, dient de subsidieontvanger na afloop
van de activiteiten of het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend een
aanvraag tot vaststelling van de subsidie in, tenzij:
a. de subsidie met
toepassing van artikel 4:47, onderdeel a, ambtshalve wordt vastgesteld;
b. bij wettelijk voorschrift
of bij de subsidieverlening is bepaald dat de aanvraag wordt ingediend
telkens na afloop van een gedeelte van het tijdvak waarvoor de subsidie
is verleend; of
c. de vaststelling van de
subsidie bij een overeenkomst als bedoeld in artikel
4:36, eerste lid,
anders is geregeld.
-2. Indien bij wettelijk
voorschrift geen termijn is bepaald, wordt de aanvraag tot vaststelling
ingediend binnen een bij de subsidieverlening te bepalen termijn.
-3. Indien voor de indiening
van de aanvraag tot vaststelling geen termijn is bepaald of de
aanvraag na afloop van de daarvoor bepaalde termijn niet is ingediend,
kan het bestuursorgaan de subsidieontvanger een termijn stellen binnen
welke de aanvraag moet zijn ingediend.
-4. Indien na afloop van deze
termijn geen aanvraag is ingediend, kan de subsidie ambtshalve worden vastgesteld.
Art. 4:45. [MvT]
-1. Bij de aanvraag tot
subsidievaststelling toont de aanvrager aan dat de activiteiten hebben
plaatsgevonden overeenkomstig de aan de subsidie verbonden
verplichtingen, tenzij de subsidie vóór de aanvang van de activiteiten wordt
vastgesteld.
-2. Bij de aanvraag tot
subsidievaststelling legt de aanvrager rekening en verantwoording af omtrent
de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover
deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn.
Art. 4:46. [MvT]
-1. Indien een beschikking
tot subsidieverlening is gegeven, stelt het bestuursorgaan de subsidie
overeenkomstig de subsidieverlening vast. [MvT]
-2. De subsidie kan lager
worden vastgesteld, indien: [MvT]
a. de activiteiten waarvoor
subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden;
b. de subsidieontvanger
niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
c. de subsidieontvanger
onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking
van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de
aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid; of
d. de subsidieverlening
anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te
weten.
-3. Voor zover het bedrag van
de subsidie afhankelijk is van de werkelijke kosten van de activiteiten
waarvoor subsidie is verleend, worden kosten die in redelijkheid
niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd bij de vaststelling van de
subsidie niet in aanmerking genomen. [MvT]
Art. 4:47. [MvT]
Het bestuursorgaan kan de
subsidie geheel of gedeeltelijk ambtshalve vaststellen, indien:
a. bij wettelijk voorschrift
of bij de subsidieverlening een termijn is bepaald binnen welke de
subsidie ambtshalve wordt vastgesteld;
b. toepassing wordt gegeven
aan artikel 4:44, vierde lid; of
c. de beschikking tot
subsidieverlening of de beschikking tot subsidievaststelling wordt ingetrokken of ten
nadele van de ontvanger wordt gewijzigd.
AFDELING 4.2.6. Intrekking en wijziging
[MvT]
Art. 4:48. [MvT
+ bis]
-1. Zolang de subsidie niet
is vastgesteld, kan het bestuursorgaan de subsidieverlening intrekken
of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen, indien:
a. de activiteiten waarvoor
subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden of
zullen plaatsvinden;
b. de subsidieontvanger
niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
c. de subsidieontvanger
onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking
van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de
aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid;
d. de subsidieverlening
anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te
weten; of
e. met toepassing van
artikel 4:34, vijfde lid, een beroep wordt gedaan op de voorwaarde dat
voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.
-2. De intrekking of
wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verleend,
tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.
Art. 4:49. [MvT
+ bis]
-1. Het bestuursorgaan kan de
subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de ontvanger
wijzigen:
a. op grond van feiten of
omstandigheden waarvan het bij de subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de
hoogte kon zijn en op grond waarvan de subsidie lager dan
overeenkomstig de subsidieverlening zou zijn vastgesteld;
b. indien de
subsidievaststelling onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te
weten; of
c. indien de subsidieontvanger na de subsidievaststelling niet heeft voldaan aan aan de subsidie
verbonden verplichtingen.
-2. De intrekking of
wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is vastgesteld,
tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.
-3. De subsidievaststelling
kan niet meer worden ingetrokken of ten nadele van de ontvanger
worden gewijzigd indien vijf jaren zijn verstreken sedert de dag waarop zij is
bekendgemaakt dan wel, in het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel
c, sedert de dag waarop de handeling in strijd met de verplichting is
verricht of de dag waarop aan de verplichting had moeten zijn voldaan.
Art. 4:50. [MvT
+ bis]
-1. Zolang de subsidie niet
is vastgesteld, kan het bestuursorgaan de subsidieverlening met
inachtneming van een redelijke termijn intrekken of ten nadele van de
subsidieontvanger wijzigen:
a. voor zover de
subsidieverlening onjuist is;
b. voor zover veranderde
omstandigheden of gewijzigde inzichten zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van
de subsidie verzetten; of
c. in andere bij wettelijk
voorschrift geregelde gevallen.
-2. Bij intrekking of
wijziging op grond van het eerste lid, onderdeel a of b, vergoedt het
bestuursorgaan de schade die de subsidieontvanger lijdt doordat hij in vertrouwen op
de subsidie anders heeft gehandeld dan hij zonder subsidie zou hebben
gedaan.
Art. 4:51. [MvT
+ bis]
-1. Indien aan een subsidieontvanger voor drie of meer achtereenvolgende jaren subsidie is verstrekt
voor dezelfde of in hoofdzaak dezelfde voortdurende activiteiten,
geschiedt gehele of gedeeltelijke weigering van de subsidie voor een daarop
aansluitend tijdvak op de grond dat veranderde omstandigheden of
gewijzigde inzichten zich tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting
van de subsidie verzetten, slechts met inachtneming van een
redelijke termijn. [MvT
+ bis]
-2. Voor zover aan het einde
van het tijdvak waarvoor subsidie is verleend sedert de
bekendmaking van het voornemen tot weigering voor een daarop aansluitend
tijdvak nog geen redelijke termijn is verstreken, wordt de subsidie voor het
resterende deel van die termijn verleend, zo nodig in afwijking van
artikel 4:25, tweede lid. [MvT
+ bis]
AFDELING 4.2.7. Betaling en terugvordering
[MvT]
Art. 4:52. [MvT]
-1. Het subsidiebedrag wordt
overeenkomstig de subsidievaststelling betaald, onder verrekening
van de betaalde voorschotten.
-2. Het subsidiebedrag wordt
binnen vier weken na de subsidievaststelling betaald, tenzij bij
wettelijk voorschrift anders is bepaald.
-3. Indien de subsidie niet
op een wettelijk voorschrift berust, kan bij de subsidieverlening, of,
indien geen beschikking tot subsidieverlening is gegeven, bij de
subsidievaststelling, een andere termijn worden bepaald waarbinnen het
subsidiebedrag wordt betaald.
Art. 4:53. [MvT]
-1. Het subsidiebedrag kan in
gedeelten worden betaald, mits bij wettelijk voorschrift is
bepaald hoe de gedeelten worden berekend en op welke tijdstippen zij worden
betaald.
-2. Indien de subsidie niet
op een wettelijk voorschrift berust, kan het subsidiebedrag in gedeelten
worden betaald, mits bij de subsidieverlening, of, indien geen beschikking
tot subsidieverlening is gegeven, bij de subsidievaststelling, is
bepaald hoe de gedeelten worden berekend en op welke tijdstippen zij
worden betaald.
Art. 4:54. [MvT]
-1. Het bestuursorgaan kan de subsidieontvanger voorschotten verlenen, voor zover dit bij
wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening is bepaald.
-2. De beschikking tot
voorschotverlening vermeldt het bedrag van het voorschot, dan wel de wijze
waarop dit bedrag wordt bepaald.
Art. 4:55. [MvT]
-1. Voorschotten worden
overeenkomstig de voorschotverlening betaald.
-2. Het voorschot worden
binnen vier weken na de voorschotverlening betaald, tenzij bij
wettelijk voorschrift of bij de voorschotverlening anders is bepaald.
Art. 4:56. [MvT]
De verplichting tot betaling
van een subsidiebedrag of een voorschot wordt opgeschort met ingang
van de dag waarop het bestuursorgaan aan de subsidieontvanger
schriftelijk kennis geeft van het ernstige vermoeden dat er grond
bestaat om toepassing te geven aan artikel 4:48 of
4:49, tot en met de dag
waarop de beschikking omtrent de intrekking of wijziging is bekendgemaakt
of de dag waarop sedert de kennisgeving van het ernstige vermoeden
dertien weken zijn verstreken.
Art. 4:57. [MvT]
Onverschuldigd betaalde
subsidiebedragen en voorschotten kunnen worden teruggevorderd voor
zover na de dag waarop de subsidie is vastgesteld, dan wel de
handeling als bedoeld in artikel 4:49, eerste lid, onderdeel c, heeft
plaatsgevonden, nog geen vijf jaren zijn verstreken.
AFDELING 4.2.8. Per boekjaar verstrekte subsidies aan rechtspersonen
[MvT]
§ 4.2.8.1. Inleidende
bepalingen [MvT]
Art. 4:58. [MvT
+ bis]
-1. Deze afdeling is van
toepassing op per boekjaar verstrekte subsidies indien dat bij wettelijk
voorschrift of bij besluit van het bestuursorgaan is bepaald. [MvT
+ bis]
-2. Bij algemene maatregel
van bestuur kan worden bepaald dat deze afdeling van toepassing is
op daarbij aangewezen subsidies. [MvT
+ bis]
Art. 4:59. [MvT
+ bis]
-1. Het bestuursorgaan dat
met toepassing van deze afdeling een subsidie verleent, kan één of
meer toezichthouders aanwijzen die zijn belast met het toezicht op
de naleving van de aan de ontvanger van die subsidie opgelegde
verplichtingen.
-2. De toezichthouder
beschikt niet over de bevoegdheden, vermeld in de artikelen 5:18 en
5:19.
§ 4.2.8.2. De
aanvraag [MvT]
Art. 4:60. [MvT
+ bis]
Tenzij bij wettelijk
voorschrift anders is bepaald, wordt de aanvraag van de subsidie uiterlijk
dertien weken vóór de aanvang van het boekjaar ingediend.
Art. 4:61. [MvT
+ bis]
-1. De aanvraag van de
subsidie gaat in ieder geval vergezeld van:
a. een activiteitenplan,
tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte is; en
b. een begroting, tenzij
deze voor de berekening van het bedrag van de subsidie niet van belang is.
-2. Indien de aanvrager
beschikt over een egalisatiereserve als bedoeld in artikel
4:72, vermeldt de
aanvraag de omvang daarvan.
Art. 4:62. [MvT
+ bis]
Het activiteitenplan behelst
een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd en
de daarmee nagestreefde doelstellingen en vermeldt per activiteit de
daarvoor benodigde personele en materiële middelen.
Art. 4:63. [MvT
+ bis]
-1. De begroting behelst een
overzicht van de voor het boekjaar geraamde inkomsten en
uitgaven van de aanvrager, voor zover deze betrekking hebben op de
activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd.
-2. De begrotingsposten
worden ieder afzonderlijk van een toelichting voorzien.
-3. Tenzij voor de
activiteiten waarop de aanvraag betrekking heeft nog niet eerder subsidie werd
verstrekt, behelst de begroting een vergelijking met de begroting van het
lopende boekjaar en de gerealiseerde inkomsten en uitgaven van het jaar
voorafgaand aan het lopende boekjaar.
Art. 4:64. [MvT
+ bis]
-1. Tenzij de aanvraag wordt
ingediend door een krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersoon,
gaat deze, indien voor het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar geen
subsidie werd aangevraagd, voorts vergezeld van:
a. een afschrift van de
oprichtingsakte van de rechtspersoon dan wel van de statuten zoals deze
laatstelijk zijn gewijzigd; en
b. de laatst opgemaakte
jaarrekening als bedoeld in artikel 361 van Boek
2 van het Burgerlijk Wetboek dan wel de balans en de staat van baten en lasten en de
toelichting daarop of, indien deze bescheiden ontbreken, een verslag over
de financiële positie van de aanvrager op het moment van de aanvraag.
-2. De in het eerste lid,
onderdeel b, bedoelde bescheiden dan wel het verslag over de
financiële positie zijn voorzien van een van een accountant als bedoeld in
artikel 393, eerste lid, van Boek
2 van het Burgerlijk Wetboek afkomstige schriftelijke verklaring omtrent de getrouwheid
onderscheidenlijk een mededeling, inhoudende dat van onjuistheden niet is
gebleken.
-3. Bij wettelijk voorschrift
of bij besluit van het bestuursorgaan kan vrijstelling of ontheffing
worden verleend van het in het tweede lid bepaalde.
Art. 4:65. [MvT
+ bis
+ bis]
Voor zover de aanvrager voor
dezelfde begrote uitgaven tevens subsidie heeft aangevraagd bij één of
meer andere bestuursorganen, doet hij daarvan mededeling in de
aanvraag, onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot de
beoordeling van die aanvraag of aanvragen.
§ 4.2.8.3. De
subsidieverlening [MvT]
Art. 4:66. [MvT
+ bis]
De subsidie wordt slechts
verleend aan een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid.
Art. 4:67. [MvT
+ bis]
-1. De subsidie wordt voor
een boekjaar of voor een bepaald aantal boekjaren verleend.
-2. Indien de subsidie voor
twee of meer boekjaren wordt verleend, wordt aan de subsidie de
verplichting verbonden tot het periodiek aan het bestuursorgaan verstrekken
van de gegevens die voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn.
-3. De beschikking tot
subsidieverlening vermeldt welke gegevens de subsidieontvanger krachtens
het tweede lid moet verstrekken, alsmede op welke tijdstippen de
gegevens moeten worden verstrekt.
§ 4.2.8.4.
Verplichtingen van de subsidieontvanger [MvT]
Art. 4:68. [MvT
+ bis]
Tenzij bij wettelijk
voorschrift of bij de subsidieverlening anders is bepaald, stelt de
subsidieontvanger het boekjaar gelijk aan het kalenderjaar.
Art. 4:69. [MvT
+ bis]
-1. De subsidieontvanger
voert een zodanig ingerichte administratie dat daaruit te allen tijde
de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en
verplichtingen alsmede de betalingen en de ontvangsten kunnen worden
nagegaan.
-2. De administratie en de
daartoe behorende bescheiden worden gedurende tien jaren
bewaard.
Art. 4:70. [MvT
+ bis]
Indien gedurende het
boekjaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen
de werkelijke uitgaven en inkomsten en de begrote uitgaven en
inkomsten, doet de subsidieontvanger daarvan onverwijld mededeling aan
het bestuursorgaan onder vermelding van de oorzaak van de verschillen.
Art. 4:71. [MvT
+ bis]
-1. Indien dit bij wettelijk
voorschrift of bij de subsidieverlening is bepaald, behoeft de
subsidieontvanger de toestemming van het bestuursorgaan voor:
a. het oprichten van dan wel
deelnemen in een rechtspersoon;
b. het wijzigen van de
statuten;
c. het in eigendom
verwerven, het vervreemden of het bezwaren van registergoederen indien zij
mede zijn verworven door middel van de subsidiegelden, dan wel de
lasten daarvoor mede worden bekostigd uit de subsidiegelden;
d. het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring
van registergoederen of tot huur, verhuur of pacht daarvan indien deze
goederen geheel of gedeeltelijk zijn verworven door middel van de subsidie
dan wel de uitgaven daarvoor mede zijn bekostigd uit de subsidie;
e. het aangaan van
kredietovereenkomsten en van overeenkomsten van geldlening;
f. het aangaan van
overeenkomsten waarbij de subsidieontvanger zich verbindt tot
zekerheidstelling met inbegrip van zekerheidstelling voor schulden van derden of
waarbij hij zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of
zich voor een derde sterk maakt;
g. het vormen van fondsen en
reserveringen;
h. het vaststellen of
wijzigen van tarieven voor door de subsidieontvanger in de gewone uitoefening van
zijn gesubsidieerde activiteiten te verrichten prestaties;
i. het ontbinden van de
rechtspersoon;
j. het doen van aangifte tot
zijn faillissement of het aanvragen van zijn surséance van betaling.
-2. Het bestuursorgaan
beslist binnen vier weken omtrent de toestemming.
-3. De beslissing kan eenmaal
voor ten hoogste vier weken worden verdaagd.
-4. Indien omtrent de
toestemming niet tijdig is beslist, wordt de toestemming geacht te zijn
verleend.
Art. 4:72. [MvT
+ bis]
-1. Indien dit bij wettelijk
voorschrift of bij de subsidieverlening is bepaald, vormt de ontvanger
een egalisatiereserve.
-2. Het verschil tussen de
vastgestelde subsidie en de werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor
subsidie werd verleend, komt ten gunste onderscheidenlijk ten laste
van de egalisatiereserve.
-3. De egalisatiereserve
wordt zo hoog rentend en zo veilig als redelijkerwijs mogelijk is, belegd.
-4. De van de
egalisatiereserve genoten rente wordt aan de egalisatiereserve toegevoegd.
-5. In de gevallen, bedoeld in
artikel 4:41, tweede lid, onderdelen c, d en e, is de
subsidieontvanger
ter zake van de egalisatiereserve vergoedingsplichtig naar evenredigheid van de
mate waarin de subsidie aan de egalisatiereserve heeft
bijgedragen.
§ 4.2.8.5. De
subsidievaststelling [MvT]
Art. 4:73. [MvT
+ bis]
De subsidie wordt per
boekjaar vastgesteld.
Art. 4:74. [MvT
+ bis]
De subsidieontvanger dient
binnen zes maanden na afloop van het boekjaar een aanvraag tot
vaststelling van de subsidie in, tenzij bij wettelijk voorschrift anders
is bepaald of de subsidie met toepassing van artikel
4:67, tweede lid,
voor twee of meer boekjaren is verleend.
Art. 4:75. [MvT
+ bis]
-1. De aanvraag tot
vaststelling gaat in ieder geval vergezeld van een financieel verslag en een
activiteitenverslag.
-2. Indien de subsidieontvanger ingevolge wettelijk voorschrift verplicht is tot het opstellen van een
jaarrekening als bedoeld in artikel 361 van Boek
2 van het Burgerlijk Wetboek, of indien dit bij de subsidieverlening is bepaald, legt hij in plaats
van het financieel verslag de jaarrekening over, onverminderd artikel
4:45,
tweede lid.
Art. 4:76. [MvT
+ bis]
-1. Indien de subsidieontvanger zijn inkomsten geheel ontleent aan de subsidie, omvat het
financiële verslag de balans en de exploitatierekening met de toelichting en zijn
het tweede tot en met vijfde lid van toepassing.
-2. Het financiële verslag
geeft volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar
worden beschouwd een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel
kan worden gevormd omtrent:
a. het vermogen en het exploitatiesaldo; en
b. voor zover de aard van
het financiële verslag dat toelaat, omtrent de solvabiliteit en de
liquiditeit van de subsidieontvanger.
-3. De balans met de
toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte en de
samenstelling in actief- en passiefposten van het vermogen op het einde van
het boekjaar weer.
-4. De exploitatierekening
met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte van
het exploitatiesaldo van het boekjaar weer.
-5. Het financiële verslag
sluit aan op de begroting waarvoor subsidie is verleend en behelst een
vergelijking met de gerealiseerde inkomsten en uitgaven van het jaar
voorafgaand aan het boekjaar.
Art.
4:77. [MvT
+ bis]
Indien de subsidieontvanger zijn inkomsten in overwegende mate ontleent aan de subsidie,
kan bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening worden bepaald dat
artikel 4:76 van overeenkomstige toepassing is.
Art. 4:78. [MvT
+ bis]
-1. De subsidieontvanger
geeft opdracht tot onderzoek van het financiële verslag aan
een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek
2 van het Burgerlijk Wetboek.
-2. De accountant
onderzoekt of het financiële verslag voldoet aan de bij of krachtens de wet
gestelde voorschriften en of het activiteitenverslag, voor zover hij dat
verslag kan beoordelen, met het financiële verslag verenigbaar is.
-3. De accountant geeft de
uitslag van zijn onderzoek weer in een schriftelijke verklaring
omtrent de getrouwheid van het financiële verslag.
-4. De aanvraag tot
vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van de in het derde lid bedoelde
verklaring.
-5. Bij wettelijk
voorschrift of bij de subsidieverlening kan vrijstelling of ontheffing worden
verleend van het eerste tot en met het vierde lid.
Art. 4:79. [MvT
+ bis]
-1. Bij wettelijk
voorschrift of bij de subsidieverlening kan worden bepaald dat de in artikel
4:78, eerste lid, bedoelde opdracht tevens strekt tot onderzoek van de
naleving van aan de subsidie verbonden verplichtingen.
-2. Bij toepassing van het
eerste lid gaat de opdracht vergezeld van een bij of krachtens
wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening vast te stellen aanwijzing over
de reikwijdte en de intensiteit van de controle.
-3. Bij toepassing van het
eerste lid gaat het financiële verslag tevens vergezeld van een
schriftelijke verklaring van de accountant over de naleving door de
subsidieontvanger van de aan de subsidie verbonden verplichtingen.
Art. 4:80. [MvT
+ bis]
Het activiteitenverslag
beschrijft de aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie werd verleend en bevat een vergelijking tussen de
nagestreefde en de
gerealiseerde doelstellingen en een toelichting op de verschillen.
TITEL 4.3. Beleidsregels
[MvT]
Art. 4:81. [MvT]
-1. Een bestuursorgaan kan
beleidsregels vaststellen met betrekking tot een hem toekomende of
onder zijn verantwoordelijkheid uitgeoefende, dan wel door hem
gedelegeerde bevoegdheid. [MvT
+ bis]
-2. In andere gevallen kan
een bestuursorgaan slechts beleidsregels vaststellen voor zover
dit bij wettelijk voorschrift is bepaald. [MvT
+ bis]
Art. 4:82. [MvT]
Ter motivering van een
besluit kan slechts worden volstaan met een verwijzing naar een vaste
gedragslijn voor zover deze is neergelegd in een beleidsregel.
Art. 4:83. [MvT]
Bij de bekendmaking van
het besluit, inhoudende een beleidsregel, wordt zo mogelijk het
wettelijk voorschrift vermeld waaruit de bevoegdheid waarop het
besluit, inhoudende een beleidsregel, betrekking heeft, voortvloeit.
Art. 4:84. [MvT]
Het bestuursorgaan
handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor één of meer
belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden
onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen
doelen.
H. [MvT]
Na hoofdstuk 4 wordt een
nieuw hoofdstuk ingevoegd, luidende:
HOOFDSTUK 5. Handhaving [MvT]
AFDELING 5.2 [TITEL 5.2]. Toezicht op de naleving
[MvT]
Art. 5:11. [MvT
+ bis]
Onder toezichthouder
wordt verstaan: een persoon bij of krachtens wettelijk voorschrift
belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
krachtens enig wettelijk voorschrift.
Art. 5:12. [MvT
+ bis]
-1. Bij de uitoefening van
zijn taak draagt een toezichthouder een legitimatiebewijs bij
zich, dat is uitgegeven door het bestuursorgaan onder
verantwoordelijkheid waarvan de toezichthouder werkzaam is.
-2. Een toezichthouder
toont zijn legitimatiebewijs desgevraagd aanstonds.
-3. Het legitimatiebewijs
bevat een foto van de toezichthouder en vermeldt in ieder geval
diens naam en hoedanigheid. Het model van het legitimatiebewijs wordt
vastgesteld bij regeling van Onze Minister van
Justitie.
Art. 5:13. [MvT
+ bis]
Een toezichthouder maakt
van zijn bevoegdheden slechts gebruik voor zover dat redelijkerwijs
voor de vervulling van zijn taak nodig is.
Art. 5:14. [MvT
+ bis]
Bij wettelijk voorschrift
of bij besluit van het bestuursorgaan dat de toezichthouder als
zodanig aanwijst, kunnen de aan de toezichthouder toekomende bevoegdheden
worden beperkt.
Art. 5:15. [MvT
+ bis]
-1. Een toezichthouder is
bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, elke plaats
te betreden, met uitzondering van een woning zonder toestemming van de
bewoner.
-2. Zo nodig verschaft hij
zich toegang met behulp van de sterke arm.
-3. Hij is bevoegd zich te
doen vergezellen door personen die daartoe door hem zijn aangewezen.
Art. 5:16. [MvT
+ bis]
Een toezichthouder is
bevoegd inlichtingen te vorderen.
Art. 5:17. [MvT
+ bis]
-1. Een toezichthouder is
bevoegd inzage te vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden.
-2. Hij is bevoegd van de
gegevens en bescheiden kopieën te maken.
-3. Indien het maken van kopieën niet ter plaatse kan geschieden, is hij
bevoegd de gegevens en
bescheiden voor dat doel voor korte tijd mee te nemen tegen een door hem
af te geven schriftelijk bewijs.
Art. 5:18. [MvT
+ bis]
-1. Een toezichthouder is
bevoegd zaken te onderzoeken, aan opneming te onderwerpen en daarvan
monsters te nemen.
-2. De toezichthouder
neemt op verzoek van de belanghebbende indien mogelijk een tweede
monster, tenzij bij of krachtens wettelijk voorschrift anders is bepaald.
-3. Hij is bevoegd daartoe verpakkingen te openen.
-4. Indien het onderzoek,
de opneming of de monsterneming niet ter plaatse kan geschieden,
is hij bevoegd de zaken voor dat doel voor korte tijd mee te nemen tegen
een door hem af te geven schriftelijk bewijs.
-5. De genomen monsters
worden voor zover mogelijk teruggegeven.
-6. De belanghebbende
wordt op zijn verzoek zo spoedig mogelijk in kennis gesteld van de
resultaten van het onderzoek, de opneming of de monsterneming.
Art. 5:19. [MvT
+ bis]
-1. Een toezichthouder is
bevoegd vervoermiddelen te onderzoeken met betrekking waartoe hij
een toezichthoudende taak heeft.
-2. Hij is bevoegd
vervoermiddelen waarmee naar zijn redelijk oordeel zaken worden vervoerd met
betrekking waartoe hij een toezichthoudende taak heeft, op hun lading
te onderzoeken.
-3. Hij is bevoegd van de
bestuurder van een vervoermiddel inzage te vorderen van de wettelijk voorgeschreven bescheiden met betrekking
waartoe hij een
toezichthoudende taak heeft.
-4. Hij is bevoegd met het
oog op de uitoefening van deze bevoegdheden van de bestuurder van een
voertuig of van de schipper van een vaartuig te vorderen dat
deze zijn vervoermiddel stilhoudt en naar een door hem aangewezen
plaats overbrengt.
-5. Bij regeling van Onze Minister van Justitie
wordt bepaald op welke wijze de vordering tot
stilhouden wordt gedaan.
Art. 5:20. [MvT
+ bis]
-1. Een ieder is verplicht
aan een toezichthouder binnen de door hem gestelde redelijke
termijn alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de
uitoefening van zijn bevoegdheden.
-2. Zij die uit hoofde van
ambt, beroep of wettelijk voorschrift verplicht zijn tot geheimhouding,
kunnen het verlenen van medewerking weigeren, voor zover dit uit hun
geheimhoudingsplicht voortvloeit.
AFDELING 5.3 [5.3.1]. Bestuursdwang
[MvT]
Art. 5:21. [MvT
+ bis]
Onder bestuursdwang wordt
verstaan: het door feitelijk handelen door of vanwege een
bestuursorgaan optreden tegen hetgeen in strijd met bij of krachtens enig
wettelijk voorschrift gestelde verplichtingen is of wordt gedaan, gehouden of
nagelaten.
Art. 5:22. [MvT
+ bis]
De bevoegdheid tot
toepassing van bestuursdwang bestaat slechts indien zij bij of
krachtens de wet is toegekend.
Art. 5:23. [MvT
+ bis]
Deze afdeling is niet van
toepassing indien wordt opgetreden ter onmiddellijke handhaving
van de openbare orde.
Art. 5:24. [MvT
+ bis]
-1. Een beslissing tot
toepassing van bestuursdwang wordt op schrift gesteld. De schriftelijke
beslissing is een beschikking.
-2. De beschikking
vermeldt welk voorschrift is of wordt overtreden.
-3. De bekendmaking
geschiedt aan de overtreder, aan de rechthebbenden op het gebruik van de
zaak ten aanzien waarvan bestuursdwang zal worden toegepast en
aan de aanvrager.
-4. In de beschikking
wordt een termijn gesteld waarbinnen de belanghebbenden de tenuitvoerlegging
kunnen voorkomen door zelf maatregelen te treffen. Het
bestuursorgaan omschrijft de te nemen maatregelen.
-5. Geen termijn behoeft
te worden gegund indien de vereiste spoed zich daartegen verzet.
-6. Indien de situatie
dermate spoedeisend is dat het bestuursorgaan de beslissing tot toepassing
van bestuursdwang niet tevoren op schrift kan stellen, zorgt het alsnog
zo spoedig mogelijk voor de opschriftstelling en voor de bekendmaking.
Art. 5:25. [MvT
+ bis]
-1. De overtreder is de
kosten verbonden aan de toepassing van bestuursdwang
verschuldigd, tenzij de kosten redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste
behoren te komen.
-2. De beschikking
vermeldt dat de toepassing van bestuursdwang op kosten van de overtreder
plaatsvindt.
-3. Indien echter de
kosten geheel of gedeeltelijk niet ten laste van de overtreder zullen worden
gebracht, wordt zulks in de beschikking vermeld.
-4. Onder de kosten,
bedoeld in het eerste lid, worden begrepen de kosten verbonden aan de
voorbereiding van bestuursdwang, voor zover deze kosten zijn gemaakt
na het tijdstip waarop de termijn, bedoeld in artikel
5:24, vierde lid,
is verstreken.
-5. De kosten zijn ook
verschuldigd indien de bestuursdwang door opheffing van de
onwettige situatie niet of niet volledig is uitgevoerd.
-6. Onder de kosten,
bedoeld in het eerste lid, worden tevens begrepen de kosten voortvloeiende
uit de vergoeding van schade ingevolge artikel
5:27, zesde lid.
Art. 5:26. [MvT
+ bis]
-1. Het bestuursorgaan dat
bestuursdwang heeft toegepast, kan van de overtreder bij dwangbevel
de ingevolge artikel 5:25 verschuldigde kosten, verhoogd met de op de
invordering vallende kosten, invorderen.
-2. Het dwangbevel wordt
op kosten van de overtreder bij deurwaardersexploit betekend en levert een
executoriale titel op in de zin van het Tweede
Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
-3. Gedurende zes weken na
de dag van betekening staat verzet tegen het dwangbevel open door dagvaarding van de rechtspersoon waartoe
het bestuursorgaan
behoort.
-4. Het verzet schorst de
tenuitvoerlegging. Op verzoek van de rechtspersoon kan de rechter de
schorsing van de tenuitvoerlegging opheffen.
Art. 5:27. [MvT
+ bis]
-1. Om aan een beslissing
tot toepassing van bestuursdwang uitvoering te geven, hebben personen
die daartoe zijn aangewezen door het bestuursorgaan dat
bestuursdwang toepast, toegang tot elke plaats, voor zover dat redelijkerwijs
voor de vervulling van hun taak nodig is.
-2. Voor het binnentreden
in een woning zonder toestemming van de bewoner is het
bestuursorgaan dat bestuursdwang toepast bevoegd tot het geven van een
machtiging als bedoeld in artikel 2 van de Algemene
wet op het binnentreden.
-3. Een plaats die niet
bij de overtreding is betrokken, wordt niet betreden dan nadat het
bestuursorgaan dat bestuursdwang toepast dit de rechthebbende ten minste
48 uren tevoren schriftelijk heeft aangezegd.
-4. Het derde lid geldt niet indien tijdige aanzegging wegens de vereiste spoed niet mogelijk is.
De aanzegging geschiedt dan zo spoedig mogelijk.
-5. De aanzegging
omschrijft de wijze waarop het betreden zal plaatsvinden.
-6. De rechtspersoon
waartoe het bestuursorgaan behoort, vergoedt de schade die door het
betreden van een plaats als bedoeld in het derde lid wordt veroorzaakt, voor
zover deze redelijkerwijs niet ten laste van de rechthebbende behoort te
komen, onverminderd het recht tot verhaal van deze schade op de
overtreder ingevolge artikel 5:25, zesde lid.
Art. 5:28. [MvT
+ bis]
Tot de bevoegdheid tot
toepassing van bestuursdwang behoort het verzegelen van gebouwen,
terreinen en hetgeen zich daarin of daarop bevindt.
Art. 5:29. [MvT
+ bis]
-1. Tot de bevoegdheid tot
toepassing van bestuursdwang behoort het meevoeren en opslaan van
daarvoor vatbare zaken voor zover de toepassing van
bestuursdwang dit vereist.
-2. Indien zaken zijn
meegevoerd en opgeslagen, doet het bestuursorgaan dat bestuursdwang heeft
toegepast daarvan proces-verbaal opmaken, waarvan
afschrift wordt verstrekt aan degene die de zaken onder zijn beheer had.
-3. Het bestuursorgaan
draagt zorg voor de bewaring van de opgeslagen zaken en geeft deze zaken
terug aan de rechthebbende.
-4. Het bestuursorgaan is
bevoegd de afgifte op te schorten totdat de ingevolge artikel 5:25
verschuldigde kosten zijn voldaan. Indien de rechthebbende niet tevens
de overtreder is, is het bestuursorgaan bevoegd de afgifte op te
schorten totdat de kosten van bewaring zijn voldaan.
Art. 5:30. [MvT
+ bis]
-1. Het bestuursorgaan dat
bestuursdwang heeft toegepast, is bevoegd, indien een ingevolge
artikel 5:29, eerste lid, meegevoerde en opgeslagen zaak niet binnen dertien
weken na de meevoering kan worden teruggegeven, deze te verkopen of,
indien verkoop naar zijn oordeel niet mogelijk is, de zaak om niet aan een derde in eigendom over te dragen of te laten
vernietigen.
-2. Gelijke bevoegdheid
heeft het bestuursorgaan ook binnen die termijn, zodra de
ingevolge artikel 5:25 verschuldigde kosten, vermeerderd met de voor
de verkoop, de eigendomsoverdracht om niet of de vernietiging geraamde
kosten, in verhouding tot de waarde van de zaak onevenredig hoog
worden.
-3. Verkoop,
eigendomsoverdracht of vernietiging vindt niet plaats binnen twee weken na de
verstrekking van het afschrift, bedoeld in artikel
5:29, tweede lid, tenzij
het gevaarlijke stoffen of eerder aan bederf onderhevige stoffen
betreft.
-4. Gedurende drie jaren
na het tijdstip van verkoop heeft degene die op dat tijdstip eigenaar
was recht op de opbrengst van de zaak onder aftrek van de ingevolge artikel
5:25 verschuldigde kosten en de kosten van de verkoop. Na het
verstrijken van die termijn vervalt het eventuele batige saldo aan de
rechtspersoon waartoe het bestuursorgaan behoort.
Art. 5:31. [MvT
+ bis]
Een beslissing tot
toepassing van bestuursdwang wordt niet genomen zolang een ter zake van
de betrokken overtreding reeds gegeven beschikking tot oplegging
van een last onder dwangsom niet is ingetrokken.
AFDELING 5.4 [5.3.2]. Dwangsom
[MvT]
Art. 5:32. [MvT
+ bis]
-1. Een bestuursorgaan dat
bevoegd is bestuursdwang toe te passen, kan in plaats daarvan aan
de overtreder een last onder dwangsom opleggen.
-2. Een last onder
dwangsom strekt ertoe de overtreding ongedaan te maken of verdere
overtreding dan wel een herhaling van de overtreding te voorkomen.
-3. Voor het opleggen van
een last onder dwangsom wordt niet gekozen indien het belang dat het
betrokken voorschrift beoogt te beschermen, zich daartegen verzet.
-4. Het bestuursorgaan
stelt de dwangsom vast hetzij op een bedrag ineens, hetzij op een
bedrag per tijdseenheid waarin de last niet is uitgevoerd, dan wel per
overtreding van de last. Het bestuursorgaan stelt tevens een bedrag vast
waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd. Het
vastgestelde bedrag staat in redelijke verhouding tot de zwaarte van het
geschonden belang en de beoogde werking van de dwangsomoplegging.
-5. In de beschikking tot
oplegging van een last onder dwangsom die strekt tot het ongedaan
maken van een overtreding of het voorkomen van verdere overtreding,
wordt een termijn gesteld gedurende welke de overtreder de last kan
uitvoeren zonder dat een dwangsom wordt verbeurd.
Art. 5:33. [MvT
+ bis]
-1. Verbeurde dwangsommen
komen toe aan de rechtspersoon waartoe het bestuursorgaan
behoort dat de dwangsom heeft vastgesteld. Het bestuursorgaan kan bij
dwangbevel het verschuldigde bedrag invorderen.
-2. Artikel 5:26, tweede
tot en met vierde lid, is van toepassing.
Art. 5:34. [MvT
+ bis]
-1. Het bestuursorgaan dat
een last onder dwangsom heeft opgelegd, kan op verzoek van de
overtreder de last opheffen, de looptijd ervan opschorten voor een
bepaalde termijn of de dwangsom verminderen in geval van blijvende of
tijdelijke gehele of gedeeltelijke onmogelijkheid voor de overtreder om aan
zijn verplichtingen te voldoen.
-2. Het bestuursorgaan dat
de last onder dwangsom heeft opgelegd, kan op verzoek van de
overtreder de last opheffen indien de beschikking één jaar van kracht is
geweest zonder dat de dwangsom is verbeurd.
Art. 5:35. [MvT
+ bis]
-1. De bevoegdheid tot
invordering van verbeurde bedragen verjaart door verloop van zes
maanden na de dag waarop zij zijn verbeurd.
-2. De verjaring wordt
geschorst door faillissement en ieder wettelijk beletsel voor invordering
van de dwangsom.
Art. 5:36. [MvT
+ bis]
Een last onder dwangsom
wordt niet opgelegd zolang een ter zake van de betrokken overtreding
reeds genomen beslissing tot toepassing van bestuursdwang niet is
ingetrokken.
I. [MvT]
Artikel 7:14 komt te
luiden:
Art. 7:14.
Artikel 3:6, tweede lid,
de afdelingen 3.4 en 3.5, de
artikelen 3:41 tot en met 3:45, afdeling
3.7,
met uitzondering van artikel 3:49, en hoofdstuk 4 zijn niet van toepassing.
J. [MvT]
Artikel 7:27 komt te
luiden:
Art. 7:27.
Artikel 3:6, tweede lid,
de afdelingen 3.4 en 3.5, de
artikelen 3:41 tot en met 3:45, afdeling
3.7,
met uitzondering van artikel 3:49, en hoofdstuk 4
zijn niet van toepassing.
K.
Na hoofdstuk 8 wordt,
onder vernummering van hoofdstuk 9 tot hoofdstuk 11 en van de
artikelen 9:1 tot en met 9:4 tot 11:1 tot en met
11:4, een hoofdstuk toegevoegd,
luidende:
HOOFDSTUK 10. Bepalingen over bestuursorganen
TITEL 10.1. Mandaat en delegatie
[MvT]
AFDELING 10.1.1. Mandaat
[MvT]
Art. 10:1. [MvT
+ bis]
Onder mandaat wordt
verstaan: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten
te nemen.
Art. 10:2. [MvT
+ bis]
Een door de gemandateerde
binnen de grenzen van zijn bevoegdheid genomen besluit geldt als
een besluit van de mandaatgever.
Art. 10:3. [MvT
+ bis]
-1. Een bestuursorgaan kan
mandaat verlenen, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is
bepaald of de aard van de bevoegdheid zich tegen de mandaatverlening verzet.
-2. Mandaat wordt in ieder
geval niet verleend indien het betreft een bevoegdheid:
a. tot het vaststellen
van algemeen verbindende voorschriften, tenzij bij de verlening van die
bevoegdheid in mandaatverlening is voorzien;
b. tot het nemen van een
besluit ten aanzien waarvan is bepaald dat het met versterkte
meerderheid moet worden genomen of waarvan de aard van de voorgeschreven
besluitvormingsprocedure zich anderszins tegen de mandaatverlening
verzet;
c. tot het beslissen op
een beroepschrift;
d. tot het vernietigen
van of tot het onthouden van goedkeuring aan een besluit van een ander bestuursorgaan.
-3. Mandaat tot het
beslissen op een bezwaarschrift wordt niet verleend aan degene die het
besluit waartegen het bezwaar zich richt, krachtens mandaat heeft genomen.
Art. 10:4. [MvT
+ bis]
-1. Indien de
gemandateerde niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van de mandaatgever,
behoeft de mandaatverlening de instemming van de
gemandateerde en in het voorkomende geval van degene onder wiens
verantwoordelijkheid hij werkt.
-2. Het eerste lid is niet
van toepassing indien bij wettelijk voorschrift in de bevoegdheid tot de
mandaatverlening is voorzien.
Art. 10:5. [MvT
+ bis]
-1. Een bestuursorgaan kan
hetzij een algemeen mandaat, hetzij een mandaat voor een bepaald
geval verlenen.
-2. Een algemeen mandaat
wordt schriftelijk verleend. Een mandaat voor een bepaald geval
wordt in ieder geval schriftelijk verleend indien de gemandateerde niet
werkzaam is onder verantwoordelijkheid van de mandaatgever.
Art. 10:6. [MvT
+ bis]
-1. De mandaatgever kan de
gemandateerde per geval of in het algemeen instructies
geven ter zake van de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid.
-2. De gemandateerde
verschaft de mandaatgever op diens verzoek inlichtingen over de
uitoefening van de bevoegdheid.
Art. 10:7. [MvT
+ bis]
De mandaatgever blijft
bevoegd de gemandateerde bevoegdheid uit te oefenen.
Art.
10:8. [MvT
+ bis]
-1. De mandaatgever kan
het mandaat te allen tijde intrekken.
-2. Een algemeen mandaat
wordt schriftelijk ingetrokken.
Art. 10:9. [MvT
+ bis]
-1. De mandaatgever kan
toestaan dat ondermandaat wordt verleend.
-2. Op ondermandaat zijn
de overige artikelen van deze afdeling van overeenkomstige
toepassing.
Art. 10:10. [MvT
+ bis]
Een krachtens mandaat
genomen besluit vermeldt namens welk bestuursorgaan het
besluit is genomen.
Art. 10:11. [MvT
+ bis]
-1. Een bestuursorgaan kan
bepalen dat door hem genomen besluiten namens hem kunnen worden ondertekend, tenzij bij wettelijk voorschrift
anders is bepaald of de
aard van de bevoegdheid zich hiertegen verzet.
-2. In dat geval moet uit
het besluit blijken dat het door het bestuursorgaan zelf is genomen.
Art. 10:12. [MvT
+ bis]
Deze afdeling is van
overeenkomstige toepassing indien een bestuursorgaan aan een ander, werkzaam
onder zijn verantwoordelijkheid, volmacht verleent tot het
verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen of machtiging verleent
tot het verrichten van handelingen die noch een besluit, noch een
privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.
AFDELING 10.1.2. Delegatie
[MvT]
Art. 10:13. [MvT
+ bis]
Onder delegatie wordt
verstaan: het overdragen door een bestuursorgaan van zijn bevoegdheid tot
het nemen van besluiten aan een ander die deze onder eigen
verantwoordelijkheid uitoefent.
Art. 10:14. [MvT
+ bis]
Delegatie geschiedt niet
aan ondergeschikten.
Art. 10:15. [MvT
+ bis]
Delegatie geschiedt
slechts indien in de bevoegdheid daartoe bij wettelijk voorschrift is
voorzien.
Art. 10:16. [MvT
+ bis]
-1. Het bestuursorgaan kan
ter zake van de uitoefening van de gedelegeerde bevoegdheid uitsluitend beleidsregels geven.
-2. Degene aan wie de
bevoegdheid is gedelegeerd, verschaft het bestuursorgaan op diens
verzoek inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheid.
Art. 10:17. [MvT
+ bis]
Het bestuursorgaan kan de
gedelegeerde bevoegdheid niet meer zelf uitoefenen.
Art. 10:18. [MvT
+ bis]
Het bestuursorgaan kan
het delegatiebesluit te allen tijde intrekken.
Art. 10:19. [MvT
+ bis]
Een besluit dat op grond
van een gedelegeerde bevoegdheid wordt genomen, vermeldt het
delegatiebesluit en de vindplaats daarvan.
Art. 10:20. [MvT
+ bis]
-1. Op de overdracht door
een bestuursorgaan van een bevoegdheid van een ander
bestuursorgaan tot het nemen van besluiten aan een derde is deze afdeling, met
uitzondering van artikel 10:16, van overeenkomstige toepassing.
-2. Bij wettelijk
voorschrift of bij het besluit tot overdracht kan worden bepaald dat het
bestuursorgaan wiens bevoegdheid is overgedragen beleidsregels over de
uitoefening van die bevoegdheid kan geven.
-3. Degene aan wie de
bevoegdheid is overgedragen, verschaft het overdragende en het
oorspronkelijk bevoegde bestuursorgaan op hun verzoek inlichtingen over
de uitoefening van de bevoegdheid.
TITEL 10.2. Toezicht op bestuursorganen
[MvT]
AFDELING 10.2.1. Goedkeuring
[MvT]
Art. 10:25. [MvT]
In deze wet wordt
verstaan onder goedkeuring: de vóór de inwerkingtreding van een besluit van een
bestuursorgaan vereiste toestemming van een ander bestuursorgaan.
Art. 10:26. [MvT]
Besluiten kunnen slechts
aan goedkeuring worden onderworpen in bij of krachtens de wet
bepaalde gevallen.
Art. 10:27. [MvT]
De goedkeuring kan
slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of op een grond,
neergelegd in de wet waarin of krachtens welke de goedkeuring is
voorgeschreven.
Art. 10:28. [MvT]
Aan een besluit waarover
een rechter uitspraak heeft gedaan of waarbij een in kracht van
gewijsde gegane uitspraak van de rechter wordt uitgevoerd, kan geen
goedkeuring worden onthouden op rechtsgronden welke in strijd zijn met
die waarop de uitspraak steunt of mede steunt.
Art. 10:29. [MvT]
-1. Een besluit kan alleen
dan gedeeltelijk worden goedgekeurd indien gedeeltelijke
inwerkingtreding strookt met aard en inhoud van het besluit.
-2. De goedkeuring kan
noch voor bepaalde tijd of onder voorwaarden worden verleend, noch
worden ingetrokken.
Art. 10:30. [MvT]
-1. Gedeeltelijke
goedkeuring of onthouding van goedkeuring vindt niet plaats dan nadat aan het
bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen gelegenheid tot overleg
is geboden.
-2. De motivering van het
goedkeuringsbesluit verwijst naar hetgeen in het overleg aan de orde
is gekomen.
Art. 10:31. [MvT]
-1. Tenzij bij wettelijk
voorschrift anders is bepaald, wordt het besluit omtrent goedkeuring
binnen dertien weken na de verzending ter goedkeuring bekendgemaakt aan het bestuursorgaan dat het aan goedkeuring onderworpen
besluit heeft genomen.
-2. Het nemen van het
besluit omtrent goedkeuring kan eenmaal voor ten hoogste dertien weken
worden verdaagd.
-3. In afwijking van het
tweede lid kan het nemen van het besluit omtrent goedkeuring
eenmaal voor ten hoogste zes maanden worden verdaagd indien inzake
dat besluit advies van een adviseur als bedoeld in artikel 3:5 is vereist.
-4. Tenzij bij wettelijk
voorschrift anders is bepaald, wordt een besluit tot goedkeuring geacht te
zijn genomen indien binnen de in het eerste lid genoemde termijn geen
besluit omtrent goedkeuring of geen besluit tot verdaging, dan wel binnen
de termijn waarvoor het besluit is verdaagd, geen besluit omtrent
goedkeuring is bekendgemaakt aan het bestuursorgaan dat het aan goedkeuring
onderworpen besluit heeft genomen.
Art. 10:32. [MvT]
-1. Deze afdeling is van
overeenkomstige toepassing indien voor het nemen van een besluit
door een bestuursorgaan de toestemming van een ander bestuursorgaan is
vereist.
-2. Bij de toestemming kan
een termijn worden gesteld waarbinnen het besluit dient te worden
genomen.
AFDELING 10.2.2. Vernietiging
[MvT]
Art. 10:33. [MvT]
Deze afdeling is van
toepassing indien een bestuursorgaan bevoegd is buiten administratief
beroep een besluit van een ander bestuursorgaan te vernietigen.
Art. 10:34. [MvT]
De
vernietigingsbevoegdheid kan slechts worden verleend bij de wet.
Art. 10:35. [MvT]
Vernietiging kan alleen
geschieden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
Art. 10:36. [MvT]
Een besluit kan alleen
dan gedeeltelijk worden vernietigd indien gedeeltelijke
instandhouding strookt met aard en inhoud van het besluit.
Art. 10:37. [MvT]
Een besluit waarover de
rechter uitspraak heeft gedaan of waarbij een in kracht van gewijsde
gegane uitspraak van de rechter wordt uitgevoerd, kan niet worden
vernietigd op rechtsgronden welke in strijd zijn met die waarop de uitspraak
steunt of mede steunt.
Art. 10:38. [MvT]
-1. Een besluit dat nog
goedkeuring behoeft, kan niet worden vernietigd.
-2. Een besluit waartegen
bezwaar of beroep openstaat of aanhangig is, kan niet worden
vernietigd.
Art. 10:39. [MvT]
-1. Een besluit tot het
verrichten van een rechtshandeling naar burgerlijk recht kan niet worden
vernietigd indien dertien weken zijn verstreken nadat het is
bekendgemaakt.
-2. Indien binnen de
termijn, genoemd in het eerste lid, overeenkomstig artikel 10:43 schorsing
heeft plaatsgevonden, blijft vernietiging binnen de duur van de schorsing
mogelijk.
-3. Indien een besluit als
bedoeld in het eerste lid aan goedkeuring is onderworpen, vangt de in
het eerste lid genoemde termijn aan nadat het goedkeuringsbesluit is
bekendgemaakt. Op het goedkeuringsbesluit zijn het eerste en tweede lid
van overeenkomstige toepassing.
Art. 10:40. [MvT]
Een besluit dat
overeenkomstig artikel 10:43 is geschorst, kan, nadat de schorsing is
geëindigd,
niet meer worden vernietigd.
Art. 10:41. [MvT]
-1. Vernietiging vindt
niet plaats dan nadat aan het bestuursorgaan dat het besluit heeft
genomen gelegenheid tot overleg is geboden.
-2. De motivering van het
vernietigingsbesluit verwijst naar hetgeen in het overleg aan de orde
is gekomen.
Art. 10:42. [MvT]
-1. Vernietiging van een
besluit strekt zich uit tot alle rechtsgevolgen waarop het was gericht.
-2. In het
vernietigingsbesluit kan worden bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde
besluit geheel of ten dele in stand blijven.
-3. Indien een besluit tot
het aangaan van een overeenkomst wordt vernietigd, wordt de
overeenkomst, zo zij reeds is aangegaan en voor zover bij het
vernietigingsbesluit niet anders is bepaald, niet of niet verder uitgevoerd, onverminderd
het recht van de wederpartij op schadevergoeding.
AFDELING 10.2.3. Schorsing
[MvT]
Art. 10:43. [MvT]
Hangende het onderzoek of
er reden is tot vernietiging over te gaan, kan een besluit door het tot
vernietiging bevoegde bestuursorgaan worden geschorst.
Art. 10:44. [MvT]
-1. Het besluit tot
schorsing bepaalt de duur hiervan.
-2. De schorsing van een
besluit kan eenmaal worden verlengd.
-3. De schorsing kan ook
na verlenging niet langer duren dan één jaar.
-4. Indien een verzoek om
een administratiefrechtelijke voorziening aanhangig is tegen het
geschorste besluit, duurt de schorsing evenwel voort tot dertien weken
nadat op dat verzoek onherroepelijk is beslist.
-5. De schorsing kan
worden opgeheven.
Art. 10:45. [MvT]
Op het besluit inzake
schorsing zijn de artikelen 10:36, 10:37,
10:38, eerste lid, 10:39, eerste
en derde lid, en 10:42, derde lid, van overeenkomstige toepassing.
Art. II.
[MvT]
-1. Indien een besluit vóór de inwerkingtreding van deze wet ter goedkeuring is verzonden,
blijven op de goedkeuring van dat besluit de bepalingen van toepassing
die gelden op de dag waarop het besluit ter goedkeuring is verzonden.
-2. Indien een besluit vóór de inwerkingtreding van deze wet is geschorst, blijven op de
schorsing de bepalingen van toepassing die gelden op de dag waarop
het besluit tot schorsing is bekendgemaakt.
Art. III.
[MvT]
-1. Titel 4.2 van de
Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op subsidies die vóór de
inwerkingtreding van deze wet zijn verleend of vastgesteld. [MvT]
-2. Artikel
4:23, eerste
lid, van de Algemene wet bestuursrecht is gedurende vier jaren na
de inwerkingtreding van deze wet niet van toepassing op subsidies
gelijksoortig aan die welke door het betrokken bestuursorgaan reeds vóór
de inwerkingtreding van deze wet overeenkomstig bekendgemaakt beleid
werden verstrekt. [MvT]
-3. Ten aanzien van
subsidies als bedoeld in het tweede lid kan hetgeen ingevolge titel 4.2 van
de Algemene wet bestuursrecht bij wettelijk voorschrift kan of moet
worden bepaald, bij beleidsregel worden bepaald. [MvT]
-4. Het in artikel
4:23,
vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht
bedoelde verslag heeft
mede betrekking op subsidies die met toepassing van het tweede lid worden
verstrekt. [MvT]
Art. IV.
[MvT]
-1. Indien een beslissing
tot toepassing van bestuursdwang vóór de inwerkingtreding van deze
wet is bekendgemaakt, blijven op de toepassing van
bestuursdwang ten aanzien van de in die beslissing genoemde overtreding de
bepalingen van toepassing die gelden op de dag waarop de beslissing
is bekendgemaakt.
-2. Indien een beschikking
tot oplegging van een last onder dwangsom vóór de inwerkingtreding
van deze wet is bekendgemaakt, blijven daarop de bepalingen van
toepassing die gelden op de dag waarop de beschikking is bekendgemaakt.
Art.
V. [MvT]
Voor de plaatsing van
deze wet in het Staatsblad stelt Onze Minister van Justitie de nummering van
de artikelen, hoofdstukken, titels, afdelingen en paragrafen van de
Algemene wet bestuursrecht opnieuw vast en brengt hij de in deze wet
voorkomende aanhalingen van de artikelen, hoofdstukken, titels,
afdelingen en paragrafen van de Algemene wet bestuursrecht met de
nieuwe nummering in overeenstemming.
Art. VI.
[MvT]
De artikelen van deze wet
treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat
voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan
worden vastgesteld.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
20 juni 1996
BEATRIX
De Minister van
Justitie,
W. Sorgdrager
De Staatssecretaris
van Binnenlandse Zaken,
J. Kohnstamm
Uitgegeven de vierde
juli 1996
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|