Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

  
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

WET  FINANCIERING  SOCIALE  VERZEKERINGEN

Versie 16 december 2004

(Geconsolideerde versie)

 

 

 

 
Parlementaire behandeling:

Kamerstukken II 2003-2004, 29 529.
Handelingen II 2003-2004, blz. 5665-5684, 5794-5804, 5906-5906, 5906-5907, 5907-5907.
Kamerstukken I 2003-2004, 2004-2005, 29 529 (A, B, C, D).
Handelingen I 2004-2005, blz. 459-471.

MEMORIE VAN TOELICHTING

 

 

WET van 16 december 2004, Stb. 2005, 36, houdende regels betreffende de financiering van de sociale verzekeringen (Wet financiering sociale verzekeringen). Inwerkingtreding: 1 januari 2006 (Stb. 2005, 717); artikelen 122c en 122ca 9 december 2005 (Stb. 2005, 619).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is ter vermindering van administratieve en uitvoeringslasten en vereenvoudiging van regelgeving de heffing en invordering van de premies voor de werknemersverzekeringen te laten plaatsvinden door de rijksbelastingdienst tezamen met en op zoveel mogelijk gelijke wijze als die van de loonbelasting en de regeling daarvan en van hetgeen overigens de financiering van de werknemersverzekeringen betreft tezamen met de regeling van de financiering van de volksverzekeringen - onder intrekking van onder andere de Wet financiering volksverzekeringen - onder te brengen in ťťn wet;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

HOOFDSTUK  1

Algemene bepalingen

 

Art. 1. Algemene begrippen (1.1)
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. UWV: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
c. SVB: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
d. College zorgverzekeringen: het College voor zorgverzekeringen, genoemd in hoofdstuk Ia van de Ziekenfondswet;
e. College toezicht: het College van toezicht op de zorgverzekeringen, genoemd in hoofdstuk Ib van de Ziekenfondswet;
f. Ouderdomsfonds: het Ouderdomsfonds, genoemd in artikel 82, eerste lid;
g. Nabestaandenfonds: het Nabestaandenfonds, genoemd in artikel 82, tweede lid;
h. Spaarfonds AOW: het Spaarfonds AOW, genoemd in artikel 86;
i. Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten: het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten, genoemd in artikel 89;
j. Algemeen Werkloosheidsfonds: het Algemeen Werkloosheidsfonds, genoemd in artikel 93;
k. wachtgeldfonds: een wachtgeldfonds als bedoeld in artikel 94;
l. Uitvoeringsfonds voor de overheid: het Uitvoeringsfonds voor de overheid, genoemd in artikel 106;
m. Arbeidsongeschiktheidsfonds: het Arbeidsongeschiktheidsfonds, genoemd in artikel 112;
n. Arbeidsongeschiktheidskas: de Arbeidsongeschiktheidskas, genoemd in artikel 113;
o. werknemer: de werknemer in de zin van de Werkloosheidswet, de Ziektewet of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
p. overheidswerknemer: de werknemer, bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Werkloosheidswet;
q. werkgever: de werkgever in de zin van de Werkloosheidswet, de Ziektewet of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
r. overheidswerkgever: de werkgever, bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van de Werkloosheidswet;
s. sociaal-fiscaal nummer: het nummer, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel j, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
t. inspecteur: de functionaris van de rijksbelastingdienst die als zodanig bij regeling van Onze Minister van FinanciŽn is aangewezen;
u. loontijdvak: het loontijdvak, bedoeld in artikel 25, eerste en vierde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964;
v. premiebetalingstijdvak: het kalenderjaar.

 

Art. 2. Sociale verzekeringen (1.2)
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. volksverzekeringen: de verplichte verzekeringen op grond van de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
b. vrijwillige volksverzekeringen: de vrijwillige verzekeringen op grond van de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
c. werknemersverzekeringen: de verplichte verzekeringen op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
d. vrijwillige werknemersverzekeringen: de vrijwillige verzekeringen op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

 

 

HOOFDSTUK  2

De financiering van de volksverzekeringen

 

AFDELING  1

Inleidende bepalingen

 

Art. 3. Premieheffing en rijksbijdragen (2.1.1)
De financiŽle middelen tot dekking van de uitgaven ten laste van de fondsen voor de volksverzekeringen, alsmede de financiŽle middelen voor het vormen en in stand houden van reserves in deze fondsen, worden verkregen door het heffen van premie en door bijdragen van het Rijk.

 

Art. 4. Algemene begrippen (2.1.2)
Voor de toepassing van dit hoofdstuk en afdeling 2 van hoofdstuk 7 wordt verstaan onder:
a. algemene ouderdomsverzekering: de verzekering, bedoeld in hoofdstuk II van de Algemene Ouderdomswet;
b. nabestaandenverzekering: de verzekering, bedoeld in hoofdstuk 2 van de Algemene nabestaandenwet;
c. algemene verzekering bijzondere ziektekosten: de verzekering, bedoeld in hoofdstuk II van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.

 

Art. 5. Uitzondering nominale premie AWBZ (2.1.3)
Voor de toepassing van deze wet wordt onder premie voor de volksverzekeringen niet begrepen de nominale premie die de verzekerde op grond van artikel 17 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten aan het ziekenfonds, de ziektekostenverzekeraar of het uitvoerend orgaan verschuldigd is.

 

 

AFDELING  2

Premie van verzekerden

 

ß 1.  Premieplicht

 

Art. 6. Premieplicht (2.2.1.1)
-1. Premieplichtig voor de volksverzekeringen is de verzekerde in de zin van de volksverzekeringen.

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees van 123recht beschikbaar. Bekijk de vele extra's van 123recht en ontvang
80% korting op het eerste abonnementsjaar. Klik hier.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x