Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

WET  WIJZIGING  WAZO  EN  ATW  TER  IMPLEMENTATIE  RICHTLIJN  2010/18/EU

 

 

 

rblz.|1| 

Kamerstukken II 2011-2012, 33 107

Wijziging van de Wet arbeid en zorg en de Arbeidstijdenwet ter implementatie van Richtlijn 2010/18/EU van de Raad van 8 maart 2010 (PbEU 2010, L 68) tot uitvoering van de door BUSINESSEUROPA, UEAPME, het CEEP en het EVV gesloten herziene raamovereenkomst en tot intrekking van Richtlijn 96/34/EG

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
A Inhoud van de richtlijn
B Transponeringstabel
C Financiële effecten
xArtikelsgewijs
xx Artikelen I t/m III
 

 

 

Algemeen

 

     Dit voorstel van wet strekt tot implementatie van de op 8 maart 2010 vastgestelde Richtlijn 2010/18/EU van de Raad van de Europese Unie tot uitvoering van een raamovereenkomst die de Europese sociale partners (BUSINESSEUROPE, UEAPME, CEEP en EVV) op 18 juni 2009 hebben gesloten inzake het ouderschapsverlof.¹ Deze raamovereenkomst herziet de eerdere raamovereenkomst op dit onderwerp die dateert van 14 december 1995 en die met de Richtlijn 96/34/EG ² tot uitvoering is gebracht. Deze richtlijn dient uiterlijk 8 maart 2012 te zijn geïmplementeerd. In deze memorie van toelichting is een transponeringstabel opgenomen.

1. PbEU L 68 van 18 maart 2010.
2. PbEG L 145 van 19 juni 1996.

     De nieuwe raamovereenkomst is het resultaat van onderhandelingen die de Europese sociale partners op verzoek van de Europese Commissie hebben gevoerd. Dit verzoek maakte deel uit van een pakket aan maatregelen voortvloeiend uit de Routekaart van de Commissie betreffende de gelijkheid van mannen en vrouwen,¹ uiteengezet in de mededeling "Een beter evenwicht tussen werk en privéleven: meer steun voor het combineren van beroep, privéleven en gezinsleven".²
     Mede gezien hun betrokkenheid bij de totstandkoming van de raamovereenkomst heeft de regering aan de Stichting van de Arbeid en de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid op 9 december 2009 advies gevraagd over de wijze waarop de richtlijn in Nederland dient te worden geïmplementeerd.³ Bij brieven van 12 respectievelijk 29 april 2010 hebben zij hierover hun advies uitgebracht.
     Zij onderschrijven het oordeel van de regering dat de richtlijn ertoe leidt dat het in het Burgerlijk Wetboek [BW, red.] opgenomen opzegverbod in verband met ouderschapsverlof (artikel 7:670, zevende lid) moet worden aangevuld met een wettelijke regeling om de werknemer te beschermen tegen benadeling wegens het geldend maken van het verlofrecht. Eveneens delen zij de visie dat, gegeven het feit dat een volledige implementatie bij collectieve arbeidsovereenkomsten niet mogelijk is, het recht van de werknemer om na het ouderschapsverlof te verzoeken om aangepaste arbeidstijden en/of -patronen een wettelijke regeling vergt. De Raad voor
rblz.|2| het Overheidspersoneelsbeleid wijst erop dat

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | de wet | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x