Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

  

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Algemene bijstandswet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

BESLUIT  EXTRAMURALE  VRIJHEIDSBENEMING  EN  SOCIALE  ZEKERHEID


28 januari 2000, Stb. 2000, 53
  Inwerkingtreding: 1 mei 2000
(T.a.v. artt. 19b:4 ZW, 44:1 Wet WIA, 19a:5 en 47b:4 WAO, 7b:5 en 21b:4 WAZ, 2:12:2, 3:5:5 en 3:23:4 Wet Wajong, 19:7 WW, 32c:3 Anw, 13:3 Wwb, 23:3 en 42:2 WIJ, 9:4 Abw, 6:4 Ioaw, 6:4 IOW, 6:5 Ioaz, 5:3 Wik, 10:3 Wwik, 8b:5 AOW, 2.17:3 WSF 2000 en 2.22a:3 WTOS)

 

 

 

 
BESLUIT van 28 januari 2000 tot openstelling van het recht op een socialezekerheidsuitkering voor personen die deelnemen aan een penitentiair programma en personen die ter beschikking zijn gesteld en proefverlof genieten (Besluit extramurale vrijheidsbeneming en sociale zekerheid)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst van 30 november 1999, Directie Bijstandszaken, nr. BZ/ACT/99/74550a;
     Gelet op de artikelen 19b, vierde lid, van de Ziektewet,
19a, vijfde lid, en 47b, vierde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 7b, vijfde lid, en 21b, vierde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, 6b, vijfde lid, en 20a, vierde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, 19, achtste lid, van de Werkloosheidswet, 32c, derde lid, van de Algemene nabestaandenwet, 9, vierde lid, van de Algemene bijstandswet, 6, vierde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, 6, zesde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, en 5, derde lid, van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars;
     De Raad van State gehoord (advies van 16 december 1999, nr. W12.99.0599/IV);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst van 25 januari 2000, Directie Bijstandszaken, nr. BZ/Act/99/81529;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Art. 1. [Personenkring]
Als categorieŽn van personen, bedoeld in de artikelen 19b, vierde lid, van de Ziektewet, 19a, vijfde lid, en 47b, vierde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 44, eerste lid, onderdeel b, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, 7b, vijfde lid, en 21b, vierde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, 2:12, tweede lid, 3:5, vijfde lid, en 3:23, vierde lid, van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, 19, zevende lid, van de Werkloosheidswet, 32c, derde lid, van de Algemene nabestaandenwet, 13, derde lid, van de Wet werk en bijstand, 6, vierde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, 6, zesde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, 6, vierde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, 8b, vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet, 2.17, derde lid, van de Wet studiefinanciering 2000 en 2.22a, derde lid, van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, worden aangewezen degenen die:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | inhoud Abw | Abw-praktijk | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x