Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

  
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

WET  DEELTIJD  EN  ANCIňNNITEIT  RECHTERLIJKE  AMBTENAREN

Versie 1 maart 1995

 

 

 

 
Parlementaire behandeling:

Kamerstukken II 1993-1994, 1994-1995, 23 764.
Handelingen II 1994-1995, blz. 2881.
Kamerstukken I 1994-1995, 23 764 (194a).
Handelingen I 1994-1995, zie vergadering d.d. 28 februari 1995.

 

 

WET van 1 maart 1995, Stb. 1995, 116, tot wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie en enige andere wetten (deeltijd en anciŽnniteit). Inwerkingtreding: 1 juni 1995 (Stb. 1995, 242).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de voor rechterlijke ambtenaren geldende beperkingen voor het werken in deeltijd op te heffen en de regeling der anciŽnniteit te wijzigen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

[Voor de Beroepswet relevante artikelen, red.]

 

 

Art. II.
In artikel 3, eerste lid, van de Beroepswet wordt "7a, tweede en vijfde lid" vervangen door:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x