|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2010-2011, 32 520.
Handelingen II 2010-2011, nr. 24, blz. 14-24; nr. 25, blz. 24.
Kamerstukken I 2010-2011, 32 520 (A, B. C, D).
Handelingen I 2010-2011, nr. 11, blz. 3.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 16 december 2010,
Stb. 2010, 838, tot wijziging van enkele wetten
van het ministerie van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid (Verzamelwet SZW 2011). Inwerkingtreding: 1
januari 2011 (Stb.
2010, 839).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is om enige wijzigingen op het terrein van de wetgeving van
het ministerie
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan te brengen;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal,
hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
Art.
I.
Wijziging van de
Algemene Kinderbijslagwet [MvT]
De Algemene Kinderbijslagwet wordt als
volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 7, tiende lid, wordt
"tweede, zevende en achtste lid" vervangen door: tweede lid,
vierde lid, onderdeel a, zevende lid en achtste lid.
B. [MvT]
Artikel 18, achtste lid, komt te luiden:
-8. Indien de kinderbijslag in het
buitenland wordt uitbetaald, geschiedt de betaling, in afwijking van
artikel 4:89, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, op het
tijdstip waarop de rekening van de daartoe door de schuldeiser
aangewezen bank wordt gecrediteerd.
Art.
II.
Wijziging van de Algemene nabestaandenwet [MvT]
De Algemene nabestaandenwet wordt als
volgt gewijzigd:
0A.
Aan artikel 1 wordt, onder vervanging
van de punt aan het slot van dat artikel door een puntkomma, een
onderdeel, waarvan de letteraanduiding alfabetisch aansluit op het
laatste onderdeel, toegevoegd, luidende:
#. vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel: een bij
onherroepelijk geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of
vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek
van Strafrecht, behoudens de gevallen, bedoeld in artikel 37, eerste
lid, van het Wetboek
van Strafrecht.
A. [MvT]
Artikel 26 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid, onderdeel b, wordt "dan wel
een vervolgstudie volgt anders dan hoger onderwijs als bedoeld in
artikel 1.1, onderdeel b, van de Wet
op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek" vervangen
door: dan wel een vervolgstudie volgt.
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
-5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter
uitvoering van het tweede lid.
Aa.
Het opschrift van paragraaf 10 van
afdeling 1 van hoofdstuk 3 komt te luiden: Geen recht op
nabestaandenuitkering, halfwezenuitkering en wezenuitkering tijdens
vrijheidsontneming en onttrekking aan vrijheidsontneming.
Ab.
In artikel 32c, eerste lid,
wordt na "op de dag van het overlijden van de verzekerde"
telkens ingevoegd: , dan wel op de dag na afloop van de toepassing van artikel
32e met betrekking tot dat recht op uitkering,.
Ac.
Aan artikel 32d wordt een lid
toegevoegd, luidende:
-5. Het recht op nabestaandenuitkering respectievelijk het recht op
halfwezenuitkering of het recht op wezenuitkering eindigt, in afwijking
van het eerste lid, vanaf de dag dat de vrijheidsontneming ingaat,
indien op de dag voorafgaande aan de vrijheidsontneming geen recht
bestaat op die uitkering op grond van
artikel 32f, eerste lid.
Ad.
Aan hoofdstuk 3, afdeling 1, paragraaf
10, worden twee artikelen toegevoegd, luidende:
Art. 32e.
Geen recht op nabestaandenuitkering ontstaat voor de nabestaande indien
en voor zolang hij zich op de dag van het overlijden van de verzekerde
en daarna onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of
vrijheidsbenemende maatregel. Geen recht op halfwezenuitkering ontstaat
voor de nabestaande indien en voor zolang hij of de halfwees zich op de
dag van het overlijden van de verzekerde en daarna onttrekt aan de
tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende
maatregel. Geen recht op wezenuitkering ontstaat voor het kind indien en
voor zolang het zich op de dag van het overlijden van de verzekerde en
daarna onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of
vrijheidsbenemende maatregel.
Art. 32f.
-1. Het recht op nabestaandenuitkering eindigt indien de nabestaande
zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of
vrijheidsbenemende maatregel. Het recht op halfwezenuitkering eindigt
indien de nabestaande of de halfwees zich onttrekt aan de
tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende
maatregel. Het recht op wezenuitkering eindigt indien het kind zich
onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of
vrijheidsbenemende maatregel.
-2. Voor de persoon, bedoeld in het eerste lid, herleeft, onverminderd artikel 15, 23,
27 of 32d,
het recht op nabestaandenuitkering, halfwezenuitkering of wezenuitkering
op de dag dat:
a. de nabestaande zich niet langer onttrekt aan de
tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel
en hij voldoet aan een voorwaarde als bedoeld in artikel 14,
eerste lid, of de voorwaarden, bedoeld in
artikel 66a, tweede lid, en
onverminderd
artikel 14, derde lid;
b. de nabestaande en de halfwees zich niet langer onttrekken aan
de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende
maatregel en de nabestaande voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 22,
eerste en tweede lid;
c. het kind zich niet langer onttrekt aan de tenuitvoerlegging
van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel en het voldoet
aan een voorwaarde als bedoeld in artikel
26, eerste en tweede lid.
B. [MvT]
Artikel 48 komt te luiden:
Art. 48.
Indien de uitkering in het buitenland wordt uitbetaald, geschiedt de
betaling, in afwijking van artikel
4:89, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht,
op het tijdstip waarop de rekening van de daartoe door de schuldeiser
aangewezen bank wordt gecrediteerd.
C.
Aan hoofdstuk 8 wordt een artikel
toegevoegd, luidende:
Art. 74.
-1. Indien het recht op nabestaandenpensioen respectievelijk
halfwezenuitkering of wezenuitkering voorafgaand aan de dag van
inwerkingtreding van artikel
32f al is ingegaan en de nabestaande, halfwees of wees zich
op die dag onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of
vrijheidsbenemende maatregel, wordt voor de toepassing van dat artikel
als eerste dag waarop hij zich aan de tenuitvoerlegging van die
vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel onttrekt, aangemerkt de
dag van inwerkingtreding van artikel 32f
en eindigt het recht op nabestaandenpensioen respectievelijk
halfwezenuitkering of wezenuitkering, in afwijking van artikel 32f,
vanaf de dag dat het onttrekken aan de tenuitvoerlegging van de
vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel zes maanden heeft
geduurd.
-2. Dit artikel vervalt zes maanden na de dag van zijn inwerkingtreding.
Art.
III.
Wijziging van de Algemene Ouderdomswet [MvT]
De Algemene Ouderdomswet wordt als volgt
gewijzigd:
0A.
Aan artikel 1, eerste lid, wordt, onder
vervanging van de punt aan het slot van dat lid door een puntkomma, een
onderdeel, waarvan de letteraanduiding alfabetisch aansluit op het
laatste onderdeel, toegevoegd, luidende:
#. vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel: een bij
onherroepelijk geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of
vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek
van Strafrecht, behoudens de gevallen, bedoeld in artikel 37, eerste
lid, van het Wetboek
van Strafrecht.
1A.
Artikel 8b wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt na "de dag waarop het
ouderdomspensioen zou ingaan" ingevoegd: dan wel de dag na afloop
van de toepassing van artikel 8c,
eerste lid, met betrekking tot dat recht op ouderdomspensioen.
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
-6. Voor de pensioengerechtigde die op de dag voorafgaande aan de
vrijheidsontneming geen recht heeft op ouderdomspensioen op grond van artikel 8c,
tweede lid, eindigt het recht op ouderdomspensioen, in afwijking van het
tweede lid, vanaf de dag dat de vrijheidsontneming ingaat.
2A.
Na artikel 8b wordt een artikel
ingevoegd, luidende:
Art. 8c.
-1. Voor de pensioengerechtigde ontstaat geen recht op ouderdomspensioen
indien en voor zolang hij zich op de dag waarop het ouderdomspensioen
zou ingaan en daarna onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een
vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel.
-2. Het recht op ouderdomspensioen eindigt indien de pensioengerechtigde
zich, nadat het recht op ouderdomspensioen is ingegaan, onttrekt aan de
tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende
maatregel.
-3. De persoon die op grond van het eerste of tweede lid geen recht op
ouderdomspensioen heeft, heeft met ingang van de dag dat hij zich niet
langer onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of
vrijheidsbenemende maatregel met inachtneming van de bepalingen van deze
wet recht op ouderdomspensioen.
A. [MvT]
In artikel 9, eerste lid, onderdeel c,
wordt "voor wie hij op grond van de Algemene Kinderbijslagwet
kinderbijslag ontvangt of zal ontvangen" vervangen door: voor
wie aan hem op grond van artikel 18 van
de Algemene Kinderbijslagwet
kinderbijslag wordt betaald, zal worden betaald of zou worden
betaald indien artikel 7, tweede lid, van die wet
niet van toepassing zou zijn.
B. [MvT]
Artikel 19, derde lid, komt te luiden:
-3. Indien het ouderdomspensioen in het buitenland wordt uitbetaald,
geschiedt de betaling, in afwijking van
artikel 4:89, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht,
op het tijdstip waarop de rekening van de daartoe door de schuldeiser
aangewezen bank wordt gecrediteerd.
C.
Aan paragraaf 3 van hoofdstuk VIII
wordt een artikel toegevoegd waarvan het artikelnummer aansluit op het
laatste artikel van die paragraaf, luidende:
Art. #.
-1. Ten aanzien van de persoon wiens recht op ouderdomspensioen
voorafgaand aan de dag van inwerkingtreding van
artikel 8c al is ingegaan en die zich op die dag onttrekt
aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende
maatregel, wordt voor de toepassing van dat artikel als eerste dag
waarop hij zich aan de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf of
vrijheidsbenemende maatregel onttrekt, aangemerkt de dag van
inwerkingtreding van artikel 8c
en eindigt het recht op ouderdomspensioen, in afwijking van artikel 8c,
tweede lid, vanaf de dag dat het onttrekken aan de tenuitvoerlegging van
de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel zes maanden heeft
geduurd.
-2. Dit artikel vervalt zes maanden na de dag van zijn inwerkingtreding.
Art.
IV.
Wijziging van de Pensioenwet [MvT]
De Pensioenwet wordt
als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 37 komt te luiden:
Art. 37. Melding arbeidsongeschiktheid
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen meldt de arbeidsongeschiktheid van een
deelnemer aan de pensioenuitvoerder.
-2. Bij regeling van Onze Minister
worden regels gesteld ten aanzien van het eerste lid.
B. [MvT]
Artikel 54, vierde lid, komt te luiden:
-4. De vrijwillige voortzetting begint uiterlijk negen maanden na
beëindiging van de dienstbetrekking. Artikel 14, tweede lid, is niet
van toepassing op de periode vanaf de beëindiging van de
dienstbetrekking tot het begin van de vrijwillige voortzetting.
C. [MvT]
In artikel 70, vierde lid, wordt "Voor de toepassing van de
artikelen 72, 80, eerste lid, onderdeel d, en 81, eerste lid,
onderdeel c," vervangen door: Voor de toepassing van de
artikelen 71 tot en met 92.
D. [MvT]
Na artikel 71 wordt een artikel
ingevoegd, luidende:
Art. 71a. Uitzondering op de plicht
tot waardeoverdracht in verband met afkoop
De in artikel 71 genoemde plicht tot
waardeoverdracht geldt niet indien na de waardeoverdracht de voor de
bedrijfspensioenvoorziening geldende wetgeving van een andere staat dan
Nederland op de overgedragen pensioenaanspraken van toepassing is en de
mogelijkheden tot afkoop van de waarde van de overgedragen
pensioenaanspraken na de waardeoverdracht ruimer zijn dan op basis van
deze wet.
Art.
V.
Wijziging van de Toeslagenwet [MvT]
De Toeslagenwet wordt als volgt gewijzigd:
0A.
Aan artikel 1, eerste lid, wordt, onder
vervanging aan het slot van onderdeel g van de punt door een
puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
h. vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel: een bij
onherroepelijk geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of
vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek
van Strafrecht.
A. [MvT]
Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid, onderdeel b, wordt "voor wie
hij op grond van de Algemene Kinderbijslagwet
kinderbijslag
ontvangt dan wel zal ontvangen" vervangen door: voor wie aan hem op
grond van artikel 18 van de Algemene Kinderbijslagwet
kinderbijslag wordt betaald, zal worden betaald of zou worden
betaald indien artikel
7, tweede lid, van die wet niet van
toepassing zou zijn.
2. In het vijfde lid wordt "omdat hem rechtens zijn
vrijheid is ontnomen" vervangen door: omdat hem rechtens zijn
vrijheid is ontnomen of omdat hij zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging
van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel.
B. [MvT]
Aan artikel 11 wordt een lid toegevoegd,
luidende:
-7. Het recht op toeslag kan niet worden
vastgesteld over perioden gelegen vóór één jaar voorafgaande aan de
dag waarop de aanvraag om toeslag werd ingediend. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is bevoegd in bijzondere
gevallen af te wijken van de vorige zin.
Art.
VI.
Wijziging van de Werkloosheidswet [MvT]
De Werkloosheidswet wordt als volgt
gewijzigd:
0A.
Aan artikel 1 wordt, onder vervanging van
de punt aan het slot van dat artikel door een puntkomma, een onderdeel,
waarvan de letteraanduiding alfabetisch aansluit op het laatste
onderdeel, toegevoegd, luidende:
#. vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel: een bij
onherroepelijk geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of
vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek
van Strafrecht.
1A.
Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid worden de onderdelen
h tot en met l verletterd tot onderdelen i tot en
met m.
2. In het eerste lid wordt na onderdeel g
een onderdeel ingevoegd, luidende:
h. zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf
of vrijheidsbenemende maatregel;.
3. In het vijfde lid wordt "eerste lid, onderdeel j"
telkens vervangen door: eerste lid, onderdeel k.
4. In het zesde lid wordt "eerste lid, onderdeel a
tot en met g" vervangen door: eerste lid, onderdeel
a tot en met h.
A. [MvT]
Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het derde lid, onderdeel a,
wordt "artikel
19, eerste lid, onderdeel
e, g of j" vervangen door: artikel
19, eerste lid, onderdeel e, g, h of k.
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
-5. Indien het recht op uitkering op grond van artikel 20,
eerste lid, onderdeel d, juncto
artikel 19, eerste lid, onderdeel a,
is geëindigd en vervolgens op grond van het eerste lid herleeft, is artikel 16,
tiende lid, van overeenkomstige toepassing.
B. [MvT]
Artikel 26, eerste lid, onderdeel a, vervalt.
C.
In artikel 26a, tweede lid, wordt
"19, eerste lid, onderdeel j"
vervangen door: 19, eerste lid, onderdeel
k.
D.
In artikel 68, eerste lid, wordt "19,
eerste lid, onderdeel e tot en met l" vervangen
door:
19, eerste lid, onderdeel e tot
en met m.
E.
Aan hoofdstuk Xb wordt een
artikel toegevoegd waarvan het artikelnummer aansluit op het laatste
artikel van dat hoofdstuk, luidende:
Art. #.
-1. Ten aanzien van de werknemer wiens recht op uitkering voorafgaand
aan de dag van inwerkingtreding van
artikel VI, onderdeel 1A, van de Verzamelwet SZW 2011 al is ingegaan
en die zich op die dag onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een
vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel, wordt voor de toepassing
van artikel 19, eerste lid, onderdeel h,
als eerste dag waarop hij zich aan de tenuitvoerlegging van die
vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel onttrekt, aangemerkt de
dag van inwerkingtreding van artikel
VI, onderdeel 1A, van de Verzamelwet SZW 2011 en eindigt het recht
op uitkering, in afwijking van artikel 19,
eerste lid, onderdeel h, vanaf de dag dat het onttrekken aan de
tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel
zes maanden heeft geduurd.
-2. Dit artikel vervalt zes maanden na de dag van zijn inwerkingtreding.
Art.
VIa.
Wijziging van de Wet arbeid en zorg
De Wet arbeid en zorg wordt als volgt
gewijzigd:
A.
In artikel 3:16, eerste lid, onderdeel a,
wordt "de artikelen 19a en 19b"
vervangen door: de
artikelen
19a, 19b, 19c
en 87.
B.
In artikel 3:27, eerste lid, onderdeel a,
wordt "de artikelen 7a, 7b,
19, vierde en vijfde lid,
19a, 21a en 21b"
vervangen door: de artikelen 7a, 7b,
7c, 19,
vierde en vijfde lid,
19a, 21a, 21b,
21c en 101g.
Art.
VII.
Wijziging van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen [MvT]
De Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen wordt als volgt gewijzigd:
A.
Aan artikel 1, eerste lid, wordt, onder
vervanging aan het slot van onderdeel n van de punt door een
puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
o. vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel: een bij
onherroepelijk geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of
vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek
van Strafrecht, behoudens de gevallen, bedoeld in artikel 37, eerste
lid, van het Wetboek
van Strafrecht.
B.
In artikel 7b, eerste lid, wordt
na "de dag waarop het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering zou
ingaan" ingevoegd: dan wel de dag na afloop van de toepassing van artikel 7c
met betrekking tot dat recht op uitkering.
C.
Na artikel 7b wordt een artikel
ingevoegd, luidende:
Art. 7c. Geen recht op
arbeidsongeschiktheidsuitkering tijdens onttrekking aan
vrijheidsontneming
De verzekerde, bedoeld in artikel 7,
heeft geen recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering indien en voor
zolang hij zich op de dag waarop het recht op
arbeidsongeschiktheidsuitkering zou ingaan en daarna onttrekt aan de
tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende
maatregel.
D.
In artikel 19 worden, onder
vernummering van het vijfde lid tot zevende lid, twee leden ingevoegd,
luidende:
-5. Het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering eindigt indien de
verzekerde zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf
of vrijheidsbenemende maatregel.
-6. Voor de verzekerde die op de dag voorafgaande aan de
vrijheidsontneming geen recht heeft op arbeidsongeschiktheidsuitkering
op grond van het vijfde lid eindigt het recht op
arbeidsongeschiktheidsuitkering, in afwijking van het vierde lid, vanaf
de dag dat de vrijheidsontneming ingaat.
E.
In artikel 20, vijfde lid, wordt "Artikel 7b"
vervangen door: De
artikelen
7b en 7c.
F.
In artikel 21, achtste lid, wordt "Artikel 7b"
vervangen door: De
artikelen
7b en 7c.
G.
Aan paragraaf 1 van hoofdstuk 3, afdeling
1, wordt een artikel toegevoegd, luidende:
Art. 21c. Heropening van de uitkering
na afloop onttrekking vrijheidsontneming
-1. De persoon wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met artikel
19, vijfde lid, is geëindigd, heeft vanaf de dag dat hij zich niet
langer onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of
vrijheidsbenemende maatregel met inachtneming van de bepalingen van deze
wet aanspraak op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering
indien hij op die dag arbeidsongeschikt is.
-2. Aanspraak op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft
eveneens de persoon, bedoeld in het eerste lid, die op de in dat lid
bedoelde dag niet arbeidsongeschikt is, doch ten aanzien van wie dit wel
het geval is binnen vier weken na afloop van dat tijdvak.
-3. De artikelen 7, zesde lid, 36
en
37
zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de aanspraak op
heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in dit
artikel.
H. [MvT]
Artikel 55, derde lid, komt te luiden:
-3. Indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering in het buitenland wordt
uitbetaald, geschiedt de betaling, in afwijking van
artikel 4:89, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht,
op het tijdstip waarop de rekening van de daartoe door de schuldeiser
aangewezen bank wordt gecrediteerd.
I.
Aan hoofdstuk 10a wordt een
artikel toegevoegd, luidende:
Art. 101g. Overgangsrecht in verband
met artikel 19, vijfde lid
-1. Ten aanzien van de verzekerde wiens recht op
arbeidsongeschiktheidsuitkering voorafgaand aan de dag van
inwerkingtreding van artikel VII, onderdeel D, van de
Verzamelwet SZW 2011 al is ingegaan en die zich op die dag onttrekt aan
de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende
maatregel, wordt voor de toepassing van artikel
19, vijfde lid, als eerste dag waarop hij zich aan de
tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel
onttrekt, aangemerkt de dag van inwerkingtreding van artikel
VII, onderdeel D, van de Verzamelwet SZW 2011 en eindigt het recht
op arbeidsongeschiktheidsuitkering, in afwijking van
artikel 19, vijfde lid, vanaf de dag dat het onttrekken aan de
tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel
zes maanden heeft geduurd.
-2. Dit artikel vervalt zes maanden na de dag van zijn inwerkingtreding.
Art.
VIII.
Wijziging van de
Wet financiering sociale verzekeringen [MvT]
De Wet financiering sociale verzekeringen
wordt als volgt gewijzigd:
A.¹ [MvT]
In artikel 43 vervalt het eerste lid,
onder vernummering van het tweede en derde lid tot eerste en tweede lid.
B.¹ [MvT]
Artikel 44 vervalt.
C. [MvT]
In artikel 104, eerste lid, onderdeel k,
wordt "artikel 30" vervangen
door:
artikel 30a.
D.
In artikel 122g wordt "1
januari 2011" vervangen door: 1 januari 2012.
1. Ingevolge artikel
1, aanhef, van het Besluit van 23 december
2010, Stb. 2010, 839, treedt artikel VIII,
onderdeel A en B, in werking op een nader te
bepalen tijdstip, red.
Art.
IX.
Wijziging van de Wet inkomensvoorziening oudere en
gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen [MvT]
De Wet inkomensvoorziening oudere en
gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen wordt als
volgt gewijzigd:
0A.
Aan artikel 1 wordt, onder vervanging
aan het slot van onderdeel f van de punt door een puntkomma,
een onderdeel toegevoegd, luidende:
g. vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel: een bij
onherroepelijk geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of
vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek
van Strafrecht.
A. [MvT]
In artikel 4, eerste lid, onderdeel b,
wordt "voor wie de gewezen zelfstandige op grond van de Algemene
Kinderbijslagwet
kinderbijslag ontvangt dan wel zal ontvangen" vervangen door:
voor wie aan de gewezen zelfstandige op grond van
artikel 18 van de Algemene Kinderbijslagwet
kinderbijslag wordt betaald, zal worden betaald of zou worden
betaald indien artikel
7, tweede lid, van die wet niet van
toepassing zou zijn.
Aa.
Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:
a. Onderdeel e wordt verletterd tot onderdeel f.
b. Na onderdeel d wordt een onderdeel ingevoegd,
luidende:
e. zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf
of vrijheidsbenemende maatregel;.
2. In het derde lid wordt "onderdeel b,
c en d," vervangen door: onderdeel b, c, d
en
e,.
B. [MvT]
Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "artikel
37, eerste lid, onderdeel c" vervangen door: artikel
37, eerste lid, onderdeel a en c.
2. Onder vervanging van de punt na onderdeel b door een
puntkomma worden aan het tweede lid twee onderdelen toegevoegd,
luidende:
c. de belanghebbende nalaat algemeen geaccepteerde arbeid te
aanvaarden; of
d. de belanghebbende door eigen toedoen geen algemeen
geaccepteerde arbeid verkrijgt.
3. Het derde lid komt te luiden:
-3. Van een verlaging als bedoeld in het eerste lid en een weigering als
bedoeld in het tweede lid wordt afgezien indien elke vorm van
verwijtbaarheid ontbreekt.
C.
Artikel 45 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid, onderdeel k, komt te luiden:
k. Onze Minister van Justitie ¹
voor zover het betreft de persoon die rechtens zijn vrijheid is ontnomen
of de persoon die zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een
vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel;.
2. In het elfde lid wordt "de persoon die rechtens zijn
vrijheid is ontnomen" vervangen door: de persoon die rechtens zijn
vrijheid is ontnomen of de persoon die zich onttrekt aan de
tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende
maatregel.
D.
Aan artikel 48, eerste lid, wordt,
onder vervanging aan het slot van onderdeel h van de punt door
een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
i. Onze Minister van Justitie ¹
in verband met de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en
vrijheidsbenemende maatregelen.
E.
Aan hoofdstuk VII wordt een artikel
toegevoegd waarvan het artikelnummer aansluit op het laatste artikel van
dat hoofdstuk, luidende:
Art. #.
-1. Ten aanzien van de gewezen zelfstandige wiens recht op uitkering
voorafgaand aan de dag van inwerkingtreding van artikel IX, onderdeel Aa,
van de Verzamelwet SZW 2011 al is ingegaan en die zich op die dag
onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of
vrijheidsbenemende maatregel, wordt voor de toepassing van artikel
6, tweede lid, onderdeel
e, als eerste dag waarop hij zich aan de tenuitvoerlegging van
die vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel onttrekt, aangemerkt
de dag van inwerkingtreding van artikel IX, onderdeel Aa,
van de Verzamelwet SZW 2011 en eindigt het recht op uitkering, in
afwijking van
artikel 6, tweede lid, onderdeel e, vanaf de dag dat het
onttrekken aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of
vrijheidsbenemende maatregel zes maanden heeft geduurd. De eerste zin is
van overeenkomstige toepassing met betrekking tot artikel
6, derde lid.
-2. Dit artikel vervalt zes maanden na de dag van zijn inwerkingtreding.
1. Volgens de redactie
dient "Onze Minister van Justitie"
te worden vervangen door: Onze Minister van
Veiligheid en Justitie.
Art.
X.
Wijziging van de Wet inkomensvoorziening oudere en
gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers [MvT]
De Wet inkomensvoorziening oudere en
gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt als volgt
gewijzigd:
0A.
Aan artikel 1 wordt, onder vervanging
aan het slot van onderdeel g van de punt door een puntkomma,
een onderdeel toegevoegd, luidende:
h. vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel: een bij
onherroepelijk geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of
vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek
van Strafrecht.
A. [MvT]
In artikel 2, onderdeel b, onder
2º,¹ wordt "arbeidsongeschikten" vervangen door:
arbeidsgeschikten.
B. [MvT]
In artikel 4, eerste lid, onderdeel c,
wordt "voor wie de werkloze werknemer op grond van de Algemene
Kinderbijslagwet
kinderbijslag ontvangt dan wel zal ontvangen" vervangen door:
voor wie aan de werkloze werknemer op grond van artikel
18 van de Algemene Kinderbijslagwet
kinderbijslag wordt betaald, zal worden betaald of zou worden
betaald indien artikel
7, tweede lid, van
die wet niet van toepassing zou zijn.
C. [MvT]
Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het zesde lid wordt na "uitkeringsduur op grond van
de
Werkloosheidswet" ingevoegd: of de geldende uitkeringsduur van
de loongerelateerde werkhervattingsuitkering gedeeltelijk
arbeidsgeschikten als bedoeld in hoofdstuk 7
van de
Wet
werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
2. Er worden twee leden toegevoegd, luidende:
-12. Voor zover het recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet
gedeeltelijk is geëindigd door het verrichten van werkzaamheden als
bedoeld in artikel
8, tweede lid, van
die wet, wordt bij de toepassing van het zesde lid voor de
vaststelling van factor A uitgegaan van het bedrag aan
loondervingsuitkering dat zou zijn genoten indien die werkzaamheden niet
zouden zijn verricht.
-13. Het twaalfde lid is van overeenkomstige toepassing indien de
loongerelateerde uitkering van de werkhervattingsuitkering gedeeltelijk
arbeidsgeschikten, bedoeld in
hoofdstuk 7 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen, is verlaagd als gevolg van het verrichten van
werkzaamheden uit hoofde waarvan de werkloze werknemer geen werknemer is
als bedoeld in de artikelen 8 en
9
van die wet.
Ca.
Artikel 6, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel d wordt verletterd tot onderdeel e.
2. Na onderdeel c wordt een onderdeel ingevoegd,
luidende:
d. zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf
of vrijheidsbenemende maatregel;.
D. [MvT]
Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid wordt "artikel
37, eerste lid, onderdeel c" vervangen door: artikel
37, eerste lid, onderdeel a en c.
2. Het derde lid komt te luiden:
-3. Van een weigering als bedoeld in het eerste lid en een verlaging als
bedoeld in het tweede lid wordt afgezien indien elke vorm van
verwijtbaarheid ontbreekt.
Da.
Artikel 45 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid, onderdeel j, komt te luiden:
j. Onze Minister van Justitie ² voor zover het betreft de persoon die rechtens zijn vrijheid is ontnomen
of de persoon die zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een
vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel;.
2. In het elfde lid wordt "de persoon die rechtens zijn
vrijheid is ontnomen" vervangen door: de persoon die rechtens zijn
vrijheid is ontnomen of de persoon die zich onttrekt aan de
tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende
maatregel.
Db.
Aan artikel 48, eerste lid, wordt,
onder vervanging aan het slot van onderdeel h van de punt door
een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
i. Onze Minister van Justitie ² in verband met de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en
vrijheidsbenemende maatregelen.
E. [MvT]
Het bij ³ Wet van 17 december 2009 tot
wijziging van de Wet werk en bijstand, de Algemene Ouderdomswet en de
Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in verband met de
overheveling van de uitvoering van de aanvullende bijstand voor personen
van 65 jaar of ouder van de gemeenten naar de Sociale verzekeringsbank en het aanbrengen van
enkele andere aanpassingen in de Algemene Ouderdomswet en tot wijziging
van enkele socialeverzekeringswetten in verband met de gelijkstelling
binnen de sociale zekerheid van voormalige pleeg- en stiefkinderen met
eigen kinderen (Stb. 2009, 596) toegevoegde artikel
63c wordt vernummerd tot
artikel 63d.
F.
Aan hoofdstuk VII wordt een artikel
toegevoegd waarvan het artikelnummer aansluit op het laatste artikel van
dat hoofdstuk, luidende:
Art. #.
-1. Ten aanzien van de werkloze werknemer wiens recht op uitkering
voorafgaand aan de dag van inwerkingtreding van
artikel X, onderdeel Ca, van de Verzamelwet SZW 2011 al is ingegaan
en die zich op die dag onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een
vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel, wordt voor de toepassing
van artikel 6, eerste lid, onderdeel d,
als eerste dag waarop hij zich aan de tenuitvoerlegging van die
vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel onttrekt, aangemerkt de
dag van inwerkingtreding van artikel
X, onderdeel Ca, van de Verzamelwet SZW 2011 en eindigt het recht op
uitkering, in afwijking van artikel 6,
eerste lid, onderdeel d, vanaf de dag dat het onttrekken aan de
tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel
zes maanden heeft geduurd. De eerste zin is van overeenkomstige
toepassing met betrekking tot artikel
6, tweede lid.
-2. Dit artikel vervalt zes maanden na de dag van zijn inwerkingtreding.
1. Volgens de redactie
dient "onder 2º" te worden vervangen door: onder 1º en 2º.
2. Volgens de redactie
dient "Onze Minister van Justitie"
te worden vervangen door: Onze Minister van
Veiligheid en Justitie.
3. Volgens de redactie
dient na "Het bij" te worden ingevoegd: artikel
X, onderdeel C, van de.
Art.
XI.
Wijziging van de Wet inkomensvoorziening oudere
werklozen [MvT]
De Wet inkomensvoorziening oudere
werklozen wordt als volgt gewijzigd:
A.
[MvT]
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het onderdeel "- kind: het kind
jonger dan 18 jaar dat niet als eigen kind, aangehuwd kind of pleegkind
tot het huishouden van een ander behoort en voor wie de persoon, bedoeld
in artikel 3, eerste lid, op grond van de
Algemene Kinderbijslagwet
kinderbijslag ontvangt dan wel zal ontvangen;" vervalt.
2. Na het onderdeel "- UWV:
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5
van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;" wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
- vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel: een bij onherroepelijk
geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel
als bedoeld in het Wetboek
van Strafrecht;.
B. [MvT]
Aan artikel 4, derde lid, wordt een zin
toegevoegd, luidende: Het UWV is bevoegd in bijzondere gevallen af te
wijken van de vorige zin.
Ba.
Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid worden de onderdelen
d en e verletterd tot onderdelen e en f.
2. In het eerste lid wordt na onderdeel c
een onderdeel ingevoegd, luidende:
d. het zich onttrekken aan de tenuitvoerlegging van een
vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel;.
3. In het vijfde lid wordt "onderdeel a
tot en met d" vervangen door: onderdeel a tot en
met
e.
4.¹ In het zesde lid, onderdeel a en b, wordt
"onderdeel d" vervangen door: onderdeel e.
C. [MvT]
Aan artikel 10 worden twee leden
toegevoegd, luidende:
-8. Voor zover het recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet
gedeeltelijk is geëindigd door het verrichten van werkzaamheden als
bedoeld in artikel
8, eerste lid, van
die wet, wordt bij de toepassing van het eerste lid voor de
vaststelling van onderdeel a van factor A uitgegaan van het
bedrag aan loondervingsuitkering dat zou zijn genoten indien die
werkzaamheden niet zouden zijn verricht.
-9. Het achtste lid is van overeenkomstige toepassing indien de
loongerelateerde uitkering van de werkhervattingsuitkering gedeeltelijk
arbeidsgeschikten, bedoeld in
hoofdstuk 7 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen, is verlaagd als gevolg van het verrichten van
werkzaamheden uit hoofde waarvan de aanvrager geen werknemer is als
bedoeld in de artikelen 8 en
9 van die wet.
D. [MvT]
In artikel 16, eerste lid, wordt
"bedoeld in de
artikelen 14 en 15"
vervangen door: bedoeld in de
artikelen 12, tweede lid, onderdeel c, 14
en
15.
E. [MvT]
In artikel 29, eerste lid, onderdeel b,
wordt "aan het kind of de kinderen" vervangen door: aan het
minderjarige kind of de minderjarige kinderen tot wie de overledene in
familierechtelijke betrekking stond.
F.
Na artikel 48 wordt een artikel
ingevoegd, luidende:
Art. 48a. Overgangsbepaling in verband
met artikel 6, eerste lid, onderdeel d
-1. Ten aanzien van de persoon wiens recht op uitkering voorafgaand aan
de dag van inwerkingtreding van artikel XI,
onderdeel Ba, van de Verzamelwet SZW 2011 al is ingegaan en die zich
op die dag onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of
vrijheidsbenemende maatregel, wordt voor de toepassing van artikel
6, eerste lid, onderdeel d, als eerste dag waarop hij zich
aan de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende
maatregel onttrekt, aangemerkt de dag van inwerkingtreding van artikel XI,
onderdeel Ba, van de Verzamelwet SZW 2011 en eindigt het recht op
uitkering, in afwijking van artikel 6,
eerste lid, onderdeel d, vanaf de dag dat het onttrekken aan de
tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel
zes maanden heeft geduurd.
-2. Dit artikel vervalt zes maanden na de dag van zijn inwerkingtreding.
1. Gelet op het bepaalde in artikel
I, onderdeel A, van de Wet
van 25 juni 2009 tot invoering en wijziging van de Wet
inkomensvoorziening oudere werklozen (Stb. 2009, 390) dient
volgens de redactie artikel XI, onderdeel Ba,
onder 4, te vervallen.
Art.
XII.
Wijziging van de Wet investeren in jongeren [MvT]
De Wet investeren in jongeren wordt als
volgt gewijzigd:
0A.
Aan artikel 1 wordt, onder vervanging
aan het slot van het laatste onderdeel van de punt door een puntkomma,
een onderdeel toegevoegd, luidende:
- vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel: een bij onherroepelijk
geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel
als bedoeld in het Wetboek
van Strafrecht.
A. [MvT]
In artikel 4 wordt "- ten laste
komend kind: het kind voor wie de alleenstaande ouder of de gehuwde
aanspraak op
kinderbijslag kan maken" vervangen door:
- ten laste
komend kind: het kind voor wie aan de alleenstaande ouder of de gehuwde
op grond van artikel 18 van de Algemene Kinderbijslagwet
kinderbijslag wordt betaald, zal
worden betaald of zou worden betaald indien artikel
7, tweede lid, van die wet niet van
toepassing zou zijn.
Aa.
Artikel 23, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. De onderdelen c tot en met e worden
verletterd tot onderdelen d tot en met f.
2. Na onderdeel b wordt een onderdeel ingevoegd,
luidende:
c. zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf
of vrijheidsbenemende maatregel;.
Ab.
Artikel 42, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. De onderdelen h tot en met n worden
verletterd tot onderdelen i tot en met o.
2. Na onderdeel g wordt een onderdeel ingevoegd,
luidende:
h. indien de jongere zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van
een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel;.
Ac.
Artikel 49 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid, onderdeel k, komt te luiden:
k. Onze
Minister van Justitie ¹ voor zover het betreft de persoon die
rechtens zijn vrijheid is ontnomen of de persoon die zich onttrekt aan
de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende
maatregel;.
2. In het elfde lid wordt "de persoon die rechtens zijn
vrijheid is ontnomen" vervangen door: de persoon die rechtens zijn
vrijheid is ontnomen of de persoon die zich onttrekt aan de
tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende
maatregel.
Ad.
Aan artikel 50, eerste lid, wordt, onder
vervanging aan het slot van onderdeel h van de punt door een
puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
i. Onze
Minister van Justitie ¹ in verband met de tenuitvoerlegging van
vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen.
B. [MvT]
Na artikel 56 wordt een artikel
toegevoegd, luidende:
Art. 56a. Verrekening
-1. Indien degene van wie de kosten van inkomensvoorziening worden
teruggevorderd algemene bijstand, inkomensvoorziening of een uitkering
op grond van de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werklozen
werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of de Wet werk en inkomen
kunstenaars ontvangt van het college van een andere
gemeente dan het college dat de
kosten van inkomensvoorziening terugvordert, betaalt het college van die
andere gemeente, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is van de
belanghebbende, het bedrag van de terugvordering uit de algemene
bijstand, de inkomensvoorziening of de uitkering op verzoek aan het
college dat de kosten van de inkomensvoorziening terugvordert.
-2. Indien degene van wie de kosten van inkomensvoorziening worden
teruggevorderd een uitkering ontvangt op grond van de Werkloosheidswet,
de Wet inkomensvoorziening oudere
werklozen, de Ziektewet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen, de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen, de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, de Wet arbeid en zorg
of de Toeslagenwet of inkomensondersteuning
ontvangt op grond van de
Wet
werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, betaalt het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, zonder dat daarvoor
een machtiging nodig is van belanghebbende, het bedrag van de
terugvordering uit de uitkering of de inkomensondersteuning op verzoek
aan het college dat de kosten van de inkomensvoorziening terugvordert.
-3. Indien degene van wie de kosten van inkomensvoorziening worden
teruggevorderd een uitkering ontvangt op grond van de Algemene Ouderdomswet
of de Algemene nabestaandenwet, betaalt de Sociale verzekeringsbank,
zonder dat daarvoor een machtiging nodig is van belanghebbende, het
bedrag van de terugvordering uit de uitkering op verzoek aan het college
dat de kosten van de inkomensvoorziening terugvordert.
C.
Na artikel 86 wordt een artikel
ingevoegd, luidende:
Art. 86a. Overgangsrecht in verband met de artikelen 23, eerste
lid, onderdeel c, en 42, eerste lid, onderdeel h
-1. Ten aanzien van de jongere wiens recht op een werkleeraanbod
voorafgaand aan de dag van inwerkingtreding van
artikel XII, onderdeel Aa, van de Verzamelwet SZW 2011 al is
ingegaan en die zich op die dag onttrekt aan de tenuitvoerlegging van
een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel, wordt voor de
toepassing van artikel 23, eerste lid,
onderdeel c, als eerste dag waarop hij zich aan de
tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel
onttrekt, aangemerkt de dag van inwerkingtreding van artikel
XII, onderdeel Aa, van de Verzamelwet SZW 2011 en eindigt het recht
op een werkleeraanbod, in afwijking van artikel
23, eerste lid, onderdeel c, vanaf de dag dat het onttrekken
aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende
maatregel zes maanden heeft geduurd.
-2. Ten aanzien van de jongere wiens recht op inkomensvoorziening
voorafgaand aan de dag van inwerkingtreding van
artikel XII, onderdeel Ab, van de Verzamelwet SZW 2011 al is
ingegaan en die zich op die dag onttrekt aan de tenuitvoerlegging van
een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel, wordt voor de
toepassing van artikel 42, eerste lid,
onderdeel h, als eerste dag waarop hij zich aan de
tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel
onttrekt, aangemerkt de dag van inwerkingtreding van artikel
XII, onderdeel Ab, van de Verzamelwet SZW 2011 en eindigt het recht
op inkomensvoorziening, in afwijking van artikel
42, eerste lid, onderdeel h, vanaf de dag dat het onttrekken
aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende
maatregel zes maanden heeft geduurd.
-3. Dit artikel vervalt zes maanden na de dag van zijn inwerkingtreding.
1. Volgens de redactie
dient "Onze Minister van Justitie"
te worden vervangen door: Onze Minister van
Veiligheid en Justitie.
Art.
XIII.
Wijziging van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering [MvT]
De Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt als volgt gewijzigd:
0A.
Aan artikel 1, eerste lid, wordt, onder
vervanging aan het slot van onderdeel m van de punt door een
puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
n. vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel: een bij
onherroepelijk geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of
vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek
van Strafrecht, behoudens de gevallen, bedoeld in artikel 37, eerste
lid, van het Wetboek
van Strafrecht.
1A.
In artikel 19, zesde lid, wordt na
"19b," ingevoegd:
19c,.
2A.
In artikel 19a, eerste lid,
wordt na "de dag waarop het recht op
arbeidsongeschiktheidsuitkering zou ingaan" ingevoegd: dan wel de
dag na afloop van de toepassing van artikel 19b
met betrekking tot dat recht op uitkering.
3A.
Na artikel 19a wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 19b.
De verzekerde, bedoeld in artikel 19,
heeft geen recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering
indien en voor zolang hij zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een
vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel.
A. [MvT]
In artikel 42, vierde lid, vervalt de
tweede volzin.
Aa.
In artikel 43 worden, onder
vernummering van het zesde lid tot achtste lid, twee leden ingevoegd,
luidende:
-6. De arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt ingetrokken indien degene
die recht heeft op arbeidsongeschiktheidsuitkering zich onttrekt aan de
tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende
maatregel.
-7. Voor de verzekerde die op de dag voorafgaande aan de
vrijheidsontneming geen recht heeft op arbeidsongeschiktheidsuitkering
op grond van het zesde lid eindigt het recht op
arbeidsongeschiktheidsuitkering, in afwijking van het vijfde lid, vanaf
de dag dat de vrijheidsontneming ingaat.
Ab.
In artikel 43a, vijfde lid,
wordt "Artikel 19a"
vervangen door: De
artikelen
19a en 19b.
Ac.
In artikel 47, zevende lid, wordt na
"19a" ingevoegd: ,
19b.
Ad.
Na artikel 47b wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 47c.
-1. De persoon wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van artikel
43, zesde lid, is ingetrokken, heeft vanaf de dag dat hij zich niet
langer onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of
vrijheidsbenemende maatregel met inachtneming van de bepalingen van deze
wet aanspraak op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering
indien hij op die dag arbeidsongeschikt is.
-2. Aanspraak op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft
eveneens de persoon, bedoeld in het eerste lid, die op de in dat lid
bedoelde dag niet arbeidsongeschikt is, doch ten aanzien van wie dit wel
het geval is binnen vier weken na afloop van dat tijdvak.
-3. De artikelen 19, vierde lid, 35
en
47, achtste lid, zijn van overeenkomstige
toepassing met betrekking tot de aanspraak op heropening van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in dit artikel.
B. [MvT]
Artikel 50, derde lid, komt te luiden:
-3. Indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering in het buitenland wordt
uitbetaald, geschiedt de betaling, in afwijking van
artikel 4:89, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht,
op het tijdstip waarop de rekening van de daartoe door de schuldeiser
aangewezen bank wordt gecrediteerd.
C.
In hoofdstuk VIIIa wordt na artikel 91h
een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 91i.
-1. Ten aanzien van de verzekerde wiens recht op
arbeidsongeschiktheidsuitkering voorafgaand aan de dag van
inwerkingtreding van artikel XIII, onderdeel Aa,
van de Verzamelwet SZW 2011 al is ingegaan en die zich op die dag
onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of
vrijheidsbenemende maatregel, wordt voor de toepassing van artikel
43, zesde lid, als eerste dag waarop hij zich aan de
tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel
onttrekt, aangemerkt de dag van inwerkingtreding van artikel XIII, onderdeel Aa,
van de Verzamelwet SZW 2011 en eindigt het recht op
arbeidsongeschiktheidsuitkering, in afwijking van artikel
43, zesde lid, vanaf de dag dat het onttrekken aan de
tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel
zes maanden heeft geduurd.
-2. Dit artikel vervalt zes maanden na de dag van zijn inwerkingtreding.
Art.
XIV.
Wijziging van de Wet participatiebudget [MvT]
De Wet
participatiebudget wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 5, derde lid, komt te luiden:
-3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot:
a. de verstrekking van de in het eerste lid bedoelde gegevens;
b. de betaling van de uitkering, bedoeld in artikel 2, eerste
lid, indien het college de in het eerste lid bedoelde gegevens niet of
niet tijdig verstrekt dan wel de kwaliteit van die gegevens
tekortschiet.
Aa.
Na artikel 5 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 5a. Verantwoordingsinformatie ten
behoeve van verdeling uitkering en verdeelsleutels
In afwijking van artikel 7:11 van de Algemene wet bestuursrecht
wordt bij de toepassing van de artikelen 2, 4, tweede lid, en 5, tweede
lid, gebruikgemaakt van de gegevens, bedoeld in artikel 5, tweede lid,
en de informatie, bedoeld in artikel 6, onderdeel a, waarvan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
kennis heeft op 15 augustus voor zover het betreft de artikelen 2 en 5,
tweede lid, en 30 september voor zover het betreft artikel 4, tweede
lid, van het jaar volgend op het verantwoordingsjaar, met dien verstande
dat gegevens die het college op verzoek van Onze Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid op een latere datum verstrekt mede in
aanmerking worden genomen. Indien artikel 6, onderdeel b, van
toepassing is, wordt voor het jaar volgend op het verantwoordingsjaar
gelezen: het tweede jaar volgend op het verantwoordingsjaar.
B. [MvT]
Aan artikel 6 wordt na "in de plaats van
het college" toegevoegd: , met dien verstande dat:
a. voor de toepassing van artikel 2 en
artikel 5, tweede lid, de met toepassing van artikel 34a van de Wet
gemeenschappelijke regelingen door het openbaar lichaam op de wijze,
bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet, verantwoorde
informatie in aanmerking kan worden genomen;
b. indien een openbaar lichaam de
uitkering, bedoeld in artikel 2, ontvangt van het college van de
gemeente die deelneemt aan de gemeenschappelijke regeling, voor de
termijn van dertien maanden in artikel 4, derde lid, telkens wordt
gelezen: 25 maanden.
Art.
XV.
Wijziging van de Wet
privatisering FVP [MvT]
In artikel 2, eerste lid, van de Wet
privatisering FVP wordt "en het op verzoek van de Sociaal-Economische
Raad kunnen voorzien in bijdragen ter financiering van onderzoeken
inzake aanvullende pensioenen" vervangen door: en het kunnen voorzien
in bijdragen ter financiering van onderzoeken en projecten inzake
aanvullende pensioenen.
Art.
XVI.
Wijziging van de Wet sociale werkvoorziening [MvT]
De Wet sociale werkvoorziening wordt als
volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 1, tweede lid, komt te luiden:
-2. Indien bij een gemeenschappelijke
regeling als bedoeld in de Wet
gemeenschappelijke regelingen de
uitvoering van deze wet volledig is overgedragen aan het bestuur van een
openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8 van die
wet, treedt dat
bestuur voor de toepassing van deze wet, met uitzondering van de
artikelen 8, 9, 13, vierde lid, en
14, eerste lid, in de plaats van de
betrokken colleges, met dien verstande dat:
a. voor de toepassing van artikel 8 en
9
de met toepassing van artikel 34a van die
wet door het openbaar lichaam
op de wijze, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet,
verantwoorde informatie in aanmerking kan worden genomen;
b. voor de termijn van twaalf maanden in
artikel 9, vierde lid, wordt gelezen: 24 maanden.
B.
Na artikel 9 wordt een artikel
ingevoegd, luidende:
Art. 9a.
In afwijking van artikel 7:11 van de Algemene wet bestuursrecht
wordt bij de toepassing van de
artikelen 8, tweede lid, en 9
gebruikgemaakt van de gegevens in de bijlage, bedoeld in artikel 13,
vierde lid, en de informatie, bedoeld in
artikel 1, tweede lid, onderdeel a,
waarvan Onze Minister kennis heeft op
15 augustus voor zover het betreft artikel 8,
tweede lid, en 30 september voor zover het betreft artikel 9
van het tweede jaar volgend op het verantwoordingsjaar, met dien
verstande dat gegevens die het college op verzoek van Onze Minister op
een latere datum verstrekt mede in aanmerking worden genomen.
Art. XVII.
Wijziging van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen [MvT]
De Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen wordt als volgt gewijzigd:
0A.
Aan artikel 1 wordt, onder vervanging aan
het slot van onderdeel p van de punt door een puntkomma, een onderdeel
toegevoegd, luidende:
q. vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende
maatregel: een bij onherroepelijk geworden vonnis opgelegde
vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek
van Strafrecht.
A. [MvT]
Artikel 32c vervalt.
Aa.
Artikel 54 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het derde lid, onderdeel h, komt te
luiden:
h. Onze Minister van Justitie ¹ voor zover
het betreft de persoon die rechtens zijn vrijheid is ontnomen of de
persoon die zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een
vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel;.
2. In het achtste lid wordt "de persoon
die rechtens zijn vrijheid is ontnomen" vervangen door: de persoon die
rechtens zijn vrijheid is ontnomen of de persoon die zich onttrekt aan
de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende
maatregel.
B. [MvT]
Artikel 73a, eerste lid, komt te luiden:
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank kunnen gegevens
die deze hebben verkregen bij de uitvoering van een bij of krachtens
deze of een andere wet aan hen opgedragen taak verwerken voor de
uitvoering van een andere wettelijke taak of voor de uitvoering van
andere werkzaamheden als bedoeld in artikel
5. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur wordt bepaald welke gegevens kunnen worden
gebruikt voor de uitvoering van andere werkzaamheden.
1. Volgens de redactie
dient "Onze Minister van Justitie"
te worden vervangen door: Onze Minister van
Veiligheid en Justitie.
Art. XVIII.
Wijziging van de Wet verplichte beroepspensioenregeling [MvT]
De Wet
verplichte beroepspensioenregeling wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 45 komt te luiden:
Art. 45. Melding arbeidsongeschiktheid
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen meldt de arbeidsongeschiktheid van een deelnemer
aan de pensioenuitvoerder.
-2. Bij regeling van Onze Minister worden
regels gesteld ten aanzien van het eerste lid.
B. [MvT]
Artikel 65, vierde lid, komt te luiden:
-4. De vrijwillige voortzetting begint
uiterlijk negen maanden na beëindiging van het beroep. Artikel 22,
derde lid, is niet van toepassing op de periode vanaf de beëindiging
van het beroep tot het begin van de vrijwillige voortzetting.
C. [MvT]
In artikel 81, vierde lid, wordt "Voor
de toepassing van de artikelen 83, 88, eerste lid, onderdeel d, en 89,
eerste lid, onderdeel c," vervangen door: Voor de toepassing van de
artikelen 82 tot en met 100.
D. [MvT]
Na artikel 82 wordt een artikel
ingevoegd, luidende:
Art. 82a. Uitzondering op de plicht
tot waardeoverdracht in verband met afkoop
De in artikel 82 genoemde plicht tot
waardeoverdracht geldt niet indien na de waardeoverdracht de voor de
bedrijfspensioenvoorziening geldende wetgeving van een andere staat dan
Nederland op de overgedragen pensioenaanspraken van toepassing is en de
mogelijkheden tot afkoop van de waarde van de overgedragen
pensioenaanspraken na de waardeoverdracht ruimer zijn dan op basis van
deze wet.
Art. XIX.
Wijziging van de Wet werk en arbeidsondersteuning
jonggehandicapten [MvT]
De Wet werk en arbeidsondersteuning
jonggehandicapten wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 1:1, eerste lid, wordt als volgt
gewijzigd:
1. Onderdeel q komt te luiden:
q. zelfstandige: de persoon die, anders
dan in dienstbetrekking, arbeid in eigen bedrijf verricht of een beroep
uitoefent, teneinde daarmee inkomen te verwerven;.
2. Er wordt een onderdeel toegevoegd,
luidende:
r. vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende
maatregel: een bij onherroepelijk geworden vonnis opgelegde
vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek
van Strafrecht, behoudens de gevallen, bedoeld in artikel 37,
eerste lid, van het Wetboek
van Strafrecht.
Aa.
Artikel 2:11 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid worden de onderdelen
b tot en met d verletterd tot onderdelen c tot en met e.
2. In het eerste lid wordt na onderdeel a
een onderdeel ingevoegd, luidende:
b. het zich onttrekken aan de
tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende
maatregel;.
3. In het tweede lid wordt "eerste lid,
onderdeel c" vervangen door: eerste lid, onderdeel d.
Ab.
Artikel 2:12, eerste lid, komt te luiden:
-1. In afwijking van de artikelen 2:15 en
2:16 is artikel 2:11, onderdeel a, eerst van toepassing met ingang van
de dag dat de persoon één maand rechtens zijn vrijheid is ontnomen,
tenzij op de dag voorafgaande aan de vrijheidsontneming geen recht
bestaat op arbeidsondersteuning op grond van artikel
2:11, onderdeel b.
Ac.
In artikel 2:13, eerste en derde lid,
wordt "artikel 2:11, onderdeel b" vervangen door:
artikel 2:11,
onderdeel c.
Ad.
In artikel 2:17, tweede lid, wordt "artikel
2:11, onderdeel a,
b of c" vervangen door: artikel
2:11,
onderdeel a, b, c of d.
Ae.
In artikel 2:56, tweede en vierde lid,
wordt "artikel 2:11, onderdeel d" vervangen door:
artikel 2:11,
onderdeel e.
B. [MvT]
Artikel 2:49, derde lid, komt te luiden:
-3. Indien de inkomensvoorziening, bedoeld
in het eerste lid, in het buitenland wordt uitbetaald, geschiedt de
betaling, in afwijking van
artikel 4:89, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht,
op het tijdstip waarop de rekening van de daartoe door de
schuldeiser aangewezen bank wordt gecrediteerd.
Ba.
In artikel 3:5, eerste lid, wordt na "de
dag waarop het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering zou ingaan"
ingevoegd: dan wel de dag na afloop van de toepassing van artikel 3:5a
met betrekking tot dat recht op uitkering.
Bb.
Na artikel 3:5 wordt een artikel
ingevoegd, luidende:
Art. 3:5a. Geen recht op
arbeidsongeschiktheidsuitkering tijdens onttrekking aan
vrijheidsontneming
De jonggehandicapte, bedoeld in artikel
3:3, heeft geen recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering indien en voor
zolang hij op de dag waarop het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering
zou ingaan en daarna zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een
vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel.
Bc.
In artikel 3:19 worden, onder
vernummering van het zesde en zevende lid tot achtste en negende lid,
twee leden ingevoegd, luidende:
-6. Het recht op
arbeidsongeschiktheidsuitkering eindigt indien de jonggehandicapte zich
onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of
vrijheidsbenemende maatregel.
-7. Voor de jonggehandicapte die op de dag
voorafgaande aan de vrijheidsontneming geen recht op
arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft op grond van het zesde lid
eindigt het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering, in afwijking van
het vijfde lid, vanaf de dag dat de vrijheidsontneming ingaat.
Bd.
In artikel 3:21, vierde lid, en artikel
3.22, achtste lid, wordt "Artikel 3:5 en de daarop berustende
bepalingen" vervangen door: De artikelen 3:5 en de daarop berustende
bepalingen en 3:5a.
Be.
In paragraaf 1 van hoofdstuk 3, afdeling
2, wordt na artikel 3:23 een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 3:23a. Heropening van de
uitkering na afloop onttrekking vrijheidsontneming
-1. De jonggehandicapte wiens
arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met artikel
3:19, zesde lid,
is geëindigd, heeft vanaf de dag dat hij in vrijheid wordt gesteld met
inachtneming van de bepalingen van deze wet recht op heropening van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering indien hij op die dag arbeidsongeschikt
is.
-2. Aanspraak op heropening van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft eveneens de jonggehandicapte,
bedoeld in het eerste lid, die op de in dat lid bedoelde dag niet
arbeidsongeschikt is, doch ten aanzien van wie dit wel het geval is
binnen vier weken na afloop van dat tijdvak.
-3. De artikelen 3:3, vijfde lid, 3:29 en
3:30 zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de aanspraak
op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in dit
artikel.
C. [MvT]
Artikel 3:45, derde lid, komt te luiden:
-3. Indien de
arbeidsongeschiktheidsuitkering in het buitenland wordt uitbetaald,
geschiedt de betaling, in afwijking van
artikel 4:89, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht,
op het tijdstip waarop de rekening van de
daartoe door de schuldeiser aangewezen bank wordt gecrediteerd.
D.
Na artikel 8:10a wordt een artikel
ingevoegd, luidende:
Art. 8:10b. Overgangsbepaling in
verband met artikel 3:19, zesde lid
-1. Ten aanzien van de jonggehandicapte
wiens recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering voorafgaand aan de dag
van inwerkingtreding van artikel XIX, onderdeel Bc, van de Verzamelwet
SZW 2011 al is ingegaan en die zich op die dag onttrekt aan de
tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende
maatregel, wordt voor de toepassing van artikel
3:19, zesde lid, als
eerste dag waarop hij zich aan de tenuitvoerlegging van die
vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel onttrekt, aangemerkt de
dag van inwerkingtreding van artikel XIX, onderdeel Bc, van de
Verzamelwet SZW 2011 en eindigt het recht op
arbeidsongeschiktheidsuitkering, in afwijking van artikel
3:19, zesde
lid, vanaf de dag dat het onttrekken aan de tenuitvoerlegging van de
vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel zes maanden heeft
geduurd.
-2. Ten aanzien van de jonggehandicapte
wiens recht op arbeidsondersteuning voorafgaand aan de dag van
inwerkingtreding van artikel XIX, onderdeel Aa, van de Verzamelwet SZW
2011 al is ingegaan en die zich op die dag onttrekt aan de
tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende
maatregel, wordt voor de toepassing van artikel
2:11, eerste lid,
onderdeel b, als eerste dag waarop hij zich aan de tenuitvoerlegging van
die vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel onttrekt, aangemerkt
de dag van inwerkingtreding van artikel XIX, onderdeel
Aa, van de
Verzamelwet SZW 2011 en eindigt het recht op arbeidsondersteuning, in
afwijking van artikel 2:11, eerste lid, onderdeel b, vanaf de dag dat
het onttrekken aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of
vrijheidsbenemende maatregel zes maanden heeft geduurd.
-3. Dit artikel vervalt zes maanden na de
dag van zijn inwerkingtreding.
Art. XX.
Wijziging van de Wet werk en bijstand [MvT]
De Wet werk en bijstand wordt als volgt
gewijzigd:
0A.
Artikel 1, onderdeel h, komt te luiden:
h. vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende
maatregel: een bij onherroepelijk geworden vonnis opgelegde
vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek
van Strafrecht;.
A. [MvT]
Artikel 4, onderdeel e, komt te
luiden:
e. ten laste komend kind: het kind jonger
dan 18 jaar voor wie aan de alleenstaande ouder of de gehuwde op grond
van artikel 18 van de Algemene Kinderbijslagwet
kinderbijslag wordt
betaald, zal worden betaald of zou worden betaald indien artikel
7,
tweede lid, van die wet niet van toepassing zou zijn.
Aa.
Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid worden de onderdelen
b tot en met f verletterd tot onderdelen c tot en met g.
2. In het eerste lid wordt na onderdeel a
een onderdeel ingevoegd, luidende:
b. die zich onttrekt aan de
tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende
maatregel;.
3. Het derde lid, tweede zin, komt te
luiden: Het eerste lid, onderdeel a en b, is, voor zover het het recht
op bijzondere bijstand betreft, niet van toepassing op de persoon aan
wie rechtens zijn vrijheid is ontnomen op grond van de Wet
bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen, dan wel van artikel 37,
eerste lid, van het Wetboek
van Strafrecht of, na ontslag van alle
rechtsvervolging, van artikel 37b, eerste lid, van het Wetboek
van Strafrecht, en op de persoon die zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging
van een vrijheidsbenemende maatregel op grond van die artikelen.
4. In het vierde lid, aanhef, wordt "eerste lid, onderdeel d" vervangen door: eerste lid, onderdeel
e.
B. [MvT]
Na artikel 47e wordt een artikel
ingevoegd, luidende:
Art. 47f. Overgang krediethypotheek
-1. Rechten en verplichtingen die
voortvloeien uit een door het college verstrekte geldlening of borgtocht
op grond van artikel 48, 50 of
78c die op grond van artikel 47a
wordt
voortgezet, gaan over op de Sociale
verzekeringsbank.
-2. Vermogensbestanddelen die voortvloeien
uit een geldlening als bedoeld in het eerste lid gaan met ingang van de
datum van voortzetting van de geldlening op grond van artikel 47a
over
op de Sociale verzekeringsbank, zonder dat daarvoor een akte of
betekening nodig is.
-3. Met betrekking tot de op grond van het
tweede lid overgaande vermogensbestanddelen die in openbare registers te
boek zijn gesteld, zal verandering van de tenaamstelling in die
registers plaatsvinden door de bewaarders van die registers. De daartoe
benodigde opgaven worden door de zorg van Onze Minister
aan de
bewaarders van de desbetreffende registers gedaan.
-4. Ter zake van de in het tweede lid
bedoelde overgang van vermogensbestanddelen blijft heffing van
overdrachtsbelasting achterwege.
-5. Indien de Sociale verzekeringsbank het
bedrag van de geldlening of borgtocht invordert, betaalt de Sociale
verzekeringsbank aan het college, bedoeld in het eerste lid, het bedrag
van de door het college verstrekte geldlening of borgtocht of indien de
opbrengst na aftrek van kosten minder bedraagt dan het totale bedrag van
de geldlening of borgtocht, een evenredig deel van de geldlening of
borgtocht.
Ba.
In artikel 49, aanhef, wordt "artikel
13, eerste lid, onderdeel f" vervangen door: artikel
13, eerste lid,
onderdeel g.
C. [MvT]
Artikel 60, derde lid, komt te luiden:
-3. Indien de persoon van wie kosten van
bijstand als bedoeld in de artikelen 58 en
59 worden teruggevorderd
algemene bijstand, een inkomensvoorziening op grond van de Wet
investeren in jongeren of een uitkering op grond van de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of de Wet werk en inkomen
kunstenaars ontvangt, is het college bevoegd tot verrekening van die
kosten met die algemene bijstand, inkomensvoorziening of uitkering.
D. [MvT]
Na artikel 60 wordt een artikel
ingevoegd, luidende:
Art. 60a. Verrekening
-1. Indien degene van wie de kosten van
bijstand worden teruggevorderd algemene bijstand, een
inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren of een
uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werklozen werknemers, de Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of de
Wet werk en inkomen kunstenaars ontvangt van het college van een andere
gemeente dan het college dat de kosten van bijstand terugvordert,
betaalt het college van die andere gemeente, zonder dat daarvoor een
machtiging nodig is van de belanghebbende, het bedrag van de
terugvordering uit de algemene bijstand, de inkomensvoorziening of de
uitkering op verzoek aan het college dat de kosten van bijstand terugvordert.
-2. Indien degene van wie de kosten van
bijstand worden teruggevorderd een uitkering ontvangt op grond van de Werkloosheidswet, de
Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, de
Ziektewet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen, de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, de Wet arbeid en zorg of
de Toeslagenwet of inkomensondersteuning ontvangt op grond van de
Wet
werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, betaalt het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, zonder dat daarvoor een
machtiging nodig is van belanghebbende, het bedrag van de terugvordering
uit de uitkering of de inkomensondersteuning op verzoek aan het college
dat de kosten van bijstand terugvordert.
-3. Indien degene van wie de kosten van
bijstand worden teruggevorderd een uitkering ontvangt op grond van de
Algemene Ouderdomswet of de Algemene nabestaandenwet, betaalt de
Sociale verzekeringsbank, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is van
belanghebbende, het bedrag van de terugvordering uit de uitkering op
verzoek aan het college dat de kosten van bijstand terugvordert.
-4. Indien de kosten van bijstand worden
teruggevorderd door de Sociale verzekeringsbank, is het eerste tot en met
het derde lid van overeenkomstige toepassing.
E.
Artikel 64 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid, onderdeel k, komt te
luiden:
k. Onze Minister van Justitie ¹ voor zover
het betreft de persoon die rechtens zijn vrijheid is ontnomen of de
persoon die zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een
vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel;.
2. In het twaalfde lid wordt "de persoon
die rechtens zijn vrijheid is ontnomen" vervangen door: de persoon die
rechtens zijn vrijheid is ontnomen of de persoon die zich onttrekt aan
de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende
maatregel.
F.
Aan artikel 67, eerste lid, wordt, onder
vervanging aan het slot van onderdeel h van de punt door een puntkomma,
een onderdeel toegevoegd, luidende:
i. Onze Minister van Justitie ¹ in verband
met de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende
maatregelen.
G.
In artikel 69, tweede lid, wordt na de
eerste volzin ingevoegd: In afwijking van artikel 7:11
van de Algemene wet bestuursrecht wordt uitgegaan van de gegevens waarvan Onze Minister
kennis heeft op 15 augustus van het jaar volgend op het
verantwoordingsjaar, met dien verstande dat gegevens die het college op
verzoek van Onze Minister op een latere datum verstrekt mede in
aanmerking worden genomen.
H.
Aan hoofdstuk 7a wordt een artikel
toegevoegd waarvan het artikelnummer aansluit op het laatste artikel van
dat hoofdstuk, luidende:
Art. #. Overgangsrecht in verband met
artikel 13, eerste lid, onderdeel b
-1. Ten aanzien van de persoon wiens recht
op bijstand voorafgaand aan de dag van inwerkingtreding van artikel XX,
onderdeel Aa, van de Verzamelwet SZW 2011 al is ingegaan en die zich op
die dag onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of
vrijheidsbenemende maatregel, wordt voor de toepassing van artikel
13,
eerste lid, onderdeel b, als eerste dag waarop hij zich aan de
tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel
onttrekt, aangemerkt de dag van inwerkingtreding van artikel XX,
onderdeel Aa, van de Verzamelwet SZW 2011 en eindigt het recht op
bijstand, in afwijking van artikel 13, eerste lid, onderdeel b, vanaf de
dag dat het onttrekken aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of
vrijheidsbenemende maatregel zes maanden heeft geduurd.
-2. Dit artikel vervalt zes maanden na de
dag van zijn inwerkingtreding.
1. Volgens de redactie
dient "Onze Minister van Justitie"
te worden vervangen door: Onze Minister van
Veiligheid en Justitie.
Art. XXI.
Wijziging van de Wet werk en inkomen kunstenaars [MvT]
De Wet werk en inkomen kunstenaars wordt
als volgt gewijzigd:
A.
Aan artikel 1 wordt, onder vervanging aan
het slot van onderdeel h van de punt door een puntkomma, een onderdeel
toegevoegd, luidende:
i. vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende
maatregel: een bij onherroepelijk geworden vonnis opgelegde
vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek
van Strafrecht.
B. [MvT]
Artikel 3, eerste lid, onderdeel e, komt
te luiden:
e. ten laste komend kind: het kind jonger
dan 18 jaar voor wie aan de alleenstaande ouder of de gehuwde op grond
van artikel 18 van de Algemene Kinderbijslagwet
kinderbijslag wordt
betaald, zal worden betaald of zou worden betaald indien artikel
7,
tweede lid, van die wet niet van toepassing zou zijn.
C.
Artikel 10, eerste lid, wordt als volgt
gewijzigd:
1. De onderdelen d en e worden verletterd tot
onderdelen e en f.
2. Na onderdeel c wordt een onderdeel
ingevoegd, luidende:
d. zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging
van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel;.
D.
In artikel 15, tweede lid, wordt "artikel
10, eerste lid, onderdeel
a, b of c" vervangen door: artikel
10, eerste lid, onderdeel a, b, c of d.
E.
Artikel 40 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid, onderdeel i, komt te
luiden:
i. Onze Minister van Justitie ¹ voor zover
het betreft de kunstenaar of een lid van zijn gezin die rechtens zijn
vrijheid is ontnomen of die zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van
een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel;.
2. In het elfde lid wordt "de persoon
die rechtens zijn vrijheid is ontnomen" vervangen door: de persoon die
rechtens zijn vrijheid is ontnomen of de persoon die zich onttrekt aan
de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende
maatregel.
F.
Aan artikel 43, eerste lid, wordt, onder
vervanging aan het slot van onderdeel h van de punt door een puntkomma,
een onderdeel toegevoegd, luidende:
i. Onze Minister van Justitie ¹ in verband
met de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende
maatregelen.
G.
Na artikel 78f wordt een artikel
ingevoegd, luidende:
Art. 78g. Overgangsrecht in verband
met artikel 10, eerste lid, onderdeel d
-1. Ten aanzien van de kunstenaar wiens
recht op uitkering voorafgaand aan de dag van inwerkingtreding van
artikel XXI, onderdeel C, van de Verzamelwet SZW 2011 al is ingegaan en
die zich op die dag onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een
vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel, wordt voor de toepassing
van artikel 10, eerste lid, onderdeel d, als eerste dag waarop hij zich
aan de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende
maatregel onttrekt, aangemerkt de dag van inwerkingtreding van artikel
XXI, onderdeel C, van de Verzamelwet SZW 2011 en eindigt het recht op
uitkering, in afwijking van artikel 10, eerste lid, onderdeel d, vanaf
de dag dat het onttrekken aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf
of vrijheidsbenemende maatregel zes maanden heeft geduurd.
-2. Dit artikel vervalt zes maanden na de
dag van zijn inwerkingtreding.
1. Volgens de redactie
dient "Onze Minister van Justitie"
te worden vervangen door: Onze Minister van
Veiligheid en Justitie.
Art. XXII.
Wijziging van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen [MvT]
De Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen wordt als volgt gewijzigd:
0A.
In artikel 1 wordt na het onderdeel "-
vreemdeling: de persoon, bedoeld in de
Vreemdelingenwet
2000;" een
onderdeel ingevoegd, luidende:
- vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende
maatregel: een bij onherroepelijk geworden vonnis opgelegde
vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek
van Strafrecht, behoudens de gevallen, bedoeld in artikel 37,
eerste lid, van het Wetboek
van Strafrecht;.
0Aa.
Aan de laatste zin van artikel 23, zesde
lid, wordt toegevoegd: of op bezoldiging of hetgeen daarmee overeenkomt
als bedoeld in artikel 76a van de
Ziektewet.
A. [MvT]
Aan artikel 25, negende lid, worden twee
zinnen toegevoegd, luidende: Indien op het moment van verlenging van
het tijdvak, bedoeld in de eerste zin, recht bestaat op verlof op grond
van artikel 3:1 van de Wet arbeid en
zorg, vangt het tijdvak aan met
ingang van de dag waarop dat verlof eindigt. Indien tijdens het
verlengde tijdvak, bedoeld in de eerste zin, recht ontstaat op verlof
als bedoeld in de derde zin, wordt het tijdvak onderbroken voor de duur
van dat verlof.
B. [MvT]
In artikel 34a wordt, onder vernummering
van het vierde lid tot vijfde lid, een lid ingevoegd, luidende:
-4. Voor de toepassing van dit artikel en
de daarop berustende bepalingen wordt, in afwijking van artikel
1,
verstaan onder zelfstandige: de persoon die, anders dan in
dienstbetrekking, arbeid in eigen bedrijf verricht of een beroep
uitoefent, teneinde daarmee inkomen te verwerven.
B0a.
Onder vernummering van het vierde lid tot
vijfde lid wordt in artikel 26 een lid ingevoegd, luidende:
-4. Het eerste lid is niet van toepassing
ten aanzien van de verzekerde die een werkgever als bedoeld in artikel
25, eerste lid, heeft en op die ¹ op de dag voordat recht op ziekengeld op
grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel d, van de
Ziektewet
ontstond uitsluitend recht op een uitkering op grond van de
Werkloosheidswet had omdat artikel 20, zesde lid, onderdeel b, van
die
wet van toepassing was.
Ba.
Artikel 43 wordt als volgt gewijzigd:
1. De onderdelen e, f en g worden verletterd
tot onderdelen f, g en h.
2. Na onderdeel d wordt een onderdeel
ingevoegd, luidende:
e. het zich onttrekken aan de
tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende
maatregel;.
Bb.
Aan artikel 44, tweede lid, wordt de zin
toegevoegd: Artikel 43, onderdeel d, is evenwel van toepassing met
ingang van de eerste dag van de vrijheidsontneming indien de persoon,
bedoeld in de eerste zin, op de dag voorafgaande aan de
vrijheidsontneming geen recht heeft op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering of een WGA-uitkering omdat er op hem een
uitsluitingsgrond van toepassing is als bedoeld in artikel
43, onderdeel
e.
Bc.
In artikel 45, eerste en derde lid, wordt "onderdeel e" vervangen door: onderdeel
f.
Bd.
In artikel 48, tweede lid, wordt "één of
beide uitsluitingsgronden, bedoeld in artikel
43, onderdeel d of
e"
vervangen door: één of meer uitsluitingsgronden als bedoeld in artikel
43, onderdeel d, e of f.
Be.
In artikel 49, eerste lid, onderdeel b,
wordt "uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel
43, onderdeel d,
e, f
of g" vervangen door: uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel
43,
onderdeel d, e, f, g of h.
Bf.
In artikel 50, tweede lid, wordt "één of
beide uitsluitingsgronden, bedoeld in artikel
43, onderdeel d of
e"
vervangen door: één of meer uitsluitingsgronden als bedoeld in artikel
43, onderdeel d, e of f.
Bg.
In artikel 55, tweede lid, wordt "één of
beide uitsluitingsgronden als bedoeld in artikel
43, onderdeel d of
e"
vervangen door: één of meer uitsluitingsgronden als bedoeld in artikel
43, onderdeel d, e of f.
Bh.
In artikel 56, eerste lid, onderdeel b,
wordt "als bedoeld in artikel 43, onderdeel a, onder 2º,
d, e, f of
g" vervangen door: als bedoeld in artikel
43, onderdeel a, onder
2º, d, e, f, g of
h.
Bi.
In artikel 57, tweede lid, wordt "één of
meer uitsluitingsgronden als bedoeld in artikel
43, onderdeel a, onder
2º, d of e" vervangen door:
één of meer uitsluitingsgronden als
bedoeld in artikel 43, onderdeel a, onder 2º,
d, e of f.
Bj.
In artikel 64, vierde lid, wordt "als
bedoeld in artikel 43, onderdeel d of e" vervangen door: als bedoeld in
artikel 43, onderdeel d, e of f.
C. [MvT]
Artikel 67 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid, aanhef, wordt "schorst het de betaling" vervangen door: schorst de
betaling.
2. Het derde lid komt te luiden:
-3. Indien de uitkering, bedoeld in het
eerste lid, in het buitenland wordt uitbetaald, geschiedt de betaling, in
afwijking van
artikel 4:89, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht,
op het tijdstip waarop de rekening van de daartoe door de schuldeiser
aangewezen bank wordt gecrediteerd.
Ca.
In artikel 74, tweede en vierde lid,
wordt "artikel 43, onderdeel f" vervangen door:
artikel 43, onderdeel
g.
D. [MvT]
In artikel 84, zevende lid, wordt na "de
situatie, bedoeld in het tweede lid," ingevoegd "tweede
volzin," en
na "de werkgever, bedoeld in het tweede lid" ingevoegd: ", tweede
volzin, of de kredietinstelling of verzekeraar, bedoeld in artikel
40,
tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen".
E. [MvT]
In artikel 133e, eerste lid, wordt na "wiens arbeid als
zelfstandige" ingevoegd: als bedoeld in artikel 34a,
vierde lid,.
F.
Aan hoofdstuk 13 wordt een artikel
toegevoegd, luidende:
Art. 133g. Overgangsbepaling in verband
met de artikelen 49, eerste lid, onderdeel b, en 56, eerste lid,
onderdeel b
-1. Ten aanzien van de verzekerde wiens
recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering of recht op een
WGA-uitkering voorafgaand aan de dag van inwerkingtreding van artikel
XXII, onderdeel Ba, van de Verzamelwet SZW 2011 al is ingegaan en die
zich op die dag onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf
of vrijheidsbenemende maatregel, wordt voor de toepassing van artikel
43, onderdeel e, als eerste dag waarop hij zich aan de tenuitvoerlegging
van die vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel onttrekt,
aangemerkt de dag van inwerkingtreding van artikel XXII, onderdeel
Ba,
van de Verzamelwet SZW 2011 en eindigt het recht op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering of het recht op een WGA-uitkering, in
afwijking van artikel 49, eerste lid, onderdeel b, respectievelijk
artikel 56, eerste lid, onderdeel b, vanaf de dag dat het onttrekken aan
de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende
maatregel zes maanden heeft geduurd.
-2. Dit artikel vervalt zes maanden na de
dag van zijn inwerkingtreding.
1. Volgens de redactie
dient "op die" te worden vervangen door: die.
Art. XXIII.
Wijziging van de Ziektewet [MvT]
De Ziektewet wordt als volgt gewijzigd:
A.
Aan artikel 1, eerste lid, wordt, onder
vervanging van de punt aan het slot van dat lid door een puntkomma, een
onderdeel, waarvan de letteraanduiding alfabetisch aansluit op het
laatste onderdeel, toegevoegd, luidende:
#. vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende
maatregel: een bij onherroepelijk geworden vonnis opgelegde
vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek
van Strafrecht, behoudens de gevallen, bedoeld in artikel 37,
eerste lid, van het Wetboek
van Strafrecht.
B.
Aan artikel 19b wordt een lid toegevoegd,
luidende:
-5. De verzekerde ten aanzien van wie
artikel 19c, eerste lid, op de dag voorafgaande aan de
vrijheidsontneming van toepassing is, heeft, in afwijking van het eerste
lid, geen recht op ziekengeld vanaf de dag dat de vrijheidsontneming
ingaat.
C.
Voor hoofdstuk 1 van de tweede afdeling
wordt na artikel 19b een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 19c.
-1. De verzekerde die zich onttrekt aan de
tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel
heeft geen recht op ziekengeld.
-2. Indien het recht op ziekengeld op
grond van het eerste lid is geëindigd dan wel niet is ontstaan, wordt
betrokkene vanaf de dag dat hij zich niet langer aan de
tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel
onttrekt weer als verzekerde aangemerkt, indien hij op die dag aan de
overige voorwaarden, bedoeld in artikel 19, voldoet. Deze verzekerde
heeft aanspraak op heropening dan wel toekenning van het recht op
ziekengeld voor de resterende periode, bedoeld in artikel
29, vijfde
lid, dan wel artikel 29a, vierde lid, met inachtneming van de bepalingen
van deze wet.
D. [MvT]
Artikel 38b wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het tweede lid wordt een zin
toegevoegd, luidende: Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
kent alsdan het ziekengeld met terugwerkende kracht over de verstreken
periode, doch ten hoogste over één jaar, toe.
2. Het bij Wet van 22 december 2005 tot
aanpassing van en verbeteringen in diverse wetten in verband met de
invoering van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen alsmede enkele
andere correcties (Stb. 2005, 710) toegevoegde derde lid, luidende "-3.
Artikel 38a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op de melding,
bedoeld in het tweede lid", vervalt.
E.
Artikel 87 komt te luiden:
Art. 87.
-1. Ten aanzien van de verzekerde wiens
recht op ziekengeld voorafgaand aan de dag van inwerkingtreding van
artikel 19c al is ingegaan en die zich op die dag onttrekt aan de
tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende
maatregel, wordt voor de toepassing van dat artikel als eerste dag
waarop hij zich aan de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf of
vrijheidsbenemende maatregel onttrekt, aangemerkt de dag van
inwerkingtreding van artikel 19c en eindigt het recht op ziekengeld, in
afwijking van artikel 19c, vanaf de dag dat het onttrekken aan de
tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel
zes maanden heeft geduurd.
-2. Dit artikel vervalt zes maanden na de
dag van zijn inwerkingtreding.
Art. XXIIIa.
Wijziging van
de Wet op het
onderwijstoezicht
Artikel 24f van de Wet
op het onderwijstoezicht wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid wordt na "Wet werk
en bijstand," ingevoegd: artikel 49 van de
Wet investeren in jongeren,.
2. In het zesde lid, onderdeel a, wordt
na "Algemene Kinderbijslagwet" ingevoegd:
en de Algemene nabestaandenwet.
Art. XXIV.
Inwerkingtreding [MvT]
De artikelen van deze wet treden in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de
verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden
vastgesteld, en kunnen terugwerken tot en met een in dat besluit te
bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen
daarvan verschillend kan worden vastgesteld.¹
1. Bij Besluit
van 23 december 2010, Stb. 2010, 839, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 januari 2011, met
uitzondering van artikel VIII,
onderdeel A en B, dat op een nader te bepalen
tijdstip in werking treedt, red.
Art. XXV.
Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald als:
Verzamelwet SZW 2011.
Lasten en
bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage, 16 december
2010
BEATRIX
De Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid,
H.G.J. Kamp
Uitgegeven de achtentwintigste
december 2010
De Minister van Veiligheid en Justitie,
I.W. Opstelten
|
|