St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

  
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

NATUURBESCHERMINGSWET  1998

Versie 25 mei 1998

(Recente versie)

 

 

 

 
Parlementaire behandeling:

Kamerstukken II 1993-1994, 1994-1995, 1996-1997, 1997-1998, 23 580.
Handelingen II 1997-1998, blz. 582-591, 919-925, 1391-1392.
Kamerstukken I 1997-1998, 23 580 (105, 105a, 105b, 105c).
Handelingen I 1997-1998, blz. 1570-1588, 1604-1620.

 

 

WET van 25 mei 1998, Stb. 1998, 403, houdende nieuwe regelen ter bescherming van natuur en landschap (Natuurbeschermingswet 1998). Inwerkingtreding: artikelen 73, 74 en 75 1 oktober 2005 (Stb. 2005, 473), zie artikel 74.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is nieuwe regelen te stellen inzake de bescherming van natuur en landschap en dat het voorts wenselijk is een wettelijke grondslag te geven aan het verlenen van bijdragen ter bevordering en ondersteuning van het beleid inzake natuur en landschap alsmede aan het verlenen van vergoedingen ter zake van het op vrijwillige basis richten of mede richten van de bedrijfsvoering van landbouwbedrijven, binnen daartoe aangewezen gebieden, op het beheer van natuur en landschap;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

[Voor de Algemene wet bestuursrecht relevante artikelen, red.]

 

 

HOOFDSTUK  XI

Slot- en overgangsbepalingen

 

Art. 73.
De bijlage bij de Algemene wet bestuursrecht wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel E (Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij) wordt toegevoegd:
4. De artikelen 17 en 23 van de Natuurbeschermingswet 1998.
2. In onderdeel C (Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer) wordt in onderdeel 3 de zinsnede "en 8.37" ¹ vervangen door: , 8.37, 8.39b en 8.39e.

1. Gelet op het bepaalde in artikel I, onderdeel J, onder 2, van de Leemtewet Awb dient volgens de redactie "en 8.37" te worden vervangen door: en 8.39.

 

Art. 74.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.¹

1. Bij Besluit van 28 december 1998, Stb. 1999, 15, is het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen 1, aanhef en onder a, 27 en 28 bepaald op 22 januari 1999; bij Besluit van 29 februari 2000, Stb. 2000, 109, is het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen 29 en 39, eerste lid, bepaald op 8 maart 2000; bij Besluit van 29 augustus 2000, Stb. 2000, 362, is het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen 3 tot en met 9b bepaald op 20 september 2000; bij Besluit van 21 september 2005, Stb. 2005, 473, is het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen 1, onderdeel b tot en met f, 2, 10 tot en met 26, 30 tot en met 38, 39, tweede lid, 40 tot en met 46, 49 en 57 tot en met 75 bepaald op 1 oktober 2005, red.

 

Art. 75.
Deze wet wordt aangehaald als: Natuurbeschermingswet, met vermelding van het jaartal van het Staatsblad waarin zij zal worden geplaatst.

 

 

     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven te ’s-Gravenhage, 25 mei 1998

 

BEATRIX

 

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
J.J. van Aartsen

 

Uitgegeven de veertiende juli 1998
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x