Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

  

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Algemene bijstandswet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

REGELING  FINANCIERING  EN  VERANTWOORDING
IOAW,  IOAZ  EN  BBZ  2004 Ļ



12 december 2000, Stcrt. 2000, 251
  Inwerkingtreding: 1 januari 2001
(T.a.v. artt. 4:1, 9, 11:2, 12:1a, 13:1 en 15,b WFA, 71:1b, 71:2c, 117:2 en 130:6 Abw, 19:1b, 19:2c, 41:2, 54:2, 55:2 Ioaw, 19:1b, 19:2c, 41:2, 54:2, 55:2 en 59f:1 Ioaz en 48:4, 49:1, 50:2, 53, 55:2, 56:1 en 57:1 Bbz 2004)
(Zie ook hieronder Beleidsregels verbetertraject en zelfstandig beroep)

 

1. Redactie: ingevolge artikel II, onderdeel K, van de Aanpassingsregeling Wwb is de Regeling financiering en verantwoording Abw, Ioaw en Ioaz voorzien van een nieuwe citeertitel, luidende: Regeling financiering en verantwoording Ioaw, Ioaz en Bbz 2004.

 

 

 

 
12 december 2000/nr. BZ/BU/00/74081
Directie Bijstandszaken

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op de artikelen 4, eerste lid, 9, 11, tweede lid, 12, eerste lid, aanhef en onder a, 13, eerste lid, en 15, aanhef en onder b, van de Wet financiering Abw, Ioaw en Ioaz, de artikelen 71, eerste lid, aanhef en onder b, 71, tweede lid, aanhef en onder c, 117, tweede lid, en 130, vijfde lid, van de Algemene bijstandswet, de artikelen 19, eerste lid, aanhef en onder b, 19, tweede lid, aanhef en onder c, 41, tweede lid, en 52, vijfde lid, van de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de artikelen 19, eerste lid, aanhef en onder b, 19, tweede lid, aanhef en onder c, 41, tweede lid, en 52, vijfde lid, van de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, alsmede de artikelen 36, derde lid, 37, derde lid, 39, derde lid, en 40, derde lid, van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. Ioaw: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
c. Ioaz: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
d. Abw: Algemene bijstandswet;
e. Wwb: Wet werk en bijstand;
f. Bbz 2004: Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004;
g. declaratie: opgave van kosten als bedoeld in artikel 56 van het Bbz 2004;
h. de ten laste van de gemeente gebleven kosten: de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in artikel 48, derde en vierde lid, van het Bbz 2004, waaronder begrepen de baten door toepassing van artikel 14a van de Abw;
i. tekortkoming: het niet hebben voldaan door burgemeester en wethouders aan de bij of krachtens het Bbz 2004 gestelde regels;
j. financieel beslag: het verschil tussen het bedrag van de ten laste van burgemeester en wethouders gebleven kosten bij een onjuiste wetsuitvoering en dat bij een juiste wetsuitvoering;
k. financiŽle fouten: tekortkomingen waarbij met zekerheid kan worden vastgesteld dat de uitkering of bijstand onrechtmatig is verstrekt of is teruggevorderd of verhaald zonder inachtneming van de daarvoor geldende wettelijke bepalingen;
l. financiŽle onzekerheden: tekortkomingen waarbij niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat de uitkering of bijstand rechtmatig is verstrekt;
m. uitkeringskosten: de kosten van uitkeringen, bedoeld in artikel 48, eerste lid, van het Bbz 2004;
n. uitvoeringskosten: de uitvoeringskosten, bedoeld in artikel 56, eerste lid, van het Bbz 2004.

 

Art. 1a. Vaststelling norm voor de baten bijstand bedrijfskapitaal
-1. De norm voor de baten, bedoeld in artikel 48, vierde lid, van het Bbz 2004 wordt berekend door de in het tweede lid bedoelde macronorm te vermenigvuldigen met de gemiddelde jaarlijkse lasten van de gemeente van algemene bijstand ter voorziening in de behoefte in bedrijfskapitaal over een periode van vijf jaren voorafgaand aan het jaar vůůr het jaar waarop de vergoeding, bedoeld in artikel 48 van het Bbz 2004, betrekking heeft.
-2. De macronorm is vastgesteld aan de hand van de som van de baten in verband met de bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal van alle gemeenten over vijf jaren gedeeld door de som van de lasten in verband met verleende bijstand ter voorziening in de behoefte van bedrijfskapitaal van alle gemeenten en is voor de vaststelling van de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in artikel 48, vierde lid, van het Bbz 2004, voor de kalenderjaren 2013, 2014 en 2015 bepaald op 54,9%.

 

Art. 2. Voorschot Bbz 2004
-1. De minister stelt maandvoorschotten vast ten behoeve van de vergoeding van de uitkeringskosten, bedoeld in artikel 48, eerste lid, van het Bbz 2004, en de uitvoeringskosten en kosten van onderzoek, bedoeld in artikel 56, eerste lid, van het Bbz 2004.
-2. De maandvoorschotten voor een kalenderjaar worden betaald op of omstreeks de vijftiende van de maand waarop zij betrekking hebben, op basis van het over het twee jaar terugliggende kalenderjaar door burgemeester en wethouders gedeclareerde bedrag, waarbij afstemming plaatsvindt op de landelijk verwachte kosten voor het Bbz 2004.

 

Art. 3. Opschorting en terugvordering van uitkering en voorschotten
-1. Indien het beeld van de uitvoering, bedoeld in de artikelen 54, tweede lid, van de Ioaw en 54, tweede lid, van de Ioaz, niet op de in artikel 7b, eerste lid, genoemde datum is ontvangen, schort de minister de betaling van de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de Wwb, voor het lopende vergoedingsjaar op met ingang van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarop de ontvangsttermijn is verlopen, doch niet gedurende de periode waarover door de minister aan het college in geval van overmacht uitstel is verleend.
-2. Indien het beeld van de uitvoering, bedoeld in artikel 77, tweede lid, van de Wwb, niet op de in artikel 4, eerste lid, van de Regeling Wwb en WIJ genoemde datum is ontvangen, schort de minister de betaling van de maandvoorschotten
Bbz 2004 voor het lopende vergoedingsjaar op met ingang van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarop de ontvangsttermijn is verlopen, doch niet gedurende de periode waarover door de minister aan het college in geval van overmacht uitstel is verleend.
-3. Indien de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de FinanciŽle-verhoudingswet, met betrekking tot de uitvoering van het
Bbz 2004 niet door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is ontvangen binnen twaalf maanden na het kalenderjaar waarop zij betrekking heeft, worden de maandvoorschotten met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar op nihil vastgesteld en worden de reeds betaalde voorschotten teruggevorderd.
-4. De betaling van de uitkeringen en de maandvoorschotten wordt bij de toepassing van het eerste en het tweede lid hervat op de vijftiende van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarin het beeld van de uitvoering is ontvangen.
-5. Het eerste, tweede en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien het college in gebreke blijft om binnen een door de minister vastgestelde termijn aanvullende informatie te verstrekken die noodzakelijk is voor het financieel beheer van de
Ioaw, de Ioaz of het Bbz 2004.

 

Art. 4. Betaling uitkering Bbz 2004, verhoging en aanvullende uitkering
-
1. De uitkering, bedoeld in artikel 50, eerste lid, van het Bbz 2004, wordt in gelijke maandelijkse delen gedurende het kalenderjaar waarop zij betrekking heeft, betaald, telkens op of omstreeks de vijftiende van de maand.
-2. Indien de uitkering op grond van artikel 51 van het Bbz 2004 wordt verhoogd in het jaar waarop de uitkering betrekking heeft, wordt het bedrag waarmee de uitkering wordt verhoogd in gelijke maandelijkse delen, met ingang van de maand volgend op de maand waarin het bedrag is vastgesteld, gedurende het restant van het kalenderjaar betaald, telkens op of omstreeks de vijftiende van de maand.
-3. Indien de uitkering op grond van artikel 51 van het Bbz 2004 wordt verhoogd in het jaar volgend op het jaar waarop de uitkering betrekking heeft, wordt het bedrag waarmee de uitkering wordt verhoogd, betaald op of omstreeks de vijftiende van de maand volgend op de maand waarin het bedrag is vastgesteld.
-4. Aan gemeenten die in aanmerking komen voor de aanvullende uitkering, bedoeld in artikel 52 van het Bbz 2004, wordt deze betaald op of omstreeks de vijftiende van de maand volgend op de maand waarin deze is vastgesteld.

 

Art. 5. Bedragen vergoeding uitvoeringskosten en kosten van onderzoek Bbz 2004
-
1. De vergoeding per besluit op een aanvraag van ondernemers in de binnenvaart om verlening van bijstand, bedoeld in artikel 56, eerste lid, onderdeel a, van het Bbz 2004, bedraagt Ä

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | IWwb | inhoud Abw | Abw-praktijk | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x