Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

WET  VOORZIENINGEN  GEHANDICAPTEN

 

 

VOORSTEL VAN WET

rblz.|1| 

Kamerstukken II 1992-1993, 22 815

Regels met betrekking tot de verlening van voorzieningen aan gehandicapten (Wet voorzieningen gehandicapten)

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Inleiding
2 Uitgangspunten
2.1 Advisering over de uitgangspunten
2.2 Reactie op de adviezen
2.3 Zelfstandig wonen
2.4 Uitbreiding naar ouderen en budgettaire neutraliteit
2.5 Bereikbaarheid voor de lagere inkomens
3 Juridische vormgeving en instrumenten
3.1 Gemeentelijke zorgplicht en waarborgen voor gehandicapten
3.2 Reactie op advisering over waarborgen
3.3 Overgangsrecht
3.4 Instrumenten voor kostenbeheersing
3.5 Reactie op advisering over eigen bijdragen
3.6 Wijziging van andere wetten
3.7 Wetgeving op het VROM-terrein
4 Voorzieningenterreinen
4.1 Leefvoorzieningen
4.2 Woonvoorzieningen
4.3 Zorgvoorzieningen
4.4 Inkomensondersteunende voorzieningen
5 Samenhang en afstemming tussen de voorzieningenterreinen
5.1 Gemeenten
5.2 Zorgsector
5.3 Afstemming tussen gemeenten en zorgsector
5.4 Afstemming tussen gemeenten en bedrijfsverenigingen
6 Uitvoeringsaspecten
6.1 Uitvoeringsloketten
6.2 Kwaliteit en samenhang van voorzieningen
6.3 Beheersbaarheid van de kosten
6.4 Medische beoordeling en advisering
6.5 Rechtsbescherming
6.6 Overdracht van gegevens en voorzieningen
6.7 Personele aspecten
7 FinanciŽle aspecten
7.1 FinanciŽle aspecten van VROM-voorzieningen
7.2 FinanciŽle aspecten van AAW-voorzieningen
8 Bijzondere aspecten
8.1 Gevolgen voor vrouwen
8.2 Dereguleringsaspecten
8.3 Evaluatie
8.4 Voorlichting
xArtikelsgewijs
xxx Artikelen 1 t/m 26
 

 

rblz.|3| 

Algemeen

 

1. Inleiding


    
Reeds jarenlang is het stelsel van voorzieningen waarop degenen die hulp nodig hebben in verband met ziekte of gebreken aangewezen zijn, in discussie. Het stelsel is ingewikkeld en verbrokkeld. De voorzieningsregelingen kennen uiteenlopende financieringssystemen en criteria voor de aanspraken. Ze zijn onderling niet duidelijk afgestemd, hetgeen ook leidt tot allerlei afbakeningsproblemen. De veel voorkomende noodzaak van een (gelijktijdig) beroep op meerdere regelingen, die door verschillende organen worden uitgevoerd, geeft voor de cliŽnten het probleem van verschillende loketten en voor de uitvoerders het probleem dat een integrale behandeling van de hulpvragen niet mogelijk is. In de loop der jaren zijn door nadere regelgeving wel verbeteringen in de afstemming gerealiseerd, maar deze hebben niet tot fundamentele oplossingen voor de genoemde problemen geleid.
     Voor ouderen vanaf 65 jaar geldt nog in het bijzonder dat zij na deze leeftijd geen beroep kunnen doen op voorzieningen in verband met ziekte of gebreken in het kader van de AAW [Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, red.]. Weliswaar kunnen zij voor dergelijke voorzieningen een beroep doen op de Algemene Bijstandswet, maar dat heeft in de praktijk slechts beperkte betekenis. In het kader van de Oort-operatie tot herziening van de belasting- en premieheffing werd voorgesteld de 65-plussers te betrekken in de premieheffing voor de AAW. Voor het parlement was dit alleen aanvaardbaar als zij op gelijke wijze als beneden-65-jarigen aanspraak kunnen maken op AAW-voorzieningen. De beleidsmatige aspecten, met name de relatie met de zorgsector en de financiŽle gevolgen van de uitbreiding tot ouderen hebben het kabinet aanleiding gegeven zich nader over de structuur en inhoud van het voorzieningenpakket te beraden. De ramingen met betrekking tot de kosten van de uitbreiding van AAW-voorzieningen naar 65-plussers liepen destijds uiteen van É500 mln tot É3 mld. Gezien de grote verschillen tussen deze ramingen werd een onderzoek naar het potentieel gebruik door 65-plussers noodzakelijk geacht. Om hiervoor de nodige tijd te hebben, werd in de AAW-wijziging die voorziet in het vervallen van de leeftijdsgrens van 65 jaar een horizonbepaling opgenomen gericht op 1 januari 1992 (nadien verlengd tot 1 januari 1993). Dit maakte het tevens mogelijk de voorstellen tot herstructurering van het voorzieningenpakket mede af te stemmen op de invoering van de nieuwe zorgverzekering en op de decentralisatie van de geldelijke steun voor de huisvesting van gehandicapten naar de gemeenten.

     De bezinning op de mogelijkheden tot herstructurering en nadere afstemming van het voorzieningenpakket voor gehandicapten en op uitbreiding van de AAW-voorzieningen naar ouderen heeft geleid tot een nota die door ons op 25 juni 1990 aan de Tweede Kamer is aangeboden (Kamerstukken II 1989-1990, 21 613, nr. 1). In de nota zijn voorstellen gedaan voor een betere afstemming van de voorzieningsregelingen, waarbij een indeling is gemaakt naar leefvoorzieningen, woonvoorzieningen, zorgvoorzieningen en inkomensondersteunende voorzieningen. De nota geeft aan dat een uitbreiding van de AAW-voorzieningen voor ouderen alleen mogelijk en verantwoord is bij een gelijktijdige herstructurering en het treffen van maatregelen tot kostenbeheersing, zoals maximering van vergoedingen, eigen bijdragen, inkomensafhankelijke voorzieningen en vormen van budgettering. Dit in verband met het financiŽle beslag dat met deze voorzieningen en de uitbreiding naar ouderen nu en in de toekomst rblz.|4| gemoeid zal zijn. De omvang van de financiŽle gevolgen van de

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wvg | voorstel van wet | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x