Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

WET  RECHTSGEVOLGEN  NIET  AANTONEN  LEEFSITUATIE  NA  AANBOD  HUISBEZOEK

Versie 4 oktober 2012

 

 

 

 
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2008-2009, 2010-2011, 2011-2012, 31 929.
Handelingen II 2011-2012, nr. 44, item 23, nr. 52, item 8, nr. 55, item 14.
Kamerstukken I 2011-2012, 31 929 (A, B, C, D).
Handelingen I 2012-2013, nr. 1, item 6 en 8, nr. 2, item 5 en 6.

MEMORIE VAN TOELICHTING

 

 

WET van 4 oktober 2012, Stb. 2012, 463, houdende een regeling in de sociale zekerheid van de rechtsgevolgen van het niet aantonen van de leefsituatie na het aanbod van een huisbezoek. Inwerkingtreding: 1 januari 2013 (Stb. 2012, 482).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een aantal socialezekerheidswetten te wijzigen om de rechtsgevolgen te regelen indien een uitkeringsgerechtigde niet desgevraagd zijn leefsituatie aantoont na het aanbod van een huisbezoek;
     Zo is het dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Art. I. Algemene Kinderbijslagwet
De Algemene Kinderbijslagwet wordt als volgt gewijzigd:
A.
[MvT]
Artikel 14a wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid wordt "herziening of intrekking" vervangen door: herziening of intrekking als bedoeld in het eerste lid.
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
-3. Indien de verzekerde of de persoon aan wie of de instelling waaraan op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald niet op grond van artikel 15a desgevraagd aantoont dat is voldaan aan artikel 15a, eerste lid, onderdeel a en b, en als gevolg hiervan niet kan worden vastgesteld tot wiens huishouden het kind behoort, wordt het recht op kinderbijslag vastgesteld, herzien of ingetrokken en het recht op kinderbijslag geldend gemaakt overeenkomstig hoofdstuk III, paragraaf 1 en 2.
B.
[MvT]
Na artikel 15 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 15a.
-1. In aanvulling op artikel 15 kan de Sociale verzekeringsbank de verzekerde of de persoon aan wie of de instelling waaraan op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, verzoeken aan te tonen dat:
a. ten aanzien van een kind als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, wordt voldaan aan de voorwaarden, gesteld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid; of
b. een kind als bedoeld in artikel 7, derde lid, niet tot het huishouden van de verzekerde noch tot het huishouden van een ander behoort.
-2. Teneinde de verzekerde of de persoon aan wie of de instelling waaraan op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald daartoe in de gelegenheid te stellen, kan de Sociale verzekeringsbank bij dit verzoek aanbieden met de toestemming van de verzekerde of de bewoner van de woning waar het kind woont de woning van verzekerde onderscheidenlijk de woning waar het kind woont binnen te treden.
-3. Indien door het ontbreken van toestemming van de bewoner niet kan worden vastgesteld tot wiens huishouden het kind behoort, heeft dit gevolgen voor het recht op en het geldend maken van het recht op kinderbijslag.
C.
[MvT]
Artikel 16, tweede lid, komt te luiden:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x