Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

WET  WOONLANDBEGINSEL  IN  DE  SOCIALE  ZEKERHEID

Versie 29 maart 2012

 

 

 

 
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2010-2011, 2011-2012, 32 878.
Handelingen II 2011-2012, nr. 22, item 14, nr. 23, item 20.
Kamerstukken I 2011-2012, 32 878 (A, B, C, D, E, F).
Handelingen I 2011-2012, nr. 23, item 9, nr. 24, item 4.

MEMORIE VAN TOELICHTING

 

 

WET van 29 maart 2012, Stb. 2012, 198, houdende wijziging van enkele socialezekerheidswetten in verband met aanpassing van de hoogte van de uitkering aan het woonland (Wet woonlandbeginsel in de sociale zekerheid). Inwerkingtreding: 1 juli 2012 onderscheidenlijk 1 januari 2013 (Stb. 2012, 206).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is, gelet op het karakter van de kinderbijslag, het kindgebonden budget, de nabestaandenuitkeringen en de vervolguitkering van de WGA-uitkering, te regelen dat deze worden aangepast aan het kostenniveau van een land waar een kind of de uitkeringsgerechtigde woont;
     Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Art. I. Algemene Kinderbijslagwet  [MvT]
De Algemene Kinderbijslagwet wordt als volgt gewijzigd.
A.
[MvT]
Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van het tweede lid tot derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
-2. Het basiskinderbijslagbedrag bedraagt voor een kind dat woont buiten Nederland, één van de andere lidstaten van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en Zwitserland, een bij ministeriële regeling vastgesteld percentage van het bedrag, genoemd in het eerste lid. Het percentage wordt zo bepaald dat het een weergave is van de verhouding tussen het kostenniveau van het land waar het kind woonachtig is en dat van Nederland. Het percentage bedraagt maximaal 100.
2. In het derde lid (nieuw) wordt "in het eerste lid" vervangen door: op grond van het eerste en tweede lid.
B.
[MvT]
Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "De bedragen, genoemd in artikel 12, worden" vervangen door: Het bedrag, genoemd in artikel 12, eerste lid, wordt.
2. In het tweede lid wordt "De bedragen, genoemd in artikel 12, worden" vervangen door "Het bedrag, genoemd in artikel 12, eerste lid, wordt" en wordt "worden deze bedragen" vervangen door: wordt dit bedrag.
3. Het derde lid komt te luiden:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x