Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

WET  WIJZIGING  AKW  EN  ANW  INZAKE  KWALIFICATIEPLICHT  LPW

Versie 4 februari 2010

 

 

 

 
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2008-2009, 31 890.
Handelingen II 2008-2009, blz. 7825-7861, 8310-8311.
Kamerstukken I 2009-2010, 31 890 (A, B, C, D, E, F, G).
Handelingen I 2009-2010, blz. 545-550, 555-568, 685-690, 716-716.

MEMORIE VAN TOELICHTING

 

 

WET van 4 februari 2010, Stb. 2010, 74, tot wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet en de Algemene nabestaandenwet in verband met aanpassing aan de invoering van een kwalificatieplicht in de Leerplichtwet 1969 en het aanbrengen van een aantal vereenvoudigingen in de Algemene Kinderbijslagwet alsmede enkele andere aanpassingen van die wet. Inwerkingtreding: 3 maart 2010, onderscheidenlijk 1 april 2010 (Stb. 2010, 101).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is het recht op kinderbijslag en nabestaandenuitkering te beoordelen in samenhang met het behalen van een startkwalificatie zoals voorgeschreven in de Leerplichtwet 1969 van het kind en dat het wenselijk is uit oogpunt van vereenvoudiging en verduidelijking de
Algemene Kinderbijslagwet en de Algemene nabestaandenwet op een aantal onderdelen aan te passen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Art. I.  [MvT]
De
Algemene Kinderbijslagwet wordt als volgt gewijzigd:
A.
[MvT]
Artikel 4 komt te luiden:
Art. 4.
-1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder kind: eigen kind, aangehuwd kind of pleegkind.
-2. Als eigen kind wordt beschouwd het kind:
a. van de vrouw die op grond van artikel 198 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek als zijn moeder wordt aangemerkt;
b. van de man die op grond van artikel 199 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek als zijn vader wordt aangemerkt;
c. van de man die op grond van artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek verplicht is bij te dragen aan de kosten van verzorging en opvoeding, tenzij het kind reeds op grond van artikel 199 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek als eigen kind van een andere man wordt aangemerkt;
d. van de man wiens biologisch vaderschap door middel van DNA-onderzoek is vastgesteld, mits de man het kind feitelijk in relevante mate onderhoudt en het kind niet reeds tot een andere man in een familierechtelijke vaderschapsrelatie staat;
e. van de man die na toepassing van Nederlands internationaal privaatrecht tot het kind in een familierechtelijke vaderschapsrelatie staat.
-3. Als pleegkind wordt beschouwd het kind dat als eigen kind wordt onderhouden en opgevoed.
-4. Bij ministeriŽle regeling kan worden bepaald in welke gevallen een kind met een pleegkind wordt gelijkgesteld.
B.
[MvT]
In artikel 6, vierde lid, wordt "kan worden afgeweken van het derde lid ten aanzien van" vervangen door: kan worden bepaald dat bij een niet-rechtmatig verblijf in Nederland in de zin van artikel 8, onderdeel a tot en met e en l,Ļ verzekerd zijn.
C.
[MvT]
Artikel 7 komt te luiden:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x