Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

  
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

ZORGVERZEKERINGSWET

Versie 1 januari 2006 (tekstplaatsing)

(Geconsolideerde versie)

 

 

 

 
Parlementaire behandeling:

Kamerstukken II 2003-2004, 2004-2005, 29 763.
Handelingen II 2004-2005, blz. 2291-2322, 2323-2332, 2336-2365, 2501-2505, 2506-2507.
Kamerstukken I 2004-2005, 29 763 (A, B, C, D, E, F, G, H, ...).
Handelingen I 2004-2005, blz. 1183-1263, 1301-1304.

 

 

BESCHIKKING van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 31 januari 2006, Stb. 2006, 79, houdende plaatsing in het Staatsblad van de vernummerde en geconsolideerde tekst van de Zorgverzekeringswet

 

     De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
     Gelet op artikel 2.4.3 van de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet;

     Besluit:

 

 

     De bijgewerkte tekst van de Zorgverzekeringswet, daarbij mede rekening houdend met daarin op 1 januari 2006 aangebrachte wijzigingen, in het Staatsblad te plaatsen als bijlage bij deze beschikking.

 

’s-Gravenhage, 31 januari 2006

 

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.F. Hoogervorst

 

Uitgegeven de achtentwintigste februari 2006
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner

 

 

 

Tekst van de Zorgverzekeringswet, zoals deze is gewijzigd bij:
- de Wet van 6 oktober 2005, Stb. 2005, 525, houdende invoering van de Zorgverzekeringswet en aanpassing van overige wetten aan die wet (Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet);
- de Wet van 22 december 2005, Stb. 2005, 708, tot wijziging van een aantal socialeverzekeringswetten en enige andere wetten (Verzamelwet sociale verzekeringen 2006); en
onder bijwerking van de verwijzingen in deze wet naar artikelen van titel 17 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, als bedoeld in artikel 2.4.3 van de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet

 

 

[WET van 16 juni 2005, Stb. 2005, 358, houdende regeling van een sociale verzekering voor geneeskundige zorg ten behoeve van de gehele bevolking (Zorgverzekeringswet). Inwerkingtreding: 1 januari 2006 (Stb. 2005, 649).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is dat de gehele bevolking onder voor ieder gelijke sociale voorwaarden verzekerd is tegen de gevolgen van behoefte aan geneeskundige zorg;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
, red.]

 

 

HOOFDSTUK  1

Algemene bepaling

 

Art. 1.
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. verzekeraar: een verzekeringsonderneming als bedoeld in de eerste richtlijn schadeverzekering;
b. zorgverzekeraar: een verzekeraar, voor zover deze zorgverzekeringen aanbiedt of uitvoert;
c. verzekeringnemer: een persoon die met een zorgverzekeraar een zorgverzekering heeft gesloten;
d. zorgverzekering: een tussen een zorgverzekeraar en een verzekeringnemer ten behoeve van een verzekeringsplichtige gesloten schadeverzekering, die voldoet aan hetgeen daarover bij of krachtens deze wet is geregeld en waarvan de verzekerde prestaties het bij of krachtens deze wet geregelde niet te boven gaan;
e. verzekeringsplichtige: degene die op grond van artikel 2 verplicht is zich krachtens een zorgverzekering te verzekeren of te laten verzekeren;
f. verzekerde: degene wiens risico van behoefte aan zorg of overige diensten, als bedoeld in artikel 10 door een zorgverzekering wordt gedekt;
g. eigen risico: een door de verzekeringnemer met de zorgverzekeraar als onderdeel van de zorgverzekering overeengekomen bedrag aan kosten van zorg of overige diensten als bedoeld bij of krachtens artikel 11 dat de verzekerde voor zijn rekening zal nemen;
h. zorgpolis: de akte waarin de tussen een verzekeringnemer en een zorgverzekeraar gesloten zorgverzekering is vastgelegd;
i. modelovereenkomst: model van een zorgverzekering waarin een overzicht wordt gegeven van de rechten en plichten die de verzekeringnemer, de verzekerde en de zorgverzekeraar jegens elkaar zullen hebben indien een overeenkomst volgens het desbetreffende model wordt gesloten;
j.
sociaal-fiscaal nummer: het nummer, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel j, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
k. inhoudingsplichtige: de inhoudingsplichtige in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 dan wel in de zin van de Wet financiering sociale verzekeringen;
l. instelling:
1º. een instelling in de zin van de Wet toelating zorginstellingen;
2º. een in het buitenland gevestigde rechtspersoon die in het desbetreffende land zorg verleent in het kader van het in dat land bestaande socialezekerheidsstelsel, dan wel zich richt op het verlenen van zorg aan specifieke groepen van publieke functionarissen;
m. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
n. College toezicht: het College van toezicht op de zorgverzekeringen, genoemd in artikel 77, eerste lid;
o. College zorgverzekeringen: het College voor zorgverzekeringen, genoemd in artikel 58, eerste lid;
p. Zorgverzekeringsfonds: het fonds, genoemd in artikel 39;
q. eerste richtlijn schadeverzekering: Richtlijn nr. 73/239/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 juli 1973 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche en de uitoefening daarvan (PbEG L 228);
r. generieke verevening: bijstelling van het deelbedrag op basis van het verschil per zorgverzekeraar tussen de kosten en het deelbedrag in relatie met de verschillen tussen de kosten en het deelbedrag bij andere zorgverzekeraars, per onderscheiden categorie van prestaties;
s. loontijdvak: het loontijdvak, bedoeld in artikel 25, eerste en vierde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964;
t. bijdragebetalingstijdvak: het kalenderjaar.

 

 

HOOFDSTUK  2

De plicht tot het sluiten van een zorgverzekering

 

§ 2.1.  De verzekeringsplicht

 

Art. 2.
-1. Degene die ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en de daarop gebaseerde regelgeving van rechtswege verzekerd is, is verplicht zich krachtens een zorgverzekering te verzekeren of te laten verzekeren tegen het in artikel 10 bedoelde risico.
-2. In afwijking van het eerste lid is niet verzekeringsplichtig:
a. de militaire ambtenaar in werkelijke dienst als bedoeld in artikel 1, eerste lid juncto vierde lid, onderdeel a, van de Militaire Ambtenarenwet 1931, alsmede de militair aan wie buitengewoon verlof met behoud van militaire inkomsten is verleend;
b. de natuurlijke persoon die op grond van artikel 64, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen is ontheven van de verplichtingen opgelegd op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
-3. Degene die het gezag over een minderjarige jonger dan 18 jaar uitoefent, een curator, een bewindvoerder of een mentor als bedoeld in de titels 16, 19 of 20 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek zorgt ervoor dat de minderjarige verzekeringsplichtige, dan wel de onder curatele, bewind of mentorschap gestelde verzekeringsplichtige, krachtens een zorgverzekering verzekerd is.

 

 

§ 2.2.  De acceptatieplicht

 

Art. 3.
-1. Een zorgverzekeraar is verplicht met of ten behoeve van iedere verzekeringsplichtige die in zijn werkgebied woont, alsmede met of ten behoeve van iedere verzekeringsplichtige die in het buitenland woont, desgevraagd een zorgverzekering te sluiten.
-2. Indien een zorgverzekeraar in een provincie verschillende varianten van de zorgverzekering aanbiedt, kan voor iedere in die provincie wonende verzekeringsplichtige uit alle varianten worden gekozen.
-3. De zorgverzekeraar stelt alle varianten van de zorgverzekering die hij in een provincie aanbiedt, in de vorm van modelovereenkomsten ter beschikking aan personen die overwegen ten behoeve van een in die provincie wonende verzekeringsplichtige een zorgverzekering met die verzekeraar te sluiten, alsmede, indien de zorgverzekeraar varianten toevoegt of wijzigt, aan de verzekeringnemers die ten behoeve van een in die provincie wonende verzekeringsplichtige een zorgverzekering met hem hebben gesloten.
-4. In afwijking van het eerste lid is een zorgverzekeraar niet verplicht een zorgverzekering te sluiten met of ten behoeve van een verzekeringsplichtige wiens eerdere zorgverzekering hij of de verzekeringnemer binnen een periode van vijf jaar gelegen onmiddellijk voorafgaande aan het verzoek tot het sluiten van de verzekering heeft opgezegd of ontbonden wegens:
a. opzettelijke misleiding door de verzekeringnemer of de verzekerde; of
b. het niet betalen van de premie, bedoeld in artikel 17, vijfde lid.
-5. In afwijking van het tweede lid kan ten behoeve van een in het buitenland wonende verzekeringsplichtige worden gekozen tussen alle varianten van de zorgverzekering die een zorgverzekeraar in Nederland aanbiedt.
-6. In afwijking van het derde lid worden degene die ten behoeve van een in het buitenland wonende verzekeringsplichtige een zorgverzekering wenst te sluiten alle modelovereenkomsten die de zorgverzekeraar in Nederland hanteert ter beschikking gesteld en worden, indien eenmaal een zorgverzekering is gesloten, de verzekeringnemer alle toegevoegde of gewijzigde varianten die die zorgverzekeraar aanbiedt ter beschikking gesteld.

 

Art. 4.
-1. Degene die een zorgverzekering wenst te sluiten, vermeldt bij het verzoek daartoe het sociaal-fiscaal nummer van de te verzekeren persoon.
-2. De zorgverzekeraar stelt, voor zover dat redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de zorgverzekering en van deze wet, de identiteit van de te verzekeren persoon vast.
-3. De in het tweede lid bedoelde vaststelling geschiedt aan de hand van documenten als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, die de verzekeringnemer of de te verzekeren persoon hem desgevraagd ter inzage geeft.
-4. De zorgverzekeraar neemt aard en nummer van de in het derde lid bedoelde documenten in zijn administratie op.
-5. De zorgverzekeraar verlangt van de vreemdeling, bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000, voor wie hem wordt verzocht een zorgverzekering te sluiten, een kopie van het document of de schriftelijke verklaring, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van die wet, dat wordt aangemerkt als een bescheid als bedoeld in artikel 4:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

 

 

§ 2.3.  Begin en einde van de zorgverzekering

 

Art. 5.
-1. De zorgverzekering gaat in op de dag waarop de zorgverzekeraar het verzoek, bedoeld in artikel 3, eerste lid, en, indien het tweede of vijfde lid van dat artikel van toepassing is, de aanduiding van de variant waar de

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees van 123recht beschikbaar. Bekijk de vele extra's van 123recht en ontvang
80% korting op het eerste abonnementsjaar. Klik hier.



 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x