Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

WET  AFSCHAFFING  HUISHOUDINKOMENSTOETS

Versie 12 juli 2012

 

 

 

 
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2011-2012, 33 277.
Handelingen II 2011-2012, nr. 98, item 6, nr. 99, item 15.
Kamerstukken I 2011-2012, 33 277 (A, B).
Handelingen I 2011-2012, nr. 37, item 9.

MEMORIE VAN TOELICHTING

 

 

WET van 12 juli 2012, Stb. 2012, 322, tot wijziging van de Wet werk en bijstand in verband met de herziening van de definities van gezin en middelen (Wet afschaffing huishoudinkomenstoets). Inwerkingtreding: 18 juli 2012

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de definities van gezin en middelen te herzien met het oog op het recht op bijstand van gehuwden met meerderjarige inwonende kinderen en alleenstaande of alleenstaande ouder met meerderjarige inwonende kinderen;
     Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Art. I. Wijziging van de Wet werk en bijstand  [MvT]
De Wet werk en bijstand wordt als volgt gewijzigd:
A.
[MvT]
Artikel 4 komt te luiden:
Art. 4. Alleenstaande, alleenstaande ouder en gezin
-1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. alleenstaande: de ongehuwde die geen tot zijn last komende kinderen heeft en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte;
b. alleenstaande ouder: de ongehuwde die de volledige zorg heeft voor één of meer tot zijn last komende kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte;
c. gezin:
1º. de gehuwden tezamen;
2º. de gehuwden met de tot hun last komende kinderen;
3º. de alleenstaande ouder met de tot zijn last komende kinderen;
d. kind: het in Nederland woonachtige eigen kind of stiefkind of, voor de toepassing van de artikelen 9, 9a, 25, eerste lid, 26 en 30, tweede lid, het in Nederland woonachtige pleegkind;
e. ten laste komend kind: het kind jonger dan 18 jaar voor wie aan de alleenstaande ouder of de gehuwde op grond van artikel 18 van de Algemene Kinderbijslagwet kinderbijslag wordt betaald, zal worden betaald of zou worden betaald indien artikel 7, tweede lid, van die wet niet van toepassing zou zijn.
-2. Onder bloedverwant in de eerste graad als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en b, wordt mede verstaan een meerderjarig stiefkind of een meerderjarig voormalig pleegkind van de ongehuwde.
B.
[MvT]
In artikel 5, onderdeel e, wordt "de alleenstaande, de alleenstaande ouder met zijn ten laste komende kinderen of het gezin" vervangen door: de belanghebbende of het gezin.
C.
[MvT]
In artikel 7, derde lid, onderdeel b, vervalt "onderdeel a of b,".
D.
[MvT]
Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het derde lid komt te luiden:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x