Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

  
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

GRONDWET
VOOR  HET  KONINKRIJK  DER  NEDERLANDEN

Versie 21 maart 2002 (tekstplaatsing)

(Geconsolideerde versie)

 

 

 

 
BESLUIT van 9 april 2002, Stb. 2002, 200, ter bekendmaking van de tekst van de herziene Grondwet. Inwerkingtreding: 2 mei 2002.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 28 maart 2002, nr. CW02/61417, Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving;
     Gelet op artikel 141 van de Grondwet;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

     De tekst van de herziene Grondwet wordt bekendgemaakt door plaatsing van dit besluit met deze tekst in het Staatsblad, in het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen en in het Afkondigingsblad van Aruba.

 

 

     Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad, in het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen en in het Afkondigingsblad van Aruba zal worden geplaatst.

 

ís-Gravenhage, 9 april 2002

 

BEATRIX

 

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
K.G. de Vries

 

Uitgegeven de tweede mei 2002
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals

 

 

 

Tekst zoals deze luidt na de laatstelijk bij de Rijkswet van 22 juni 2000 (Stb. 2000, 294; Publicatieblad van de Nederlandse Antillen 2000, 140; Afkondigingsblad van Aruba 2001, 30), de Rijkswet van 6 oktober 1999 (Stb. 1999, 454; Publicatieblad van de Nederlandse Antillen 1999, 249; Afkondigingsblad van Aruba 1999, 74), de Wet van 7 februari 2002 (Stb. 2002, 144), de Wet van 25 februari 1999 (Stb. 1999, 133), de Wet van 25 februari 1999 (Stb. 1999, 134) en de Wet van 25 februari 1999 (Stb. 1999, 135) daarin aangebrachte veranderingen

 

 

[GRONDWET voor het Koninkrijk der Nederlanden van 24 augustus 1815, Stb. 1815, 45. Laatste tekstplaatsing: Stb. 1987, 458. Inwerkingtreding: 12 september 1840 (Stb. 1840, 54), red.]

 

 

HOOFDSTUK  1

Grondrechten

 

Art. 1.
Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

 

Art. 2.
-1. De wet regelt wie Nederlander is.
-2. De wet regelt de toelating en de uitzetting van vreemdelingen.
-3. Uitlevering kan slechts geschieden krachtens verdrag. Verdere voorschriften omtrent uitlevering worden bij de wet gegeven.
-4. Ieder heeft het recht het land te verlaten, behoudens in de gevallen bij de wet bepaald.

 

Art. 3.
Alle Nederlanders zijn op gelijke voet in openbare dienst benoembaar.

 

Art. 4.
Iedere Nederlander heeft gelijkelijk recht

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees van 123recht beschikbaar. Bekijk de vele extra's van 123recht en ontvang
80% korting op het eerste abonnementsjaar. Klik hier.



 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x