St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

  
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

WET  INKOMENSMAATREGELEN  1998

Versie 26 maart 1998

(Recente versie)

 

 

 

 
Parlementaire behandeling:

Kamerstukken II 1997-1998, 25 914.
Handelingen II 1997-1998, blz. 4538-4551.
Kamerstukken I 1997-1998, 25 914 (291, 291a, 291b, 291c).
Handelingen I 1997-1998, zie vergadering d.d. 24 maart 1998.

 

 

WET van 26 maart 1998, Stb. 1998, 175, tot vaststelling van regels met betrekking tot het inkomen van enkele groepen uitkeringsgerechtigden en belastingplichtigen (Wet inkomensmaatregelen 1998). Inwerkingtreding: 1 april 1998.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een aantal maatregelen te nemen met betrekking tot het inkomen van een aantal groepen uitkeringsgerechtigden en belastingplichtigen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

[Voor de socialezekerheidswetgeving relevante artikelen, red.]

 

 

Art. 1.
In afwijking van de artikelen 11 en 12 van de Wet financiering volksverzekeringen en de daarop gebaseerde regelingen wordt:
a. de premie voor de algemene ouderdomsverzekering voor de maand april 1998 vastgesteld op 23,5 procent;
b. de premie voor de algemene ouderdomsverzekering van 1 mei 1998 tot en met 31 december 1998 vastgesteld op 18,25 procent; en
c. het gemiddeld premiepercentage voor de algemene ouderdomsverzekering voor het jaar 1998 vastgesteld op 18,25.

 

Art. 2.
Indien het bij koninklijke boodschap van 27 oktober 1997 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet financiering volksverzekeringen houdende regels omtrent de maximering van het premiepercentage en de mogelijkheid van verstrekking van rijksbijdragen voor de algemene ouderdomsverzekering, alsmede omtrent de vorming van een Spaarfonds AOW (Kamerstukken I 1997-1998, nr. 25 699) tot wet wordt verheven, wordt in het in artikel I, onderdeel D, van die wet opgenomen artikel 10a, eerste lid "ten hoogste 16,5 procent" vervangen door: ten hoogste 18,25 procent.

 

Art. 7.
-1. Deze wet treedt in werking met ingang van 1 april 1998 en werkt wat de artikelen 3 en 4 betreft terug tot en met 1 januari 1998.
-2. Artikel 4 vindt eerst toepassing nadat artikel 66b van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 bij het begin van het kalenderjaar 1998 is toegepast.

 

 

     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven te ’s-Gravenhage, 26 maart 1998

 

BEATRIX

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.P.W. Melkert

De Staatssecretaris van Financiën,
W.A.F.G. Vermeend

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F.H.G. de Grave

 

Uitgegeven de dertigste maart 1998
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x