|
Art. 69.
[Opschorten recht op bijstand,
herstel verzuim en beëindiging bijstand] [Geschiedenis:
MvT; versie 12 april 1995; Stb.
1996, 248; Stb.
2001, 625;
Stb.
2003, 376] •
[Jurisprudentie: AA3555;
AA3567;
AA3687; AA3771; AA4808; AA5738;
AA6711; AA6725;
AA6936;
AA7084;
AA8239; AA8691;
AA9382; AB0237;
AB0596;
AB1261; AB1792;
AB1797; AB2256;
AC1903; AR7248;
AD3773; AD3845;
AD5912; AE0154;
AE0165; AE1085;
AE1887; AE3713;
AE3721;
AE3802; AE4236;
AE4247;
AE6057;
AE6820;
AE6822;
AE7159;
AE7242;
AE7599;
AE9538;
AF0896; AT0206;
AT0233; AT0237]
-1. Indien de belanghebbende de voor de
verlening van bijstand van belang zijnde gegevens of de gevorderde
bewijsstukken niet, niet tijdig of onvolledig heeft verstrekt en
hem dit te verwijten valt, dan wel indien de belanghebbende
anderszins onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek,
schorten burgemeester en wethouders het recht op bijstand op:
a. vanaf de eerste dag van de periode
waarop het verzuim betrekking heeft; of
b. vanaf de dag van het verzuim indien
niet kan worden bepaald op welke periode dit verzuim betrekking
heeft.
-2. Burgemeester en wethouders doen mededeling
van de opschorting aan de belanghebbende en nodigen hem uit binnen
een door hen te stellen termijn het verzuim te herstellen.
-3. Onverminderd het elders in deze wet
bepaalde ter zake van herziening of intrekking van een besluit
tot toekenning van bijstand en ter zake van weigering van
bijstand, herzien burgemeester en wethouders een dergelijk
besluit of trekken zij dat in:
a. indien een gedraging als bedoeld in
artikel 14, eerste lid, of het niet of niet behoorlijk nakomen van
de verplichting, bedoeld in artikel
65, eerste lid,
of de artikelen 28, tweede lid, en
29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen, heeft
geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van
bijstand;
b. indien anderszins de bijstand ten
onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend.
-4. Als de belanghebbende in het geval, bedoeld
in het eerste lid, het verzuim niet herstelt binnen de daarvoor
gestelde termijn, trekken burgemeester en wethouders na het
verstrijken van deze termijn het besluit tot toekenning van
bijstand in met ingang van de eerste dag waarover het recht op
bijstand is opgeschort.
-5. Indien daarvoor dringende redenen aanwezig
zijn, kunnen burgemeester en wethouders besluiten geheel of gedeeltelijk van herziening of intrekking af te zien.
|
|