Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

VERZAMELWET  SZW-WETTEN  2001

Versie 20 december 2001

 

 

 

 
Parlementaire behandeling:

Kamerstukken II 2000-2001, 2001-2002, 27 897.
Handelingen II 2001-2002, blz. 1945, 1964.
Kamerstukken I 2001-2002, 27 897 (138, 138a, 138b).
Handelingen I 2001-2002, zie vergadering d.d. 17 december 2001.

MEMORIE VAN TOELICHTING

 

 

WET van 20 december 2001, Stb. 2001, 692, houdende enkele wijzigingen in wetten op het terrein van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Verzamelwet SZW-wetten 2001). Inwerkingtreding: 1 januari 2002 (Stb. 2001, 693), zie artikel XXII.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is op korte termijn enkele wijzigingen in wetten op het terrein van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan te brengen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Art. I. Wijziging van de Algemene Ouderdomswet  [MvT]
De Algemene Ouderdomswet wordt als volgt gewijzigd:
A.
[MvT]
Artikel 4 komt als volgt te luiden:
Art. 4.
-1. In de artikelen 8, 10 en 11 van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder inkomen verstaan het inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven van de echtgenoot van de pensioengerechtigde.
-2. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere en zo nodig afwijkende regels gesteld met betrekking tot het inkomen, bedoeld in het eerste lid. Daarbij kunnen tevens nadere regels worden gesteld met betrekking tot de vaststelling van het inkomen, bedoeld in het eerste lid, alsmede de periode waarop die vaststelling betrekking heeft.
-3. De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
B.
[MvT]
In artikel 8, eerste lid, wordt

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees van 123recht beschikbaar. Bekijk de vele extra's van 123recht en ontvang
80% korting op het eerste abonnementsjaar. Klik hier.



 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x