Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

WET  VERHOGING  AOW-  EN  PENSIOENRICHTLEEFTIJD

 

 

 

rblz.|1| 

Kamerstukken II 2011-2012, 33 290

Wijziging van de Algemene Ouderdomswet, de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Wet op de loonbelasting 1964 in verband met stapsgewijze verhoging en koppeling aan de stijging van de levensverwachting van de pensioenleeftijd (Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd)

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Inleiding
2 Noodzaak verhoging pensioenleeftijd
3 Hoofdlijnen van het wetsvoorstel
3.1 Wijziging van de AOW
3.2 Overgangsregeling
3.3 Andere aspecten van verhoging van de AOW-leeftijd
3.4 Wijziging fiscaal kader ouderdomsvoorzieningen
4 Ontvangen commentaren
4.1 Sociale verzekeringsbank
4.2 Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid
4.3 Belastingdienst
5 Financiële gevolgen
5.1 Verhoging AOW-leeftijd
5.2 Aanpassingen fiscaal kader
5.3 Houdbaarheidseffect
5.4 Uitvoeringskosten
5.5 Administratieve lasten en nalevingskosten
xArtikelsgewijs
xxx Artikelen I t/m VII
 

rblz.|2| 

 

Algemeen

 

1. Inleiding

 
     In het Stabiliteitsprogramma Nederland 2012 ¹ is als onderdeel van de aanvullende maatregelen, en in overeenstemming met de verplichtingen krachtens het Europlus Pact, vastgelegd dat de pensioengerechtigde leeftijd zal worden verhoogd. Een eerste stap wordt in 2013 gezet, door de AOW-leeftijd [AOW: Algemene Ouderdomswet, red.] in dat jaar met één maand te verhogen. In de jaren daarna zal de AOW-leeftijd - in stappen - verder worden verhoogd. Dit leidt ertoe dat uiterlijk in 2019 de pensioengerechtigde leeftijd van 66 wordt bereikt en uiterlijk in 2024 een leeftijd van 67. Daarna wordt de AOW-leeftijd aan de levensverwachting gekoppeld. Er is afgesproken dat een overgangsregeling de omvang van de inkomensgevolgen kan beperken voor mensen die weinig mogelijkheden hebben om het verlies te compenseren. In 2014 zal de pensioenleeftijd voor aanvullende pensioenen worden verhoogd naar 67 jaar. Met deze maatregel wordt uitsluitend de nieuwe opbouw geraakt. In aanvulling op de verhoging van de richtleeftijd worden de fiscaal maximale opbouwpercentages voor het aanvullend pensioen neerwaarts aangepast. Per saldo wordt structureel €|700 miljoen bespaard op de fiscale faciliëring voor aanvullend pensioen ("Witteveenkader").

1. Kamerstukken II 2011-2012, 21 501-07, nr. 910, blz. 7/8.

     Het voorliggende wetsvoorstel voorziet in de uitwerking van deze in het Stabiliteitsprogramma Nederland 2012 gemaakte afspraken en leidt ertoe dat in 2013 de AOW-leeftijd wordt verhoogd met één maand naar 65 jaar en één maand. In 2014 en 2015 wordt de AOW-leeftijd jaarlijks eveneens met één maand verhoogd, voor de periode 2016 tot en met 2018 jaarlijks met twee maanden en voor 2019 met drie maanden, zodat in 2019 de AOW-leeftijd 66 jaar is. In de periode 2020 tot en met 2023 wordt jaarlijks de AOW-leeftijd eveneens met drie maanden verhoogd, zodat in 2023 de AOW-leeftijd 67 jaar is. Voorts wordt vanaf 2024 de AOW-leeftijd op gezette tijden aangepast aan de stijging van de gemiddelde resterende levensverwachting in stappen van drie maanden per jaar. Jaarlijks wordt bezien of de ontwikkeling van de levensverwachting aanleiding geeft om de AOW-leeftijd te verhogen.
     In het Witteveenkader wordt de pensioenrichtleeftijd in 2014 verhoogd naar 67 jaar. Vervolgens wordt deze pensioenrichtleeftijd net als de AOW-leeftijd gekoppeld aan de ontwikkeling van de levensverwachting. Een verhoging van de pensioenrichtleeftijd vindt, anders dan bij de AOW-leeftijd, steeds plaats in stappen van één jaar. Daarnaast worden de maximumopbouwpercentages voor middelloonregelingen en eindloonregelingen aangepast en wordt dienovereenkomstig de ruimte voor opbouw op basis van het beschikbare premiestelsel aangepast. Op pensioenaanspraken die tot 2014 zijn opgebouwd, blijft het huidige Witteveenkader van toepassing. De wijzigingen zien enkel op (toekomstige) pensioenopbouw, zodat bestaande aanspraken niet worden geraakt.

     De overige sociale verzekeringen en sociale voorzieningen zullen doorlopen tot de nieuwe AOW-leeftijd. De in verband daarmee noodzakelijke aanpassing van de socialezekerheidswetten en ook de vanwege dit wetsvoorstel benodigde aanpassing van andere wetten zijn niet in dit wetsvoorstel opgenomen. Die wijzigingen zullen worden geregeld in een algemene maatregel van bestuur op basis van de in dit voorstel opgenomen tijdelijke delegatiegrondslag (artikel V). Na de plaatsing in het Staatsblad van deze algemene maatregel van bestuur zal een wetsvoorstel van gelijke strekking zo spoedig mogelijk bij

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | de wet | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x