BESLUIT van 6 december 2011, Stb.
2011, 608, houdende vaststelling van
het tijdstip waarop enige artikelen
met betrekking tot loonkostensubsidie
vervallen
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods,
Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
van 1 december 2011, nr.
R&P/RA/2011/21738,
Gelet op artikel
130u, eerste en tweede lid,
van de Werkloosheidswet,
artikel
101d, eerste en tweede lid,
van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen, artikel
91f, eerste en tweede lid,
van de Wet op
de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
artikel
8:5, eerste en tweede lid, van de Wet
werk en arbeidsondersteuning
jonggehandicapten en artikel
133d van de Wet
werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Enig
artikel.
De artikelen
78a en 78b
van de Werkloosheidswet,
de artikelen
67f en 67g
van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen, de artikelen
65i en 65j
van de Wet op
de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
de artikelen
2:21, 3:71
en 3:72
van de Wet
werk en arbeidsondersteuning
jonggehandicapten en 37a
van de Wet
werk en inkomen naar arbeidsvermogen
vervallen met ingang van 1 januari
2012.
Onze
Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid is belast met de
uitvoering van dit besluit, dat met de
daarbij behorende nota van toelichting
in het Staatsblad zal worden
geplaatst.
’s-Gravenhage,
6 december 2011
BEATRIX
De
Staatssecretaris van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid,
P. de Krom
Uitgegeven
de twintigste december 2011
De Minister van Veiligheid en
Justitie,
I.W. Opstelten
NOTA
VAN TOELICHTING
Met ingang van 1 januari 2009 is op
basis van de Wet
stimulering arbeidsparticipatie
(Stb. 2008, 590) het instrument
van de loonkostensubsidie als een
extra en tijdelijk instrument
beschikbaar gesteld aan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV). UWV
kan dit instrument (onder voorwaarden)
inzetten voor langdurig werklozen,
arbeidsongeschikten of herbeoordeelden
met een grote afstand tot de
arbeidsmarkt.
Het instrument van de
loonkostensubsidie is neergelegd in de
artikelen 78a
en 78b
van de Werkloosheidswet
(WW), 67f
en 67g
van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen (WAZ), 65i
en 65j
van de Wet op
de arbeidsongeschiktheidsverzekering
(WAO), 2:21,
3:71
en 3:72
van de Wet
werk en arbeidsondersteuning
jonggehandicapten (Wet Wajong) en 37a
van de Wet
werk en inkomen naar arbeidsvermogen
(Wet WIA). In artikel 130u
van de WW, 101d
van de WAZ,
91f
van de WAO,
8:5
van de Wet
Wajong en 133d
van de Wet WIA
is bepaald dat de voormelde artikelen
met betrekking tot het instrument van
de loonkostensubsidie op een bij
koninklijk besluit te bepalen tijdstip
vervallen.
In beginsel heeft het instrument van
de loonkostensubsidie een tijdelijk
karakter gekregen. Er zijn alleen
financiële middelen beschikbaar
gesteld voor de jaren 2009 tot en met
2011, waarbij 2012 geldt als een
uitloopjaar voor de
loonkostensubsidies die in het jaar
daarvoor zijn gestart. In deze jaren
had moeten blijken dat het instrument
van de loonkostensubsidie toegevoegde
waarde had. Deze waarde is echter
onvoldoende vast komen te staan.
Allereerst is geconstateerd dat het
gebruik van het instrument van de
loonkostensubsidie beperkt is
gebleven.
Daarnaast blijkt uit de in opdracht
van UWV
gehouden monitor loonkostensubsidies
dat voor slechts 20% van de werkgevers
die gebruik hebben gemaakt van het
instrument loonkostensubsidie dat deze
loonkostensubsidie van doorslaggevende
betekenis is geweest bij het aannemen
van een moeilijk plaatsbare
werkzoekende. Ook bij
re-integratiebedrijven is er geen
eenduidig beeld van de toegevoegde
waarde van het instrument.
Vanwege het uitblijven van een
duidelijk aantoonbare toegevoegde
waarde van het instrument van de
loonkostensubsidie heeft de regering
besloten daarvoor geen nieuwe middelen
beschikbaar te stellen. Dit leidt
ertoe dat er geen loonkostensubsidies
meer kunnen worden toegekend voor
dienstbetrekkingen die op of na 1
januari 2012 worden aangegaan. Met het
onderhavige besluit vervallen de
artikelen met betrekking tot de inzet
van loonkostensubsidies met ingang van
1 januari 2012.
In het voorstel van wet tot wijziging van
de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk
en inkomen in verband met
aanpassing van de dienstverlening van
het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen aan
werkgevers en werkzoekenden en de
opheffing van de Raad voor werk en
inkomen als publiekrechtelijke
rechtspersoon met een wettelijke taak
en van de Werkloosheidswet
en enige andere wetten in verband met
de beëindiging van de inzet van het
re-integratiebudget Werkloosheidswet
en van loonkostensubsidies (Kamerstuk
33 065) is overgangsrecht opgenomen
waarmee wordt geregeld dat de
artikelen die met het onderhavige
besluit vervallen van toepassing
blijven ten aanzien van
dienstbetrekkingen die zijn aangegaan
vóór 1 januari 2012. Hiermee wordt
geregeld dat loonkostensubsidies nog
kunnen worden aangevraagd voor
dienstbetrekkingen die zijn aangegaan
tot en met 31 december 2011.
De
Staatssecretaris van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid,
P. de Krom
|