Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

ALGEMENE  KINDERBIJSLAGWET

 

 

MEMORIE VAN TOELICHTING

 
Kamerstukken II 1957-1958, 4953

Algemene kinderbijslagverzekering ¹

1. Redactie: de wet is gepubliceerd in Stb. 1962, 160, en is in werking getreden met ingang van 1 augustus 1962 (Stb. 1962, 256).

 

 

Nr.r1 KONINKLIJKE  BOODSCHAP

 

Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal

 

    

Wij bieden U hiernevens ter overweging aan drie ontwerpen van Wet tot:
a. vaststelling van een algemene kinderbijslagverzekering;
b. wijziging van de Kinderbijslagwet, de Kinderbijslagwet voor invaliditeits-, ouderdoms- en wezenrentetrekkers en van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, alsmede intrekking van de Kindertoelagevvet voor gepensionneerden (aanpassing Algemene Kinderbijslagwet);
c. wijziging van de Wet op de Sociale Verzekeringsbank en de Raden van Arbeid en van de Organisatiewet Sociale Verzekering
     De toelichtende memoriën (en bijlagen), die de Wetontwerpen vergezellen, bevatten de gronden waarop zij rusten.
     En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige bescherming.

 

Soestdijk, 26 oktober 1957

 

JULIANA

 

 

 

Nr.r2 ONTWERP  VAN  WET

 

 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
    

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regelen vast te stellen inzake een algemene, de gehele bevolking omvattende, verplichte kinderbijslagverzekering;
    
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

HOOFDSTUK  I

Algemene bepalingen

 

Art. 1 [1].  [MvT]
-1. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid.
-2. Waar in deze wet of in de tot haar uitvoering genomen besluiten wordt gesproken van gehuwde man of echtgenoot wordt daaronder niet verslaan de gehuwde man die duurzaam gescheiden van zijn echtgenote leeft.
-3. Waar in deze wet of in de tot haar uitvoering genomen besluiten wordt gesproken van gehuwde vrouw of echtgenote wordt daaronder niet verstaan de gehuwde vrouw die duurzaam gescheiden van haar echtgenoot leeft.

 

Art. 2 [2].  [MvT]
Ingezetene in de zin van deze wet is degene die binnen het Rijk woont.

 

Art. 3 [3].  [MvT]
-1. Waar iemand woont, wordt naar de omstandigheden beoordeeld, voor zover in het volgende lid niet anders is bepaald.
-2. Ligt tussen het metterwoon verlaten van het Rijk en het metterwoon terugkeren binnen het Rijk een tijdvak van minder dan één jaar, dan wordt het metterwoon verlaten van het Rijk geacht niet te hebben plaatsgevonden. Dit geldt niet indien de betrokkene tijdens zijn afwezigheid op het grondgebied van een andere Mogendheid of in één der andere delen van het Koninkrijk heeft gewoond.
-3. Schepen en luchtvaartuigen welke binnen het Rijk hun thuishaven hebben, worden ten opzichte van de bemanning beschouwd als deel van het Rijk.

 

Art. 4 [4].  [MvT]
In de uitvoering van de in deze wet geregelde verzekering wordt voorzien door de Sociale Verzekeringsbank, met dien verstande dat de heffing en de invordering van de premies geschieden door de RijksBelastingdienst.

 

Art. 5 [5].  [MvT]
-1. Onze Minister wijst, gehoord de Sociale Verzekeringsbank, de werkzaamheden, onderscheidenlijk de bevoegdheden, aan betrekking hebbende op de uitvoering dezer wet, welke in plaats van door de Sociale Verzekeringsbank door de Raden van Arbeid zullen worden verricht, onderscheidenlijk uitgeoefend.
-2. In de gevallen waarin Onze Minister ingevolge het bepaalde in het vorige lid werkzaamheden en bevoegdheden aan de Raden van Arbeid heeft toegewezen, zijn de bepalingen van deze wet en van de tot haar uitvoering genomen besluiten van toepassing, met inachtneming van de wijzigingen welke de aard van het onderwerp vordert.
-3. De Sociale Verzekeringsbank kan aan de Raden van Arbeid ter uitvoering van deze wet aanwijzingen en voorschriften geven.
-4. Hetgeen ter uitvoering van het bepaalde in de vorige leden verder nodig is, wordt door Onze Minister geregeld.

 

 

HOOFDSTUK  II

Kring der verzekerden

 

Art. 6 [6].  [MvT]
-1. Verzekerd overeenkomstig de bepalingen van deze wet is degene die de leeftijd van 15 jaar heeft bereikt, indien hij:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | AKW | MvT | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x