|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1994-1995, 1995-1996,
1996-1997, 1997-1998, 24 233.
Handelingen II 1996-1997, blz. 410-463, 844-862, 1112-1135, 1452-1466,
1552-1554.
Kamerstukken I 1996-1997, 24 233 (76, 76a (herdr.), 76b, 76c, 76d); 1997-1998,
24 233 (149, 149a).
Handelingen I 1997-1998, zie vergadering d.d. 24 maart 1998.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 26 maart 1998, Stb.
1998, 203, tot wijziging van de Vreemdelingenwet en enige andere wetten
teneinde de aanspraak van vreemdelingen jegens bestuursorganen op
verstrekkingen, voorzieningen, uitkeringen, ontheffingen en vergunningen
te koppelen aan het rechtmatig verblijf van de vreemdeling in Nederland.¹ Inwerkingtreding: 1 juli 1998
(Stb. 1998, 204).
1. De niet-officiële citeertitel van deze
wet luidt Koppelingswet, red.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is te voorzien in een wettelijke regeling teneinde de
aanspraak van vreemdelingen jegens bestuursorganen op verstrekkingen,
voorzieningen, uitkeringen, ontheffingen en vergunningen te koppelen aan
het rechtmatig verblijf van de vreemdeling in Nederland;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
[MvT]
De Vreemdelingenwet wordt
als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 1 wordt na de
omschrijving van samengestelde aanvraag om toelating, onder vervanging van de punt door een puntkomma,
ingevoegd: gemeenschapsonderdanen:
a. onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie die op grond van het Verdrag tot oprichting
van de Europese Gemeenschap een verblijfsrecht in Nederland bezitten;
b. leden van de gezinnen van
de onder a genoemden die de nationaliteit van een derde staat bezitten
en die uit hoofde van een ter toepassing van het Verdrag tot
oprichting van de Europese Gemeenschap genomen besluit gerechtigd zijn een
lidstaat binnen te komen en er te verblijven;
c. onderdanen van een staat
die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van 2 mei 1992, die
ter zake van
binnenkomst en verblijf in
een lidstaat rechten genieten die gelijk zijn aan die van burgers van de
lidstaten van de Unie, alsmede de leden van de gezinnen van laatstgenoemden
die de nationaliteit van een derde staat genieten en die krachtens
bovengenoemde overeenkomst gerechtigd zijn een lidstaat binnen te
komen en er te verblijven.
B.
[MvT]
Na artikel 1a wordt een
artikel 1b ingevoegd, luidende:
Art. 1b.
Vreemdelingen genieten in
Nederland slechts rechtmatig verblijf:
1. op grond van een besluit
tot toelating alsmede op grond van toelating als gemeenschapsonderdaan, tenzij deze onderdaan verblijf
houdt in strijd met een
beperking op grond van een regeling krachtens het Verdrag tot oprichting van
de Europese Gemeenschap;
2. op grond van een besluit
tot voorwaardelijke toelating;
3. in afwachting van de
beslissing op een aanvraag om toelating, voortgezette toelating
daaronder begrepen, terwijl ingevolge deze wet dan wel op grond van een
beschikking ingevolge deze wet of op grond van een rechterlijke
beslissing uitzetting van de aanvrager achterwege dient te blijven totdat op
de aanvraag is besloten;
4. binnen de termijn, bedoeld
in artikel 8, eerste lid, mits voldaan is aan de daar omschreven voorwaarden;
5. indien tegen de
uitzetting beletselen bestaan vastgesteld bij beschikking ingevolge deze
wet.
C.
[MvT]
Na artikel 8 worden drie
artikelen ingevoegd, luidende:
Art. 8a. [MvT]
-1. Behoudens ten aanzien van
gemeenschapsonderdanen geschiedt toelating, voorwaardelijke toelating daaronder begrepen, slechts door een
besluit van een
bestuursorgaan.
-2. Onze Minister verschaft
aan een vreemdeling, bedoeld in artikel 1b, aanhef en onder 1, 2,
3 en 5,
een document of schriftelijke verklaring waaruit het rechtmatig
verblijf blijkt. Bij de aanvraag van een beschikking legt de vreemdeling
desgevraagd een kopie van het document of de schriftelijke verklaring
over, dat wordt aangemerkt als een bescheid als bedoeld in artikel
4:3,
tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
-3. Onze Minister wijst bij ministeriële regeling de bescheiden, bedoeld in het tweede lid, aan en
kan modellen vaststellen voor de documenten en de schriftelijke verklaring.
Art. 8b. [MvT]
-1. Vreemdelingen die niet
het in artikel 1b bedoelde rechtmatig verblijf genieten, kunnen geen aanspraak maken op toekenning van verstrekkingen,
voorzieningen en uitkeringen
bij wege van een beschikking van een bestuursorgaan. De
eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op de bij wet of algemene
maatregel van bestuur aangewezen ontheffingen of vergunningen.
-2. Van het eerste lid kan
worden afgeweken indien de aanspraak betrekking heeft op het
onderwijs, de verlening van medisch noodzakelijke zorg, de voorkoming van
inbreuken op de volksgezondheid of de rechtsbijstand aan een
vreemdeling.
-3. Toekenning van aanspraken
geeft geen recht op verblijf als bedoeld in artikel 1b.
Art. 8c. [MvT]
-1. De aanspraken van
vreemdelingen die rechtmatig verblijf houden in de zin van artikel 1b zijn
in overeenstemming met de aard van het verblijf. Tenzij bij of krachtens het
wettelijk voorschrift waarop de aanspraak is gegrond anders is bepaald,
geldt daarbij het bepaalde, bedoeld in het tweede lid.
-2. De vreemdelingen, bedoeld
in het eerste lid, kunnen aanspraken maken op voorzieningen, verstrekkingen en uitkeringen, indien:
a. zij rechtmatig verblijf genieten als bedoeld in artikel 1b, aanhef en onder 1;
b. zij rechtmatig verblijf genieten als bedoeld in artikel 1b, aanhef en onder 2 en 3, en een aanspraak wordt toegekend in de Wet gemeentelijke
zorg voor houders van een
voorwaardelijke vergunning tot verblijf, de Wet
Centraal Orgaan opvang asielzoekers, dan wel een andere regeling waarin aanspraken van deze
vreemdelingen zijn neergelegd;
c. zij rechtmatig verblijf genieten als bedoeld in artikel 1b, aanhef en onder 4 en 5, voor de aanspraken die uitdrukkelijk aan deze vreemdelingen
zijn toegekend.
-3. Het eerste en tweede lid
zijn van overeenkomstige toepassing op de bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen ontheffingen of
vergunningen.
D.
In artikel 10 wordt na het
eerste lid, onderdeel b, onder vervanging van de punt door een
puntkomma,
een nieuw onderdeel c ingevoegd, luidende:
c. indien zij
gemeenschapsonderdaan zijn, tenzij zij verblijf houden in strijd met een beperking op
grond van een regeling vastgesteld krachtens het Verdrag tot oprichting
van de Europese Gemeenschap dan wel de toelating is geweigerd op
grond van een actuele bedreiging van de openbare orde, de nationale
veiligheid of van de volksgezondheid ingeval de vreemdeling lijdt aan een
bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen ziekte of
gebrek.
E.
[MvT]
Aan artikel 48 wordt een
vijfde lid toegevoegd, luidende:
-5. Voor de toepassing van
het eerste tot en met vierde lid worden met bestuursorganen
gelijkgesteld instellingsbesturen van uit de openbare kas bekostigde instellingen en
bevoegde gezagsorganen van uit de openbare kas bekostigde scholen en
instellingen.
Art.
II.
In artikel 24, eerste lid,
van de Wet op het basisonderwijs wordt na de eerste volzin een zin toegevoegd, luidende:
De toelating tot de school is
niet afhankelijk van het
houden van rechtmatig verblijf in de zin van artikel 1b van de Vreemdelingenwet.
Art.
III. [MvT]
Artikel 32 van de Interimwet
op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs wordt gewijzigd als volgt:
a. In het eerste lid wordt "het bepaalde in" vervangen door: het tweede en derde lid en.
b. Onder vernummering van
het tweede en derde lid tot vierde en vijfde lid worden twee nieuwe leden ingevoegd, luidende:
-2. Tot de school wordt
uitsluitend als leerling toegelaten degene waarvan de ouders aantonen,
dan wel, indien hij meerderjarig en handelingsbekwaam is, degene
die aantoont dat hij:
a. de Nederlandse
nationaliteit bezit of op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander
wordt behandeld;
b. vreemdeling is en jonger
is dan 18 jaar op de eerste schooldag waarop het speciaal
onderwijs, dan wel het voortgezet speciaal onderwijs, begint waarvoor voor de
eerste maal toelating wordt gewenst;
c. vreemdeling is, 18 jaar
of ouder is op de eerste schooldag waarop het speciaal onderwijs, dan
wel het voortgezet speciaal onderwijs, begint waarvoor voor de eerste maal
toelating wordt gewenst en op die dag rechtmatig verblijf houdt in
de zin van artikel 1b van de Vreemdelingenwet; of
d. vreemdeling is, niet meer
voldoet aan één van de voorwaarden, genoemd onder b of c, en
eerder in overeenstemming met één van die onderdelen voor speciaal
onderwijs, dan wel voortgezet speciaal onderwijs, is toegelaten tot
een school welk onderwijs nog steeds wordt gevolgd en nog niet is
voltooid.
-3. Indien na de toelating
tot de school blijkt dat deze op welke grond dan ook niet in overeenstemming met het tweede lid heeft plaatsgevonden,
wordt de leerling
onmiddellijk verwijderd.
c. In het nieuwe vierde lid
wordt "de beslissing" vervangen door: een beslissing ingevolge het
eerste, tweede of derde lid,.
d. In het nieuwe vijfde lid
wordt na bezwaarschrift ingevoegd: , tenzij het bezwaarschrift is
gericht tegen een beslissing ingevolge het tweede of derde lid,.
Art.
IV. [MvT]
In artikel 27 van de Wet
op het voortgezet onderwijs worden twee nieuwe leden 1a en 1b ingevoegd, luidende:
-1a. Voor het volgen van een
vorm van onderwijs als onderscheiden in artikel 5 aan een school
wordt uitsluitend als leerling toegelaten degene waarvan de ouders, voogden
of verzorgers aantonen, dan wel, indien hij meerderjarig en
handelingsbekwaam is, degene die aantoont dat hij:
a. de Nederlandse
nationaliteit bezit of op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander
wordt behandeld;
b. vreemdeling is en jonger
is dan 18 jaar op de eerste schooldag waarop de vorm van
voortgezet onderwijs als onderscheiden in artikel 5 begint waarvoor voor de
eerste maal toelating wordt gewenst;
c. vreemdeling is, 18 jaar
of ouder is op de eerste schooldag waarop de vorm van voortgezet onderwijs als onderscheiden in artikel 5 begint
waarvoor voor de eerste maal
toelating wordt gewenst en op die dag rechtmatig verblijf houdt in
de zin van artikel 1b van de Vreemdelingenwet; of
d. vreemdeling is, niet meer
voldoet aan één van de voorwaarden, genoemd onder b of c, en
eerder in overeenstemming met één van die onderdelen voor een vorm van
voortgezet onderwijs als onderscheiden in artikel 5 is toegelaten tot
een school, welke vorm van voortgezet onderwijs nog steeds wordt
gevolgd en nog niet is voltooid.
-1b. Indien na de toelating
tot de school blijkt dat deze op welke grond dan ook niet in overeenstemming met lid
1a heeft plaatsgevonden, wordt
de leerling onmiddellijk
verwijderd.
Art. V.
[MvT]
De Wet
educatie en beroepsonderwijs wordt gewijzigd als volgt:
A. [MvT]
In artikel 8.1.1 worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1. Aan het eerste lid wordt
een volzin toegevoegd, luidende: De inschrijving voor een
opleiding of een onderdeel van een opleiding staat uitsluitend open voor degene
waarvan de ouders, voogden of verzorgers aantonen, dan wel, indien
hij meerderjarig en handelingsbekwaam is, degene die aantoont dat hij:
a. de Nederlandse
nationaliteit bezit of op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander
wordt behandeld;
b. vreemdeling is en jonger
is dan 18 jaar op de eerste dag waarop de opleiding of het onderdeel
van de opleiding begint waarvoor voor de eerste maal inschrijving
wordt gewenst;
c. vreemdeling is, 18 jaar
of ouder is op de eerste dag waarop de opleiding of het onderdeel
van de opleiding begint waarvoor voor de eerste maal inschrijving
wordt gewenst en op die dag rechtmatig verblijft houdt in de zin van artikel
1b van de Vreemdelingenwet; of
d. vreemdeling is, niet meer
voldoet aan één van de voorwaarden, genoemd onder b of c, en
eerder in overeenstemming met één van die onderdelen is ingeschreven
voor een opleiding of het onderdeel van de opleiding van een instelling, welke opleiding of welk onderdeel van de opleiding nog steeds wordt
gevolgd en nog niet is voltooid.
2. Na het eerste lid wordt
een nieuw lid 1a ingevoegd, luidende:
-1a. Indien na de
inschrijving voor de opleiding of een onderdeel van de opleiding blijkt dat deze op
welke grond dan ook niet in overeenstemming met de vierde volzin van het
eerste lid heeft plaatsgevonden, wordt de onderwijsovereenkomst,
bedoeld in artikel 8.1.3, met onmiddellijke ingang ontbonden.
3. In de eerste volzin van
het derde lid wordt na "onverminderd" ingevoegd: de vierde volzin
van het eerste lid.
4. In het vijfde lid wordt
na "in afwijking van het derde lid" ingevoegd: , doch onverminderd de vierde
volzin van het eerste lid,.
B.
[MvT]
Artikel 8.1.3, derde lid,
onderdeel f, komt te luiden:
f. tussentijdse beëindiging van de overeenkomst en onmiddellijke ontbinding van de
overeenkomst in het geval, bedoeld in artikel 8.1.1, lid 1a; en.
Art.
VI. [MvT]
Na artikel 7.32, vierde lid,
van de Wet
op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek worden twee nieuwe leden toegevoegd,
luidende:
-5. De inschrijving als
student of extraneus staat slechts open voor degene waarvan de ouders, voogden of verzorgers aantonen, dan wel,
indien hij meerderjarig en
handelingsbekwaam is, degene die aantoont dat hij:
a. de Nederlandse
nationaliteit bezit of op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander
wordt behandeld;
b. vreemdeling is en jonger
is dan 18 jaar op de eerste dag waarop de opleiding begint waarvoor voor de eerste maal inschrijving wordt
gewenst;
c. vreemdeling is, 18 jaar
of ouder is op de eerste dag waarop de opleiding begint waarvoor
voor de eerste maal inschrijving wordt gewenst en op die dag
rechtmatig verblijf houdt in de zin van artikel 1b van de
Vreemdelingenwet;
d. vreemdeling is en buiten
Nederland verblijf houdt op de eerste dag waarop de opleiding begint waarvoor voor de eerste maal de inschrijving
wordt gewenst; of
e. vreemdeling is, niet meer
voldoet aan één van de voorwaarden, genoemd onder b, c of
d, en eerder in overeenstemming met één van die
onderdelen is ingeschreven
voor een opleiding van een instelling, welke opleiding nog steeds wordt
gevolgd en nog niet is voltooid.
-6. Indien na de inschrijving
blijkt dat deze op welke grond dan ook niet in overeenstemming met het vijfde lid heeft plaatsgevonden, wordt de
inschrijving van de student
of extraneus onmiddellijk beëindigd.
Art.
VII. [MvT]
De Wet individuele huursubsidie wordt gewijzigd als volgt:
Artikel 1 wordt gewijzigd
als volgt:
1. Het eerste lid, onderdeel b,
komt te luiden: [MvT
+
bis]
b. huurder: degene die als
huurder in het genot van een woning is en daarin zijn hoofdverblijf
heeft, alsmede degene aan wie een ingevolge de Huisvestingswet
gevorderde
woning krachtens die wet is toegewezen, één en ander indien die persoon:
1º. de Nederlandse
nationaliteit bezit of op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander
wordt behandeld; of
2º. vreemdeling is en:
a. rechtmatig verblijf houdt
als bedoeld in artikel 1b, aanhef en onder 1, van de
Vreemdelingenwet; of
b. na rechtmatig verblijf te
hebben gehouden in de zin van artikel 1b, aanhef en onder 1, van de Vreemdelingenwet, tijdig toelating in
aansluiting op dat verblijf
heeft aangevraagd, dan wel bezwaar heeft gemaakt of beroep heeft
ingesteld tegen de intrekking van het besluit tot toelating, totdat op die
aanvraag, dat bezwaar of dat beroep is beslist en mits hem met toepassing van
onderdeel a een bijdrage als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is of
wordt verstrekt voor het tijdvak, bedoeld in artikel 2, vijfde lid, waarin hij
voor het laatst voldeed aan onderdeel a;.
2. Het zesde lid, onderdeel c,
komt te luiden: [MvT
+
bis]
c. voldoet aan één der in
het eerste lid, onderdeel b, onder 1º of 2º, gestelde vereisten;.
Art.
VIII. [MvT]
De Huisvestingswet wordt
gewijzigd als volgt:
A. [MvT
+ bis]
Onder plaatsing van de
aanduiding "-1." voor de huidige tekst wordt aan artikel 9 een lid
toegevoegd, luidend:
-2. Een
huisvestingsvergunning wordt uitsluitend verleend aan personen die:
a. de Nederlandse
nationaliteit bezitten of op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander
worden behandeld; of
b. vreemdeling zijn en
rechtmatig verblijf houden als bedoeld in artikel 1b, aanhef en onder 1, van
de Vreemdelingenwet.
B.
[MvT
+ bis]
In artikel 13 wordt "de
artikelen 9 tot en met 12" vervangen door: artikel 9, eerste lid, en de
artikelen 10 tot en met 12.
C.
[MvT
+ bis]
In artikel 25, eerste lid,
wordt "één van de ingevolge artikel 9 aangewezen categorieën van
woningzoekenden" vervangen door: één van de
ingevolge artikel 9, eerste
lid, aangewezen categorieën van woningzoekenden, voor zover wordt voldaan aan
artikel 9, tweede lid.
D.
[MvT
+ bis]
In artikel 26, eerste lid,
wordt "Een huisvestingsvergunning wordt voorts" vervangen door: Onverminderd artikel 9, tweede lid, wordt een
huisvestingsvergunning
voorts.
E.
[MvT
+ bis]
In artikel 27 wordt "In
bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders een huisvestingsvergunning verlenen aan andere personen
dan in artikel 25 bedoeld,"
vervangen door: In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders
een huisvestingsvergunning verlenen aan andere woningzoekenden dan
bedoeld in artikel 9, eerste lid, voor zover wordt voldaan aan artikel 9,
tweede lid,.
Art.
IX. [MvT]
De Werkloosheidswet wordt
gewijzigd als volgt:
A. [MvT]
Aan artikel 1 wordt, onder
vervanging van de punt door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
h. vreemdeling: hetgeen
daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet.
B.
[MvT]
Artikel 3 wordt gewijzigd
als volgt:
1. Onder vernummering van
het derde en vierde lid tot vierde en vijfde lid wordt een nieuw
derde lid ingevoegd, luidende:
-3. In afwijking van het
eerste en tweede lid wordt niet als werknemer beschouwd de vreemdeling die
niet rechtmatig in Nederland verblijf houdt in de zin van artikel 1b,
aanhef en onder 1, van de Vreemdelingenwet.
2. In het nieuwe vijfde lid
wordt de zinsnede "van het eerste en het tweede lid" vervangen door:
van het eerste, tweede en derde lid.
3. Toegevoegd wordt een
zesde lid, luidende:
-6. Bij een maatregel als
bedoeld in het vijfde lid kan worden afgeweken van het derde lid
ten aanzien van:
a. vreemdelingen die
rechtmatig in Nederland arbeid verrichten dan wel hebben verricht;
b. vreemdelingen die, na
rechtmatig in Nederland verblijf te hebben gehouden in de zin van
artikel 1b, aanhef en onder 1, van de Vreemdelingenwet, tijdig toelating in
aansluiting op dat verblijf hebben aangevraagd, dan wel bezwaar hebben
gemaakt of beroep hebben ingesteld tegen de intrekking van het besluit
tot toelating, totdat op die aanvraag, dat bezwaar of dat beroep is
beslist.
C.
[MvT]
In artikel 19, eerste lid,
wordt onderdeel g vervangen door:
g. niet rechtmatig in
Nederland verblijf houdt als bedoeld in artikel 1b van de Vreemdelingenwet;
Art.
X. [MvT]
De Ziektewet wordt
gewijzigd als volgt:
A. [MvT]
Aan artikel 1 wordt, onder
vervanging van de punt door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
g. vreemdeling: hetgeen
daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet.
B. [MvT]
Artikel 3 wordt gewijzigd
als volgt:
1. Onder vernummering van
het derde en vierde lid tot vierde en vijfde lid wordt een nieuw
derde lid ingevoegd, luidende:
-3. In afwijking van het
eerste en tweede lid wordt niet als werknemer beschouwd de vreemdeling die
niet rechtmatig in Nederland verblijf houdt in de zin van artikel 1b,
aanhef en onder 1, van de Vreemdelingenwet.
2. In het nieuwe vijfde lid
wordt de zinsnede "van het eerste en het tweede lid" vervangen door:
van het eerste, tweede en derde lid.
3. Toegevoegd wordt een
zesde lid, luidende:
-6. Bij een maatregel als
bedoeld in het vijfde lid kan worden afgeweken van het derde lid
ten aanzien van:
a. vreemdelingen die
rechtmatig in Nederland arbeid verrichten dan wel hebben verricht;
b. vreemdelingen die, na
rechtmatig in Nederland verblijf te hebben gehouden in de zin van
artikel 1b, aanhef en onder 1, van de Vreemdelingenwet, tijdig toelating in
aansluiting op dat verblijf hebben aangevraagd, dan wel bezwaar hebben
gemaakt of beroep hebben ingesteld tegen de intrekking van het besluit
tot toelating, totdat op die aanvraag, dat bezwaar of dat beroep is
beslist.
C. [MvT]
Artikel 41 komt te luiden
als volgt:
Art. 41.
-1. De bedrijfsvereniging
schort de betaling van het ziekengeld op indien degene aan wie ziekengeld
is
toegekend een vreemdeling is die niet rechtmatig in Nederland
verblijf houdt als bedoeld in artikel 1b van de Vreemdelingenwet.
-2. De betaling van het
ziekengeld wordt hervat indien betrokkene daartoe een aanvraag indient
en het de bedrijfsvereniging is gebleken dat hij feitelijk buiten
Nederland woont of verblijf houdt.
Art.
XI. [MvT]
De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt gewijzigd als volgt:
A. [MvT]
Aan artikel 1 wordt, onder
vervanging van de punt door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
g. vreemdeling: hetgeen
daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet.
B. [MvT]
Artikel 3 wordt gewijzigd
als volgt:
1. Onder vernummering van
het derde en vierde lid tot vierde en vijfde lid wordt een nieuw
derde lid ingevoegd, luidende:
-3. In afwijking van het
eerste en tweede lid wordt niet als werknemer beschouwd de vreemdeling die
niet rechtmatig in Nederland verblijf houdt in de zin van artikel 1b,
aanhef en onder 1, van de Vreemdelingenwet.
2. In het nieuwe vijfde lid
wordt de zinsnede "van het eerste en het tweede lid" vervangen door:
van het eerste, tweede en derde lid.
3. Toegevoegd wordt een
zesde lid, luidende:
-6. Bij een maatregel als
bedoeld in het vijfde lid kan worden afgeweken van het derde lid
ten aanzien van:
a. vreemdelingen die
rechtmatig in Nederland arbeid verrichten dan wel hebben verricht;
b. vreemdelingen die, na
rechtmatig in Nederland verblijf te hebben gehouden in de zin van
artikel 1b, aanhef en onder 1, van de Vreemdelingenwet, tijdig toelating in
aansluiting op dat verblijf hebben aangevraagd, dan wel bezwaar hebben
gemaakt of beroep hebben ingesteld tegen de intrekking van het besluit
tot toelating, totdat op die aanvraag, dat bezwaar of dat beroep is
beslist.
C. [MvT]
Na artikel 50 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 50a.
-1. De bedrijfsvereniging
schort de betaling van een uitkering ingevolge deze wet op indien degene
aan wie uitkering is toegekend een vreemdeling is die niet rechtmatig in
Nederland verblijf houdt als bedoeld in artikel 1b van de
Vreemdelingenwet.
-2. De betaling van een
uitkering ingevolge deze wet wordt hervat indien betrokkene daartoe een aanvraag indient en het de bedrijfsvereniging is
gebleken dat hij feitelijk
buiten Nederland woont of verblijf houdt.
Art.
XII. [MvT]
De Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet wordt gewijzigd als volgt:
A. [MvT]
Aan artikel 1 wordt, onder
vervanging van de punt door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
g. vreemdeling: hetgeen
daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet.
B. [MvT]
Artikel 4 wordt gewijzigd
als volgt:
1. Onder vernummering van
het tweede lid tot derde lid wordt een nieuw tweede lid ingevoegd, luidende:
-2. Niet verzekerd is de
vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijf houdt in de zin van
artikel 1b, aanhef en onder 1, van de Vreemdelingenwet.
2. In het nieuwe derde lid
wordt de zinsnede "in afwijking van het eerste lid" vervangen door:
in afwijking van het eerste en tweede lid.
3. Toegevoegd wordt een
vierde lid, luidende:
-4. Bij een maatregel als
bedoeld in het derde lid kan worden afgeweken van het tweede lid
ten aanzien van:
a. vreemdelingen die
rechtmatig in Nederland arbeid verrichten dan wel hebben verricht;
b. vreemdelingen die, na
rechtmatig in Nederland verblijf te hebben gehouden in de zin van
artikel 1b, aanhef en onder 1, van de Vreemdelingenwet, tijdig toelating in
aansluiting op dat verblijf hebben aangevraagd, dan wel bezwaar hebben
gemaakt of beroep hebben ingesteld tegen de intrekking van het besluit
tot toelating, totdat op die aanvraag, dat bezwaar of dat beroep is
beslist.
C. [MvT]
Na artikel 41a wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 41b.
-1. De bedrijfsvereniging
schort de betaling van een uitkering ingevolge deze wet op indien degene
aan wie uitkering is toegekend een vreemdeling is die niet rechtmatig in
Nederland verblijf houdt als bedoeld in artikel 1b van de
Vreemdelingenwet.
-2. De betaling van een
uitkering ingevolge deze wet wordt hervat indien betrokkene daartoe een aanvraag indient en het de bedrijfsvereniging is
gebleken dat hij feitelijk
buiten Nederland woont of verblijf houdt.
Art.
XIII. [MvT]
De Algemene Ouderdomswet
wordt gewijzigd als volgt:
A. [MvT]
Aan artikel 1, eerste lid,
wordt, onder vervanging van de punt door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
c. vreemdeling: hetgeen
daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet.
B. [MvT]
Artikel 6 wordt gewijzigd
als volgt:
1. Onder vernummering van
het tweede lid tot derde lid wordt een nieuw tweede lid ingevoegd, luidende:
-2. Niet verzekerd is de
vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijf houdt in de zin van
artikel 1b, aanhef en onder 1, van de Vreemdelingenwet.
2. In het nieuwe derde lid
wordt de zinsnede "in afwijking van het eerste lid" vervangen door:
in afwijking van het eerste en tweede lid.
3. Toegevoegd wordt een
vierde lid, luidende:
-4. Bij een maatregel als
bedoeld in het derde lid kan worden afgeweken van het tweede lid
ten aanzien van:
a. vreemdelingen die
rechtmatig in Nederland arbeid verrichten dan wel hebben verricht;
b. vreemdelingen die, na
rechtmatig in Nederland verblijf te hebben gehouden in de zin van
artikel 1b, aanhef en onder 1, van de Vreemdelingenwet, tijdig toelating in
aansluiting op dat verblijf hebben aangevraagd, dan wel bezwaar hebben
gemaakt of beroep hebben ingesteld tegen de intrekking van het besluit
tot toelating, totdat op die aanvraag, dat bezwaar of dat beroep is
beslist.
C. [MvT]
Na artikel 16 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 16a.
-1. De Sociale
Verzekeringsbank schort de betaling van het ouderdomspensioen op indien degene
aan wie een
ouderdomspensioen is toegekend een vreemdeling is die niet
rechtmatig in Nederland verblijf houdt als bedoeld in artikel 1b van de
Vreemdelingenwet.
-2. De betaling van het
ouderdomspensioen wordt hervat indien betrokkene daartoe een
aanvraag indient en het de Sociale Verzekeringsbank is gebleken dat hij
feitelijk buiten Nederland woont of verblijf houdt.
Art.
XIV. [MvT]
De Algemene nabestaandenwet wordt gewijzigd als volgt:
A. [MvT]
Aan artikel 1 wordt, onder
vervanging van de punt door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
h. vreemdeling: hetgeen
daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet.
B. [MvT]
Artikel 13 wordt gewijzigd
als volgt:
1. Onder vernummering van
het tweede en derde lid tot derde en vierde lid wordt een nieuw tweede lid ingevoegd, luidende:
-2. Niet verzekerd is de
vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijf houdt in de zin van
artikel 1b, aanhef en onder 1, van de Vreemdelingenwet.
2. In het nieuwe derde lid
wordt de zinsnede "in afwijking van het eerste lid" vervangen door:
in afwijking van het eerste en tweede lid.
3. Toegevoegd wordt een
vijfde lid, luidende:
-5. Bij een maatregel als
bedoeld in het derde lid kan worden afgeweken van het tweede lid
ten aanzien van:
a. vreemdelingen die
rechtmatig in Nederland arbeid verrichten dan wel hebben verricht;
b. vreemdelingen die, na
rechtmatig in Nederland verblijf te hebben gehouden in de zin van
artikel 1b, aanhef en onder 1, van de Vreemdelingenwet, tijdig toelating in
aansluiting op dat verblijf hebben aangevraagd, dan wel bezwaar hebben
gemaakt of beroep hebben ingesteld tegen de intrekking van het besluit
tot toelating, totdat op die aanvraag, dat bezwaar of dat beroep is
beslist.
C. [MvT]
Na artikel 33 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 33a.
-1. De Sociale
Verzekeringsbank schort de betaling van de uitkering op indien degene aan wie een
uitkering is toegekend een vreemdeling is die niet rechtmatig in Nederland
verblijf houdt als bedoeld in artikel 1b van de Vreemdelingenwet.
-2. De betaling van de
uitkering wordt hervat indien betrokkene daartoe een aanvraag indient en het
de Sociale Verzekeringsbank is gebleken dat hij feitelijk buiten
Nederland woont of verblijf houdt.
Art.
XV. [MvT]
De Algemene Kinderbijslagwet wordt gewijzigd als volgt:
A. [MvT]
Aan artikel 1, eerste lid,
wordt, onder vervanging van de punt door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
c. vreemdeling: hetgeen
daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet.
B. [MvT]
Artikel 6 wordt gewijzigd
als volgt:
1. Onder vernummering van
het tweede lid tot derde lid wordt een nieuw tweede lid ingevoegd, luidende:
-2. Niet verzekerd is de
vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijf houdt in de zin van
artikel 1b, aanhef en onder 1, van de Vreemdelingenwet.
2. In het nieuwe derde lid
wordt de zinsnede "in afwijking van het eerste lid" vervangen door:
in afwijking van het eerste en tweede lid.
3. Toegevoegd wordt een
vierde lid, luidende:
-4. Bij een maatregel als
bedoeld in het derde lid kan worden afgeweken van het tweede lid
ten aanzien van:
a. vreemdelingen die
rechtmatig in Nederland arbeid verrichten dan wel hebben verricht;
b. vreemdelingen die, na
rechtmatig in Nederland verblijf te hebben gehouden in de zin van
artikel 1b, aanhef en onder 1, van de Vreemdelingenwet, tijdig toelating in
aansluiting op dat verblijf hebben aangevraagd, dan wel bezwaar hebben
gemaakt of beroep hebben ingesteld tegen de intrekking van het besluit
tot toelating, totdat op die aanvraag, dat bezwaar of dat beroep is
beslist.
Art.
XVI. [MvT]
De Toeslagenwet wordt
gewijzigd als volgt:
A. [MvT]
Aan artikel 1, eerste lid,
wordt, onder vervanging van de punt door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
i. vreemdeling: hetgeen
daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet.
B. [MvT]
Na artikel 15 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 15a.
-1. De bedrijfsvereniging
schort de betaling van de toeslag op indien degene aan wie een toeslag
is toegekend een vreemdeling is die niet rechtmatig in Nederland
verblijf houdt als bedoeld in artikel 1b van de Vreemdelingenwet.
-2. De betaling van de
toeslag wordt hervat indien betrokkene daartoe een aanvraag indient en het
de bedrijfsvereniging is gebleken dat hij feitelijk buiten Nederland
woont of verblijf houdt.
Art.
XVII. [MvT
+ bis]
De Algemene bijstandswet (Stb.
1995, 199) wordt gewijzigd als volgt:
A. [MvT
+ bis]
Artikel 7 wordt gewijzigd
als volgt:
1. In het tweede lid wordt
de zinsnede "aan wie het op grond van artikel 9 of 10 van de Vreemdelingenwet is toegestaan in Nederland te
verblijven" vervangen door:
die rechtmatig in Nederland verblijf houdt in de zin van artikel 1b,
aanhef en onder 1, van de Vreemdelingenwet.
2. Toegevoegd wordt een
derde lid, luidende:
-3. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen hier te lande verblijvende vreemdelingen, anders dan die bedoeld in artikel
1b, aanhef en
onder 1, van de
Vreemdelingenwet, voor de toepassing van deze wet met een Nederlander gelijk
worden gesteld:
a. ter uitvoering van een
verdrag dan wel een besluit van een volkenrechtelijke organisatie; of
b. in nader bij die
maatregel aan te wijzen gevallen waarin de vreemdeling, na rechtmatig in
Nederland
verblijf te hebben gehouden in de zin van artikel 1b, aanhef en
onder 1, van de Vreemdelingenwet, tijdig toelating in aansluiting op
dat verblijf heeft aangevraagd, dan wel bezwaar heeft gemaakt of
beroep heeft ingesteld tegen de intrekking van het besluit tot toelating,
totdat op die aanvraag, dat bezwaar of dat beroep is beslist.
B.
[MvT
+ bis]
Onder nummering van de
bestaande tekst van artikel 11 tot eerste lid wordt aan dit artikel een
tweede lid toegevoegd, luidende:
-2. Het eerste lid is niet
van toepassing op andere vreemdelingen dan die, bedoeld in artikel
7,
tweede en derde lid.
C.
[MvT
+ bis]
Artikel 12 vervalt.
D.
[MvT
+ bis]
Artikel 139 vervalt.
Art.
XVIII. [MvT
+ bis]
De Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt
gewijzigd als volgt:
Artikel 6 wordt gewijzigd
als volgt:
1. Het eerste lid, onderdeel b, wordt vervangen door:
b. rechtmatig verblijf houdt
in de zin van artikel 1b, aanhef en onder 1, van de Vreemdelingenwet;
2. Na het tweede lid wordt
een lid toegevoegd, luidende:
-3. Bij algemene maatregel
van bestuur kan worden bepaald dat hier te lande verblijvende vreemdelingen, anders dan die bedoeld in artikel
1b, aanhef en onder 1, van de
Vreemdelingenwet, recht op uitkering hebben, onverminderd de overige
vereisten voor dat recht:
a. ter uitvoering van een
verdrag dan wel een besluit van een volkenrechtelijke organisatie; of
b. in nader bij die
maatregel aan te wijzen gevallen waarin de vreemdeling, na rechtmatig in
Nederland
verblijf te hebben gehouden in de zin van artikel 1b, aanhef en
onder 1, van de Vreemdelingenwet, tijdig toelating in aansluiting op
dat verblijf heeft aangevraagd, dan wel bezwaar heeft gemaakt of
beroep heeft ingesteld tegen de intrekking van het besluit tot toelating,
totdat op die aanvraag, dat bezwaar of dat beroep is beslist.
Art.
XIX. [MvT]
De Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen wordt gewijzigd als volgt:
Artikel 6 wordt gewijzigd
als volgt:
1. Het derde lid, onderdeel c, wordt vervangen door:
c. niet rechtmatig verblijf
houdt in de zin van artikel 1b, aanhef en onder 1, van de Vreemdelingenwet;
2. Na het vierde lid wordt
een lid toegevoegd, luidende:
-5. Bij algemene maatregel
van bestuur kan worden bepaald dat hier te lande verblijvende vreemdelingen, anders dan die bedoeld in artikel
1b, aanhef en onder 1, van de
Vreemdelingenwet, recht op uitkering hebben, onverminderd de overige
vereisten voor dat recht:
a. ter uitvoering van een
verdrag dan wel een besluit van een volkenrechtelijke organisatie; of
b. in nader bij die
maatregel aan te wijzen gevallen waarin de vreemdeling, na rechtmatig in
Nederland
verblijf te hebben gehouden in de zin van artikel 1b, aanhef en
onder 1, van de Vreemdelingenwet, tijdig voortgezette toelating in
aansluiting op dat verblijf heeft aangevraagd, dan wel bezwaar heeft
gemaakt of beroep heeft ingesteld tegen de intrekking van het besluit
tot toelating, totdat op die aanvraag, dat bezwaar of dat beroep is
beslist.
Art.
XX. [MvT
+ bis]
De Ziekenfondswet wordt
gewijzigd als volgt:
A. [MvT
+ bis]
Aan artikel 1, eerste lid,
wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel f door
een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
g. vreemdeling: hetgeen
daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet.
B.
[MvT
+ bis]
Na plaatsing van de aanduiding "-1." voor de tekst van artikel 2 wordt aan dat artikel een lid toegevoegd,
luidende:
-2. In afwijking van het
eerste lid zijn vreemdelingen die niet rechtmatig in Nederland verblijf genieten in de zin van artikel
1b, aanhef en onder 1,
van de Vreemdelingenwet,
niet verplicht verzekerd.
C.
[MvT
+ bis]
Aan artikel 3 wordt een lid
toegevoegd, luidende:
-10. Bij de algemene
maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kunnen in afwijking
van artikel 2, tweede lid, vreemdelingen als verzekerden worden
aangewezen, voor zover het betreft:
a. vreemdelingen die
rechtmatig in Nederland arbeid verrichten dan wel hebben verricht;
b. vreemdelingen die, na in
Nederland rechtmatig verblijf te hebben genoten in de zin van
artikel 1b, aanhef en onder 1, van de Vreemdelingenwet, tijdig toelating in
aansluiting op dat verblijf hebben aangevraagd, dan wel bezwaar hebben
gemaakt of beroep hebben ingesteld tegen de intrekking van het besluit
tot toelating, totdat op die aanvraag, dat bezwaar of dat beroep is
beslist;
c. vreemdelingen die
rechtmatig in Nederland verblijven in de zin van artikel 1b van de Vreemdelingenwet, voor zover zij aanspraak hebben op
bijstand ingevolge de
Algemene bijstandswet, dan wel voor zover bij of krachtens wet een
voorliggende voorziening met betrekking tot hun opvang hier te lande is
getroffen. Ten aanzien van deze
vreemdelingen is artikel 8b, eerste lid, van de Vreemdelingenwet niet van
toepassing.
D.
[MvT
+ bis]
Na artikel 5 wordt een
artikel toegevoegd, luidende:
Art. 5a.
-1. De verzekerde is
verplicht desgevraagd aan het ziekenfonds waarbij hij zich aanmeldt, onderscheidenlijk waarbij hij is ingeschreven, een
document als bedoeld in
artikel 1 van de Wet
op de identificatieplicht terstond ter inzage te
verstrekken, voor zover dit redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze
wet.
-2. Het eerste lid is van
overeenkomstige toepassing ten aanzien van de medeverzekerde die door de
verzekerde bij het ziekenfonds wordt aangemeld, onderscheidenlijk
waarbij de medeverzekerde is ingeschreven.
-3. Het ziekenfonds stelt
voor zover dit redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet de
identiteit vast van de personen, bedoeld in het eerste en tweede lid, aan de
hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet
op de identificatieplicht en neemt daarvan aard en nummer op in de administratie.
-4. Het ziekenfonds verlangt
van de vreemdeling die zich als verzekerde of medeverzekerde aanmeldt een kopie van het document of de schriftelijke
verklaring, bedoeld in
artikel 8a, tweede lid, van de Vreemdelingenwet, dat wordt aangemerkt als een
bescheid als bedoeld in artikel 4:3,
tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Art.
XXI. [MvT
+ bis]
De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten wordt gewijzigd als volgt:
A. [MvT
+ bis]
Aan artikel 1, eerste lid,
wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel h door
een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
i. vreemdeling: hetgeen
daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet.
B.
[MvT
+ bis]
Artikel 5 wordt gewijzigd
als volgt:
1. Onder vernummering van
het tweede lid tot derde lid wordt een nieuw tweede lid ingevoegd, luidende:
-2. In afwijking van het
eerste lid zijn vreemdelingen die niet rechtmatig in Nederland verblijf genieten in de zin van artikel
1b, aanhef en onder
1, van de Vreemdelingenwet,
niet verzekerd.
2. Aan het artikel wordt een
lid toegevoegd, luidende:
-4. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kan, in afwijking van het eerste en tweede
lid, uitbreiding worden gegeven aan de kring der verzekerden voor zover het
betreft:
a. vreemdelingen die
rechtmatig in Nederland arbeid verrichten dan wel hebben verricht;
b. vreemdelingen die, na in
Nederland rechtmatig verblijf te hebben genoten in de zin van
artikel 1b, aanhef en onder 1, van de Vreemdelingenwet, tijdig toelating in
aansluiting op dat verblijf hebben aangevraagd, dan wel bezwaar hebben
gemaakt of beroep hebben ingesteld tegen de intrekking van het besluit
tot toelating, totdat op die aanvraag, dat bezwaar of dat beroep is
beslist. Ten aanzien van deze
vreemdelingen is artikel 8b, eerste lid, van de Vreemdelingenwet niet van
toepassing.
C.
[MvT
+ bis]
Na artikel 9 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 9a.
-1. De verzekerde is
verplicht desgevraagd aan het ziekenfonds, de ziektekostenverzekeraar of
het uitvoerend orgaan waarbij hij zich aanmeldt, onderscheidenlijk
waarbij hij is ingeschreven of waaraan hij deelneemt, een document als
bedoeld in artikel 1 van de Wet
op de identificatieplicht terstond
ter inzage te verstrekken, voor zover dit redelijkerwijs nodig is voor
de uitvoering van deze wet.
-2. Het ziekenfonds, de
ziektekostenverzekeraar of het uitvoerende orgaan stelt voor zover dit redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van
deze wet de identiteit vast
van de persoon, bedoeld in het eerste lid, aan de hand van een document als
bedoeld in artikel 1 van de Wet
op de identificatieplicht en neemt
daarvan aard en nummer op in de administratie.
-3. Het ziekenfonds, de
ziektekostenverzekeraar of het uitvoerend orgaan verlangt van de vreemdeling
die zich als verzekerde aanmeldt een kopie van het document of de
schriftelijke verklaring, bedoeld in artikel 8a, tweede lid van de
Vreemdelingenwet, dat wordt aangemerkt als een bescheid als bedoeld in artikel
4:3,
tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
D.
[MvT
+ bis]
In artikel 76a wordt "artikel
5, tweede lid" vervangen door: artikel
5, derde en vierde lid.
Art.
XXII. [MvT
+ bis]
De Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen wordt gewijzigd als volgt:
A. [MvT
+ bis]
Aan artikel 1 wordt, onder
vervanging van de punt aan het slot van onderdeel e door een
puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
f. vreemdeling: hetgeen
daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet.
B.
[MvT
+ bis]
Na artikel 2 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 2a.
De in artikel 2 bedoelde
verplichting geldt niet ten aanzien van vreemdelingen die niet
rechtmatig in Nederland verblijf genieten in de zin van artikel 1b,
aanhef en
onder 1, van de Vreemdelingenwet, tenzij bij of krachtens deze wet
uitdrukkelijk het tegendeel is bepaald.
C.
[MvT
+ bis]
Aan artikel 4 wordt een
nieuw derde lid toegevoegd, luidende:
-3. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen in afwijking van artikel 2a vreemdelingen worden
aangewezen ten aanzien van wie de in artikel 2
bedoelde verplichtingen
onderscheidenlijk het in artikel 3 bedoelde verbod gelden, voor zover
het betreft:
a. vreemdelingen die
rechtmatig in Nederland arbeid verrichten dan wel hebben verricht;
b. vreemdelingen die, na in
Nederland rechtmatig verblijf te hebben genoten in de zin van
artikel 1b, aanhef en onder 1, van de Vreemdelingenwet, tijdig toelating in
aansluiting op dat verblijf hebben aangevraagd, dan wel bezwaar hebben
gemaakt of beroep hebben ingesteld tegen de intrekking van het besluit
tot toelating, totdat op die aanvraag, dat bezwaar of dat beroep is
beslist. Ten aanzien van deze
vreemdelingen is artikel 8b, eerste lid, van de Vreemdelingenwet niet van
toepassing.
D.
[MvT
+ bis]
Na artikel 4 wordt een nieuw
artikel 4a ingevoegd, luidende:
Art. 4a.
-1. De persoon die een
ziektekostenverzekeraar verzoekt een verzekeringsovereenkomst van
de in artikel 2, tweede lid, bedoelde inhoud te sluiten, is verplicht
desgevraagd aan deze verzekeraar een document als bedoeld in artikel 1 van de
Wet op de
identificatieplicht terstond ter inzage te verstrekken, voor zover
dit redelijkerwijze nodig is voor de uitvoering van deze wet.
-2. De
ziektekostenverzekeraar stelt voor zover dit redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze
wet de identiteit vast van de persoon, bedoeld in het eerste lid, aan de
hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet
op de identificatieplicht en neemt daarvan aard en nummer op in de administratie.
-3. De
ziektekostenverzekeraar of het uitvoerend orgaan verlangt van de vreemdeling die hem
verzoekt
een verzekeringsovereenkomst van de in artikel 2, tweede lid,
bedoelde inhoud te sluiten een kopie van het document of de schriftelijke
verklaring, bedoeld in artikel 8a, tweede lid van de Vreemdelingenwet, dat
wordt aangemerkt als een bescheid als bedoeld in artikel
4:3,
tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Art.
XXIII. [MvT]
-1. In afwijking van artikel
VII wordt als huurder als bedoeld in artikel 1 van de Wet individuele huursubsidie tevens
aangemerkt de vreemdeling
die rechtmatig verblijf
houdt als bedoeld in artikel 1b, aanhef en onder 5, van de Vreemdelingenwet,
mits hem een bijdrage als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet
individuele huursubsidie is of wordt verstrekt voor het laatste tijdvak, bedoeld
in artikel 2, vijfde lid, van die wet, vóór het tijdstip van
inwerkingtreding van artikel VII.
-2. Bijstandverlening
krachtens de Algemene bijstandswet welke op het tijdstip van
inwerkingtreding van deze wet plaatsvindt, kan, ten aanzien van een vreemdeling
die rechtmatig verblijf houdt als bedoeld in artikel 1b, aanhef en onder
5, van de Vreemdelingenwet worden voortgezet; in zodanig geval
kan ten aanzien van deze vreemdeling, voor zover woonachtig in
Nederland, eveneens worden afgeweken van artikel
2, tweede lid, van de Ziekenfondswet.
Art.
XXIV.
In hoofdstuk IX van de Wet
op de rechtsbijstand wordt een nieuw artikel 48 ingevoegd,
luidende:
Art. 48.
Artikel 8b, eerste lid, van
de Vreemdelingenwet is niet van toepassing op de aanspraken op rechtsbijstand overeenkomstig deze wet.
Art.
XXV.
De Wegenverkeerswet
1994 wordt gewijzigd als volgt:
A.
In artikel 111, derde lid,
wordt "het hoofd van plaatselijke politie in de zin van de
Vreemdelingenwet" vervangen door: de korpschef, bedoeld in artikel 4 van de
Vreemdelingenwet.
B.
In artikel 113 vervalt het
vierde lid en wordt het vijfde lid vernummerd tot vierde lid.
Art.
XXVI.
De Wet
gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 26, eerste lid, komt
te luiden:
-1. Op grond van zijn
aangifte van verblijf en adres wordt degene die niet in een
basisadministratie is ingeschreven, naar redelijke verwachting gedurende een
halfjaar ten
minste twee derde van de tijd in Nederland verblijf zal houden en:
a. de Nederlandse
nationaliteit bezit;
b. op grond van een
wettelijke bepaling als Nederlander wordt behandeld; of
c. vreemdeling is en
rechtmatig verblijf geniet als bedoeld in artikel 1b van de
Vreemdelingenwet;
ingeschreven in de basisadministratie van de gemeente waar hij zijn adres
heeft.
B.
Artikel 65, zevende lid,
wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel b komt "of" te vervallen.
2. In onderdeel c wordt de
punt vervangen door: ; of.
3. Toegevoegd wordt een
nieuw onderdeel d, dat luidt:
d. de betrokkene een
vreemdeling is die niet is ingeschreven in een basisadministratie en geen
rechtmatig verblijf geniet als bedoeld in artikel 1b van de Vreemdelingenwet.
Art.
XXVII. [MvT]
Deze wet treedt in werking
op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de
verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden
vastgesteld.¹
1. Bij Besluit
van 2 april 1998, Stb. 1998, 204, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 juli 1998, red.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
26 maart 1998
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Justitie,
E.M.A. Schmitz
De Staatssecretaris van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,
T. Netelenbos
De Minister van Landbouw,
Natuurbeheer en Visserij,
J.J. van Aartsen
De Staatssecretaris van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
D.K.J. Tommel
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.P.W. Melkert
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F.H.G. de Grave
De Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers
Uitgegeven de veertiende
april 1998
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|