Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

  

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

WET  FINANCIERING  ABW,  IOAW  EN  IOAZ

 

 

 

rblz.|1| 

Kamerstukken II 1999-2000, 27 081

Nieuwe regels voor de financiering van de Algemene bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Wet financiering Abw, Ioaw en Ioaz)

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen

1 Inleiding
2 Achtergrond vorming van een FWI
3 Het FWI
3.1 Aanleiding om te komen tot een Fonds werk en inkomen
3.2 Achterliggende visie
3.3 Fasering
3.4 De relatie tussen inkomensdeel en werkdeel binnen het Fonds werk en inkomen
3.5 Financieringssystematiek inkomensdeel
3.6 Het werkdeel
4 Toezicht en verantwoording
5 Uitvoeringsaspecten
6 Informatievoorziening
7 Financiële aspecten
7.1 Betrokken geldstromen
7.2 Meerjarige omvang van het FWI en het rijksdeel in de uitkeringen
7.3 Overige financiële effecten
xArtikelsgewijs
xHoofdstuk I.  Begripsbepalingen
xxx Artikelen 1 en 2
xHoofdstuk II.  Tegemoetkoming in de uitkeringslasten
x Artikelen 3 t/m 12
xHoofdstuk III.  Tegemoetkoming in uitvoeringskosten
x Artikelen 13 t/m 16
xHoofdstuk IV.  Wijziging andere wetten
x Artikelen 17 t/m 21
xHoofdstuk V.  Overgangs- en slotbepalingen
x Artikelen 22 t/m 25

 
 

 

Algemeen

 

1. Inleiding


     Het voorliggende wetsvoorstel heeft als onderwerp de financiering van de Algemene bijstandswet (Abw), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz). Dit wetsvoorstel hangt samen met het voornemen uit het Regeerakkoord 1998 om te komen tot een Fonds werk en inkomen (FWI) (Kamerstukken II 1997-1998, 26 024, nr. 10, blz. 36). In het regeerakkoord is afgesproken dat de middelen voor de Abw en de Wet inschakeling werkzoekenden (Wiw) worden gebundeld in een fonds en dat het gemeentelijk aandeel in de financiering wordt vergroot. Daarbij zou gebruik gemaakt moeten worden van elementen uit het rapport van de Projectgroep Objectief Verdeelmodel (Kamerstukken II 1997-1998, 26 024, nr. 10).

     In het onderhavige wetsvoorstel wordt dit voornemen voor wat betreft het onderdeel vergroting van het gemeentelijk aandeel in de financiering van de uitkeringslasten Abw, Ioaw en Ioaz (het uitkeringsbudget) nader uitgewerkt. Hieronder wordt dit voorstel nader toegelicht (zie paragraaf 3.5). Het voorstel wordt, vanwege de nauwe samenhang, geplaatst in de bredere context van de voornemens ten aanzien van het FWI. Ook deze voornemens worden onderstaand toegelicht (zie hoofdstuk 3).

     De vorming van het FWI is een majeure operatie met aanzienlijke financiële consequenties. Er is daarom voor gekozen het FWI fasegewijs te implementeren. In deze toelichting wordt met name ingegaan op de voornemens voor de eerste fase van het FWI, zoals die per 1 januari 2001 beoogd wordt van start te gaan. Met de gemeenten is afgesproken dat na een eerste evaluatie in 2002 een volgende stap kan worden gezet in de uitbouw van het FWI, waarbij verdergaande budgettering en een uitbreiding van het werkdeel van het FWI in samenhang worden bekeken. Er zal een gezamenlijke werkgroep met de gemeenten worden gevormd om zowel de evaluatie als de invulling van de vervolgstappen nader uit te rblz.|2| werken. Vervolgstappen dienen zorgvuldig afgewogen te worden, mede op basis van de opgedane ervaringen met het FWI. In dit stadium zijn daarom concrete voorstellen voor de invulling van een vervolgfase nog niet aan de orde.

     De "bundeling van geldstromen" waarover in het regeerakkoord is gesproken, wordt in de eerste fase van het FWI als volgt ingevuld. Op basis van dit wetsvoorstel zal het in de toekomst mogelijk zijn dat gemeenten besparingen die zij realiseren op het gebudgetteerde deel van de Abw, de Ioaw en de Ioaz kunnen inzetten voor de financiering van reďntegratietrajecten. Ten aanzien van de met de Wiw gemoeide gelden bestaat het voornemen te komen tot een grotere mate van stroomlijning en ontschotting binnen die geldstromen. Dit voornemen, waarop in het vervolg van deze memorie zal worden teruggekomen, kan worden gerealiseerd door wijziging van het Besluit uitvoering en financiering Wet inschakeling werkzoekenden.

     Met de in het FWI te ontwikkelen financieringssystematiek wordt beoogd om een bijdrage te leveren aan het vergroten van de kansen op werk en reďntegratie van uitkeringsgerechtigden en om daarmee een daling van de uitkeringslasten te bewerkstelligen. Gemeenten zullen besparingen op hun uitkeringsbudget kunnen realiseren door het voeren van een effectief beleid. Activering en uitstroom van bijstandsgerechtigden staan daarbij centraal. Dat geldt eveneens voor de activering en uitstroom van Ioaw- en Ioaz-gerechtigden. Door daarbij eveneens een bundeling van geldstromen te realiseren, waarbij bestaande geldstromen geleidelijk worden gestroomlijnd en ontschot, krijgen gemeenten meer beleidsruimte om de reďntegratie voortvarend ter hand te nemen.

     In het vervolg van deze memorie zal worden ingegaan op:
• de achtergrond en de aanleiding voor de vorming van een FWI;
• de hoofdlijnen van het FWI, waaronder een beschrijving van de fasering, van het financieringssysteem voor het inkomensdeel, de besteding van overschotten en de invulling van het werkdeel;
• het toezicht;
• uitvoeringsaspecten;
• de informatievoorziening;
• financiële aspecten.

     De laatste vier onderwerpen hebben met name betrekking op de genoemde vergroting van het gemeentelijk financieel belang en hebben dus niet, tenzij anders vermeld, betrekking op het FWI in den brede.

 

2. Achtergrond vorming van een FWI


     Al langere tijd is er discussie gaande over de vraag of de huidige financieringssystematiek van de Abw wel voldoende bijdraagt aan de realisering van één van de belangrijkste doelstellingen van de Abw, namelijk de activering van bijstandsgerechtigden gericht op het kunnen voorzien in een zelfstandige bestaansvoorziening. Het feit dat
gemeenten uitkeringslasten bijstand voor 90% bij het Rijk kunnen declareren, heeft geen stimulerend effect op het gemeentelijk uitstroombeleid. Daar komt bij dat conform de gemeentefondssystematiek de algemene uitkering die gemeenten krijgen uit het gemeentefonds ook mede bepaald wordt door het aantal bijstandsgerechtigden, waardoor een daling van het aantal bijstandsgerechtigden leidt tot een vermindering van deze uitkering. Inmiddels wordt deze desincentive deels tenietgedaan doordat de uitvoeringskosten zijn bevroren op het gemiddelde van het Abw-volume ultimo 1995, 1996 en 1997.

     rblz.|3| Met de invoering van de nieuwe Abw in 1996

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Neem nu een abonnement op 123recht en ontvang 80% korting
op het eerste abonnementsjaar. Klik hier.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WFA | sz-wetten | overige wetten | zoeken

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x