Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.
   

 

 

 

 

 

 

Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2013-2014, 33 855.
Handelingen II 2013-2014, nr. ...
Kamerstukken I 2013-2014, 33 855 (A, B).
Handelingen I 2013-2014, nr. ...

MEMORIE VAN TOELICHTING

 

 

WET van 7 mei 2014, Stb. 2014, 167, tot wijziging van de Algemene nabestaandenwet en de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 in verband met een technische aanpassing van de berekening van de nabestaandenuitkering voor alleenstaande ouders en een verduidelijking van de Werkloosheidswet. Inwerkingtreding: 16 mei 2014.

 

     WIJ WILLEM-ALEXANDER, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is te verduidelijken dat bij de berekening van de nabestaandenuitkering voor alleenstaande ouders rekening gehouden wordt met de alleenstaandeouderkorting en dat het wenselijk is in de Werkloosheidswet te verduidelijken dat werkgevers die eigenrisicodrager zijn en uitkeringen zelf uitbetalen premies afdragen over deze uitkeringen, zoals zij ook premies afdragen over het loon;
     Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Art. I. Algemene nabestaandenwet  [MvT]
In artikel 17, tweede lid, van de Algemene nabestaandenwet wordt "uitsluitend de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964" vervangen door: de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964, en de alleenstaandeouderkorting, bedoeld in artikel 8.15, derde lid, eerste zin, van de Wet inkomstenbelasting 2001.

 

Art. II. Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945  [MvT]
Artikel 15, vierde lid, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 komt te luiden:
-4. De uitkering, berekend met toepassing van het eerste lid, onderdeel a, bedraagt niet meer dan een bedrag ter grootte van 80% van het bedrag, bedoeld in artikel 10, achtste lid, onderdeel b, vermenigvuldigd met 3/4 en vermeerderd met een bedrag ter grootte van 20% van het bedrag dat na inhouding van loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen voor een persoon die de in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd nog niet heeft bereikt, gelijk is aan 90% van het nettominimumloon, rekening houdend met de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964, en de alleenstaandeouderkorting, bedoeld in artikel 8.15, derde lid, eerste zin, van de Wet inkomstenbelasting 2001.

 

Art. III. Werkloosheidswet  [MvT]
In artikel 11 van de Werkloosheidswet wordt, onder vernummering van het derde tot vierde lid, een nieuw lid ingevoegd, luidende:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.