Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

WET  WIJZIGING  AWBZ  EN  WMO  INZAKE  INVOERING  VERMOGENSINKOMENSBIJTELLING  VOOR  VASTSTELLING  EIGEN  BIJDRAGEN

Versie 25 oktober 2012

 

 

 

 
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2011-2012, 2012-2013, 33 204.
Handelingen II 2012-2013, nr. 6, item 4 en 6, nr. 7, item 15.
Kamerstukken I 2012-2013, 33 204 (A, B. C).
Handelingen I 2012-2013, nr. 4, item 3.

MEMORIE VAN TOELICHTING

 

 

WET van 25 oktober 2012, Stb. 2012, 547, tot wijziging van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en de Wet maatschappelijke ondersteuning in verband met invoering van een vermogensinkomensbijtelling voor de vaststelling van de eigen bijdragen voor zorg of voorzieningen op grond van die wetten. Inwerkingtreding: 1 januari 2013.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de hoogte van eigen bijdragen als bedoeld in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en de Wet maatschappelijke ondersteuning mede afhankelijk te kunnen maken van het vermogen van de verzekerde en diens echtgenoot;
     Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Art. I.
De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten wordt als volgt gewijzigd:
A.
[MvT]
Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het vierde lid wordt na "inkomen" ingevoegd: en vermogen.
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
-6. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het vierde lid die betrekking heeft op het in dat lid bedoelde vermogen wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Indien één der kamers der Staten-Generaal besluit niet in te stemmen met het ontwerp, wordt er geen voordracht gedaan en kan niet eerder dan zes weken na het besluit van die kamer der Staten-Generaal een nieuw ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal worden overgelegd.
B.
[MvT]
Artikel 41 wordt als volgt gewijzigd:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x