Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.
   

 

 

 

 

 

 

§ 1.  Algemeen

 

Art. 72. [Uitbetaling algemene bijstand aan echtgenoten]  [GeschiedenisMvTversie 12 april 1995Stb. 2003, 376]
De algemene bijstand wordt uitbetaald aan ieder van de rechthebbende echtgenoten voor de helft dan wel op hun gezamenlijk verzoek aan één van hen voor het geheel.

 

Art. 73. [Uitbetaling algemene bijstand en vakantietoeslag | Afwijkende uitbetaling algemene bijstand]  [GeschiedenisMvTversie 12 april 1995Stb. 2003, 376]      [JurisprudentieLJN AD3618]
-1. Burgemeester en wethouders betalen de algemene bijstand maandelijks achteraf.
-2. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de algemene bijstand over een kortere of langere periode te betalen indien dit gelet op de omstandigheden van de belanghebbende wenselijk is.
-3. In afwijking van het eerste lid wordt de vakantietoeslag, voor zover niet reeds eerder betaald, jaarlijks betaald in de maand juni over de aan die maand voorafgaande twaalf maanden, dan wel in de maand waarin de algemene bijstand eindigt.

 

Art. 74. [Bijstand bij wijze van voorschot | Geen voorschot voor bedrijfskapitaal]  [GeschiedenisMvTversie 12 april 1995Stb. 2003, 376]      [JurisprudentieLJN AA9549]
-1. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om, indien de noodzaak daartoe aannemelijk is, zonder voorafgaand onderzoek als bedoeld in artikel 66 bij wijze van voorschot bijstand te verlenen met inachtneming van artikel 25.
-2. Het in het eerste lid bedoelde voorschot kan worden verleend zolang de termijn, bedoeld in artikel 68, niet is verstreken en burgemeester en wethouders nog geen besluit inzake de verlening van bijstand hebben bekendgemaakt.
-3. Het in het eerste lid bedoelde voorschot kan geen betrekking hebben op bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal.

 

Art. 75. [Verrekening voorschot UWV zonder machtiging | Verrekening bijstand met voorschot]  [GeschiedenisMvTversie 12 april 1995Stb. 1997, 96Stb. 1997, 789Stb. 2001, 625Stb. 2003, 376]
-1. Indien algemene bijstand wordt verleend over een periode waarover een voorschot is ontvangen met toepassing van artikel 31, tweede lid, van de Werkloosheidswet, al dan niet met gelijktijdige toepassing van artikel 17, eerste lid, van de Toeslagenwet, en dit voorschot door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt teruggevorderd, kan deze bijstand zonder machtiging van de belanghebbende tot het bedrag van dit voorschot aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen worden betaald.
-2. In het geval, bedoeld in het eerste lid, vergoedt de gemeente aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tevens de over de te verlenen bijstand verschuldigde loonbelasting, premies volksverzekeringen en de ziekenfondspremie.
-3. Indien bijstand wordt verleend over een periode waarover met toepassing van artikel 74 een voorschot is verleend, kan deze bijstand zonder machtiging van de belanghebbende worden verrekend met dit voorschot.

 

Art. 76. [Doorbetaling algemene bijstand bij overlijden]  [GeschiedenisMvTversie 12 april 1995Stb. 1995, 696Stb. 2003, 376]
In geval van overlijden van één van de echtgenoten, van de alleenstaande ouder of van het laatste ten laste komende kind van de alleenstaande ouder wordt de algemene bijstand tot en met één maand na de dag van het overlijden betaald naar de op het moment van overlijden van toepassing zijnde bijstandsnorm aan de andere echtgenoot, de ten laste komende kinderen, onderscheidenlijk de gewezen alleenstaande ouder.

 

Art. 77. [Bijstand niet vatbaar voor vervreemding/verpanding | Bijzondere bijstand niet vatbaar voor beslag | Beslagvrije voet]  [GeschiedenisMvTversie 12 april 1995Stb. 2003, 376]      [JurisprudentieLJN AD4029]
-1. De bijstand is niet vatbaar voor vervreemding of verpanding.
-2. Bijzondere bijstand is niet vatbaar voor beslag.
-3. Beslag op algemene bijstand is slechts geldig voor zover de betrokkene blijft beschikken over een inkomen gelijk aan de beslagvrije voet, bedoeld in artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
-4. Een machtiging tot het in ontvangst nemen van de bijstand, onder welke vorm of welke benaming ook verleend, is steeds herroepelijk.
-5. Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.

 

 

§ 2.  Terugvordering

 

Art. 78. [Terugvorderingsplicht]  [GeschiedenisMvT + bisversie 12 april 1995Stb. 1995, 691Stb. 1996, 248Stb. 2003, 376]      [JurisprudentieLJN AA3687AA3977AA4021AA6711AA8349AB0237AB2488AD4029AD7718AE1887AE4494AE7159AE7242AF1408AR7248]
-1. Kosten van bijstand worden door de gemeente teruggevorderd in de gevallen en naar de regels aangegeven in deze paragraaf.
-2. Het in aanmerking nemen van in de voorafgaande drie maanden ontvangen middelen wordt niet als terugvordering beschouwd.
-3. Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kunnen burgemeester en wethouders besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien.

 

Art. 78a. [Afwijking terugvorderingsplicht | Ministeriële regeling m.b.t. afwijking terugvorderingsplicht]  [GeschiedenisStb. 1996, 248Stb. 2003, 376]
-1. In afwijking van artikel 78 kunnen burgemeester en wethouders, op verzoek van belanghebbende, besluiten gedeeltelijk van terugvordering of gedeeltelijk van verdere terugvordering van bijstand af te zien, indien:
a. redelijkerwijs te voorzien is dat de belanghebbende niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden;
b. redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen, behoudens de in het tweede lid bedoelde, van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen; en
c. de vordering van de gemeente wegens teruggevorderde bijstand ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang.
-2. Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van:
a. de terugvordering van bijstand als gevolg van verwijtbaar gedrag van de belanghebbende;
b. vorderingen welke door pand of hypotheek op een goed of goederen zijn gedekt, behoudens voor zover zij niet op die goederen verhaald kunnen worden.
-3. Het besluit tot het gedeeltelijk afzien van terugvordering of tot het gedeeltelijk afzien van verdere terugvordering treedt niet in werking voordat een schuldregeling overeenkomstig het eerste lid tot stand is gekomen.
-4. Het besluit tot het gedeeltelijk afzien van terugvordering of tot het gedeeltelijk afzien van verdere terugvordering wordt ingetrokken of ten nadele van de belanghebbende gewijzigd, indien:
a. niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt een schuldregeling is tot stand gekomen die voldoet aan de eisen, bedoeld in het eerste lid;
b. de belanghebbende zijn schuld aan de gemeente niet overeenkomstig de schuldregeling voldoet; of
c. onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid.
-5. Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot dit artikel nadere regels worden gesteld.

 

Art. 78b. [Afzien van terugvordering geringe bedragen | Regeling terugvordering geringe bedragen]  [GeschiedenisStb. 1997, 789Stb. 2003, 376]
In afwijking van artikel 78 kunnen burgemeester en wethouders, onder voorwaarden die Onze Minister kan stellen, besluiten van terugvordering af te zien indien het terug te vorderen bedrag een door Onze Minister vast te stellen bedrag niet te boven gaat. [Rtgb]

 

Art. 78c. [Afzien van (verdere) terugvordering | Ministeriële regeling m.b.t. afwijking terugvorderingsplicht]  [GeschiedenisStb. 1998, 278 + bisStb. 2001, 625Stb. 2003, 376]      [JurisprudentieLJN AA7322AB2206AB6631AD3472AD4971AD7519AD8380]
-1. In afwijking van artikel 78 kunnen burgemeester en wethouders besluiten van terugvordering of van verdere terugvordering af te zien, indien de belanghebbende:
a. gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan;
b. gedurende vijf jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald;
c. gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of
d. een bedrag overeenkomend met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost.
-2. De in het eerste lid, onderdeel a en b, genoemde termijn is drie jaar, indien:
a. het gemiddeld inkomen van de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, niet te boven is gegaan; en
b. de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 65, eerste lid, of de artikelen 28, tweede lid, en 29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
-3. Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van vorderingen welke door pand of hypotheek op een goed of goederen zijn gedekt, behoudens voor zover zij niet op die goederen verhaald kunnen worden.
-4. Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot dit artikel nadere regels worden gesteld.

 

Art. 79. [Afwijking gezinsverband]  [GeschiedenisMvT + bisversie 12 april 1995Stb. 2003, 376]
Indien ten aanzien van een tot het gezin behorende persoon toepassing is gegeven aan artikel 13, vierde lid, wordt het verschil tussen de verleende bijstand en de bijstand welke, zonder die toepassing, als gezinsbijstand zou zijn verleend, teruggevorderd van de in artikel 13, tweede lid, bedoelde personen naar de mate waarin met hun middelen bij de verlening van gezinsbijstand rekening zou zijn gehouden.

 

Art. 80. [Terugvordering voorschot]  [GeschiedenisMvT + bisversie 12 april 1995Stb. 2003, 376]      [JurisprudentieLJN AA9549]
Burgemeester en wethouders vorderen een ingevolge artikel  74 verleend voorschot terug van de belanghebbende voor zover zij na onderzoek vaststellen dat over de betrokken periode geen recht op bijstand bestaat.

 

Art. 81. [Terugvordering bij onvoldoende besef van verantwoordelijkheid en bij niet nakomen verplichting | Terugvordering van ten onrechte verleende bijstand | Vervaltermijn]  [GeschiedenisMvT + bisversie 12 april 1995Stb. 1996, 248Stb. 2003, 376]      [JurisprudentieLJN AA3546AA3687AA4072AA4808AA5668AA5738AA6711AA6725AA6936AA7084AA8239AA9382AB0237AB0596AB1261AB1792AB1797AB2256AB3076AB3331AC1903AD3845AD3998AD5912AD6630AE1085AE1887AE3713AE3721AE4236AE4247AE6820AE6822AE7159AE7242AE7599AE8643AE9538AF0896AR7248AT0206AT0233AT0237]
-1. Bijstand die als gevolg van een besluit als bedoeld in artikel 14 of 69, derde of vierde lid, ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend, wordt van de belanghebbende teruggevorderd.
-2. Hetgeen anderszins onverschuldigd is betaald, wordt teruggevorderd voor zover de belanghebbende dit redelijkerwijs had kunnen begrijpen.
-3. Terugvordering als bedoeld in het tweede lid vindt niet plaats indien de betreffende kosten zijn gemaakt meer dan twee jaar vóór de datum van verzending van het besluit tot terugvordering.

 

Art. 82. [Terugvordering indien inkomsten/vermogen achteraf]  [GeschiedenisMvT + bisversie 12 april 1995Stb. 2003, 376]      [JurisprudentieLJN AA3543AA3546AA4129AA5668AA6725AA8349AA8506AA8511AA8811AA9587AB0596AB2260AB3075AD8171AD9031AE2699AE3713AE6817]
Kosten van bijstand worden van de belanghebbende teruggevorderd voor zover:
a. hij naderhand met betrekking tot de periode waarover bijstand is verleend over in aanmerking te nemen middelen als bedoeld in hoofdstuk IV, afdeling 3, beschikt of kan beschikken;
b. bijstand is verleend met een bepaalde bestemming en naderhand door hem vergoedingen of tegemoetkomingen worden ontvangen met het oog op die bestemming.

 

Art. 83. [Terugvordering bijstand in de vorm van geldlening/borgtocht]  [GeschiedenisMvT + bisversie 12 april 1995Stb. 2003, 376]      [JurisprudentieLJN AD9031AE6166AF1408]
-1. Kosten van bijstand verleend in de vorm van geldlening worden ingevolge deze paragraaf van de belanghebbende teruggevorderd indien hij de hieruit voortvloeiende verplichtingen niet of niet behoorlijk nakomt.
-2. Kosten van bijstand voortvloeiende uit gestelde borgtocht worden van de hoofdschuldenaar teruggevorderd.

 

Art. 84. [Belanghebbende | Terugvordering bij niet nakomen verplichting | Hoofdelijke aansprakelijkheid]  [GeschiedenisMvT + bisversie 12 april 1995Stb. 1998, 742Stb. 2001, 625Stb. 2003, 376]      [JurisprudentieLJN AA6362AA7084AB0237AB0596AB1019AB1792AB2488AB3331AD5366AE1085AE1887AE6090]
-1. Indien de bijstand op grond van artikel 13, tweede lid, is verleend, worden voor de toepassing van deze paragraaf als belanghebbenden aangemerkt de in dat artikel bedoelde personen.
-2. Indien de bijstand op grond van artikel 13, tweede lid, als gezinsbijstand aan gehuwden had moeten worden verleend, maar zulks achterwege is gebleven omdat de belanghebbende de verplichtingen, bedoeld in artikel 65, of de artikelen 28, tweede lid, en 29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, niet of niet behoorlijk is nagekomen, worden de ten onrechte gemaakte kosten van bijstand mede teruggevorderd van de persoon met wiens middelen als bedoeld in hoofdstuk IV, afdeling 3, bij de verlening van bijstand rekening had moeten worden gehouden.
-3. De in het eerste en tweede lid bedoelde personen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de terugbetaling van de ten onrechte gemaakte kosten van bijstand.

 

Art. 85. [Bevoegde gemeente bij terugvordering]  [GeschiedenisMvT + bisversie 12 april 1995Stb. 2003, 376]
-1. Terugvordering geschiedt door burgemeester en wethouders van de gemeente die de bijstand heeft verleend.
-2. Indien een gemeente ingevolge artikel 64, vierde lid, gehouden is kosten van bijstand over een bepaalde periode aan een andere gemeente te vergoeden, geschiedt de terugvordering over die periode, voor zover zij nog niet heeft plaatsgehad, door burgemeester en wethouders van eerstgenoemde gemeente.

 

Art. 86. [Inhoud terugvorderingsbesluit]  [GeschiedenisMvT + bisversie 12 april 1995Stb. 1996, 248Stb. 2003, 376]      [JurisprudentieLJN AE3268]
-1. Het besluit tot terugvordering vermeldt hetgeen teruggevorderd wordt, de termijn of termijnen waarbinnen moet worden betaald, alsmede dat het besluit, bij gebreke van tijdige betaling, op de wijze als omschreven in artikel 87 zal worden ten uitvoer gelegd.
-2. De persoon van wie kosten van bijstand worden teruggevorderd, is verplicht desgevraagd aan burgemeester en wethouders de inlichtingen te verstrekken die voor terugvordering ingevolge deze paragraaf van belang zijn.

 

Art. 87. [Executoriale titel en tenuitvoerlegging]  [GeschiedenisMvT + bisversie 12 april 1995Stb. 1996, 248Stb. 1998, 278Stb. 2003, 376]      [JurisprudentieLJN AA7322AD7523AE3268AF1533AF1552]
-1. Het besluit tot terugvordering levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
-2. Artikel 14f is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld inkomen van de belanghebbende gedurende drie jaar de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, niet te boven is gegaan, burgemeester en wethouders de aflossingsbedragen lager vaststellen.

 

Art. 88. Vervallen[GeschiedenisMvT + bisversie 12 april 1995Stb. 1995, 691Stb. 1996, 248]      [JurisprudentieLJN AE4494]

 

Art. 89. [Bevoorrechte in schuld]  [GeschiedenisMvTversie 12 april 1995Stb. 2003, 376]
-1. De vorderingen ingevolge deze paragraaf zijn bevoorrecht en volgen onmiddellijk na die in artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek omschreven.
-2. Indien de kosten op verschillende tijdstippen zijn gemaakt, heeft de terugvordering van de eerstgemaakte kosten voorrang.

 

Art. 90. [Definitie kosten van bijstand]  [GeschiedenisMvT + bisversie 12 april 1995Stb. 1997, 96Stb. 2001, 625Stb. 2003, 376]      [JurisprudentieLJN AA4808AE6822]
Onder kosten van bijstand in de zin van deze paragraaf wordt verstaan de door de gemeente betaalde bijstand verhoogd met de loonbelasting en de premies volksverzekeringen waarvoor de gemeente die de bijstand verstrekt krachtens de Wet op de loonbelasting 1964 inhoudingsplichtige is, alsmede met de ziekenfondspremie, voor zover deze belasting en premies niet verrekend kunnen worden met de Belastingdienst en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

 

Art. 91. Vervallen[GeschiedenisMvT + bisversie 12 april 1995Stb. 1996, 248]