Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

WET  AANPASSING  BESTUURSPROCESRECHT

 

 

 

rblz.|1| 

Kamerstukken II 2009-2010, 32 450

Wijziging van de Algemene wet bestuursrecht en aanverwante wetten met het oog op enige verbeteringen en vereenvoudigingen van het bestuursprocesrecht (Wet aanpassing bestuursprocesrecht)

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Inleiding
1.1 Strekking van het wetsvoorstel
1.2 Voorbereiding van dit wetsvoorstel
1.3 Andere wetswijzigingen
1.4 Bestuurslasten, administratieve lasten en budgettaire gevolgen
1.5 Opbouw van het wetsvoorstel en van de memorie van toelichting
2 Concentratie van het bestuursprocesrecht in de Algemene wet bestuursrecht
2.1 De huidige systematiek van de wetgeving
2.2 Reden voor wijziging
2.3 De nieuwe systematiek
2.4 De bijlagen bij de Awb
2.5 Griffierechten en indexering
3 Naar een slagvaardiger bestuursprocesrecht
3.1 Algemeen
3.2 Vervangende besluiten hangende bezwaar of beroep (artikel 6:19 nieuw)
3.3 Het passeren van gebreken in een besluit (artikel 6:22)
3.4 De hoorplicht in bestuursrechtelijke procedures (artikelen 7:3, 7:17 en 9:10)
3.5 Een "grote kamer" (artikel 8:10a)
3.6 Conclusies in de bestuursrechtspraak (artikel 8:12a)
3.7 Het relativiteitsvereiste in het bestuursrecht (artikel 8:69a)
3.8 Proceseconomie in hoger beroep en verzet (artikelen 8:10a, 8:55, 8:86 en 8:108)
3.9 Incidenteel hoger beroep (artikelen 8:110 tot en met 8:112)
3.10 De judiciële lus (artikel 8:113)
4 Herverkaveling rechtsmacht bestuursrechtspraak
4.1 Inleiding
4.2 Overheveling van rechtsmacht naar de Centrale Raad van Beroep
4.3 Overheveling van rechtsmacht naar het College van Beroep voor het bedrijfsleven
5 Implementatie Verordening (EG) 1/2003
6xxx Aanpassingswetgeving
xArtikelsgewijs
Deel A. Wijziging van de Algemene wet bestuursrecht en aanverwante wetten
Deel B. Wijziging van andere wetten
Deel C. Overgangs- en slotbepalingen
 

rblz.|2| 

 

Algemeen

 

1. Inleiding

 
1.1. Strekking van het wetsvoorstel


     In dit wetsvoorstel is een reeks voorstellen tot wijziging van het bestuursprocesrecht samengebracht. Deze vallen uiteen in vier groepen:
• inhoudelijke wijzigingen, gericht op stroomlijning van procedures en bevordering van een effectieve en definitieve geschilbeslechting;
• meer technische wijzigingen, onder meer gericht op verbetering van de toegankelijkheid van de wetgeving door het bestuursprocesrecht zoveel mogelijk te concentreren in de Algemene wet bestuursrecht (Awb);
• een beperkte herverkaveling van de rechtsmacht tussen de drie hoogste feitelijke bestuursrechters;
• overige wijzigingen.

     De eerste groep omvat wijzigingen die beogen om het bestuursprocesrecht te stroomlijnen en slagvaardiger te maken en om een effectievere geschillenbeslechting mogelijk te maken. Deze wijzigingen zijn deels eerder aangekondigd in het kabinetsstandpunt over de tweede evaluatie van de Awb, zoals neergelegd in de nota "Naar een slagvaardiger bestuursrecht",¹ alsmede in de toelichting bij de Crisis- en herstelwet.² Concreet gaat het om:
• stroomlijning van de artikelen 6:18 en 6:19 Awb (meenemen van nieuwe of gewijzigde besluiten in een lopende bezwaar- of beroepsprocedure);
• verruiming van de mogelijkheden om gebreken in een besluit te passeren als daardoor geen belanghebbenden zijn benadeeld;
• aanpassing van de regeling van het horen in bezwaar en administratief beroep en in het klachtrecht;
• instelling van een zogenaamde "grote kamer" voor belangrijke richtinggevende uitspraken in hoogste instantie;
rblz.|3| • invoering van de mogelijkheid tot het nemen van onafhankelijke conclusies in belangrijke zaken bij de hoogste bestuursrechters;
• invoering van een relativiteitsvereiste in het bestuursprocesrecht;
• verruiming van de mogelijkheden tot het enkelvoudig afdoen van het hoger beroep;
• invoering van de mogelijkheid tot het instellen van incidenteel hoger beroep;
• invoering van de mogelijkheid voor de hogerberoepsrechter om te bepalen dat tegen een ter uitvoering van zijn uitspraak genomen besluit slechts beroep bij hem openstaat en niet weer bij de rechtbank (de zogeheten "judiciële lus");
• afschaffing van

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | de wet | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x