Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

WET  INKOMENSVOORZIENING  OUDERE  EN  GEDEELTELIJK  ARBEIDSONGESCHIKTE  GEWEZEN  ZELFSTANDIGEN

 

 

VOORSTEL VAN WET

rblz.|1| 

Kamerstukken II 1986-1987, 19 778

Het treffen van een inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen van wie het inkomen duurzaam minder bedraagt dan het sociaal minimum en die als gevolg daarvan het bedrijf of beroep hebben beŽindigd (Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen)

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Inleiding
2 De positie van gewezen zelfstandigen in de sociale zekerheid
3 Voorstellen tot verbetering van de positie van gewezen zelfstandigen in de sociale zekerheid
4 Een specifieke inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
5 Kring der rechthebbenden
6 Bijzondere voorwaarden voor het recht op uitkering
7 De uitkering
8 Voorwaarden en sancties
8.1 Beschikbaarheid voor de arbeid
8.2 Ontheffingsmogelijkheden
8.3 Sancties
9 De uitvoering van de regeling
10 De financiering
11 Noodzaak van regelgeving en budgettaire gevolgen
xArtikelsgewijs
xxx Artikelen
 

 

 

Algemeen

 

1. Inleiding


    
Op 7 mei 1986 heeft de Tweede Kamer der Staten-Generaal een pakket wetsvoorstellen aanvaard met betrekking tot de stelselherziening sociale zekerheid. Tot dit pakket behoort het wetsvoorstel inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw, Kamerstukken II 1985-1986, 19 260, nr. 198).
     Aanvankelijk behoorden gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers niet tot de personenkring van het bij de Tweede Kamer ingediende wetsvoorstel inkomensvoorziening oudere werkloze werknemers (Iow). Tijdens de mondelinge behandeling van het wetsvoorstel Iow is op aandrang van de Tweede Kamer de personenkring verruimd met gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.
     De Ioaw is een inkomensvoorziening op sociaalminimumniveau voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.
     Gewezen zelfstandigen behoren niet tot de personenkring van het wetsvoorstel
Ioaw.
     Bij de behandeling van het pakket wetsvoorstellen in de Tweede Kamer is in brede kring gepleit voor een gelijkwaardige bescherming in de sociale zekerheid voor gewezen zelfstandigen die noodgedwongen hun bedrijf of beroep moeten beŽindigen. Het kabinet heeft zich daarop bereid verklaard aan de hand van een schets van hoofdlijnen (Handelingen II 1985-1986, 19 383, nr. 9, bijlage II) een daartoe strekkend wetsvoorstel in te dienen, specifiek gericht op gewezen zelfstandigen van wie de positie vergelijkbaar is met die van oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.

 

2. De positie van gewezen zelfstandigen in de sociale zekerheid


     In het huidige socialezekerheidsstelsel is niet voorzien in een werkloosheidsregeling voor zelfstandigen.
     Zelfstandigen die hun bedrijf of beroep beŽindigen, komen thans onder bepaalde voorwaarden in aanmerking voor een vergoeding of uitkering op grond van de bedrijfsbeŽindigingsregelingen van de ministeries van Economische Zaken
rblz.|2| (Stcrt. 1985, 250) en van Landbouw en Visserij (Stcrt. 1972, 221).

     De bedrijfsbeŽindigingsregelingen zijn met name van belang voor oudere zelfstandigen. Bepaalde categorieŽn zelfstandigen zijn van het recht op vergoeding bij bedrijfsbeŽindiging uitgesloten.
     De beŽindigingsregelingen bevatten geen specifieke criteria en voorwaarden gericht op herinschakeling in de arbeid, met uitzondering van de verplichting tot inschrijving als werkzoekende bij het arbeidsbureau. Bovendien verschillen de regelingen voor het midden- en kleinbedrijf en voor de landbouw onderling sterk, onder meer wat betreft opzet, personenkring, vergoedingen en voorwaarden.
     De gewezen zelfstandige die niet of niet langer rechten aan deze regelingen kan ontlenen, is thans aangewezen op bijstand en wordt geconfronteerd met een stringente middelentoets, inclusief die op vermogen. Voor oudere gewezen zelfstandigen die ten minste vijf jaar lang zelfstandige zijn geweest, geldt wel

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Ioaz | voorstel van wet | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x