Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.
   

 

 

 

 

 

 

Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2013-2014, 33 853.
Handelingen II 2013-2014, nr. ...
Kamerstukken I 2013-2014, 33 853 (A).
Handelingen I 2013-2014, nr. ...

MEMORIE VAN TOELICHTING

 

 

WET van 9 juli 2014, Stb. 2014, 307, tot wijziging van de Algemene Ouderdomswet in verband met beëindiging van de voorschotregeling en vaststelling van een grondslag voor het stellen van regels ten aanzien van hetgeen wordt verstaan onder het hebben van het hoofdverblijf in dezelfde woning. Inwerkingtreding: nog niet in werking getreden.

 

     WIJ WILLEM-ALEXANDER, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de voorschotregeling te beëindigen en de ongehuwde pensioengerechtigde meer duidelijkheid te verschaffen onder welke omstandigheden hij voor de toepassing van de Algemene Ouderdomswet wordt aangemerkt als gehuwd of als echtgenoot omdat hij met een andere ongehuwde persoon een gezamenlijke huishouding voert;
     Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Art. I.
De Algemene Ouderdomswet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 1, zevende lid, komt te luiden:
-7. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van hetgeen wordt verstaan onder het hoofdverblijf in dezelfde woning hebben als bedoeld in het vierde en vijfde lid, aanhef, en het blijk geven zorg te dragen voor een ander als bedoeld in het vierde lid.
B. [MvT]
Artikel 17, tweede lid, vervalt.
C.
Artikel 22 komt te luiden:
Art. 22.
-1. De Sociale verzekeringsbank verleent op aanvraag aan personen die vanaf 1 januari 2013 tot en met een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip de leeftijd van 65 jaar bereiken een voorschot op het ouderdomspensioen in de vorm van een renteloze lening.
-2. De voorschotverlening gaat in op de dag waarop de persoon, bedoeld in het eerste lid, de leeftijd van 65 jaar bereikt.
-3. Het bedrag van het voorschot over één maand, respectievelijk van het voorschot over twee maanden, wordt verrekend met het ouderdomspensioen over de eerste zes volledige kalendermaanden, respectievelijk de eerste twaalf volledige kalendermaanden, na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.
-4. Dit artikel vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
D. [MvT]
Artikel 63 vervalt.
E. [MvT]
In hoofdstuk VIII wordt na artikel 64b ¹ een artikel ingevoegd, luidende:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.