Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

WET  STIMULERING  ARBEIDSPARTICIPATIE  (Wet STAP)

Versie 29 december 2008

 

 

 

 
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2007-2008, 2008-2009, 31 577.
Handelingen II 2008-2009, blz. 1696-1702, 1737-1738.
Kamerstukken I 2008-2009, 31 577 (A, B, C, D).
Handelingen I 2008-2009, blz. 813-828, 853-876, 909-909.

MEMORIE VAN TOELICHTING

 

 

WET van 29 december 2008, Stb. 2008, 590, houdende regels met betrekking tot participatieplaatsen en loonkostensubsidies (Wet stimulering arbeidsparticipatie). Inwerkingtreding: 1 januari 2009 (Stb. 2008, 591).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regels te stellen met betrekking tot participatieplaatsen en loonkostensubsidie om zo de inschakeling in de arbeid te bevorderen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

HOOFDSTUK  1

Wijzigingen in verband met re-integratie-instrumenten UWV

 

Art. I. Werkloosheidswet  [MvT]
De Werkloosheidswet wordt als volgt gewijzigd:
A.
Aan hoofdstuk VI worden drie artikelen toegevoegd, luidende:
Art. 78a.
[MvT]
-1. Het UWV kan op aanvraag aan de werkgever die met een werknemer die langer dan twaalf maanden recht heeft op een uitkering op grond van hoofdstuk II, die niet ten laste komt van het Uitvoeringsfonds voor de overheid, en die een indicatiebeschikking heeft als bedoeld in het derde lid, een dienstbetrekking, niet zijnde een dienstbetrekking als bedoeld in hoofdstuk 2 of 3 van de Wet sociale werkvoorziening, aangaat of is aangegaan na de inwerkingtreding van de Wet stimulering arbeidsparticipatie, subsidie voor loonkosten verlenen indien de dienstbetrekking een overeengekomen duur van ten minste twaalf maanden heeft.
-2. Indien de dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, een uitzendovereenkomst als bedoeld in artikel 690 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek betreft, verstrekt het UWV slechts subsidie indien de derde in wiens opdracht de werknemer ter beschikking wordt gesteld om arbeid te verrichten, zich jegens de werkgever verplicht de werknemer ten minste twaalf maanden arbeid te laten verrichten. Indien de uitzendovereenkomst binnen deze twaalf maanden wordt gevolgd door een dienstbetrekking bij de derde, voor ten minste de resterende duur van de twaalf maanden, kan het UWV op aanvraag aan die derde loonkostensubsidie verstrekken voor maximaal de resterende duur van de twaalf maanden.
-3. Het UWV kan van de werknemer vaststellen dat hij in aanmerking komt voor toepassing van het eerste lid indien het UWV van oordeel is dat met het oog op de inschakeling in de arbeid geen andere voorziening of instrument meer geschikt is. De vaststelling, bedoeld in de eerste zin, geschiedt bij indicatiebeschikking.
-4. Het UWV verstrekt de subsidie slechts:

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees van 123recht beschikbaar. Bekijk de vele extra's van 123recht en ontvang
80% korting op het eerste abonnementsjaar. Klik hier.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x