Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

INVOERINGSWET  HERINRICHTING  ALGEMENE  BIJSTANDSWET

 

 

 

rblz.|1| 

Kamerstukken II 1991-1992, 22 614

Invoering van een nieuwe Algemene Bijstandswet (Invoeringswet herinrichting Algemene Bijstandswet)

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Inleiding
2 Algemene uitgangspunten
2.1 De systematiek in hoofdlijnen
2.2 Onderscheiding van lopende en nieuwe gevallen
2.3 Overbrugging
2.4 Uitvoeringsaspecten
3 FinanciŽle gevolgen
3.1 Overgangsperiode en overbruggingstoeslag
3.2 Invoeringskosten
4 Enkele bijzondere aspecten
4.1 Eenvoud en noodzaak van regelgeving
4.2 Gevolgen voor vrouwen
4.3 Informatievoorziening en evaluatie
xArtikelsgewijs
xxx Artikelen 1 t/m 54
 

 

rblz.|2| 

Algemeen

 

1. Inleiding


     Het voorstel van wet herinrichting van de Algemene Bijstandswet (Kamerstukken II 1991-1992, 22 545), dat bij koninklijke boodschap van 12 maart 1992 bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal is ingediend, strekt ter vervanging van de Algemene Bijstandswet (Stb. 1973, 395). De intrekking van die wet met de daarop berustende nadere regelgeving en de invoering van een nieuwe bijstandswet vergen invoerings- en overgangsbepalingen en leiden tot een aanzienlijk aantal wijzigingen in andere wetten. Al deze bepalingen zijn in dit voorstel van wet samengebracht. Wijzigingen die als gevolg van de herinrichting optreden in niet op de Abw [Algemene bijstandswet, red.] berustende algemene maatregelen van bestuur worden samengebracht in een afzonderlijk invoeringsbesluit.

     In de eerste plaats regelt dit voorstel van wet de intrekking van de huidige Algemene Bijstandswet [ABW, red.] en de bepalingen die erop berusten, alsmede de inwerkingtreding van de nieuwe Algemene bijstandswet. Naast deze bepalingen die betrekking hebben op het invoeringsrecht in formele zin, bevat dit wetsvoorstel overgangsbepalingen inzake het recht op bijstand, welke in het bijzonder van betekenis zijn voor degenen die op het moment van de inwerkingtreding van de nieuwe Abw reeds een bijstandsuitkering ontvangen of die daartoe een aanvraag hebben ingediend, terwijl burgemeester en wethouders dienaangaande nog geen besluit hebben genomen. Vooral voor deze twee situaties vormt de thans voorgestelde Invoeringswet de verbindende schakel tussen de rechten en plichten op grond van de oude en de nieuwe bijstandswet.

     De voorstellen tot wijziging van diverse andere wetten, die zijn bijeengebracht in hoofdstuk III van dit wetsvoorstel, hebben zowel betrekking op het terrein van de sociale zekerheid als op andere beleidsterreinen. Het meest ingrijpend is de wijziging van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz). Deze beide wetten zijn in een aantal opzichten verwant aan de Abw: ze worden, evenals de bijstandswet, in medebewind door burgemeester en wethouders uitgevoerd. Bij de totstandkoming van de Ioaw en Ioaz is er dan ook voor gekozen om met name de bepalingen uit deze wetten die de uitvoering en de procedure betreffen op de Abw af te stemmen. Er is aanleiding deze afstemming te handhaven, hetgeen impliceert dat de herinrichting van de bijstandswet op diverse plaatsen in de Ioaw en Ioaz dient door te werken. Genoemde afstemming heeft mede betrekking op de rechtsgang; het ligt voor de hand dat de Ioaw en Ioaz, evenals thans het geval is, ook in de toekomst dezelfde rechtsgang houden als de bijstandswet. In dit voorstel van wet zijn derhalve tevens de wijzigingen opgenomen die ertoe strekken de herziene rechtsgang, zoals deze voor de bijstandswet wordt voorgesteld, ook in de Ioaw en de Ioaz op te nemen. Deze rechtsgang ziet er als volgt uit: bezwaar bij het college van burgemeester en wethouders - beroep bij de (administratieve kamers van de) rechtbanken - hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. Eveneens opgenomen zijn enkele technische wijzigingen in de Ioaw en Ioaz die verband houden met het voorstel voor een Algemene wet bestuursrecht (Kamerstukken I 1991-1992, 21 221, nr. 174) . Het specifieke karakter van de Ioaw en de Ioaz is aanleiding om, zoals in de bestaande situatie ook reeds het geval is, op een aantal onderdelen in die wetten voor een invulling van rblz.|3| bepalingen

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | IHABW | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x