Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

WET  ELEKTRONISCH  VERKEER  MET  DE  BESTUURSRECHTER

 

 

 

rblz.|1| 

Kamerstukken II 2008-2009, 31 867

Aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht met regels over elektronisch verkeer met de bestuursrechter (Wet elektronisch verkeer met de bestuursrechter)

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Inleiding
1.1 Noodzaak van het wetsvoorstel
1.2 Doelstellingen van het wetsvoorstel
1.3 Strekking van het wetsvoorstel
1.4 Digitaal procederen in het burgerlijk procesrecht
1.5 Experimenten met digitaal procederen
1.6 Voorbereiding van dit wetsvoorstel
2 Elektronisch verkeer
2.1 Reikwijdte van afdeling 2.3
2.2 Correspondentie in het algemeen
2.3 Bereikbaarheid van de burger
2.4 Bereikbaarheid van de bestuursrechter
2.5 Weigering een bericht te aanvaarden
2.6 Beveiliging
2.7 Tijdstip van verzending en ontvangst elektronische berichten
2.8 Horen van partijen en getuigen per videoconferentie
2.9 Nadere regelgeving
2.10 Ervaringen met elektronische verzending onder de Webv
3 Administratieve lasten voor burgers en het bedrijfsleven
4 FinanciŽle gevolgen
5 Notificatie
xArtikelsgewijs
xxxx Artikelen I t/m IV
 

 

 

Algemeen

 

1. Inleiding


1.1. Noodzaak van het wetsvoorstel


     Op 1 juli 2004 is de Wet elektronisch bestuurlijk verkeer (Wet van 29 april 2004, Stb. 2004, 214; hierna: Webv) in werking getreden. Deze wet - een aanvulling op en wijziging van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) - bevat een regeling voor het verkeer langs elektronische weg tussen burgers en bestuursorganen in zowel de primaire als de zogeheten "verlengde" besluitvormingsfase. De Webv is dus ook van toepassing op de behandeling van bezwaren en administratieve beroepen.
     De Awb kent echter nog geen regeling voor het elektronisch verkeer tussen burgers en bestuursrechters. De wetgever heeft er indertijd uitdrukkelijk voor gekozen om de problematiek van het elektronisch procederen tijdens de beroepsfase vooralsnog buiten beschouwing te laten. Bij de parlementaire behandeling van de Webv heeft de toenmalige Minister van Justitie echter wel toegezegd in een later stadium te bezien of, en zo ja, in hoeverre er tevens regels voor het elektronische verkeer tussen burgers en bestuursrechters moeten komen (Kamerstukken II 2003-2004, 29 279, nr. 16, blz. 15).

     Inmiddels voelt de praktijk een toenemende behoefte aan het benutten van diverse elektronische mogelijkheden tijdens de bestuursrechtelijke procedure. Dit blijkt onder meer uit de hierna, in paragraaf 1.5, te beschrijven pilots. Bovendien is moderne digitale communicatie efficiŽnt(er) dan de tot nu toe gebruikelijke vormen van communicatie, hetgeen op termijn voor de gerechten kan leiden tot aanzienlijke kostenbesparingen. Voor een nadere toelichting zij verwezen naar paragraaf 2.2.
     Tegelijkertijd is echter nog (steeds) onvoldoende duidelijk of, en zo ja, onder welke voorwaarden elektronische verzending van processtukken kan worden aanvaard. Zo staat ter discussie of de bestuursrechter een per e-mail verzonden beroepschrift ontvankelijk mag achten. De Centrale Raad van Beroep (hierna: CRvB) beantwoordt deze vraag ogenschijnlijk positief (vgl. bijvoorbeeld CRvB 23 maart 2005, AB 2005, 193, en CRvB
rblz.|2| 19 mei 2006, LJN AX6745). De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ABRvS) beschouwt verzending per e-mail echter niet als "schriftelijk" in de zin van de Awb (bijvoorbeeld ABRvS 10 september 2003, AB 2004, 34; zie echter

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | de wet | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x