|
BESLUIT van 10 november 2011,
Stb. 2011, 528, tot wijziging van de
Algemene wet bestuursrecht en enkele andere wetten (indexering
griffierechten bestuursrechtelijke wetten 2012)
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op
de voordracht van Onze Minister van Veiligheid
en Justitie van 26 september 2011, nr. 5710806/11/6;
Gelet op artikel 8:41,
vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht,
de artikelen 27b, tweede lid, 27l, vijfde lid, en artikel 29a, vijfde lid, van
de Algemene
wet inzake rijksbelastingen, artikel
22, zesde lid, van de Beroepswet,
artikel 46, derde lid, Wet
op de rechtsbijstand, artikel
24, zesde lid, van de Wet
bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie, artikel 7.67 van de Wet
op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en artikel 51, zesde lid, van de
Wet op de
Raad van State;
De Afdeling advisering van de Raad van State
gehoord (advies van 12 oktober 2011, nr. W03.11.0403/II);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Veiligheid en Justitie van 4 november 2011, nr. 5714940/11/6;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Art. I.
In de in de kolommen C tot
en met E van onderstaande tabel aangeduide bepalingen van de in kolom B
genoemde wetten wordt de in kolom F opgenomen tekst telkens
vervangen door de in kolom G opgenomen tekst.¹
In kolom F staan de huidige
bedragen aan griffierecht en vast recht vermeld. In kolom G staan de
bedragen die vanaf 1 januari 2012 zullen gelden.
| MINISTERIE
VAN JUSTITIE |
| A |
B |
C |
D |
E |
F |
G |
| Nr. |
Wet |
Artikel |
Lid |
Onderdeel |
Huidigertekst |
Nieuwertekst |
| 1 |
Awb |
8:41 |
3 |
a |
€|
|41,00 |
€|
|42,00 |
| 2 |
Awb |
8:41 |
3 |
b |
€|152,00 |
€|156,00 |
| 3 |
Awb |
8:41 |
3 |
c |
€|302,00 |
€|310,00 |
| 4 |
Bw |
22 |
2 |
a |
€|112,00 |
€|115,00 |
| 5 |
Bw |
22 |
2 |
b |
€|227,00 |
€|232,00 |
| 6 |
Bw |
22 |
2 |
c |
€|454,00 |
€|466,00 |
| 7 |
Bw |
22 |
3 |
x |
€|454,00 |
€|466,00 |
1. In de tabel zijn enkel de
voor de socialezekerheidswetgeving relevante wetten opgenomen, red.
Art. II.
-1. Indien de termijn voor een beroep,
hoger beroep of beroep in cassatie is aangevangen vóór de
inwerkingtreding van dit besluit, wordt het griffierecht geheven dat
gold op de eerste dag van de beroepstermijn.
-2. In afwijking van het eerste lid wordt
voor een beroep wegens niet tijdig beslissen het griffierecht geheven
dat geldt op de dag waarop het beroepschrift wordt ontvangen.
Art.
III.
Dit besluit treedt in
werking met ingang van 1 januari 2012.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van
toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 10 november
2011
BEATRIX
De Minister van
Veiligheid en Justitie,
I.W. Opstelten
Uitgegeven de achttiende
november 2011
De Minister van Veiligheid en Justitie,
I.W. Opstelten
NOTA
VAN TOELICHTING
[10 november 2011]
Algemeen
Dit besluit
strekt ertoe de griffierechten in de Algemene wet
bestuursrecht, de Algemene
wet inzake rijksbelastingen, de Beroepswet,
de Wet
bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie en de Wet
op de Raad van State te verhogen. De griffierechten worden
verhoogd met het percentage waarmee de consumentenprijsindex (CPI) vanaf
31 augustus 2010 tot en met 31 juli 2011 is gestegen.
Ingevolge artikel
8:41, vijfde lid, van de Algemene wet
bestuursrecht, de artikelen 27b, tweede lid, 27l,
vijfde lid en 29a, vijfde lid, van de Algemene
wet inzake rijksbelastingen, artikel 22, zesde lid, van de Beroepswet,
artikel 24, zesde lid, van de Wet
bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie, artikel 46, derde lid, Wet
op de rechtsbijstand, artikel 7.67 van de Wet
op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en artikel 51,
zesde lid, van de Wet
op de Raad van State kunnen de griffierechten bij algemene maatregel
van bestuur worden gewijzigd, voor zover de CPI daartoe aanleiding
geeft.
De
bestuursrechtelijke griffierechten zijn voor de laatste maal
geïndexeerd bij Besluit van 12 november 2010 tot
wijziging van de Algemene wet bestuursrecht en enkele andere wetten (indexering griffierechten
bestuursrechtelijke wetten 2011) (Stb.
2010, 768). Deze indexering had betrekking op de periode 1 september 2009
tot en met 31 juli 2010.
Volgens huidige berekeningen van het Centraal bureau voor de
statistiek bedragen de consumentenprijsindexcijfers totalen (alle
huishoudens) voor juli 2011: 109,23. Gedurende de periode van 1 augustus
2010 tot en met 31 juli 2011 is de
consumentenprijsindex derhalve met 2,6% gestegen (109,23 : 106,46 * 100
= 102,60 - 100 = 2,6%). Derhalve worden de griffierechten in dit
besluit met 2,6% verhoogd. De bedragen die op deze wijze worden
verkregen, worden rekenkundig afgerond op hele euro’s. Voor sommige
griffierechten betekent dit dat zij ongewijzigd blijven.
Overgangsrecht
In artikel
II is het overgangsrecht opgenomen. Uitgangspunt is daarbij dat
indien op de dag waarop dit besluit in werking treedt een griffierecht
verschuldigd is, het tarief van toepassing is zoals dat gold vóór dit
besluit. Wordt vervolgens hoger beroep of beroep in cassatie ingesteld,
dan wordt daarvoor het nieuwe recht berekend.
Tot slot geldt voor beroepschriften die een
beroep bij niet tijdig beslissen betreffen, in afwijking van het
algemene uitgangspunt, dat het griffierecht wordt geheven dat geldt op
de dag waarop het beroepschrift wordt ontvangen. Zie tevens de
toelichting bij artikel II in Stb.
2010, 24, blz. 5-6.
De Minister van Veiligheid en
Justitie,
I.W. Opstelten
|
|