Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

WERKLOOSHEIDSWET

 

 

VOORSTEL VAN WET

rblz.|1| 

Kamerstukken II 1985-1986, 19 261

Verzekering van werknemers tegen geldelijke gevolgen van werkloosheid (Werkloosheidswet)

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Inleiding
1.1 Het pakket van maatregelen stelselherziening
1.2 Stelselherziening als proces
1.3 Opbouw van de memorie van toelichting
2 Adviezen en standpuntbepaling
2.1 Algemeen
2.2 Stelselherziening en ombuigingen
2.3 Systeemkeuze
2.4 Uitkeringsduur
2.5 Gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de sfeer van de werkloosheidsverzekering
3 De hoofdlijnen van het wetsvoorstel
3.1 Inleiding
3.2 De systematiek van de wet
3.3 De personenkring
3.4 De voorwaarden voor het recht op uitkering
3.5 Het geldend maken van het recht op uitkering
3.6 De betaling van de uitkering
3.7 Bijzondere bepalingen met betrekking tot de loondervingsuitkering
3.8 De vervolguitkering en doorwerking van de keuze ten aanzien van het niveau
3.9 De vrijwillige verzekering van uitkeringen bij werkloosheid
3.10 Overneming van uit de dienstbetrekking voortvloeiende verplichtingen bij betalingsonmacht van de werkgever
3.11 De toekenning van bijdragen aan havenbedrijven
3.12 De voorzieningen in de Werkloosheidswet
3.13 De uitvoering van de werkloosheidswet
4 Deregulering, misbruik en oneigenlijk gebruik
4.1 Inleiding
4.2 Vereenvoudigingen in de Werkloosheidswet
4.3 De Toeslagenwet
4.4 De gelijke behandeling van gehuwden en ongehuwd samenwonenden
4.5 Toedeling van bevoegdheden
4.6 Werkdruk van het bestuurlijk en justitieel apparaat
4.7 Overige dereguleringsaspecten
4.8 Misbruik en oneigenlijk gebruik
5 FinanciŽle effecten stelselherziening
5.1 Inleiding
5.2 Huidige situatie werknemersregelingen
5.3 Structurele mutaties in de bruto-uitkeringslasten
5.4 Een nieuwe financieringsstructuur: structurele situatie
5.5 Mutaties in de uitgavensfeer in 1986
5.6 Een nieuwe financieringsstructuur: de situatie in 1986
5.7 Structurele inkomenseffecten
5.8 Inkomenseffecten in 1986
5.9 FinanciŽle gevolgen van de verschuivingen in de uitvoering
xArtikelsgewijs
xxxx Artikelen 1 t/m 138
 

 

rblz.|3| 

Algemeen

 

1. Inleiding


1.1. Het pakket van maatregelen stelselherziening


     Dit voorstel van wet is onderdeel van een meer omvattend pakket van maatregelen in het kader van de herziening van het stelsel van sociale zekerheid. Het betreft een nieuwe regeling van de verzekering van werknemers tegen de geldelijke gevolgen van werkloosheid, die in de plaats moet komen van de huidige Werkloosheidswet (WW) en de Wet Werkloosheidsvoorziening (WWV).
     De andere onderdelen van het pakket maatregelen stelselherziening zijn:
- een voorstel tot invoering van een Toeslagenwet ter vervanging van de huidige minimumdagloonregelen van de WW, de WWV, de Ziektewet (ZW) en de toeslagenregeling van artikel 10 van Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW);
- een voorstel tot invoering van een Wet inkomensvoorziening oudere werkloze werknemers (Iow) [tijdens de parlementaire behandeling is de citeertitel vervangen door: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw), red.]], ertoe strekkende dat onder bepaalde voorwaarden degene die werkloos wordt na het bereiken van de leeftijd van 50 jaar, niet na zekere tijd wordt geconfronteerd met de aan bijstandverlening inherente vermogenstoets als onderdeel van de middelentoets;
- een voorstel tot wijziging van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) en de AAW strekkende tot eliminering van de werkloosheidscomponent uit de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen;
- een voorstel tot wijziging van de Algemene Bijstandswet (ABW) strekkende tot formalisering van de gelijke behandeling van mannen en vrouwen en de gelijkstelling van niet-gehuwde personen met gehuwden;
- een voorstel tot wijziging van de AOW [Algemene Ouderdomswet, red.] met betrekking tot de gelijkstelling van niet-gehuwde personen met gehuwden.
- een voorstel van wet houdende het overgangsrecht behorende bij de hiervoor genoemde voorstellen en voorts strekkende tot technische aanpassing van de wetgeving aan die voorstellen (Invoeringswet stelselherziening [lees: Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid (IWS), red.]). Wij streven ernaar dit wetsvoorstel zo spoedig mogelijk na ontvangst van het advies van de Raad van State in te dienen. In deze toelichting wordt wel reeds op onderdelen aandacht besteed aan de hoofdlijnen van het voorgestelde overgangs- en invoeringsrecht.
     De inhoud van het voorgestelde pakket van maatregelen laat zich in het kort omschrijven als volgt.


1.1.1. Werkloosheidsuitkeringen

     De nieuwe Werkloosheidswet, die in de plaats komt van de huidige WW en WWV, voorziet in aan het laatst verdiende loon gerelateerde uitkeringen gedurende een zekere tijd en vervolgens in individuele uitkeringen op sociaalminimumniveau gedurende ťťn jaar (tussenfase). De duur van de loongerelateerde uitkering hangt af van de leeftijd van de werkloze, en is als volgt:
tot 23: 0,5 jaar;
23-29: 1 jaar;
30-34: 1,5 jaar;
35-39: 2 jaar;
40-44: 2,5 jaar;
45-49: 3 jaar;
50-54: 3,5 jaar;
55-59: 4 jaar;
60 of ouder [lees: 60-64, red.]: 5 jaar.
    
Om voor een uitkering in aanmerking te komen, moet men werknemer zijn geweest, in het jaar voorafgaande aan de werkloosheid ten minste in 26 weken in dienstbetrekking hebben gewerkt (referte-eis) en werkloos zijn. Voldoet men aan deze eis, dan heeft men recht op een halfjaar uitkering. rblz.|4| Voor de referte-eis geldt niet langer een ondergrens in dagen (nu: 65), zodat niet langer bepaalde deeltijdwerkers de facto van het recht op uitkering zijn uitgesloten.
     Voor een loondervingsuitkering bij werkloosheid van langer dan een halfjaar en de daarop aansluitende tussenfase komt men pas in aanmerking indien ook is voldaan aan de aanvullende voorwaarde dat gedurende de laatste vijf jaar vůůr het intreden van de werkloosheid ten minste drie jaar lang een dienstbetrekking van niet-bijkomstige aard (ten minste acht uur per week) heeft bestaan (arbeidsverledeneis).
     Bij de bepaling van die drie jaar worden perioden gedurende welke in de laatste vijf jaar geen dienstbetrekking aanwezig is geweest wegens de verzorging van kleine kinderen (tot 12 jaar) voor de helft meegeteld.
     Aldus wordt voor de langdurige uitkeringsrechten per 1 mei 1986 voorzien in een mengvorm van arbeidsverleden en leeftijdsafhankelijke uitkeringsduur. Dit is een stap op weg van een - naar het oordeel van het kabinet wenselijke - gefaseerde overgang naar een systeem waarin de maximale duur van de uitkering geheel afhankelijk is van het arbeidsverleden. Wat betreft de termijn waarop dit gerealiseerd kan worden, wordt verwezen naar paragraaf 3.7.2.
     Voor het recht op uitkering geldt "werkloosheid" als criterium (het huidige WWV-criterium). Bij verwijtbare (niet-onvrijwillige) werkloosheid dient naar onze mening wel als uitgangspunt te gelden dat de uitkering geheel wordt geweigerd. Bij individuele verzachtende omstandigheden kan een uitkering worden gegeven tot ten hoogste het niveau van de individuele uitkering op sociaalminimumniveau zoals in de tussenfase.
     De loondervingsuitkering bij werkloosheid zal aanvankelijk 70% van het verdiende loon bedragen en vervolgens in gelijke halfjaarlijkse stappen worden verminderd tot 70% van het minimumloon, het niveau van de individuele uitkering in de tussenfase.
     Werknemers en werkgevers hebben de mogelijkheid aanvullende regelingen overeen te komen (bovenwettelijke uitkeringen).
     Zelfstandigen nemen geen deel aan deze verzekering. Ambtenaren zullen in beginsel wel gaan behoren tot de kring van verzekerden ingevolge de nieuwe Werkloosheidswet. Realisering van het betrekken van het overheidspersoneel bij de nieuwe Werkloosheidswet zal niet in 1986 plaatsvinden [zie Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen (OOW), red.]. Een beslissing over het daadwerkelijk betrekken van de ambtenaren bij de kring van verzekerden kan eerst worden genomen na open en reŽel overleg met de centrales van overheidspersoneel en de belangenverenigingen van militairen.
     De nieuwe Werkloosheidswet zal regelen een verzekering tegen geldelijke gevolgen van werkloosheid en aldus gebaseerd zijn op het verzekeringsprincipe. Er wordt zoveel mogelijk gestreefd naar equivalentie (evenwicht tussen premiebetaling en uitkeringsrecht) en, mede in verband daarmee, naar individuele uitkeringsrechten. Wat het laatste betreft: de wet zal geen onderscheid maken tussen mannen en vrouwen, kostwinners en niet-kostwinners en de uitkeringshoogte zal niet worden beÔnvloed door eventueel aanwezig inkomen van de partner. In dit verband is voorts van belang dat in de Invoeringswet stelselherziening wordt voorgesteld uit de AAW te schrappen de regel dat bij samenloop van AAW-uitkeringen van echtelieden de uitkeringen tezamen niet meer kunnen bedragen dan het minimumloon. Thans is dit geregeld in artikel 12a
AAW.
     Mede in verband met het streven naar equivalentie zien wij per 1 mei 1986 af van invoering van een zogenaamde glijdende schaal, dat is een lager uitkeringspercentage naarmate het verdiende loon hoger was. Een dergelijk systeem maakt alleen dan geen inbreuk op de equivalentie als ook aan de premiekant een glijdende schaal wordt ingevoerd. Het kabinet is tot de conclusie gekomen dat de ingrijpende wijziging in de heffingssystematiek die daarvoor nodig zou zijn in geen geval per 1 mei 1986 kan worden gerealiseerd.
    
rblz.|5| De equivalentie in de nieuwe werkloosheidsverzekering wordt voorts bevorderd doordat daarin niet meer is opgenomen een zogenaamde minimumdagloonregeling, een regeling die voorkomt dat

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WW | voorstel van wet | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x