Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

  

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Algemene wet bestuursrecht
Overige regelgeving
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

DERDE  TRANCHE  ALGEMENE  WET  BESTUURSRECHT


20 juni 1996, Stb. 1996, 333
Inwerkingtreding: 1 januari 1998

 

 

 

 
Parlementaire behandeling:

Kamerstukken II 1993-1994, 1994-1995, 1995-1996, 23 700.
Handelingen II 1995-1996, blz. 3634-3673, 3782-3783.
Kamerstukken I 1995-1996, 23 700 (188, 188a, 188b, 188c).
Handelingen I 1995-1996, zie vergadering d.d. 18 juni 1996.

Geschiedenis:
Staatsblad 1996, 333Staatsblad 1997, 580.

MEMORIE VAN TOELICHTING

 

 

WET van 20 juni 1996, Stb. 1996, 333, tot aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht (Derde tranche Algemene wet bestuursrecht). Inwerkingtreding: 1 januari 1998 (Stb. 1997, 581).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo wij in overweging genomen hebben, dat het, ter nadere uitwerking van artikel 107, tweede lid, van de Grondwet, gewenst is de Algemene wet bestuursrecht aan te vullen met bepalingen inzake mandaat en delegatie, inzake toezicht op bestuursorganen, inzake subsidies, inzake beleidsregels en inzake handhaving;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Art. I. [Wijziging Awb]
De Algemene wet bestuursrecht wordt als volgt gewijzigd:

A.
Aan artikel 1:3 wordt een vierde lid toegevoegd, luidende:
-4. Onder beleidsregel wordt verstaan: een bij besluit vastgestelde algemene regel, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift, omtrent de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij het gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan.
B.
Artikel 3:41 wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding "-1." geplaatst.
2. Toegevoegd wordt een tweede lid, luidende:
-2. Indien de bekendmaking van het besluit niet kan geschieden op de wijze als voorzien in het eerste lid, geschiedt zij op een andere geschikte wijze.
C.
Artikel 3:42 wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding "-1." geplaatst.
2. Toegevoegd wordt een tweede lid, luidende:
-2. Indien alleen van de zakelijke inhoud wordt kennisgegeven, wordt het besluit tegelijkertijd ter inzage gelegd. In de kennisgeving wordt vermeld waar en wanneer het besluit ter inzage ligt.
D.
Na artikel 3:45 wordt een nieuwe afdeling toegevoegd, luidende:
AFDELING 3.7. Motivering
Art. 3:46.
Een besluit dient te berusten op een deugdelijke motivering.
Art. 3:47.
-1. De motivering wordt vermeld bij de bekendmaking van het besluit.
-2. Daarbij wordt zo mogelijk vermeld krachtens welk wettelijk voorschrift het besluit wordt genomen.
-3. Indien de motivering in verband met de vereiste spoed niet aanstonds bij de bekendmaking van het besluit kan worden vermeld, verstrekt het bestuursorgaan deze binnen ťťn week na de bekendmaking.
-4. In dat geval zijn de artikelen 3:41 tot en met 3:43 van overeenkomstige toepassing.
Art. 3:48.
-1. De vermelding van de motivering kan achterwege blijven indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat.
-2. Verzoekt een belanghebbende binnen een redelijke termijn om de motivering, dan wordt deze zo spoedig mogelijk verstrekt.
Art. 3:49.
Ter motivering van een besluit of een onderdeel daarvan kan worden volstaan met een verwijzing naar een met het oog daarop uitgebracht advies indien het advies zelf de motivering bevat en van het advies kennis is of wordt gegeven.
Art. 3:50.
Indien het bestuursorgaan een besluit neemt dat afwijkt van een met het oog daarop krachtens wettelijk voorschrift uitgebracht advies, wordt zulks met de redenen voor de afwijking in de motivering vermeld.
E.
Artikel 4:12 wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding "-1." geplaatst.
2. Toegevoegd wordt een tweede lid, luidende:
-2. Het eerste lid geldt niet bij een beschikking die strekt tot:
a. het op grond van artikel 4:35 of met toepassing van artikel 4:51 weigeren van een subsidie;
b. het op grond van artikel 4:46, tweede lid, lager vaststellen van een subsidie; of
c. het intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen van een subsidieverlening of een subsidievaststelling.
F.
Afdeling 4.1.4 vervalt.
G.
Na titel 4.1 worden twee nieuwe titels ingevoegd, luidende:
TITEL 4.2. Subsidies
AFDELING 4.2.1. Inleidende bepalingen
Art. 4:21.
-1. Onder subsidie wordt verstaan: de aanspraak op financiŽle middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.
-2. Deze titel is niet van toepassing op aanspraken of verplichtingen die voortvloeien uit een wettelijk voorschrift inzake belastingen of de heffing van een premie dan wel een premievervangende belasting ingevolge de Wet financiering volksverzekeringen.
-3. Deze titel is niet van toepassing op de aanspraak op financiŽle middelen die wordt verstrekt op grond van een wettelijk voorschrift dat uitsluitend voorziet in verstrekking aan rechtspersonen die krachtens publiekrecht zijn ingesteld.
-4. Deze titel is van overeenkomstige toepassing op de bekostiging van het onderwijs en onderzoek.
Art. 4:22.
Onder subsidieplafond wordt verstaan: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens een bepaald wettelijk voorschrift.
Art. 4:23.
-1. Een bestuursorgaan verstrekt slechts subsidie op grond van een wettelijk voorschrift dat regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt.
-2. Indien een zodanig wettelijk voorschrift is opgenomen in een niet op een wet berustende algemene maatregel van bestuur, vervalt dat voorschrift vier jaren nadat het in werking is getreden, tenzij voor dat tijdstip een voorstel van wet bij de Staten-Generaal is ingediend waarin de subsidie wordt geregeld.
-3. Het eerste lid is niet van toepassing:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | inhoud Awb | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x